100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting COS I sociale readaptatiewetenschappen

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
42
Geüpload op
08-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van alle lessen en presentaties












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
8 januari 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

HOOFDSTUK 1: INLEIDING

W E LK O M IN W O N D E R LA N D
Alice in Wonderland fungeert als metafoor voor COS I en II.
® Het verhaal speelt voortdurend met taal, logica en betekenis → nodigt uit tot actief nadenken over realiteit en betekenisgeving.
® Betekenis is niet vast, maar afhankelijk van spreker, perspectief en context.
® Alice’s ontwikkeling (krimpen en groeien) staat symbool voor:
o identiteitsontwikkeling in relatie tot de wereld,
o complexiteit, verwarring, onzekerheid en soms angst.
® Relationeel karakter: Alice staat steeds in interactie met anderen.
® Perspectivistische lenigheid (=is het vermogen om flexibel tussen verschillende perspectieven te schakelen en betekenis te begrijpen als
context- en perspectiefgebonden, niet als vaststaand)
o andere personages confronteren haar met andere zienswijzen,
o leren kritisch denken, vragen stellen, perspectiefwissel.
® Symbolische figuren:
o Witte konijn: overgang van kindertijd naar volwassenheid.
o De rups: wijsheid, verandering, existentiële vragen.
o Koningin van Hartjes: totalitaire en onrechtvaardige ordening van samenleven.
® Niet-lineaire, onvoorspelbare structuur → weerspiegeling van complexiteit.
COS vraagt hetzelfde als Wonderland: omgaan met ambiguïteit, meerdere perspectieven en onzekerheid.

D E K R A C H T V A N V E R H A LE N
® Verhalen hebben de kracht van een nieuw begin.
® Ze fungeren als ankerpunten die zin, richting en betekenis geven (bv. humanisme, christendom, geloof in wetenschap en vooruitgang).
® Verhalen: openen werelden, scheppen betekenis, nodigen uit tot luisteren, denken en verwonderen.
® Verhalen ontstaan in een complex samenspel van actoren en krachten.

Postmoderne/ postnarratieve samenleving:
® Wegvallen van grote, verbindende verhalen (Grote “grand narratives” zoals religie en/of het ene juiste opvoedingsideaal) verliezen hun
geloofwaardigheid: ze verbinden mensen niet meer rond één gedeeld verhaal.)
® Afkeer van totaliteit (één waarheid of één totaalvisie wordt afgewezen)
® Fragmentatie en individualisering (De samenleving valt uiteen in veel losse, individuele perspectieven en ervaringen in plaats van één gedeeld
kader.)
® veel losse micronarratieven (vaak informatief i.p.v. echt verhalend) = ipv. één zingevend levensverhaal krijgen we nu losse boodschappen zoals “5
tips om gelukkig te zijn”, die wel informeren maar geen diepere, gedeelde betekenis meer creëren.
® Kapitalisme: verhalen als consumptiegoederen = verhalen worden producten die je “consumeert” (merken, lifestyle, social media), niet iets wat
collectief zin geeft of richting biedt
® Waarheid is: contextueel, taalgebonden, relatief i.p.v. absoluut.
® Kenmerken: pluraliteit, relativisme, meervoudige perspectieven.

Verhalen:
® verbreden onze blik (naar buiten i.p.v. naar binnen),
® helpen chaos hanteerbaar maken,
® vormen het moreel kompas van een samenleving,
® vertrekken altijd vanuit ervaring.

TAAL DOET ERTOE
® Verwijzing naar Toren van Babel: diversiteit van talen en perspectieven.
® Orwell (1984): “If thought corrupts language, language can also corrupt thought.”
® Taal:
o is meer dan communicatie,
o vormt betekenis,
o schept ideeën,
o beïnvloedt hoe we denken.
® Taal is context- en sprekergebonden.
® Woorden hebben geen vaste betekenis → taalspel.
® Taal en denken zijn nauw verweven.
® Taal staat niet buiten de werkelijkheid maar grijpt erin in.

Belang voor de jeugdprofessional:
® Taal is ons werkmiddel → bewust en zorgvuldig taalgebruik.
® Voorbeeld: “kind met beperking” vs. “handicap” → taal beïnvloedt hoe problemen begrepen en benaderd worden.

Aandachtspunten basishouding:
® Eerbied en nederigheid: vertrekken vanuit het besef dat iedereen een andere taal spreekt.
® Bewustzijn van diversiteit en eigen beperkingen.
® Waarschuwing tegen professionele hoogmoed.
® Flexibiliteit en aanpassingsvermogen in complexe en veranderende situaties.




1

,D E N K E N Z O N D E R LE U N IN G
® Denken is relationeel en dialogisch.
® Vragen stellen is cruciaal.
® Nood aan traagheid, ruimte en niet-weten.
® Theorie en praktijk staan in wisselwerking.

Link met COS:
® COS creëert een vrije denkruimte waarin: samen gedacht wordt, vragen gesteld worden, verwondering centraal staat, kennis co-gecreëerd wordt.

Theorie en praktijk:
® Theorie krijgt betekenis in de praktijk en omgekeerd.
® Theorie stelt nieuwe vragen aan praktijk; praktijk stelt vragen terug.

Model Philippe Meirieu – pedagogiek als open systeem:
® Drie onderling samenhangende domeinen:
o Axiologie: wat is wenselijk? (mens- en samenlevingsbeeld)
o Wetenschap: kennis uit o.a. psychologie, biologie…
o Praxeologie: handelen, methoden en instrumenten
® Samenhang is wankel → kritische vragen en wederzijdse weerstand nodig.
In COS zijn theorie, praktijk en morele afweging onlosmakelijk verbonden.

C O N T E X T U A LIS E R IN G
® Betekenis ontstaat altijd binnen een context.
® Contexten: historisch, maatschappelijk (sociaal, politiek, economisch), ethisch-normatief, micro-, meso- en macroniveau, eigen referentiekader
® Contextualiseren = iets plaatsen binnen zijn omstandigheden.
® Begrijpen kan niet zonder het bredere plaatje.
® Nodig om de werkelijke complexiteit te vatten.

C O M P LE X IT E IT
Latijn:
® complexus: verwevenheid, omhelzing
® complecti: samenbrengen, omarmen
Complexe situaties:
® geen standaard gebeurtenis (je weet niet direct wat je moet doen),
® weinig houvast,
® beïnvloed door tijdgeest en samenleving,
® veel factoren die onderling verbonden en voortdurend in beweging zijn.
Complexiteit:
® is meerlagig,
® perspectief- en contextgebonden,
® relatief, geen absoluut gegeven.

Edgar Morin – complexiteitsdenken (°1921, Frans socioloog) !!!!!
® Kern: interrelaties en wederzijdse beïnvloeding.
o Dit betekent dat niets op zichzelf staat; alle onderdelen beïnvloeden elkaar voortdurend en vormen samen een dynamisch geheel.
® Kennis is enkel relevant binnen context.
® Holistische en antireductionistische benadering
o Hollistische: kijkt naar het geheel en de samenhang tussen delen in plaats van alleen de losse onderdelen.
o Antireductionistische: verklaart complexe verschijnselen niet alleen vanuit eenvoudige onderdelen, maar houdt rekening met context en
complexiteit.
® Systemen zijn dynamisch → kennis moet adaptief zijn.
® Leren omgaan met onzekerheid i.p.v. streven naar controle.
® Recursiviteit: oorzaak en gevolg beïnvloeden elkaar = en verandering in het ene beïnvloedt het andere, wat weer terugwerkt op het eerste
® Dialoog tussen orde, chaos en organisatie.
® Evolutie door interactie – vb. in een gezin ontwikkelen kinderen sociale vaardigheden door interactie met ouders en elkaar, niet door alleen
instructies van buitenaf
® Systeemtheoretisch kader = Een manier van kijken waarbij je een fenomeen niet los ziet, maar als onderdeel van een groter geheel (systeem)
waarin alles met elkaar verbonden is en elkaar beïnvloedt
® Nood aan contextualisering en transdisciplinariteit.
® Verdragen van niet-weten → samen zoeken.

COS-metafoor:
® Opvoeden is varen op zee.
® COS ontstaat wanneer: de zee woelig wordt, de boot lekt, bemanning elkaar niet begrijpt, extra ballast (=extra gewicht) meespeelt.
® Dagelijkse opvoeding wordt dan extra complex → nood aan externe ondersteuning.

Terugkerende elementen in COS:
® Onevenwicht tussen draagkracht en draaglast.
® Handelingsverlegenheid.
® Breuk tussen vraag en aanbod.
® Verschillende perspectieven → verschillende narratieven.
® COS wordt benaderd op micro-, meso- en macroniveau, met aandacht voor structurele pijnpunten in welzijnssector en samenleving.

2

, HOOFDSTUK 2: PEDAGOGISCH KIJKEN EN HANDELEN


COMPLEXITEIT VAN GEDRAG

LE E R V R A A G 1 : O P W E LK E M A N IE R S P E E LT C O N T E X T U A LIS E R IN G E E N R O L IN H E T K IJK E N N A A R E N D E N K E N O V E R
GEDRAG?
® Gedrag is altijd contextueel; micro (kind/familie), meso (school/voorziening), macro (maatschappij/cultuur).
® Context beïnvloedt interpretatie en betekenis:
o Voorbeelden: weersomstandigheden, gezinscultuur, eerdere ervaringen, afspraken, maatschappelijke tendensen
kalenderleeftijd/ontwikkelingsleeftijd
® Zonder context = geen juiste interpretatie van gedrag.
® Context bepaalt verwachtingen van opvoeder en laat zien hoe relatief gedrag kan zijn.

LE E R V R A A G 2 : H O E D E F IN IË R E N W E G E D R A G ?
® Gedrag = alles wat iemand doet en daarna waarneembaar is = wat zie ik gebeuren
® Kennis van ontwikkelingspsychologie, sociale-emotionele ontwikkeling en aanleg is essentieel, maar normatief en niet leidend.
o je gebruikt ontwikkelingspsychologische kennis als richtlijn, maar het leidt niet je beslissingen. Context, kindperspectief en situatie blijven
bepalend voor hoe je kijkt naar en handelt bij gedrag.
® Objectief beschrijven moeilijk: neiging tot interpretatie en causaliteit !
® Gedrag is vaak buitenkant (wat je doet) vs. binnenkant (wat je denkt en wilt)(McClelland ijsbergmodel).




® Gedrag vs handelen
o Gedrag: alle waarneembare handelingen of reacties van een persoon, onafhankelijk van intentie of bewustzijn.
o Handelen: bewust, doelgericht gedrag dat plaatsvindt in relatie tot anderen, met een intentie om iets te bereiken of te beïnvloeden.

LE E R V R A A G 3 : W E LK E T A A L G E B R U IK E N W E IN H E T B E S C H R IJV E N V A N G E D R A G ?
® Taal = lens op de wereld, schept sociale realiteit.
® Woorden hebben context- en perspectiefgebonden betekenis.
® Belang van gedeeld lexicon met betrokkenen → co-creatie van betekenis
o In pedagogische en hulpverleningscontexten is het cruciaal dat betrokkenen dezelfde taal gebruiken of elkaars taal leren begrijpen. Betekenis
ontstaat in dialoog en wordt samen geconstrueerd.
® Taal is nooit neutraal → beïnvloedt denken, handelen en machtsverhoudingen.
® Fluïde betekenis, soms ‘gestold’ gedrag kan taal opnieuw in beweging brengen.
o Beweeglijke betekenis: gedrag kan op verschillende manieren begrepen worden, afhankelijk van context, perspectief en relatie.
o Gestolde betekenis: wanneer één interpretatie dominant wordt en blijft hangen (bv. een label), stopt het denken. Het gedrag lijkt vast te staan
en er wordt niet meer gezocht naar andere betekenissen.
o Taal opnieuw in beweging brengen: door andere woorden te gebruiken, opent zich opnieuw ruimte om het gedrag anders te begrijpen en dus
ook anders te handelen.
o Bv.: “Hij is agressief en onaangepast” (=gestolde betekenis) => “Hij reageert vaak met boosheid in situaties waarin hij zich bedreigd voelt” (=
betekenis komt opnieuw in beweging)

K E R N ID E Ë E N
® Gedrag staat nooit op zichzelf, altijd binnen pedagogische relatie.
® Context geeft betekenis en sturing aan gedrag (micro, meso macro)
® Gedrag is meer dan wat zichtbaar is (ijsbergmodel)
® Taal beïnvloedt hoe we gedrag interpreteren en handelen.




3

, PEDAGOGISCH HANDELEN

LE E R V R A A G 1 : W A T V E S T A A N W E O N D E R P E D A G O G IS C H H A N D E LE N ?
Doel COS
® Niet enkel eenvoudige, maar complexe opvoedingssituaties kunnen benaderen.
® Vanuit meerdere perspectieven kijken en onderbouwde pedagogische tussenkomsten kunnen verantwoorden.

Pedagogisch handelen
® Is geen lineaire oorzaak-gevolginterventie.
® Er is altijd een afstand tussen intentie en effect:
o Wat de opvoeder bedoelt ≠ hoe het kind het interpreteert.
o Communicatie bevat altijd ruis.
® Is normatief:
o Opvoeding is nooit waardevrij.
o Wat ‘goed opvoeden’ is, verschilt per persoon, context en samenleving.
® Pedagogisch handelen = het doordacht omgaan met deze onzekerheid, met oog voor relatie, context en betekenis.

Sociaal handelen (Giesecke)
Handelen (Hermann Giesecke)
® Bewuste, intentionele activiteit.
® Mensen geven samen de wereld vorm door hun handelen.
® Altijd gericht op een bepaald doel.

Verschil soorten handelen
1. Technisch handelen:
o Gericht op zaken en verandering via causaliteit.
o Duidelijke oorzaak-gevolgrelaties.
o Bv: Een deur sluiten om lawaai buiten te houden, het rooster aanpassen zodat activiteiten niet overlappen = het object verandert, niet een
persoon, en het effect is voorspelbaar.
2. Sociaal handelen:
o Gericht op mensen en hun handelen.
o Altijd relationeel en wederkerig.
o Bv: Een jongere aanspreken op zijn gedrag in de leefgroep, een gesprek voeren om vertrouwen op te bouwen met ouders = je handelt met en op
mensen; hun reactie bepaalt mee het vervolg = geen garantie op hetzelfde effect bij dezelfde actie

Pedagogisch handelen
® Een vorm van sociaal handelen:
o Gericht op opvoeding en vorming.
o Maakt ontwikkeling mogelijk, maar creëert geen mensen.
o Krijgt vorm in interactie met (re)acties van het kind.

Speelruimte
® Zowel opvoeder als kind hebben handelingsvrijheid.
® Het kind kan altijd anders reageren dan bedoeld.
® Uitkomst van pedagogisch handelen is onvoorspelbaar.

Pedagogisch handelen als opvoeding en vorming mogelijk maken
® Opvoeding gebeurt niet enkel door professionals.
® Mensen leren vooral via:
o Socialisatie
o Alledaagse interacties
® Pedagogiek is geen apart levensdomein, maar ingebed in het dagelijkse leven.

Pedagogisch handelen ≠ sociaal professional zijn
® Sociale professionals:
o Doen méér dan pedagogisch handelen.
o Moeten soms ook andere vormen van sociaal handelen inzetten.
® Niet elke sociale professional handelt altijd pedagogisch.
® Reflectie is essentieel:
o Handelen ↔ reflecteren ↔ bijsturen.

Er is geen ‘juist’ handelen
® Volgens Giesecke bestaat er geen universeel juiste aanpak.
® Wel: adequaat handelen.
o Rekening houden met context, kind, situatie en mogelijkheden.
o Meerdere handelingswijzen kunnen adequaat zijn.
® Geldt op:
o Microniveau (individueel handelen)
o Mesoniveau (organisaties, scholen, voorzieningen)




4
€11,16
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lunedevos1

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lunedevos1 Katholieke Hogeschool Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
Nieuw op Stuvia
Lid sinds
4 dagen
Aantal volgers
0
Documenten
13
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen