HOOFDSTUK 1: INLEIDING JEUGDCRIMINOLOGIE
W A T IS JE U G D C R IM IN A LITE IT?
Jeugdcriminaliteit verwijst naar gedrag van jongeren (12–18 jaar) waarbij wettelijke normen worden overtreden waarop een straf staat.
® Voorbeelden: diefstal, inbraak, mishandeling, vandalisme, graffiti, brandstichting.
® Ook overtredingen zoals spijbelen of verkeersovertredingen vallen hieronder, maar de ernst varieert sterk.
® In België: Kinderen <12 jaar zijn niet strafrechtelijk verantwoordelijk, maar kunnen wél bij een jeugdrechter terechtkomen voor
heropvoedingsmaatregelen.
Juridisch kader: Strafrechtelijke onbekwaamheid = Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk vervolgd worden.
® Jeugdrechter behandelt zaken van jongeren <18 jaar. Kan geen straffen, maar maatregelen opleggen gericht op heropvoeding of
beperking van vrijheid.
V E R S C H ILLE N D E F A C E TTE N
® Criminaliteit = ernstige wetsovertredingen (geweld, zeden, inbraak, brandstichting).
® Kleine delicten = eenvoudige diefstallen, verkeersovertredingen zonder gevaar voor anderen.
® Statusdelicten = overtredingen enkel voor minderjarigen (bv. spijbelen, weglopen, alcohol- of drugsgebruik, discobezoek onder
leeftijd).
A A R D E N O M V A N G : B ELA N G R IJK STE O N TW IK K ELIN G E N E N TR E N D S
® Delicten worden gewelddadiger en daders jonger.
® Recidive (herhaling van feiten) is groot.
® Sterke stijging van feiten door kinderen jonger dan 12 jaar (+36,5% sinds 2021).
® Wijst op dieperliggende maatschappelijke problemen → nood aan preventiebeleid.
® Criminaliteit concentreert zich bij hardnekkige delictplegers (veelplegers, harde kern) en bepaalde locaties.
® Jongeren plegen delicten vaak in groep.
M IS D R IJF V S . P R O B LE M A TIS C H E O F C O M P LE XE O P V O E D IN G S S ITU A TIE
MOF (Misdrijf Omschreven Feit)
® Minderjarige pleegt strafbaar feit, bv. diefstal, drugsdeals, geweld.
® Behandeld door het jeugdparket.
® Jeugdrechter beslist over maatregelen.
® Uitzondering: zeer ernstige misdrijven of verkeersovertredingen vanaf 16 jaar → uithandengeving naar strafrechter.
VOS (Verontrustende Opvoedingssituatie)
® Jongere leeft in bedreigende omgeving → welzijn/ontwikkeling bedreigd.
® Voorbeelden: verwaarlozing, mishandeling, misbruik, spijbelen, weglopen.
® Doel = bescherming en hulpverlening, niet straf.
® Beiden vallen onder jeugdbeschermingszaken, waarbij de jeugdrechter maatregelen kan opleggen.
MOF en VOS
® Beide vallen onder jeugdbeschermingszaken.
® De jeugdrechter kan hulp of maatregelen opleggen naargelang de situatie.
o Slechts 55,1% van aangemelde zaken = misdrijf.
o Rest = problematische opvoedingssituaties (weglopen, schoolverzuim, onbuigzaamheid, …).
o Vlaanderen: vaker beroep op buitenrechtelijk circuit (= kiezen sneller voor vrijwillige hulpverlening, bemiddeling, of
maatschappelijke dienstverlening)
o Wallonië: dubbel aantal POS → mogelijk door sociaal-economische achterstand en stress in gezinnen.
Trends 2023
® Sterke stijging van MOF en VOS-zaken.
® MOF: vooral bij openbare overlast +79%, verkeer +79%, persoonsdelicten +12%, eigendomsdelicten +9%, familie/moraal +9% (bv.
naaktbeelden verspreiden).
® Drugszaken bleven stabiel.
® Over 10 jaar (2014–2023):
- Jeugdbeschermingszaken +35%
- MOF-zaken +17%
- VOS-zaken +49%
1
,JE U G D C U LTU R E N : E E N B LIK O P D E G E S C H IE D E N IS
® Jeugdculturen = groepen jongeren met een eigen stijl, waarden, muziek en gedrag.
® Ze drukken hun identiteit uit, maar worden vaak als afwijkend of bedreigend gezien.
® Beeld van jongeren verandert doorheen de tijd: soms positief, soms negatief.
® Jongeren gezien als ongehoorzaam en tuchteloos.
Begin 20ste eeuw – baldadige jeugd
® Angst voor stijgende jeugdcriminaliteit.
® Positiever beeld: jongeren als hoopvolle generatie.
1920-1930 – jeugdbewegingen ® Oprichting van jeugdbewegingen (Scouts, Chiro…).
® Maar: kloof tussen georganiseerde en marginale jeugd.
® Bezorgdheid over ongeschoolde arbeidersjongeren.
1940-1950 – massajeugd
® Jeugd gezien als maatschappelijk risico.
® Ontstaan van rebelse jeugdculturen
1950-1980 – subculturen en paniek
® Volwassenen reageren met morele paniek → meer controle en repressie.
® Beeld van jongeren schommelt tussen vertrouwen en wantrouwen.
® Reactie op jeugdculturen zegt veel over maatschappelijke angsten en normen.
2
, HOOFDSTUK 2: DE JEUGD ALS CRIMINALITEITS- EN VEILIGHEIDSPROBLEEM
LE E S O P D R A C H T: A LTH O F F , M . (2 0 0 5 ). H E T B E E LD V A N D E JE U G D A LS C R IM IN A LITE ITS- E N V E ILIG H E ID S P R O B LE E M . E E N
D IS C O U R S TH E O R E TIS C H E V E R K LA R IN G . P E D A G O G IE K , 2 5 (4 ), 2 6 2 - 2 7 8
Inleiding
De media en politiek stellen jongeren vaak voor als een veiligheids- en criminaliteitsprobleem.
® Begrijpen waarom dat zo is, en gebruikt daarvoor discourstheorie: het idee dat we de wereld begrijpen via gedeelde betekenissen
en verhalen.
Discourstheorie – wat is een discours?
Een discours is een geheel van ideeën, woorden en betekenissen die bepalen hoe we over een onderwerp KUNNEN praten.
Die betekenisstructuren:
o bepalen welke interpretaties normaal zijn
o sturen hoe we jongeren zien
o zorgen ervoor dat bepaalde beelden (bv. “jeugd = risico / probleem”) blijven bestaan
De functie van discoursen
Discoursen hebben functies voor mensen:
® Simplificatie: ze maken de wereld overzichtelijk
® Snel reageren: ze geven kant-en-klare interpretaties
® Verbergen van tegenstrijdigheden: ze bieden schijnbare duidelijkheid
® Vergemakkelijken communicatie: iedereen “snapt” dezelfde betekenis
Als zo’n interpretatie dominant is in de maatschappij, wordt die een kit die mensen en media met elkaar verbindt.
Massamedia: twee perspectieven
1. Traditioneel perspectief
® Media = een spiegel van de werkelijkheid
® Problemen in berichtgeving zijn “fouten” of “vertekeningen”
2. Discoursmatig perspectief (kritiek op het traditioneel perspectief)
® Media = constructeurs van realiteit
® Ze selecteren, kaderen en geven betekenis
® Ze zijn dus geen neutrale doorgeefluiken
® Ze versterken maatschappelijk dominante beelden over jongeren
Het beeld van de jeugd als probleem (historisch)
® Het negatieve beeld van jongeren is historisch oud
® Jeugd is door de tijd heen vaak gezien als crimineel, wild, gevaarlijk
® Dit beeld verandert amper, zelfs als echte cijfers anders zijn
® De dramatisering van jeugdculturen is geen modern fenomeen
Rol van maatschappelijke instellingen
® Media zijn niet de enige producent van betekenissen
® Maar ze hebben grote definiërende macht
® Ze werken binnen het bestaande culturele kader = Ze kunnen niet nieuwe betekenissen creëren, versterken wat er al is in het
publiek discours
Durkheim en de functie van afwijking
Durkheim stelde dat:
® “Afwijkend gedrag” helpt een samenleving om grenzen en waarden te bevestigen
® Daarom blijven negatieve beelden hardnekkig
® Deze beelden versterken ook integratie en solidariteit (wij vs. zij)
Naar positievere discoursen
Willen we jongeren echt begrijpen en eerlijk voorstellen:
o moeten media, jongerenwerkers, wetenschappers, docenten en politici
vragen naar de motivatie en betekenis van jongeren hun gedrag
o jongeren moeten worden gezien als actieve maatschappelijke actoren
o we moeten ook positieve en vernieuwende kanten van jeugdculturen erkennen
o Dit biedt kansen om betere, minder stigmatiserende beelden te maken.
3
W A T IS JE U G D C R IM IN A LITE IT?
Jeugdcriminaliteit verwijst naar gedrag van jongeren (12–18 jaar) waarbij wettelijke normen worden overtreden waarop een straf staat.
® Voorbeelden: diefstal, inbraak, mishandeling, vandalisme, graffiti, brandstichting.
® Ook overtredingen zoals spijbelen of verkeersovertredingen vallen hieronder, maar de ernst varieert sterk.
® In België: Kinderen <12 jaar zijn niet strafrechtelijk verantwoordelijk, maar kunnen wél bij een jeugdrechter terechtkomen voor
heropvoedingsmaatregelen.
Juridisch kader: Strafrechtelijke onbekwaamheid = Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk vervolgd worden.
® Jeugdrechter behandelt zaken van jongeren <18 jaar. Kan geen straffen, maar maatregelen opleggen gericht op heropvoeding of
beperking van vrijheid.
V E R S C H ILLE N D E F A C E TTE N
® Criminaliteit = ernstige wetsovertredingen (geweld, zeden, inbraak, brandstichting).
® Kleine delicten = eenvoudige diefstallen, verkeersovertredingen zonder gevaar voor anderen.
® Statusdelicten = overtredingen enkel voor minderjarigen (bv. spijbelen, weglopen, alcohol- of drugsgebruik, discobezoek onder
leeftijd).
A A R D E N O M V A N G : B ELA N G R IJK STE O N TW IK K ELIN G E N E N TR E N D S
® Delicten worden gewelddadiger en daders jonger.
® Recidive (herhaling van feiten) is groot.
® Sterke stijging van feiten door kinderen jonger dan 12 jaar (+36,5% sinds 2021).
® Wijst op dieperliggende maatschappelijke problemen → nood aan preventiebeleid.
® Criminaliteit concentreert zich bij hardnekkige delictplegers (veelplegers, harde kern) en bepaalde locaties.
® Jongeren plegen delicten vaak in groep.
M IS D R IJF V S . P R O B LE M A TIS C H E O F C O M P LE XE O P V O E D IN G S S ITU A TIE
MOF (Misdrijf Omschreven Feit)
® Minderjarige pleegt strafbaar feit, bv. diefstal, drugsdeals, geweld.
® Behandeld door het jeugdparket.
® Jeugdrechter beslist over maatregelen.
® Uitzondering: zeer ernstige misdrijven of verkeersovertredingen vanaf 16 jaar → uithandengeving naar strafrechter.
VOS (Verontrustende Opvoedingssituatie)
® Jongere leeft in bedreigende omgeving → welzijn/ontwikkeling bedreigd.
® Voorbeelden: verwaarlozing, mishandeling, misbruik, spijbelen, weglopen.
® Doel = bescherming en hulpverlening, niet straf.
® Beiden vallen onder jeugdbeschermingszaken, waarbij de jeugdrechter maatregelen kan opleggen.
MOF en VOS
® Beide vallen onder jeugdbeschermingszaken.
® De jeugdrechter kan hulp of maatregelen opleggen naargelang de situatie.
o Slechts 55,1% van aangemelde zaken = misdrijf.
o Rest = problematische opvoedingssituaties (weglopen, schoolverzuim, onbuigzaamheid, …).
o Vlaanderen: vaker beroep op buitenrechtelijk circuit (= kiezen sneller voor vrijwillige hulpverlening, bemiddeling, of
maatschappelijke dienstverlening)
o Wallonië: dubbel aantal POS → mogelijk door sociaal-economische achterstand en stress in gezinnen.
Trends 2023
® Sterke stijging van MOF en VOS-zaken.
® MOF: vooral bij openbare overlast +79%, verkeer +79%, persoonsdelicten +12%, eigendomsdelicten +9%, familie/moraal +9% (bv.
naaktbeelden verspreiden).
® Drugszaken bleven stabiel.
® Over 10 jaar (2014–2023):
- Jeugdbeschermingszaken +35%
- MOF-zaken +17%
- VOS-zaken +49%
1
,JE U G D C U LTU R E N : E E N B LIK O P D E G E S C H IE D E N IS
® Jeugdculturen = groepen jongeren met een eigen stijl, waarden, muziek en gedrag.
® Ze drukken hun identiteit uit, maar worden vaak als afwijkend of bedreigend gezien.
® Beeld van jongeren verandert doorheen de tijd: soms positief, soms negatief.
® Jongeren gezien als ongehoorzaam en tuchteloos.
Begin 20ste eeuw – baldadige jeugd
® Angst voor stijgende jeugdcriminaliteit.
® Positiever beeld: jongeren als hoopvolle generatie.
1920-1930 – jeugdbewegingen ® Oprichting van jeugdbewegingen (Scouts, Chiro…).
® Maar: kloof tussen georganiseerde en marginale jeugd.
® Bezorgdheid over ongeschoolde arbeidersjongeren.
1940-1950 – massajeugd
® Jeugd gezien als maatschappelijk risico.
® Ontstaan van rebelse jeugdculturen
1950-1980 – subculturen en paniek
® Volwassenen reageren met morele paniek → meer controle en repressie.
® Beeld van jongeren schommelt tussen vertrouwen en wantrouwen.
® Reactie op jeugdculturen zegt veel over maatschappelijke angsten en normen.
2
, HOOFDSTUK 2: DE JEUGD ALS CRIMINALITEITS- EN VEILIGHEIDSPROBLEEM
LE E S O P D R A C H T: A LTH O F F , M . (2 0 0 5 ). H E T B E E LD V A N D E JE U G D A LS C R IM IN A LITE ITS- E N V E ILIG H E ID S P R O B LE E M . E E N
D IS C O U R S TH E O R E TIS C H E V E R K LA R IN G . P E D A G O G IE K , 2 5 (4 ), 2 6 2 - 2 7 8
Inleiding
De media en politiek stellen jongeren vaak voor als een veiligheids- en criminaliteitsprobleem.
® Begrijpen waarom dat zo is, en gebruikt daarvoor discourstheorie: het idee dat we de wereld begrijpen via gedeelde betekenissen
en verhalen.
Discourstheorie – wat is een discours?
Een discours is een geheel van ideeën, woorden en betekenissen die bepalen hoe we over een onderwerp KUNNEN praten.
Die betekenisstructuren:
o bepalen welke interpretaties normaal zijn
o sturen hoe we jongeren zien
o zorgen ervoor dat bepaalde beelden (bv. “jeugd = risico / probleem”) blijven bestaan
De functie van discoursen
Discoursen hebben functies voor mensen:
® Simplificatie: ze maken de wereld overzichtelijk
® Snel reageren: ze geven kant-en-klare interpretaties
® Verbergen van tegenstrijdigheden: ze bieden schijnbare duidelijkheid
® Vergemakkelijken communicatie: iedereen “snapt” dezelfde betekenis
Als zo’n interpretatie dominant is in de maatschappij, wordt die een kit die mensen en media met elkaar verbindt.
Massamedia: twee perspectieven
1. Traditioneel perspectief
® Media = een spiegel van de werkelijkheid
® Problemen in berichtgeving zijn “fouten” of “vertekeningen”
2. Discoursmatig perspectief (kritiek op het traditioneel perspectief)
® Media = constructeurs van realiteit
® Ze selecteren, kaderen en geven betekenis
® Ze zijn dus geen neutrale doorgeefluiken
® Ze versterken maatschappelijk dominante beelden over jongeren
Het beeld van de jeugd als probleem (historisch)
® Het negatieve beeld van jongeren is historisch oud
® Jeugd is door de tijd heen vaak gezien als crimineel, wild, gevaarlijk
® Dit beeld verandert amper, zelfs als echte cijfers anders zijn
® De dramatisering van jeugdculturen is geen modern fenomeen
Rol van maatschappelijke instellingen
® Media zijn niet de enige producent van betekenissen
® Maar ze hebben grote definiërende macht
® Ze werken binnen het bestaande culturele kader = Ze kunnen niet nieuwe betekenissen creëren, versterken wat er al is in het
publiek discours
Durkheim en de functie van afwijking
Durkheim stelde dat:
® “Afwijkend gedrag” helpt een samenleving om grenzen en waarden te bevestigen
® Daarom blijven negatieve beelden hardnekkig
® Deze beelden versterken ook integratie en solidariteit (wij vs. zij)
Naar positievere discoursen
Willen we jongeren echt begrijpen en eerlijk voorstellen:
o moeten media, jongerenwerkers, wetenschappers, docenten en politici
vragen naar de motivatie en betekenis van jongeren hun gedrag
o jongeren moeten worden gezien als actieve maatschappelijke actoren
o we moeten ook positieve en vernieuwende kanten van jeugdculturen erkennen
o Dit biedt kansen om betere, minder stigmatiserende beelden te maken.
3