Samenvatting sport, beleid en samenleving
Situering
Inzicht verwerven in…
o Rol en positie sport en FA in samenleving
o Vraag en aanbod op sportmarkt
o Organisatie en omgeving sport
o Ontwikkeling sportbeleid
o Publiek beleid van sport- en beweegorganisaties
o Regulatie, beleidsvoering en wetgevend kader mbt sport
o Pijlers en instrumentarium publiek promotie- en federatiebeleid mbt sport
Focus op Vlaamse context met linken naar lokaal en Europees sport- en beweegbeleid
Sport, maar dus ook aandacht voor ‘beweging’ / ‘fysieke activiteit’
Rol en positie sport en FA in samenleving: vraag en aanbod in sport
Overheid financiert sportclubs
50% sportfederaties overleven niet als overheid stopt met financieren
Sport en samenleving
Sport en samenleving verbonden met elkaar, kunnen niet zonder elkaar
Sport heeft maatschappelijke betekenis en belang
o Al spelend is mens op zijn best uit vrije wil sport doen
Sport zit niet in een maatschappelijk vacuüm
o Demografisch (verschillen tss mannen en vrouwen, leeftijd, verkleuring,
vergrijzing)
o Economisch (sport en geld)
o Sociaal ( sociaal gelaagd, identiteit te ontwikkelen)
o Technologisch (horloges)
o Ethisch( doping, match fixing, sport-ethiek-integriteit)
o Politiek (WS/OS organiseren, sport is wel politiek)
Sport verbindt én verdeelt
o Sport en integriteit
o Sport en inclusie
o Sport en duurzaamheid (Planet, People, Profit)
o Sport en geweld
o Sport en gezondheid
o Sport en politiek
o Sport en mensenrechten
o Sport en …
nu ook VERWERELDLIJKING VAN SPORT (Scheerder, 2022)
D-E-I en E-S-G
DEI = diversity, equity en inclusion
ESG= environmental, social en gouvernemental
Wat in tribune sport gebeurt weerspiegeling van wat daarbuiten gebeurt
Sport en beleid
Sport en samenleving = communicerende vaten met (publiek) beleid als
verbindingsstuk
beleid in verschillende mate en diversie manieren tot uiting komen:
, o Lokaal vs bovenlokaal
o Particulier vs publiek
o Integraal vs geïntegreerd
o …
Beleidsvoering vaak ‘meerlagig’ meerdere bestuurslevels, sectoren en actoren
cfr multilevel-model, multisector-model, multi- actor-model
o Subsidiariteit lager bestuursniveau gedaan kan worden, door hen laten
doen (sportkampen door gemeente regelen, overheid moet dit niet doen)
o Vlaanderen veel meer clubs voor 1 sport in 1 gemeenten (meerdere
dansscholen in 1 gemeente)
Beleidsvoering niet statisch maar dynamisch cfr beleidscyclus
Sport?
Enkele kenmerken sportsector
Diverse aanbieders
o Vrijwilligers sport en middenveld
o Publieke karakter sport en overheid
o Diensten vs goederen sport en markt
Diverse gebruikers
o Beoefenaars vs bezoekers (actieve vs passieve participatie)
o Prestatief vs participatief
o (Oorspronkelijk) dominante vs niet-dominante groepen (MIA’s, MMM’s,
MMB’s, …)
MIA mensen in armoede
Diverse organisatievormen
o Formeel/clubgeoriënteerd: (inter)nationale bonden, regionale federaties,
lokale
verenigingen
o Semiformeel/andersgeorganiseerd: extrascolair, sport light, wijksport,
bedrijfssport, …
o Informeel/niet-georganiseerd: individueel, familiaal
Diverse normen en waarden
o Intrinsieke, sportieve kenmerken/waarden:
Lichamelijke prestatie, competitie, fair-play, emotionele
verbondenheid, onvoorspelbaarheid, …
o Extrinsieke, instrumentele kenmerken/waarden:
Gezondheid, opvoeding, socialisatie, empowerment, nationalisme, …
Obesitas meer bij laag opgeleide mensen
,Wat is bepalend om van sport te kunnen spreken?
Sport: sociocultureel construct
Tijdsgeest
o Begripsverruiming
Medio 20ste eeuw: sport = jongmenselijk, competitief, in clubverband,
mannelijke deelnemers, hogere SES,(Rijsdorp, 1956)
Aha-Erlebnis
Rol overheid
Sport voor Allen
Belang gezondheid
Woonwerkverkeer met fiets = training? cfr ‘vestimentair
engagement’
E-sport?
In toekomst volwaardige sport
COVID-19: geboorte van thuissport
Subjectieve percepties
o Participant definieert zelf wat sport is
o Sociale wenselijkheid: positieve waardering sportdeelname
Geografische locatie
o Geoculturele verschillen
Scandinavische vs Mediterrane landen
Sports vs physical exercise (terminologie tss landen anders)
o Methodologische verschillen
Crossnationaal sportparticipatieonderzoek vs nationale studies
Belang van harmonisatie,
objectivering, standaardisatie
Boksen bereikt mensen die
normaal weg nr sport niet
zouden vinden
Sport = tijds-, persoons- en plaatsgebonden
Sportparticipatie afgebakkend
1. Pragmatische methode: nominatieve
opsomming bewegingsactiviteiten
(Vla sporttakkenlijst, IOC, RSO, …)
Enkele voorbeelden
Vlaamse Sportraad (2000)
“… fysieke activiteiten met
gereglementeerde organisatie en met cardiovasculair of trainingseffect die persoon in
gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden
verricht.”
Bepalend om op Vlaamse sporttakkenlijst worden opgenomen
, 2.
2. Categoriserende methode: objectieve
indeling sportactiviteiten (bv. formele
kenmerken, energieverbruik, ...)
o Solosport
o Duosport (contactsport /
slagbalsport)
o Teamsport
Gezondheidsgerelateerde criteria
(minimumintensiteit, -duur, …)
Niveau sportbeoefening (competitief vs. recreatief)
Intentionaliteit (gepland vs. niet gepland)
Twee trends:
- ‘vervrouwelijking’ genderpariteit
- ‘recreationalisering’ fitsport, funsport
Belang van ‘toevallige’ vs gestructureerde sport
3. Definiërende methode: obv bepaling of definitie (wetenschappelijk of
beleidsmatig)
Internationaal
Vlaanderen: Studie nr Bewegingsactiviteiten in Vlaanderen (SBV)
"Sporten geïnstitutionaliseerde competitieve activiteiten die krachtige fysieke
inspanning of gebruik relatief complexe fysieke vaardigheden inhouden, deelname
gemotiveerd combi persoonlijk plezier en externe beloningen." (Coakley, 1998: 19)
competitief georganiseerde zweetsport
quid pleintjesmand? Recreatief fietsen? Vrijetijdsskiën?
"Onder 'sport' alle vormen lichaamsbeweging die gericht zijn op uitdrukking
brengen of verbeteren lichamelijke fitheid en geestelijk welzijn, aangaan sociale
relaties of het behalen resultaten in competitieverband op alle niveaus." (Raad van
Europa, 2001)
incl. wandelen naar bakker, fietsen naar werk, maaien van gras, ...
Definitie van sportbeoefening conform SBV-onderzoek
Sportbeoefening = actieve deelname ruim publiek aan bewegingsactiviteiten met sportief
karakter, beoefend gedurende vrije tijd, in sportieve vrijetijdscontext en zonder louter
utilitair karakter
Actieve deelname: minimum aan lichamelijke activiteit/motorische vaardigheid
Ruim publiek: onafhankelijk geslacht, leeftijd, SES, … (democratische visie op sport)
Bewegingsactiviteiten met sportief karakter:
niet alleen club, ook anders- en niet-
georganiseerde vormen
Gedurende de vrije tijd: sport die geen arbeid,
onbetaald en plaats vindt in vrije tijd
Situering
Inzicht verwerven in…
o Rol en positie sport en FA in samenleving
o Vraag en aanbod op sportmarkt
o Organisatie en omgeving sport
o Ontwikkeling sportbeleid
o Publiek beleid van sport- en beweegorganisaties
o Regulatie, beleidsvoering en wetgevend kader mbt sport
o Pijlers en instrumentarium publiek promotie- en federatiebeleid mbt sport
Focus op Vlaamse context met linken naar lokaal en Europees sport- en beweegbeleid
Sport, maar dus ook aandacht voor ‘beweging’ / ‘fysieke activiteit’
Rol en positie sport en FA in samenleving: vraag en aanbod in sport
Overheid financiert sportclubs
50% sportfederaties overleven niet als overheid stopt met financieren
Sport en samenleving
Sport en samenleving verbonden met elkaar, kunnen niet zonder elkaar
Sport heeft maatschappelijke betekenis en belang
o Al spelend is mens op zijn best uit vrije wil sport doen
Sport zit niet in een maatschappelijk vacuüm
o Demografisch (verschillen tss mannen en vrouwen, leeftijd, verkleuring,
vergrijzing)
o Economisch (sport en geld)
o Sociaal ( sociaal gelaagd, identiteit te ontwikkelen)
o Technologisch (horloges)
o Ethisch( doping, match fixing, sport-ethiek-integriteit)
o Politiek (WS/OS organiseren, sport is wel politiek)
Sport verbindt én verdeelt
o Sport en integriteit
o Sport en inclusie
o Sport en duurzaamheid (Planet, People, Profit)
o Sport en geweld
o Sport en gezondheid
o Sport en politiek
o Sport en mensenrechten
o Sport en …
nu ook VERWERELDLIJKING VAN SPORT (Scheerder, 2022)
D-E-I en E-S-G
DEI = diversity, equity en inclusion
ESG= environmental, social en gouvernemental
Wat in tribune sport gebeurt weerspiegeling van wat daarbuiten gebeurt
Sport en beleid
Sport en samenleving = communicerende vaten met (publiek) beleid als
verbindingsstuk
beleid in verschillende mate en diversie manieren tot uiting komen:
, o Lokaal vs bovenlokaal
o Particulier vs publiek
o Integraal vs geïntegreerd
o …
Beleidsvoering vaak ‘meerlagig’ meerdere bestuurslevels, sectoren en actoren
cfr multilevel-model, multisector-model, multi- actor-model
o Subsidiariteit lager bestuursniveau gedaan kan worden, door hen laten
doen (sportkampen door gemeente regelen, overheid moet dit niet doen)
o Vlaanderen veel meer clubs voor 1 sport in 1 gemeenten (meerdere
dansscholen in 1 gemeente)
Beleidsvoering niet statisch maar dynamisch cfr beleidscyclus
Sport?
Enkele kenmerken sportsector
Diverse aanbieders
o Vrijwilligers sport en middenveld
o Publieke karakter sport en overheid
o Diensten vs goederen sport en markt
Diverse gebruikers
o Beoefenaars vs bezoekers (actieve vs passieve participatie)
o Prestatief vs participatief
o (Oorspronkelijk) dominante vs niet-dominante groepen (MIA’s, MMM’s,
MMB’s, …)
MIA mensen in armoede
Diverse organisatievormen
o Formeel/clubgeoriënteerd: (inter)nationale bonden, regionale federaties,
lokale
verenigingen
o Semiformeel/andersgeorganiseerd: extrascolair, sport light, wijksport,
bedrijfssport, …
o Informeel/niet-georganiseerd: individueel, familiaal
Diverse normen en waarden
o Intrinsieke, sportieve kenmerken/waarden:
Lichamelijke prestatie, competitie, fair-play, emotionele
verbondenheid, onvoorspelbaarheid, …
o Extrinsieke, instrumentele kenmerken/waarden:
Gezondheid, opvoeding, socialisatie, empowerment, nationalisme, …
Obesitas meer bij laag opgeleide mensen
,Wat is bepalend om van sport te kunnen spreken?
Sport: sociocultureel construct
Tijdsgeest
o Begripsverruiming
Medio 20ste eeuw: sport = jongmenselijk, competitief, in clubverband,
mannelijke deelnemers, hogere SES,(Rijsdorp, 1956)
Aha-Erlebnis
Rol overheid
Sport voor Allen
Belang gezondheid
Woonwerkverkeer met fiets = training? cfr ‘vestimentair
engagement’
E-sport?
In toekomst volwaardige sport
COVID-19: geboorte van thuissport
Subjectieve percepties
o Participant definieert zelf wat sport is
o Sociale wenselijkheid: positieve waardering sportdeelname
Geografische locatie
o Geoculturele verschillen
Scandinavische vs Mediterrane landen
Sports vs physical exercise (terminologie tss landen anders)
o Methodologische verschillen
Crossnationaal sportparticipatieonderzoek vs nationale studies
Belang van harmonisatie,
objectivering, standaardisatie
Boksen bereikt mensen die
normaal weg nr sport niet
zouden vinden
Sport = tijds-, persoons- en plaatsgebonden
Sportparticipatie afgebakkend
1. Pragmatische methode: nominatieve
opsomming bewegingsactiviteiten
(Vla sporttakkenlijst, IOC, RSO, …)
Enkele voorbeelden
Vlaamse Sportraad (2000)
“… fysieke activiteiten met
gereglementeerde organisatie en met cardiovasculair of trainingseffect die persoon in
gezonde, milieuvriendelijke, ethisch en medisch verantwoorde omstandigheden
verricht.”
Bepalend om op Vlaamse sporttakkenlijst worden opgenomen
, 2.
2. Categoriserende methode: objectieve
indeling sportactiviteiten (bv. formele
kenmerken, energieverbruik, ...)
o Solosport
o Duosport (contactsport /
slagbalsport)
o Teamsport
Gezondheidsgerelateerde criteria
(minimumintensiteit, -duur, …)
Niveau sportbeoefening (competitief vs. recreatief)
Intentionaliteit (gepland vs. niet gepland)
Twee trends:
- ‘vervrouwelijking’ genderpariteit
- ‘recreationalisering’ fitsport, funsport
Belang van ‘toevallige’ vs gestructureerde sport
3. Definiërende methode: obv bepaling of definitie (wetenschappelijk of
beleidsmatig)
Internationaal
Vlaanderen: Studie nr Bewegingsactiviteiten in Vlaanderen (SBV)
"Sporten geïnstitutionaliseerde competitieve activiteiten die krachtige fysieke
inspanning of gebruik relatief complexe fysieke vaardigheden inhouden, deelname
gemotiveerd combi persoonlijk plezier en externe beloningen." (Coakley, 1998: 19)
competitief georganiseerde zweetsport
quid pleintjesmand? Recreatief fietsen? Vrijetijdsskiën?
"Onder 'sport' alle vormen lichaamsbeweging die gericht zijn op uitdrukking
brengen of verbeteren lichamelijke fitheid en geestelijk welzijn, aangaan sociale
relaties of het behalen resultaten in competitieverband op alle niveaus." (Raad van
Europa, 2001)
incl. wandelen naar bakker, fietsen naar werk, maaien van gras, ...
Definitie van sportbeoefening conform SBV-onderzoek
Sportbeoefening = actieve deelname ruim publiek aan bewegingsactiviteiten met sportief
karakter, beoefend gedurende vrije tijd, in sportieve vrijetijdscontext en zonder louter
utilitair karakter
Actieve deelname: minimum aan lichamelijke activiteit/motorische vaardigheid
Ruim publiek: onafhankelijk geslacht, leeftijd, SES, … (democratische visie op sport)
Bewegingsactiviteiten met sportief karakter:
niet alleen club, ook anders- en niet-
georganiseerde vormen
Gedurende de vrije tijd: sport die geen arbeid,
onbetaald en plaats vindt in vrije tijd