Tijd en samenleving
Ordenen van tijd en verleden
1 Tijd
2 Hoe gaan kinderen om met tijd?
2.1 3 à 4 jaar
Ze hebben besef van ruimte. Ze kunnen nog niet zoveel afstand nemen dat ze in staat
zijn te vertellen wat eerst komt en wat later.
Het weergeven van een bepaalde opeenvolging in de tijd is bovendien voor jonge
kinderen heel moeilijk.
Ze hebben een erg subjectieve tijdsbeleving: gevoelens in relatie tot tijd
2.2 4 jaar
Ze krijgen inzicht in de volgorde van gebeurtenissen op een dag. Ze beseffen dat tijd
met de klok te maken heeft, maar kloklezen is nog moeilijk. Net zoals de tijdsduur.
Ze gaan hun eigen ervaringen koppelen aan het objectieve tijdskader van de wereld
om hen heen.
,2.3 Zeven à acht jaar
Ze maken op een correcte manier gebruik van tijdsuitdrukkingen. Ze leren tijd aflezen
van de klok. Toch zijn ze nog sterk op het heden georiënteerd. Ze hebben interesse in
de historische tijd en die groeit.
2.4 Negen jaar
Er ontstaat een historisch bewustzijn en een objectief tijdschema: tijd bestaat uit
verleden, heden en toekomst.
2.5 Twaalf jaar
Ze begrijpen dat de tijd een geschiedenis heeft met een opeenvolging van
gebeurtenissen.
2.6 Samengevat
Drie stappen op welke manier kinderen omgaan met tijd:
1. Ze maken gebruik van tijdsbegrippen
2. Ze beseffen dat tijd een cyclisch karakter heeft
3. Ze ontdekken gaandeweg het lineaire karakter van tijd
3 Tijdsbegrippen
Decennium
10 jaar
Generatie
30 – 35 jaar
Eeuw
100 jaar
Millennium
1000 jaar
4 Periodisering van tijd
Opdelen van de geschiedenis in periodes
Het nut van periodisering
Ze komen geleidelijk tot historisch bewustzijn
, Ze kweken historisch tijdsbesef: lineair evolueren van tijd
Het schept structuur
4.1 Wetenschappelijke periodisering
Het wordt algemeen aanvaard, met enige discussie over de overgangen tussen
tijdvakken. De gebruikelijke indeling omvat zeven periodes:
Prehistorie 2,5 miljoen jaar geleden – 3500 v.C
Oude nabije 3500 v.C – 800 v.C
oosten
Klassieke 800 v.C – 500
oudheid
Middeleeuwen 500 – 1450/1500
Vroegmoderne 1450/1500 – 1750/1800
tijd
Moderne tijd 1750 – 1945
Hedendaagse 1945 - …
tijd
Er bestaan alternatieven periodisering
Acien régime: middeleeuwen + vroegmoderne tijd
Scharniereeuw: 1750 – 1850
Hobsbawm: lange 19de eeuw en korte 20ste eeuw
Een andere benadering is de indeling op basis van maatschappijvormen
Nomadische samenleving
Agrarische samenleving
Industriële samenleving
Postindustriële samenleving
4.2 Periodisering in de leerplannen
Dit zijn tijdperiodes volgens de leerplannen. We verwijzen ook naar:
Hoe leefden de mensen
Materiële, sociale, culturele en politieke omstandigheden
Samenhang van tijd en samenleving
Prehistorie/ … tot 500
oudheid
Middeleeuwen 500 – 1500
Nieuwe tijd 1500 – onze tijd
Onze tijd
, Historische fenomenen situeren in een historisch
referentiekader
1 Wat zijn historische fenomenen
Dit zijn elementen uit de geschiedenis zoals personen, plaatsen, gebeurtenissen,
ontwikkelingen die thuishoren in een welbepaalde historische context.
2 Wat is een historisch referentiekader
Dit is een raster van waaruit we het verleden benaderen. Het bestaat uit verschillende
delen om het verleden in te delen. De belangrijkste componenten zijn tijd, ruimte en
domeinen van socialiteit.
De keuzes voor het maken van dit kader zijn het continue voorwerp van discussie en
reflectie. En het beidt structuur.
3 Onderdelen van het historische referentiekader
3.1 Tijd
De indeling van de historische periodes of tijdvakken op een chronologische wijze.
3.2 Ruimte
Geografische gebied waarin de bestudeerde cultuur of culturen uit het verleden actief
waren.
3.3 Domeinen van de socialiteit
Menselijk handelen en types van maatschappelijke activiteit
Politiek
Hoe het ‘samen leven’ georganiseerd is.
Ordenen van tijd en verleden
1 Tijd
2 Hoe gaan kinderen om met tijd?
2.1 3 à 4 jaar
Ze hebben besef van ruimte. Ze kunnen nog niet zoveel afstand nemen dat ze in staat
zijn te vertellen wat eerst komt en wat later.
Het weergeven van een bepaalde opeenvolging in de tijd is bovendien voor jonge
kinderen heel moeilijk.
Ze hebben een erg subjectieve tijdsbeleving: gevoelens in relatie tot tijd
2.2 4 jaar
Ze krijgen inzicht in de volgorde van gebeurtenissen op een dag. Ze beseffen dat tijd
met de klok te maken heeft, maar kloklezen is nog moeilijk. Net zoals de tijdsduur.
Ze gaan hun eigen ervaringen koppelen aan het objectieve tijdskader van de wereld
om hen heen.
,2.3 Zeven à acht jaar
Ze maken op een correcte manier gebruik van tijdsuitdrukkingen. Ze leren tijd aflezen
van de klok. Toch zijn ze nog sterk op het heden georiënteerd. Ze hebben interesse in
de historische tijd en die groeit.
2.4 Negen jaar
Er ontstaat een historisch bewustzijn en een objectief tijdschema: tijd bestaat uit
verleden, heden en toekomst.
2.5 Twaalf jaar
Ze begrijpen dat de tijd een geschiedenis heeft met een opeenvolging van
gebeurtenissen.
2.6 Samengevat
Drie stappen op welke manier kinderen omgaan met tijd:
1. Ze maken gebruik van tijdsbegrippen
2. Ze beseffen dat tijd een cyclisch karakter heeft
3. Ze ontdekken gaandeweg het lineaire karakter van tijd
3 Tijdsbegrippen
Decennium
10 jaar
Generatie
30 – 35 jaar
Eeuw
100 jaar
Millennium
1000 jaar
4 Periodisering van tijd
Opdelen van de geschiedenis in periodes
Het nut van periodisering
Ze komen geleidelijk tot historisch bewustzijn
, Ze kweken historisch tijdsbesef: lineair evolueren van tijd
Het schept structuur
4.1 Wetenschappelijke periodisering
Het wordt algemeen aanvaard, met enige discussie over de overgangen tussen
tijdvakken. De gebruikelijke indeling omvat zeven periodes:
Prehistorie 2,5 miljoen jaar geleden – 3500 v.C
Oude nabije 3500 v.C – 800 v.C
oosten
Klassieke 800 v.C – 500
oudheid
Middeleeuwen 500 – 1450/1500
Vroegmoderne 1450/1500 – 1750/1800
tijd
Moderne tijd 1750 – 1945
Hedendaagse 1945 - …
tijd
Er bestaan alternatieven periodisering
Acien régime: middeleeuwen + vroegmoderne tijd
Scharniereeuw: 1750 – 1850
Hobsbawm: lange 19de eeuw en korte 20ste eeuw
Een andere benadering is de indeling op basis van maatschappijvormen
Nomadische samenleving
Agrarische samenleving
Industriële samenleving
Postindustriële samenleving
4.2 Periodisering in de leerplannen
Dit zijn tijdperiodes volgens de leerplannen. We verwijzen ook naar:
Hoe leefden de mensen
Materiële, sociale, culturele en politieke omstandigheden
Samenhang van tijd en samenleving
Prehistorie/ … tot 500
oudheid
Middeleeuwen 500 – 1500
Nieuwe tijd 1500 – onze tijd
Onze tijd
, Historische fenomenen situeren in een historisch
referentiekader
1 Wat zijn historische fenomenen
Dit zijn elementen uit de geschiedenis zoals personen, plaatsen, gebeurtenissen,
ontwikkelingen die thuishoren in een welbepaalde historische context.
2 Wat is een historisch referentiekader
Dit is een raster van waaruit we het verleden benaderen. Het bestaat uit verschillende
delen om het verleden in te delen. De belangrijkste componenten zijn tijd, ruimte en
domeinen van socialiteit.
De keuzes voor het maken van dit kader zijn het continue voorwerp van discussie en
reflectie. En het beidt structuur.
3 Onderdelen van het historische referentiekader
3.1 Tijd
De indeling van de historische periodes of tijdvakken op een chronologische wijze.
3.2 Ruimte
Geografische gebied waarin de bestudeerde cultuur of culturen uit het verleden actief
waren.
3.3 Domeinen van de socialiteit
Menselijk handelen en types van maatschappelijke activiteit
Politiek
Hoe het ‘samen leven’ georganiseerd is.