Psychologie van de individuele verschillen – Deel 2: Persoonlijkheid
HOOFSTUK 1: INLEIDING
1. DIFFERENTIELE PSYCHOLOGIE / PSYCHOLOGIE VAN INDIVIDUELE VERSCHILLEN
- Differentiele psychologie is een andere/oude naam voor psychologie van de individuele
verschillen
- Fysieke kenmerken kunnen verschillen van elkaar, zo kunnen ook de psychologische kenmerken
verschillen
o Elk mens is fysiek uniek, maar ook psychologisch kenmerken is uniek bij iedereen:
Hoe je reageert op gevaren, wat je hebt meegemaakt in je leven dat je gevormd
heeft tot de persoon die je nu hebt
- Psychologie van verschillen
(vooral) tussen mensen (tussen individuen, tussen mannen en vrouwen, tussen groepen,…)
Er wordt nagegaan hoe groepen van elkaar verschillen
o Bv. verschillen tussen culturen, verschillen tussen landen, hoe gaat een groep
twintigers om met stress vs hoe gaan veertigers om met stress
(maar ook bijkomend) binnen mensen (over de tijd, in verschillende situaties, en hoe dit
anders kan zijn voor verschillende personen)
Er wordt nagegaan hoe mensen van zichzelf kunnen verschillen in verschillende
situaties
o Vorig jaar in deel 1: er is een onderzoek gedaan die gaat kijken hoe zeer mensen
verschillen van zichzelf van de ene situatie tot de andere
In sommige situaties is iemand heel introvert en verlegen, in een andere situatie
is iemand heel extravert en zelfverzekerd
De mate waarin mensen van zichzelf verschillen is bijna even groot dan de mate
waarin mensen van elkaar verschillen
- Er zijn 2 grote deeldomeinen:
Persoonlijkheid gaat over de manier waarop mensen reageren en interageren met hun
omgeving, hoe ze hun omgeving vormgeven
1. Intelligentie, cognitief functioneren
2. Persoonlijkheid
°bv. karakter, emoties
1.1 KORTE HERHALING
- 2 grote visies op persoonlijkheid
1. Trekvisie
Nomothetische (je kan het toepassen op iedereen) trekvisie: gaat ervan uit dat mensen
verschillen in demensies op onzichtbare persoonlijkheidsdimensies
o Mensen hebben een plek op die trek en die positie bepaald uw gedrag
o Zorgt ervoor dat mensen redelijk stabiel zijn in hun gedrag omdat je die trek overal
met je meeneemt
Tegenovergesteld: idiografisch (gaat over 1 iemand)
o Individuele verschillen
2. Interactionistische visie
Het gedrag is in functie van de eigenschappen en die situatie die zich voordoet
1.1.1 PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE – TREKVISIE
- Nomothetische trekconcept: 3 cruciale eigenschappen:
1. Trekken zijn interne, stabiele eigenschappen van een individu die deze van moment tot
moment, situatie tot situatie met zich meedraagt
Een trek is een tijdelijke eigenschap, maar is iets dat de persoon altijd meedraagt,
geven aanleiding tot consistent patroon van gedrag
°bv. haarkleur en haarsnit, agressie vs. Mening
°bv. als je extravert bent ga je makkelijk kunnen babbelen, snel vrienden kunnen maken,
…
2. Trekken zijn causaal: ze verklaren het gedrag van het individu
De interne eigenschappen beïnvloeden, bepalen gedrag
°bv. extraversie
, 3. Trekken nemen de vorm aan van (hypothetische) dimensies waarop mensen verschillende
plaatsen kunnen innemen
- Er is bewezen dat er dimensies zijn (alle verschillende psychologische eigenschappen zijn op
ene dimensie want sommige hebben veel van iets, sommige weinig van iets)
Het vormt een normaalverdeling: dit wil zeggen dat de meeste vragen van de bevolking
rond het midden zitten
- Belangrijkste implicaties:
1. Hoofdeffect van persoon is belangrijkste manier om individuele verschillen in
persoonlijkheid, gedrag op te vatten
2. Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge consistentie
Type A: constitentie = cross-temporele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar hetzelfde gedrag in dezelfde situatie
o Er worden verschillen geobserveerd bij mensen in een situatie, volgende week wordt
er opnieuw gekeken naar het gedrag van dezelfde mensen in dezelfde situatie
Type B: cross-situationele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar hetzelfde gedrag in andere situaties
o Er wordt bv in de les gekeken hoeveel woorden je uitspreekt en er wordt ook
gekeken in een andere situatie (fakbar) gekeken of diezelfde mensen daar evenveel
praten
Type C: cross-uitingsstabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar ander gedrag in dezelfde situatie
o Je gaat ervan uit dat verschillende uitingen van bv extraversie gaat samenhangen
met andere uitingen (veel babbelen en expressief spreken)
o Je gaat verwachten dat iemand met een bepaalde uiting ook de bijhorende uitingen
van die eigenschap zal vertonen
Type D: predictie van concreet gedrag op basis van trekscores
o Kijken naar ander gedrag in andere situaties
o Zijn de mensen die vaal praten in de les, zijn de mensen die heel gesticulair op café
o De mate van persoonlijkheidstrekscores komen individuele verschillen in de ene
situatie overeen met een andere uiting en een andere situatie
o Ze voorspellen gedrag
Voorbeeld:
- Bijvoorbeeld: individuele verschillen in stressgevoeligheid tussen Jan en
An:
An is gevoeliger voor stress dan Jan
HE van de persoon + individuele verschillen zijn constistent: An
> Jan
Ook HE van de situatie: date > ruzie > tandarts
o Dit wordt niet tegengesproken door trekpsychologie, maar is niet direct relevant
voor individuele verschillen
1.1.2 PERSOONLIJKHEIDSPSYHOLOGIE – INTRACIONISTISCHE VISIE
- Cruciale assumpties:
1. Persoonlijkheid is een systeem van processen dat iemands reactie op een concrete situatie
bepaalt
2. Omdat bepaalde situaties bij een bepaald persoon andere processen kunnen ontlokken, is
iemands gedrag een functie van de interactie tussen persoon en omgeving
3. De uitkomst hiervan is dat persoonlijkheid kan beschreven worden in termen van als
(bepaalde situatie) dan (bepaald gedrag) gedragshandtekeningen
Persoonlijkheid moet je beschrijven als-dan patronen: als jij een grote groep moet
spreken dan ben je zenuwachtig, maar als je moet bungeejumpen dan ben je helemaal
niet zenuwachtig
o Als een bepaalde situatie zich voordoet dan jij daar zo op reageren
- Bijvoorbeeld
, Individuele verschillen in de trek stressgevoeligheid tussen Jan
en An in verschillende situaties:
o Interactionisme zegt dat werkelijkheid er eerder zo uitziet:
HE van de persoon? Misschien is An>Jan gemiddeld
genomen, maar individuele verschillen zijn niet
consistent over situaties!
Grotere bijdrage van interactie tussen P en S: verschil
tussen An en Jan hangt af van situatie
Ook HE van de situatie: dit wordt niet tegengesproken door interactionisme,
maar is niet direct relevent voor individuele verschillen
o Er is duidelijk interactie in die figuur: het is afhnkelijk van in welke situatie het
voorkomt
o Er is een duidelijk interactie-effect tussen situatie en personen
Er kan wel gezegd worden dat er een hoofdeffect is: An ervaart gemiddeld meer
stress
- Belangrijkste implicaties
1. Interactie tussen persoon en situatie is de belangrijkste manier om individuele verschillen in
persoonlijkheid, gedrag op te vatten
2. Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge:
Type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
MAAR door relatief lage:
Type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
Type C consistentie = cross-uitingsstabiliteit van individuele verschillen in gedrag
Type D consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van trekscores
1.1.3 WIE HEEFT GELIJK?
1. De ene kant: trekken zijn relatief cross-temporeel consistent
Er zijn conistente individuele verschillen in algemene gedragstendenzen
Deze verschillen voorspellen ook belangijke levensoutcomes
2. Aan de andere kant:
Concreet gedrag is weinig consitent van situatie tot situatie
Concrete gedragsuitingen correleren ook niet sterk onderling
En worden slechts in beperkte mate voorspeld door trekken
- CONCLUSIE:
Mensen worden gekenmerkt door (individuele verschillen in) algemene gedragstendenzen
Deze gedragstendenzen zijn relatief stabiel, en hebben een voorspellende kracht voor
levensoutcomes
MAAR ze zijn weinig informatief voor de predictie van concreet gedrag omdat dergelijk
gedrag mede bepaald wordt in interactie met de specifieke situatie
1.2 HEDENDAAGS PERSOONLIJKHEIDONDERZOEK
1. Trekvisie domineert
Wijd verspreidde empirische theorie van structuur van persoonlijkheid (Big Five, Hexaco)
Big Five een dominerende theorie als het gaat over individuele verschillen
Consistent theoretisch kader geeft mogelijkheid tot comulatieve wetenschap
Makkelijk te onderzoeken (eenvoudige trekvragenlijsten)
2. Interactionisme
Assumpties worden nochtans algemeen aanvaard, maar moeilijker te onderzoeken
Gebrek aan omvattende theorie van persoonlijkheid die de voornaamste processen en
structuren met naam noemt
, HOOFDSTUK 2: GENEN EN PERSOONLIJKHEID - GEDRAGSGENETICA
- Er wordt gestart met verschillende benaderingen
De start zijn de meer biologisch geinspireerde benaderingen – gedragsgenetica
1. INLEIDING
- Onderzoek vann Nancy Segal, 2007
2 identieke tweelingen werden gescheiden bij de geboorte, rond de leeftijd van 40 jaar
hebben ze terug contact opgezocht
Er waren nog enkele opvallende gelijkenissen
o Gewicht, lengte, uitzicht
o Zelfde job (sheriff)
o Twee keer getrouwd, vrouwen, zoons hebben dezelfde naam
o Rookten zelfde sigaretten, dronken zelfde bier, beten vingernagels
Verschillen: de enen meer adhoc verbaal, de andere beter in schrijven, haar lag anders
- Recent voorbeeld: Ano en Tako uit Georgië
Gescheiden bij geboorte en werden apart opgegeven voor adoptie
Via TikTok kwam Ano Tako op het spoor
Ook zij hebben opvallende gelijkenissen in interesses en persoonlijkheid
Toeval, of niet? Welke rol spelen genetische factoren?!
1.1 HET MENSELIJK GENOOM
- “genoom” verwijst naar de hele verzameling genen dat een organisme
bezit
- Bestaat uit DNA of DesoxyriboNucluïneZuur: dubbele helix opgebouwd uit
nucleotiden van:
Fosfaatgroep (zuur)
Suikers (desoxyribose),
4 soorten basen (Adenine-Thymine, en Guanine-Cytosine)
- Gen bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden die kunnen
coderen voor een specifiek proteïne of eigenschap
Gen staat in voor een bepaald element voor functies of
kenmerken van/in het lichaam
Bouw lichaam en functies
Aanleg voor bepaalde aandoeningen
Rol in psychologische eigenschappen
- Menselijk genoom bevat 20 000 – 25 000 genen op 23 paar
chromosomen
elke persoon heeft 2 kopieën: 1 van de vader, 1 van de moeder
voorbeeld: een chromosoon van de moeder is een random
combinatie van stukjes van 2 chromosomen dat de moeder
heeft overgeërfd van haar ouders
= recombinatie
mannen en vrouwen hebben 22 chromosomen hetzelfde, maar de 23 e is verschillend bij
mannen en vrouwen (vrouwen XX, mannen XY)
een chromosoom bevat DNA
een DNA-streng is opgebouwd uit 2 strengen die een dubbele helix vormen
o elke basis is verbonden met de basis van de tegenovergestelde streng
o een deel van het genoom is AGCTC op 1 streng en de tegenovergestelde streng is
TCGAG
het is deze sequentie die de genetische informatie vormt die doorgegeven word
van generatie op generatie
enkel een klein deel van het genoom bevat genen
genen: een sequentie van neucleotides als het codeert voor minstens 1
proteïne of de functie controleert van ander genetisch materiaal
verschillende versie van dezelfde genen is een allel
zonder dat er informatie opgeslagen zit in onze genen kan ons lichaam niet
functioneren
HOOFSTUK 1: INLEIDING
1. DIFFERENTIELE PSYCHOLOGIE / PSYCHOLOGIE VAN INDIVIDUELE VERSCHILLEN
- Differentiele psychologie is een andere/oude naam voor psychologie van de individuele
verschillen
- Fysieke kenmerken kunnen verschillen van elkaar, zo kunnen ook de psychologische kenmerken
verschillen
o Elk mens is fysiek uniek, maar ook psychologisch kenmerken is uniek bij iedereen:
Hoe je reageert op gevaren, wat je hebt meegemaakt in je leven dat je gevormd
heeft tot de persoon die je nu hebt
- Psychologie van verschillen
(vooral) tussen mensen (tussen individuen, tussen mannen en vrouwen, tussen groepen,…)
Er wordt nagegaan hoe groepen van elkaar verschillen
o Bv. verschillen tussen culturen, verschillen tussen landen, hoe gaat een groep
twintigers om met stress vs hoe gaan veertigers om met stress
(maar ook bijkomend) binnen mensen (over de tijd, in verschillende situaties, en hoe dit
anders kan zijn voor verschillende personen)
Er wordt nagegaan hoe mensen van zichzelf kunnen verschillen in verschillende
situaties
o Vorig jaar in deel 1: er is een onderzoek gedaan die gaat kijken hoe zeer mensen
verschillen van zichzelf van de ene situatie tot de andere
In sommige situaties is iemand heel introvert en verlegen, in een andere situatie
is iemand heel extravert en zelfverzekerd
De mate waarin mensen van zichzelf verschillen is bijna even groot dan de mate
waarin mensen van elkaar verschillen
- Er zijn 2 grote deeldomeinen:
Persoonlijkheid gaat over de manier waarop mensen reageren en interageren met hun
omgeving, hoe ze hun omgeving vormgeven
1. Intelligentie, cognitief functioneren
2. Persoonlijkheid
°bv. karakter, emoties
1.1 KORTE HERHALING
- 2 grote visies op persoonlijkheid
1. Trekvisie
Nomothetische (je kan het toepassen op iedereen) trekvisie: gaat ervan uit dat mensen
verschillen in demensies op onzichtbare persoonlijkheidsdimensies
o Mensen hebben een plek op die trek en die positie bepaald uw gedrag
o Zorgt ervoor dat mensen redelijk stabiel zijn in hun gedrag omdat je die trek overal
met je meeneemt
Tegenovergesteld: idiografisch (gaat over 1 iemand)
o Individuele verschillen
2. Interactionistische visie
Het gedrag is in functie van de eigenschappen en die situatie die zich voordoet
1.1.1 PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE – TREKVISIE
- Nomothetische trekconcept: 3 cruciale eigenschappen:
1. Trekken zijn interne, stabiele eigenschappen van een individu die deze van moment tot
moment, situatie tot situatie met zich meedraagt
Een trek is een tijdelijke eigenschap, maar is iets dat de persoon altijd meedraagt,
geven aanleiding tot consistent patroon van gedrag
°bv. haarkleur en haarsnit, agressie vs. Mening
°bv. als je extravert bent ga je makkelijk kunnen babbelen, snel vrienden kunnen maken,
…
2. Trekken zijn causaal: ze verklaren het gedrag van het individu
De interne eigenschappen beïnvloeden, bepalen gedrag
°bv. extraversie
, 3. Trekken nemen de vorm aan van (hypothetische) dimensies waarop mensen verschillende
plaatsen kunnen innemen
- Er is bewezen dat er dimensies zijn (alle verschillende psychologische eigenschappen zijn op
ene dimensie want sommige hebben veel van iets, sommige weinig van iets)
Het vormt een normaalverdeling: dit wil zeggen dat de meeste vragen van de bevolking
rond het midden zitten
- Belangrijkste implicaties:
1. Hoofdeffect van persoon is belangrijkste manier om individuele verschillen in
persoonlijkheid, gedrag op te vatten
2. Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge consistentie
Type A: constitentie = cross-temporele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar hetzelfde gedrag in dezelfde situatie
o Er worden verschillen geobserveerd bij mensen in een situatie, volgende week wordt
er opnieuw gekeken naar het gedrag van dezelfde mensen in dezelfde situatie
Type B: cross-situationele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar hetzelfde gedrag in andere situaties
o Er wordt bv in de les gekeken hoeveel woorden je uitspreekt en er wordt ook
gekeken in een andere situatie (fakbar) gekeken of diezelfde mensen daar evenveel
praten
Type C: cross-uitingsstabiliteit van individuele verschillen in gedrag
o Kijken naar ander gedrag in dezelfde situatie
o Je gaat ervan uit dat verschillende uitingen van bv extraversie gaat samenhangen
met andere uitingen (veel babbelen en expressief spreken)
o Je gaat verwachten dat iemand met een bepaalde uiting ook de bijhorende uitingen
van die eigenschap zal vertonen
Type D: predictie van concreet gedrag op basis van trekscores
o Kijken naar ander gedrag in andere situaties
o Zijn de mensen die vaal praten in de les, zijn de mensen die heel gesticulair op café
o De mate van persoonlijkheidstrekscores komen individuele verschillen in de ene
situatie overeen met een andere uiting en een andere situatie
o Ze voorspellen gedrag
Voorbeeld:
- Bijvoorbeeld: individuele verschillen in stressgevoeligheid tussen Jan en
An:
An is gevoeliger voor stress dan Jan
HE van de persoon + individuele verschillen zijn constistent: An
> Jan
Ook HE van de situatie: date > ruzie > tandarts
o Dit wordt niet tegengesproken door trekpsychologie, maar is niet direct relevant
voor individuele verschillen
1.1.2 PERSOONLIJKHEIDSPSYHOLOGIE – INTRACIONISTISCHE VISIE
- Cruciale assumpties:
1. Persoonlijkheid is een systeem van processen dat iemands reactie op een concrete situatie
bepaalt
2. Omdat bepaalde situaties bij een bepaald persoon andere processen kunnen ontlokken, is
iemands gedrag een functie van de interactie tussen persoon en omgeving
3. De uitkomst hiervan is dat persoonlijkheid kan beschreven worden in termen van als
(bepaalde situatie) dan (bepaald gedrag) gedragshandtekeningen
Persoonlijkheid moet je beschrijven als-dan patronen: als jij een grote groep moet
spreken dan ben je zenuwachtig, maar als je moet bungeejumpen dan ben je helemaal
niet zenuwachtig
o Als een bepaalde situatie zich voordoet dan jij daar zo op reageren
- Bijvoorbeeld
, Individuele verschillen in de trek stressgevoeligheid tussen Jan
en An in verschillende situaties:
o Interactionisme zegt dat werkelijkheid er eerder zo uitziet:
HE van de persoon? Misschien is An>Jan gemiddeld
genomen, maar individuele verschillen zijn niet
consistent over situaties!
Grotere bijdrage van interactie tussen P en S: verschil
tussen An en Jan hangt af van situatie
Ook HE van de situatie: dit wordt niet tegengesproken door interactionisme,
maar is niet direct relevent voor individuele verschillen
o Er is duidelijk interactie in die figuur: het is afhnkelijk van in welke situatie het
voorkomt
o Er is een duidelijk interactie-effect tussen situatie en personen
Er kan wel gezegd worden dat er een hoofdeffect is: An ervaart gemiddeld meer
stress
- Belangrijkste implicaties
1. Interactie tussen persoon en situatie is de belangrijkste manier om individuele verschillen in
persoonlijkheid, gedrag op te vatten
2. Gedrag wordt gekenmerkt door relatief hoge:
Type A consistentie = cross-temporele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
MAAR door relatief lage:
Type B consistentie = cross-situationele stabiliteit van individuele verschillen in gedrag
Type C consistentie = cross-uitingsstabiliteit van individuele verschillen in gedrag
Type D consistentie = predictie van concreet gedrag op basis van trekscores
1.1.3 WIE HEEFT GELIJK?
1. De ene kant: trekken zijn relatief cross-temporeel consistent
Er zijn conistente individuele verschillen in algemene gedragstendenzen
Deze verschillen voorspellen ook belangijke levensoutcomes
2. Aan de andere kant:
Concreet gedrag is weinig consitent van situatie tot situatie
Concrete gedragsuitingen correleren ook niet sterk onderling
En worden slechts in beperkte mate voorspeld door trekken
- CONCLUSIE:
Mensen worden gekenmerkt door (individuele verschillen in) algemene gedragstendenzen
Deze gedragstendenzen zijn relatief stabiel, en hebben een voorspellende kracht voor
levensoutcomes
MAAR ze zijn weinig informatief voor de predictie van concreet gedrag omdat dergelijk
gedrag mede bepaald wordt in interactie met de specifieke situatie
1.2 HEDENDAAGS PERSOONLIJKHEIDONDERZOEK
1. Trekvisie domineert
Wijd verspreidde empirische theorie van structuur van persoonlijkheid (Big Five, Hexaco)
Big Five een dominerende theorie als het gaat over individuele verschillen
Consistent theoretisch kader geeft mogelijkheid tot comulatieve wetenschap
Makkelijk te onderzoeken (eenvoudige trekvragenlijsten)
2. Interactionisme
Assumpties worden nochtans algemeen aanvaard, maar moeilijker te onderzoeken
Gebrek aan omvattende theorie van persoonlijkheid die de voornaamste processen en
structuren met naam noemt
, HOOFDSTUK 2: GENEN EN PERSOONLIJKHEID - GEDRAGSGENETICA
- Er wordt gestart met verschillende benaderingen
De start zijn de meer biologisch geinspireerde benaderingen – gedragsgenetica
1. INLEIDING
- Onderzoek vann Nancy Segal, 2007
2 identieke tweelingen werden gescheiden bij de geboorte, rond de leeftijd van 40 jaar
hebben ze terug contact opgezocht
Er waren nog enkele opvallende gelijkenissen
o Gewicht, lengte, uitzicht
o Zelfde job (sheriff)
o Twee keer getrouwd, vrouwen, zoons hebben dezelfde naam
o Rookten zelfde sigaretten, dronken zelfde bier, beten vingernagels
Verschillen: de enen meer adhoc verbaal, de andere beter in schrijven, haar lag anders
- Recent voorbeeld: Ano en Tako uit Georgië
Gescheiden bij geboorte en werden apart opgegeven voor adoptie
Via TikTok kwam Ano Tako op het spoor
Ook zij hebben opvallende gelijkenissen in interesses en persoonlijkheid
Toeval, of niet? Welke rol spelen genetische factoren?!
1.1 HET MENSELIJK GENOOM
- “genoom” verwijst naar de hele verzameling genen dat een organisme
bezit
- Bestaat uit DNA of DesoxyriboNucluïneZuur: dubbele helix opgebouwd uit
nucleotiden van:
Fosfaatgroep (zuur)
Suikers (desoxyribose),
4 soorten basen (Adenine-Thymine, en Guanine-Cytosine)
- Gen bestaat uit specifieke combinaties DNA-nucleotiden die kunnen
coderen voor een specifiek proteïne of eigenschap
Gen staat in voor een bepaald element voor functies of
kenmerken van/in het lichaam
Bouw lichaam en functies
Aanleg voor bepaalde aandoeningen
Rol in psychologische eigenschappen
- Menselijk genoom bevat 20 000 – 25 000 genen op 23 paar
chromosomen
elke persoon heeft 2 kopieën: 1 van de vader, 1 van de moeder
voorbeeld: een chromosoon van de moeder is een random
combinatie van stukjes van 2 chromosomen dat de moeder
heeft overgeërfd van haar ouders
= recombinatie
mannen en vrouwen hebben 22 chromosomen hetzelfde, maar de 23 e is verschillend bij
mannen en vrouwen (vrouwen XX, mannen XY)
een chromosoom bevat DNA
een DNA-streng is opgebouwd uit 2 strengen die een dubbele helix vormen
o elke basis is verbonden met de basis van de tegenovergestelde streng
o een deel van het genoom is AGCTC op 1 streng en de tegenovergestelde streng is
TCGAG
het is deze sequentie die de genetische informatie vormt die doorgegeven word
van generatie op generatie
enkel een klein deel van het genoom bevat genen
genen: een sequentie van neucleotides als het codeert voor minstens 1
proteïne of de functie controleert van ander genetisch materiaal
verschillende versie van dezelfde genen is een allel
zonder dat er informatie opgeslagen zit in onze genen kan ons lichaam niet
functioneren