Cursus Klinische hematologie
• Inleiding: welke organen/weefsels onderzoeken we in de hematologie & hoe?
• Afwijkende bloedwaarden en hun aanpak/DD
o RBC
o Bloedplaatjes
o WBC
o Combinaties: bicytopenie, pancytopenie
• Ziekten van bloed en bloedvormende organen
o Beenmergfalen
o Myeloproliferatieve aandoeningen
o Chronische lymfatische leukemie
o Lymfomen
o Multiplel myeloma
o Acute leukemie
• Transfusie en cellulaire therapieën
• Integratie van genetica van kanker doorheen de cursus
Deel1: hematopoëtische stelsel en zijn onderzoek
Deel I: Perifeer bloed
RBC/erythrocyt
RBC wordt in rijping steeds kleiner en stoot zijn kern uit. RNA zal langzaam ook slijten en verdwijnen uit cel.
Levensduur: 120d
- Normoblast = voorlopercel RBC, heeft nog DNA – RNA in zijn kern, kleurt daardoor meer basofiel,
enkel in het beenmerg. Soms verdwaling naar bloed
- Reticulocyt = normoblast die kern heeft uitgestoten, jonge RBC
- Erytrocyt = volwassen RBC
RBC vol met hemoglobine Hb, tetrameer van 4 globineketens met centrale heemgroep.
Heem = protoporfyrinering met centraal Fe²+ → de locatie waar zuurstof bindt.
Bouwstenen Hb: globineketens + Fe²+ + protoporfyrine
→ 3 soorten afwijkingen die leiden tot anemie:
Ijzertekort – probleem met productie globineketens thalassemie)
– porfyrinesynthese verhinderd (lood, aangeboren)
,Bloedplaatjes/thrombocyten
Functie: primaire hemostase
Merk op: op examen altijd normaalwaardes gegeven.
WBC/leukocyten
,WBC = verzamelnaam van verschillende celtypes
- Granulocyt = cel vol granules, allemaal zeer korte verblijfsduur in het bloed!
o Neutrofiel = neutraal aankleurende korrels, niet goed zichtbaar + gelobde kern
o Eosinofiel = korrels kleuren eosinofiel (roze), zeldzaam in het perifeer bloed
o Basofiel = basofiele korrels vol vaso-actieve mediatoren
- Lymofocyten; soorten niet te onderscheiden van elkaar onder microscoop, daar is flowcytometrie voor
nodig. Dragers van het immunologisch geheugen, dus verblijf in bloedbaan is lang.
o T = cellulaire immuniteit
o B = humorale immuniteit
o NKC
- Monocyten: professionele fagocyten + kunnen uitrijpen tot diverse gespecialiseerde cellen.
Verblijven niet zo lang in het bloed, zitten vooral in onze weefsels. Vuildienst & voorlopers
Bv. dendritische cellen die APC doen
Bv. kupfercellen in lever
Bv. alveolaire macrofagen in long
Bv. astrocyten in hersenen
Deel II: Beenmerg: locatie hematopoëse
1ste onderzoek = labo
MAAR kijkt enkel naar afgewerkte producten. Fout in productielijn? Kijk naar beenmerg!
Vanaf 4-5maanden! Want enkel bij volwassenen gebeurt bloedvorming hier.
Locatie bloedvorming
• Foetaal
o Dooierzak
o Dan lever & milt
o Dan beenmerg
• Postnataal
o Vanaf 4-5maanden enkel in beenmerg
o Zuigeling → alle mergruimtes ingenomen, bloedvorming in volledig skelet
o Volwassene → beenmergholtes in axiaal skelet & proximaal tubulaire beenderen
(!) in pathologische condities kan opnieuw extramedullaire HP ontstaan in lever/milt wat leidt
tot hepato- of splenomegalie.
Merk op: HP = zeer actief gebeuren met extreme regeneratieve capaciteit! Geen enkel weefsel dat heel ons
leven zo actief blijft delen.
, Hematopoëtische stamboom
- CLP = commited lymphoïd precursor → lymfocyten
- CMP = commited myeloid precursor → RBC – BP – granulocyten – macrofagen
- GMP = granulocytaire monocytaire precursor
- MEP = megakaryocytaire erythrocytaire precursor
- MkP = megakaryocytaire precursos
- ErP = erytrocytaire precursor
- HSC
o Pluripotent
o Op specifieke plekken in beenmerg aanwezig, afgeschermd van toxische invloeden. ‘Niches’
o In staat tot asymmetrische deling: 1 cel regenereert & 1 cel zal differentiëren. 1ste cel zorgt voor
celrenewal. Die 2de cel zal aanvankelijk vooral veel delen en later meer & meer differentiëren.
o Grotendeels slapende stamcelpool
o Nog geen lineage-merkers (merkers voor RBC, lymfocyt…)
▪ CD34+
▪ CD38-
Aanvankelijk vooral fase van deling waarbij
multipotente progenitor cellen enorm toenemen,
zij kunnen nog zo goed als alles worden. Pas na
verloop van tijd ook differentiatie.
➢ Postmitotische cellen: mature bloedelementen die in perifere weefsels niet meer kunnen delen
RBC – BP – granulocyt <-> T & B cellen die nog AG-naïeve lymfocyten zijn na aanmaak. Pas na
confrontatie met antigen zal er klonale expansie ontstaan!
• Inleiding: welke organen/weefsels onderzoeken we in de hematologie & hoe?
• Afwijkende bloedwaarden en hun aanpak/DD
o RBC
o Bloedplaatjes
o WBC
o Combinaties: bicytopenie, pancytopenie
• Ziekten van bloed en bloedvormende organen
o Beenmergfalen
o Myeloproliferatieve aandoeningen
o Chronische lymfatische leukemie
o Lymfomen
o Multiplel myeloma
o Acute leukemie
• Transfusie en cellulaire therapieën
• Integratie van genetica van kanker doorheen de cursus
Deel1: hematopoëtische stelsel en zijn onderzoek
Deel I: Perifeer bloed
RBC/erythrocyt
RBC wordt in rijping steeds kleiner en stoot zijn kern uit. RNA zal langzaam ook slijten en verdwijnen uit cel.
Levensduur: 120d
- Normoblast = voorlopercel RBC, heeft nog DNA – RNA in zijn kern, kleurt daardoor meer basofiel,
enkel in het beenmerg. Soms verdwaling naar bloed
- Reticulocyt = normoblast die kern heeft uitgestoten, jonge RBC
- Erytrocyt = volwassen RBC
RBC vol met hemoglobine Hb, tetrameer van 4 globineketens met centrale heemgroep.
Heem = protoporfyrinering met centraal Fe²+ → de locatie waar zuurstof bindt.
Bouwstenen Hb: globineketens + Fe²+ + protoporfyrine
→ 3 soorten afwijkingen die leiden tot anemie:
Ijzertekort – probleem met productie globineketens thalassemie)
– porfyrinesynthese verhinderd (lood, aangeboren)
,Bloedplaatjes/thrombocyten
Functie: primaire hemostase
Merk op: op examen altijd normaalwaardes gegeven.
WBC/leukocyten
,WBC = verzamelnaam van verschillende celtypes
- Granulocyt = cel vol granules, allemaal zeer korte verblijfsduur in het bloed!
o Neutrofiel = neutraal aankleurende korrels, niet goed zichtbaar + gelobde kern
o Eosinofiel = korrels kleuren eosinofiel (roze), zeldzaam in het perifeer bloed
o Basofiel = basofiele korrels vol vaso-actieve mediatoren
- Lymofocyten; soorten niet te onderscheiden van elkaar onder microscoop, daar is flowcytometrie voor
nodig. Dragers van het immunologisch geheugen, dus verblijf in bloedbaan is lang.
o T = cellulaire immuniteit
o B = humorale immuniteit
o NKC
- Monocyten: professionele fagocyten + kunnen uitrijpen tot diverse gespecialiseerde cellen.
Verblijven niet zo lang in het bloed, zitten vooral in onze weefsels. Vuildienst & voorlopers
Bv. dendritische cellen die APC doen
Bv. kupfercellen in lever
Bv. alveolaire macrofagen in long
Bv. astrocyten in hersenen
Deel II: Beenmerg: locatie hematopoëse
1ste onderzoek = labo
MAAR kijkt enkel naar afgewerkte producten. Fout in productielijn? Kijk naar beenmerg!
Vanaf 4-5maanden! Want enkel bij volwassenen gebeurt bloedvorming hier.
Locatie bloedvorming
• Foetaal
o Dooierzak
o Dan lever & milt
o Dan beenmerg
• Postnataal
o Vanaf 4-5maanden enkel in beenmerg
o Zuigeling → alle mergruimtes ingenomen, bloedvorming in volledig skelet
o Volwassene → beenmergholtes in axiaal skelet & proximaal tubulaire beenderen
(!) in pathologische condities kan opnieuw extramedullaire HP ontstaan in lever/milt wat leidt
tot hepato- of splenomegalie.
Merk op: HP = zeer actief gebeuren met extreme regeneratieve capaciteit! Geen enkel weefsel dat heel ons
leven zo actief blijft delen.
, Hematopoëtische stamboom
- CLP = commited lymphoïd precursor → lymfocyten
- CMP = commited myeloid precursor → RBC – BP – granulocyten – macrofagen
- GMP = granulocytaire monocytaire precursor
- MEP = megakaryocytaire erythrocytaire precursor
- MkP = megakaryocytaire precursos
- ErP = erytrocytaire precursor
- HSC
o Pluripotent
o Op specifieke plekken in beenmerg aanwezig, afgeschermd van toxische invloeden. ‘Niches’
o In staat tot asymmetrische deling: 1 cel regenereert & 1 cel zal differentiëren. 1ste cel zorgt voor
celrenewal. Die 2de cel zal aanvankelijk vooral veel delen en later meer & meer differentiëren.
o Grotendeels slapende stamcelpool
o Nog geen lineage-merkers (merkers voor RBC, lymfocyt…)
▪ CD34+
▪ CD38-
Aanvankelijk vooral fase van deling waarbij
multipotente progenitor cellen enorm toenemen,
zij kunnen nog zo goed als alles worden. Pas na
verloop van tijd ook differentiatie.
➢ Postmitotische cellen: mature bloedelementen die in perifere weefsels niet meer kunnen delen
RBC – BP – granulocyt <-> T & B cellen die nog AG-naïeve lymfocyten zijn na aanmaak. Pas na
confrontatie met antigen zal er klonale expansie ontstaan!