• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 152 pagina's
Samenvatting

Samenvatting hoorcolleges Geschiedenis van het Publiekrecht KULB

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 152 pagina's

Dit is een samenvatting van de Hoorcolleges van GPR gegeven door professor Van Hulle Inge, in Brussel. In dit document bevind zich "De Respublica Christiana", "De opstanden In De Nederlanden", "De Dynstieke Vorstenstaat", "Het Absolutisme", "De Britse Revolutie", "De Amerikaanse Revolutie", "De Franse revolutie", "De Belgische revolutie" en "Kolonialisme en Imperialisme. Bij het omzetten van het word document naar PDF, zijn een paar data's gewijzigd geweest. Als een data met een "C" is, staat deze letter voor de cijfer "6"

Voorbeeld van de inhoud

Inhoudstafel
H2: De crisis van de respublica Christiana en de opkomst van de soevereine staat
(1492-1660) ......................................................................................................... 6
1. Laatmiddeleeuwse politieke en juridische orde: Europa (1600) ...................... 7
2. Politieke desintegratie na val West-Romeinse rijk ......................................... 8
a) Feodaliteit .......................................................................................... 10
b) Het heerlijk stelsel ............................................................................... 12
c) Judicium Parium .................................................................................. 14
3. Middeleeuwse elementen van een eenheid ..................................................... 15
a) Pauselijke monarchie en het canoniek recht................................................. 15
b) De erfenis van het Romeins Rijk en het Romeins recht ................................... 18
4. De ineenstorting van de respublica christiana (1500- 1660) ............................... 20
Bronnen ......................................................................................................... 23
5. Recht en overzeese expansie ......................................................................... 27
H3: De opstand in de Nederlanden en de Republiek der Verenigde Provinciën (1555-
1648) ................................................................................................................ 31
1. Staatsvorming in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden ................. 31
a) De Dynastische eenmaking onder de Bourgondiërs en Habsburgers .......... 31
b) De gewestelijke instellingen in de Nederlanden ....................................35
4. De centrale instellingen in de Nederlanden ............................................. 38
2. De opstand in de Nederlanden en de Tachtigjarige oorlog ............................ 39
a) De crisis van het Habsburgse bewind in de Nederlanden (1559-1567) ........ 39
b) De eerste jaren van de Opstand en de Pacificatie van Gent (1567-1579) ..... 43
c) De splitsing in de nederlanden en de vorming van de Republiek (1579-1648)
44
H4: Het Ancien Régime onder Lodewijk XIV: De dynastieke vorstenstaat (1661-1751) 46
1. Koningschap en standenmaatschappij ...................................................... 46
a) Orde en hiërarchie: standen.................................................................. 47
b) De functie van het koningschap ............................................................. 49
c) De dynastieke staat.............................................................................. 51


1

, 1. De uitbouw vh bureaucratische apparaat vd staat (grootste kenmerken van L
XIV) 53
a) La vénalité des offices (BELANGRIJK VOOR EXAMEN)............................... 53
b) Regering en bureaucratie (van Lodewijk 14) ............................................ 54
C) De rechtspraak ........................................................................................ 56
H5: Ancien Régime onder Lodewijk XIV: Wetgeving en absolutisme ............................ 58
1. Reformatie, contrareformatie en absolutisme ............................................. 58
a) Het protestantse politieke denken ......................................................... 58
b) Jean Bodin en de leer van de soevereiniteit van de staat............................ 61
c) Bossuet en de absolutistische ideologie van Lodewijk XIV ........................ 64
2. Lodewijk XIV en de wetgeving................................................................... 65
a) De koninklijke ordonnantie ................................................................... 65
H6: De Britse Revolutie (1640-1701)...................................................................... 68
1. De Tudors en de vroege Stuarts (1485-1640): Constitutie en maatschappelijke
breuklijnen ..................................................................................................... 68
a) De Engelse constitutie tijdens de late ME en onder de Tudors ................... 68
b) Maatschappelijke breuklijnen ............................................................... 73
4. Vorstelijke absolutisme en de opkomst van de historische jurisprudentie ...... 77
a) Het Vorstelijke absolutisme onder Jacobus I en Karel I (1603-1640) ........... 77
5. Burgeroorlog (1640-1649) en Commonwealth (Gemenebest: 1649-1660) ...... 84
a) Burgeroorlog (1640-164G) ....................................................... 84
b) Commonwealth ................................................................................... 86
6. De restoratie onder Karel II en Jacobus II (1660-1688) ................................. 88
a) Karel .................................................................................................. 88
7. De Glorious Revolution en de uitbouw van de parlementaire monarchie (1688-
1701) 90
a) De Glorious Revolution ........................................................................ 90
8. De contractuele oorsprong van de staat: Grotius, Hobbes en Locke .............. 91
H7: De Amerikaanse Revolutie (1640 -1701)........................................................... 99
a) Krachtlijnen van verzet .......................................................................... 100
b) Het bestuur van de 13 kolonies en de relatie met de Britse kroon ................ 103
c) Stamp Act en de constitutionele crisis binnen het Britse rijk....................... 108


2

, d) Onafhankelijkheid: volkssoevereiniteit en zelfbeschikking ......................... 110
1. De grondwetten van de dertien staten (1776-1780) ................................ 113
2. Articles of Confederation (1777-1781) ................................................. 116
3. De constitution of the USA (1787)........................................................ 116
H8: De Franse revolutie (1789-1815) ................................................................... 118
1. Aanloop naar revolutie (1763-1789) ........................................................ 119
a) De Zevenjarige Oorlog en het conflict tussen koning en parlementen onder
Lodewijk XV .............................................................................................. 119
b) Pogingen tot hervorming onder Lodewijk XVI en de Amerikaanse Revolutie
(1774-1786) ............................................................................................... 120
c) De invloed van de verlichting op het politiek denken ............................... 121
d) Laatste stuiptrekkingen monarchie (1786-1789) .................................... 122
e) Van Staten-Generaal tot Nationale vergadering (mei-juli 1789) ............... 123
2. De revolutie en de constitutionele monarchie ................................................ 124
a) De afschaffing van de feodaliteit en standenmaatschappij ........................... 124
f) Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789).................................. 125
g) Nationale Vergadering als constituante (September 1789 - juni 1791) ...... 126
h) Constitutionele monarchie (juni 1791- augustus 1792) .......................... 129
1. De Republiek (1793-1799) en het regime van Napoleon.............................. 130
a) De conventie (1792-1795) .................................................................. 130
b) Het directoire (1795-1799).................................................................. 132
c) Napoleon Bonaparte (1799-1814/1815) ............................................... 133
H9: De Belgische revolutie en de vorming van een burgerlijke natiestaat (1814-1914) 135
1. De restauratie in Frankrijk en de julirevolutie (1814-1830) .......................... 135
a) De restauratie van de Bourbondynastie en het Charte octroyée (1814)..... 135
a) Het politieke en constitutionele denken van de liberale oppositie ............ 136
b) De Julirevolutie ................................................................................. 138
3. De opkomst van de burgerlijke natiestaat ................................................ 139
a) Het verenigd Koninkrijk der Nederlanden ....................................................... 139
4. De Belgische revolutie ................................................................................ 140
a) De radicale fase (augustus- oktober 1830) .................................................... 140



3

, b) Constitutionele fase van de Belgische Revolutie (oktober 1830-febrauri 1831)
. .............................................................................................................. 142
c) De internationale fase (1831-1839) ...................................................... 143
5. De burgerlijke Natiestaat in België ................................................................ 143
H10: Imperialisme en kolonialisme (NIET KENNEN) ............................................... 145
a) Europese expansie, 15de – 20ste eeuw .................................................... 145
b) Determinanten van imperialisme en kolonialisme .................................. 145
1. Kolonisatie van Congo (1885-1960)......................................................... 148
a) Het congres van Berlijn (1884-1885) .................................................... 148
b) Congo Vrijstaat en Belgische Congo ..................................................... 150




4

,5

, H2: De crisis van de respublica Christiana en de opkomst van de
soevereine staat (1462-1660)

Context in de ME: (sociaal C economisch)

• Armoede, hongersnood
• Leven was moeilijk → religie gaf troost aan mensen, steeds bezig met
hiernamaals
• Geestelijke klassen (clerus-adel- gewone volk)
o Clerus
▪ Geen dienstplicht
o Adel
▪ Privileges
▪ Gebonden aan het christendom
o 3 stand
de

▪ Minder dan adel en clerus
▪ Geen privileges

“Respublica Christiana”

= term die men gaf aan de middeleeuwse maatschappij, een christelijk republiek
(gemeenschap van gelovigen)



MAAR: daar komt een einde aan in 1517

• Maarten Luther (katholieke monnik)
• Zegt we moeten terug naar het evangelie, wat niet in de bijbel staat zijn niet onze
zaken → als christenen leven we in zonden omdat we dat niet volgen
• Paus stond niet in de bijbel, werd dus aan de kant geschoven
• Eenheid van Christendom valt uit elkaar
• Verschillende soorten van christendom → protestantisme
• Psychologische maatschappelijke revolutie
• Opkomst van soevereine staat




6

Inhoudsopgave

  1. 01 (1492-1660) 6
  2. 02 Laatmiddeleeuwse politieke en juridische orde: Europa (1600) 7
  3. 03 Politieke desintegratie na val West-Romeinse rijk 8
  4. 04 Feodaliteit 10
  5. 05 Het heerlijk stelsel 12
  6. 06 Judicium Parium 14
  7. 07 Middeleeuwse elementen van een eenheid 15
  8. 08 a) Pauselijke monarchie en het canoniek recht 15
  9. 09 b) De erfenis van het Romeins Rijk en het Romeins recht 18
  10. 10 De ineenstorting van de respublica christiana (1500- 1660) 20
  11. 11 Bronnen 23
  12. 12 Recht en overzeese expansie 27
  13. 13 Staatsvorming in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden 31
  14. 14 De Dynastische eenmaking onder de Bourgondiërs en Habsburgers 31
  15. 15 De gewestelijke instellingen in de Nederlanden 35
  16. 16 De centrale instellingen in de Nederlanden 38
  17. 17 De opstand in de Nederlanden en de Tachtigjarige oorlog 39
  18. 18 De crisis van het Habsburgse bewind in de Nederlanden (1559-1567) 39
  19. 19 De eerste jaren van de Opstand en de Pacificatie van Gent (1567-1579) 43
  20. 20 De splitsing in de nederlanden en de vorming van de Republiek (1579-1648) 44
  21. 21 Koningschap en standenmaatschappij 46
  22. 22 Orde en hiërarchie: standen 47
  23. 23 De functie van het koningschap 49
  24. 24 De dynastieke staat 51
  25. 25 La vénalité des offices (BELANGRIJK VOOR EXAMEN) 53
  26. 26 Regering en bureaucratie (van Lodewijk 14) 54
  27. 27 C) De rechtspraak 56
  28. 28 H5: Ancien Régime onder Lodewijk XIV: Wetgeving en absolutisme 58
  29. 29 Reformatie, contrareformatie en absolutisme 58
  30. 30 Het protestantse politieke denken 58
  31. 31 Jean Bodin en de leer van de soevereiniteit van de staat 61
  32. 32 Bossuet en de absolutistische ideologie van Lodewijk XIV 64
  33. 33 Lodewijk XIV en de wetgeving 65
  34. 34 De koninklijke ordonnantie 65
  35. 35 H6: De Britse Revolutie (1640-1701) 68
  36. 36 breuklijnen 68
  37. 37 De Engelse constitutie tijdens de late ME en onder de Tudors 68
  38. 38 Maatschappelijke breuklijnen 73
  39. 39 Vorstelijke absolutisme en de opkomst van de historische jurisprudentie 77
  40. 40 Het Vorstelijke absolutisme onder Jacobus I en Karel I (1603-1640) 77
  41. 41 Burgeroorlog (1640-1649) en Commonwealth (Gemenebest: 1649-1660) 84
  42. 42 Burgeroorlog (1640-164G) 84
  43. 43 Commonwealth 86
  44. 44 De restoratie onder Karel II en Jacobus II (1660-1688) 88
  45. 45 Karel 88
  46. 46 De Glorious Revolution 90
  47. 47 De contractuele oorsprong van de staat: Grotius, Hobbes en Locke 91
  48. 48 H7: De Amerikaanse Revolutie (1640 -1701) 99
  49. 49 Krachtlijnen van verzet 100
  50. 50 Het bestuur van de 13 kolonies en de relatie met de Britse kroon 103
  51. 51 Stamp Act en de constitutionele crisis binnen het Britse rijk 108
  52. 52 Onafhankelijkheid: volkssoevereiniteit en zelfbeschikking 110
  53. 53 De grondwetten van de dertien staten (1776-1780) 113
  54. 54 Articles of Confederation (1777-1781) 116
  55. 55 De constitution of the USA (1787) 116
  56. 56 H8: De Franse revolutie (1789-1815) 118
  57. 57 Aanloop naar revolutie (1763-1789) 119
  58. 58 Lodewijk XV 119
  59. 59 (1774-1786) 120
  60. 60 De invloed van de verlichting op het politiek denken 121
  61. 61 Laatste stuiptrekkingen monarchie (1786-1789) 122
  62. 62 Van Staten-Generaal tot Nationale vergadering (mei-juli 1789) 123
  63. 63 De revolutie en de constitutionele monarchie 124
  64. 64 a) De afschaffing van de feodaliteit en standenmaatschappij 124
  65. 65 Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789) 125
  66. 66 Nationale Vergadering als constituante (September 1789 - juni 1791) 126
  67. 67 Constitutionele monarchie (juni 1791- augustus 1792) 129
  68. 68 De Republiek (1793-1799) en het regime van Napoleon 130
  69. 69 De conventie (1792-1795) 130
  70. 70 Het directoire (1795-1799) 132
  71. 71 Napoleon Bonaparte (1799-1814/1815) 133
  72. 72 De restauratie in Frankrijk en de julirevolutie (1814-1830) 135
  73. 73 De restauratie van de Bourbondynastie en het Charte octroyée (1814) 135
  74. 74 Het politieke en constitutionele denken van de liberale oppositie 136
  75. 75 De Julirevolutie 138
  76. 76 De opkomst van de burgerlijke natiestaat 139
  77. 77 a) Het verenigd Koninkrijk der Nederlanden 139
  78. 78 De Belgische revolutie 140
  79. 79 a) De radicale fase (augustus- oktober 1830) 140
  80. 80 b) Constitutionele fase van de Belgische Revolutie (oktober 1830-febrauri 1831) 142
  81. 81 De internationale fase (1831-1839) 143
  82. 82 De burgerlijke Natiestaat in België 143
  83. 83 H10: Imperialisme en kolonialisme (NIET KENNEN) 145
  84. 84 Europese expansie, 15de – 20ste eeuw 145
  85. 85 Determinanten van imperialisme en kolonialisme 145
  86. 86 Kolonisatie van Congo (1885-1960) 148
  87. 87 Het congres van Berlijn (1884-1885) 148
  88. 88 Congo Vrijstaat en Belgische Congo 150
  89. 89 • Opkomst van soevereine staat 7
  90. 90 categorieën van personen die soevereiniteit uitoefenen 8
  91. 91 • Oost romeinse rijk (ook wel Byzantium genoemd) blijft verder bestaan tot 1453
  92. 92 verdeeld 9
  93. 93 o Keizerskroon was in handen van Habsburgse (adellijke familie) tot in 1806
  94. 94 chaos gebruikt om de macht naar hen toe te brengen (heersers) 10

Documentinformatie

Geüpload op
12 januari 2026
Bestand laatst geupdate op
27 januari 2026
Aantal pagina's
152
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
3 weken geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen