→ definities ppt 1 niet kennen!
→ pedagogische = mensen socialiseren in de SL
→ sociale = spanning tussen individuele en maatschappelijke noden en vragen
→ sociale pedagogiek = specifiek aandacht voor de verhouding en spanning
tussen individu en SL ⇒ ‘in welke soort SL proberen wij hen te socialiseren?’
bv.: armoede, wat doen we met de SL, om te zorgen voor mensen die (dreigen) dakloos te
worden
→ sociale pedagogiek wordt gezien als theoretische onderbouw van sociaal werk,
en dat is heel breed !! Het gaat over verschillende leeftijdsgroepen, specifieke
doelgroepen en over verschillende levensdomeinen.
→ Wij hebben in België een complexe beleidsstructuur:
- ‘Decreet vs wet’: decreet is op Vlaams niveau en een wet is voor heel België + in
Brussel zijn er ook nog 'ordonnanties' !
→ ‘publieke dienstverlening' = georganiseerd door de overheid, (bv: de stad (gent) die
investeert in kinderopvang/jeugdzorg/…, of bv. OCMW
→ 'private initiatieven’ = vzw’s, vereniging zonder winstoogmerk, organisaties opgericht
door burgers maar die wel gefinancierd/gesubsidieerd worden door de overheid
→ 'commerciële initiatieven’ = wel gericht op winst maken (bv: G4S)
→ ‘formele praktijken’ = zorg verleend door professionals
→ ‘informele praktijken’ = zorg verleend door individuele burgers, het is niet je job om iets
te doen (bv: mantelzorg)
→ individueel of collectief: een individu of kleine groep helpen of een grotere eenheid
→ opdeling in lijnen:
- nulde lijn - eerste (geformaliseerd maar wel nog toegankelijk, je moet niet
doorverwezen worden ofzo) - tweede (vaak al meer moeite om binnen te geraken) -
derde en vierde lijn
→ pedagogisch handelen = ‘intentioneel en systematisch tussenkomen in…’ ⇒
, - socialisatie: mensen worden gesocialiseerd in een SL, krijgen waarden en normen
over enzo
- intentioneel en systematisch: doordacht beïnvloeden gericht op welzijnsverhoging,
gebeurt ook niet-intentioneel (wanneer het niet per se de bedoeling is, bv. bij
vrienden/jeugdbewegingen/…)
- gericht op kinderen, jongeren en volwassenen
→ pedagogisch werken: vertalen sociale situaties naar pedagogische
vraagstukken waar ze dan als professionals mee aan de slag gaan ⇒ vertaling
hiervan zorgt wel voor veel vragen: ‘is onze vertaling rechtvaardig?’
- hoe die vertaling gebeurt is dus belangrijk!: vraag is wat de verhouding is
tussen individu en SL in die vertaling? ⇒ we weten bv. dat veel criminaliteit
overlevingscriminaliteit is ⇒ of bv. ‘mensen in armoede activeren om te
werken dan gaan ze eruit geraken’, dat is een zeer simplistische visie, het
ene zorgt niet automatisch voor het andere ⇒ we moeten dus echt kijken
hoe het is aan de kant van de SL, en hoe verhouden arme mensen en SL
zich tegenover elkaar? ⇒ Is dit dus wel rechtvaardig???
→ roept dus vragen op voor de professionals:
- waarom komen we tussen? (bv. arme mensen roken sneller/meer, we willen dit
verminderen)
- met welk doel komen we tussen? (bv. willen we dat jongeren gezonder gaan leven?)
- hoe moeten de interventies eruit zien?
- …
⇒ vormt dus onderwerp voor debat, omdat dit niet neutraal is!
= Je bent als pedagoog niet neutraal, je hebt macht (om te beslissen of ze mogen vrijkomen,
een pos/neg rapport, beslissen of ze mogen slagen op school,...) - belangrijk is dus hoe je
daarmee omgaat!!
- Je vertrekt vanuit specifieke opvattingen over de SL en opvoeding: bv. Wat is een
‘goede’ leerling? Wat is een ‘goede’ burger? - Kan je op verschillende manieren naar
kijken.
- krijgt en geeft zo vorm aan de relatie tussen het private (wat mensen zelf belangrijk
vinden) en publieke (maatschappelijke verwachtingen)
→ pedagogische handelen vraagt verantwoording;
, - het is dus niet neutraal
- je gaat een bestaande orde bevestigen of veranderen
- globale definitie als internationaal ankerpunt
- politiserend sociaal werk in Vlaanderen (= terug kritisch maken, als professionals in
het maatschappelijk debat gaan staan van wat is er nu allemaal aan de hand in onze
SL?) als belangrijke actuele discussie
→ sociaal werk doet ertoe:
= wat we doen is belangrijk!
⇒ MAAR, sociaal werk is niet per definitie positief: veel landen waar sociaal werk
bijdraagt tot de exclusie van mensen/tot onrechtvaardigheid (staat in die boeken)
→ DUS: als je goede professionals wil zijn moet je aandacht hebben en focussen
en dit ook behouden…
→ Sociaal werk in context:
- soms werk je alleen, meestal in team
- 3 contexten:
⇒ professionele context (= werken met diversiteit van mensen vraagt een diversiteit
van vaardigheden (kunnen luisteren/praten/rapporteren… maar ook niks kunnen
doen)
⇒ organisationele context (= werkcontext)
⇒ historisch-maatschappelijke context (= verzorgingsstaat)
Korte geschiedenis van sociaal werk:
De verzorgingsstaat die we op de dag van vandaag kennen is niet uit de lucht gevallen maar
heeft historische wortels!!
Sociaal werk is een opvoedingspraktijk:
- pas vanaf 20e eeuw professionalisering (oprichting praktijken,...)
- maar ook veel discontinuïteit (verandering) en continuïteit (hetzelfde blijven)
⇒ van vrijwillig werk naar professionalisering + van controle (= zorgen dat ze geen
last zijn, ze eigenlijk controleren) naar emancipatie (= bevrijding, ondersteunen van
ontwikkelingskansen om een vrijer leven te leiden)
, Verschillende fasen in ontwikkeling samenleving:
1) middeleeuwen
2) humanistische benadering
3) omslag industriële revolutie
4) interbellum en periode na 2e wereldoorlog
5) hedendaagse ontwikkelingen
⇒ grenzen zijn zeer open!
1. Middeleeuwen
→ soort startpunt/wortels van sociaal werk
- religieus geïnspireerd liefdadigheidswerk (caritas)
⇒ zorg voor iemand anders uit eigenbelang, ‘om eigen hemel te
verdienen’, niet het idee van bv armoede is een collectief probleem waar
we als SL zorg voor moeten dragen
- armoede was dus een ‘normaal’ gegeven: het was de wil van God
2. Humanistische benadering
→ we krijgen na een donkere periode een aantal verschuivingen
- economische verschuivingen: verdwijnen van feodaliteit (= ambachtslui werken op
grond van een heer, als niet edele ben je werkzaam/eigendom van die edele, in ruil
krijg je stukje van dat land, waardoor je een soort zekerheid had)
⇒ kwam onder druk en veranderd door handelskapitalisme (= handel
drijven met goederen uit andere landen die ervoor zorgen dat je een
klasse krijg tin de SL die neit geboren zijn in de adel maar wel macht
hebben omdat ze kapitaal verwerven)
⇒ zorgde ook voor de start van het proletariseringsproces (= proletariaat
niet meer afhankelijk van leenheer maar gaat zelf loonarbeid verrichten
en wordt afhankelijk van de markt, collectieve bescherming valt dus wel
weg, als ze bv ziek zijn en niet meer hun eigen inkomen kunnen halen
hebben ze geen bescherming meer)
– Hierdoor krijg je dus de opkomst van loonarbeiders en toename van
armoede/bedelarij/landloperij.
- Culturele verschuivingen: vroeger dachten ze dat het toeval was in welke klasse je
geboren werd, maar hier ontstaat er een ander idee