H1: DE PLAATS VAN DE CRIMINOLOGIE BINNEN DE WETENSCHAP
EEN EERSTE BEGRIPSOMSCHRIJVING
Eerste gedachten over wetenschap:
- “Science is like ordinary magic, but performed by academics.”
- “Science is the cure for bullshit.”
→ Wetenschap onderscheidt zich van meningen of geloof door haar systematische en toetsbare aanpak.
Kenmerken van wetenschap
- 1) Streven naar kennis
o Gericht op het verwerven van kennis die kan worden ondergebracht in theorieën.
o Doel: samenhangen, patronen en regelmatigheden in de werkelijkheid ontdekken.
- 2) Empirisch karakter
o Gebaseerd op waarnemingen en ervaring.
o Feiten worden vastgesteld via observatie of meting.
- 3) Systematische benadering
o Werkwijze volgt vaste regels en logische stappen.
o Toetsbaarheid of testbaarheid is essentieel: uitspraken moeten controleerbaar zijn.
TAXONOMIEËN VAN WETENSCHAPPELIJKE DISCIPLINES
Wetenschappelijke disciplines kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld (formeel, empirisch…),
maar in de praktijk lopen die grenzen vaak over elkaar.
Verschillende opdelingen:
- 1) Formele wetenschappen
o Voorbeelden: logica, wiskunde
o Werkwijze: gebaseerd op axioma’s en deductie
▪ → Redeneren vanuit algemene regels naar specifieke conclusies
o Geen directe observatie van de werkelijkheid nodig
- 2) Ervaringswetenschappen (feitwetenschappen)
o Voorbeelden: fysica, sociologie, criminologie
o Gebaseerd op empirie en inductie
▪ → Kennis opbouwen vanuit waarnemingen en feiten
- 3) Andere indelingen
o Natuurwetenschappen, gedragswetenschappen, cultuurwetenschappen
o Zuivere wetenschappen (theoretisch) vs. Toegepaste wetenschappen (praktisch gericht)
Kritische beschouwing: is dit onderscheid zinvol?
- Geen vaste grenzen tussen disciplines
- Multidisciplinaire wetenschappen combineren kennis uit verschillende domeinen
,CRIMINOLOGIE ALS MULTIDISCIPLINAIR OBJECTWETENSCHAP
Wat is de plaats van de criminologie?
- “The criminologist is a king without a kingdom” – T. Sellin
o → Criminologie heeft een eigen studieobject (criminaliteit), maar geen eigen
onderzoeksmethoden.
- Materieel en formeel voorwerp
o Materieel voorwerp: criminaliteit zelf (het verschijnsel dat wordt bestudeerd).
o Formeel voorwerp: de methodologie (de manier waarop men onderzoekt), die wordt ontleend
aan andere wetenschappen.
- Criminologie haalt dus inzichten en methoden uit verschillende disciplines, zoals sociologie,
psychologie, recht, economie, enz.
Wat wordt bedoeld met ‘crimineel gedrag’?
- Strikte (‘smalle’) definitie: crimineel gedrag is gedrag dat wettelijk strafbaar is gesteld.
o Vb: pesten is niet strafbaar, maar kan wel verband houden met criminaliteit → dus ook relevant
om te bestuderen.
- Geen vaste (‘harde’) definitie: wat als crimineel wordt beschouwd, verandert doorheen de tijd.
o Vb: decriminalisering (bv. afschaffen van strafbaarheid) of het invoeren van nieuwe
strafbepalingen.
- Nationale verschillen: wat strafbaar is, verschilt per land of cultuur.
o Vb: zware mishandeling heeft een andere juridische invulling in België dan in Nederland.
Wat bestudeert de criminologie concreet?
- De aard en het voorkomen van criminaliteit:
o Onderzoek naar hoe vaak criminaliteit voorkomt (prevalentie) en waarom (waarom- en waar-
vragen).
- De maatschappelijke reactie op criminaliteit:
o Analyse van het strafrechtelijk systeem, de reacties op criminaliteit en de effectiviteit van
sancties.
- De positie van het slachtoffer:
o Ontwikkeling van de victimologie, die zich specifiek richt op slachtoffers van misdrijven.
De complexiteit van het studieobject
- Er bestaat niet 1 soort criminaliteit:
o Er zijn verschillende vormen, oorzaken en uitingswijzen van crimineel gedrag.
- Criminologie probeert specifieke verklaringen te vinden voor elk type criminaliteit.
o Vb: de rationelekeuzebenadering (Cornish & Clarke) verklaart criminaliteit als een bewuste
afweging van kosten en baten door daders.
- De criminologie is daardoor een synthesewetenschap:
o Ze integreert kennis en methoden uit meerdere disciplines om criminaliteit in haar volledige
complexiteit te begrijpen.
,DE INVLOEDRIJKSTE WETENSCHAPPELIJKE PARADIGMA’S BINNEN DE CRIMINOLOGIE
Wat is een paradigma?
- Een paradigma is een gedeelde manier van denken binnen een groep wetenschappers.
- Het omvat opvattingen over:
o Wat wetenschap is;
o Aan welke voorwaarden een wetenschappelijke theorie moet voldoen;
o Op welke manier wetenschap moet worden uitgeoefend;
o Hoe sociale structuren in de werkelijkheid bestaan en begrepen worden;
o En welke rol deze structuren spelen in het leven van mensen en in samenlevingen.
=> Met andere woorden: een paradigma is een soort denkkader dat bepaalt hoe & wat onderzoekers
bestuderen
Fundamentele vragen binnen elk paradigma
- Ontologie (zijnsleer)
o Houdt zich bezig met de vraag: “Wat is de werkelijkheid?”
o Gaat na of bepaalde fenomenen écht bestaan of enkel sociaal geconstrueerd zijn.
▪ Vb: Bestaat “criminaliteit” echt, of is het enkel een label dat aan bepaald gedrag wordt
gegeven?
o Vraag: stemmen handeling en label altijd overeen?
- Epistemologie (kennisleer)
o Bestudeert hoe we kennis verwerven over de werkelijkheid.
o Centrale vraag: Hoe kunnen we betrouwbare kennis opdoen over de realiteit van criminaliteit en
menselijk gedrag?
De 3 belangrijkste paradigma’s in de criminologie
- 1. Empirisch-analytische benadering
o Oorsprong: natuurwetenschappen.
o Kernidee: combineert rationeel denken (logisch redeneren) met empirisch denken (waarnemen
en meten).
o Kenmerken:
▪ Gebruik van meerdere methodes (multi-methodologie), maar met nadruk op
natuurwetenschappelijke en kwantitatieve methoden en technieken.
▪ Waardenvrijheid is belangrijk: de onderzoeker probeert neutraal te blijven en geen
persoonlijke overtuigingen te laten meespelen.
▪ Men hanteert een derde-persoonsperspectief: observeren, kijken en reflecteren, maar
niet deelnemen aan het onderzoek.
▪ Reproduceerbaarheid (onderzoek moet herhaalbaar zijn) en intersubjectiviteit
(verschillende onderzoekers moeten tot dezelfde conclusies komen) gelden als
maatstaven.
o Wat is intersubjectiviteit?
▪ “De observatie door onderzoeker A van een bepaalde situatie mag niet tot andere
gegevens leiden dan de observatie van onderzoeker B.”
o Belangrijke principes:
▪ Standaardisatie van onderzoeksomstandigheden.
▪ Openbaarheid van regels en methodes.
, ▪ Repliceerbaarheid: onderzoek moet opnieuw uitgevoerd kunnen worden met hetzelfde
resultaat.
▪ Rationeel denken: conclusies moeten logisch volgen uit de gegevens.
▪ Geen interne tegenstrijdigheden in resultaten of redeneringen.
- 2. Interpretatieve benadering
o Oorsprong: hermeneutiek, fenomenologie en symbolisch interactionisme.
o Doel: de ervaren werkelijkheid begrijpen in plaats van die enkel te meten.
o Richt zich op het beleven en interpreteren van sociale verschijnselen.
o Onderzoeksmethode: vooral kwalitatieve methoden en technieken (zoals interviews,
observatie, casestudies).
o Kernidee:
▪ Statistische data zijn geen objectieve feiten, maar een sociale constructie.
▪ Ze worden beïnvloed door maatschappelijke processen en door de manier waarop het
strafrechtsysteem werkt (labeling).
▪ Criminaliteit wordt dus ook bepaald door hoe de SL gedrag benoemt en behandelt.
- 3. Kritisch-emancipatoire benadering
o Oorsprong: structuralisme, conflicttheorie en marxisme.
o Kernidee: maatschappij- én wetenschap kritisch benaderen.
▪ Analyseert machtsstructuren en ongelijkheid binnen de samenleving.
▪ Onderzoek is niet waardenvrij, maar juist maatschappelijk geëngageerd.
o Stelt vragen zoals:
▪ Wie heeft macht om te bepalen wat ‘crimineel’ is?
▪ Welke belangen liggen achter wetgeving en strafsystemen?
o Doel: bij te dragen aan sociale verandering en emancipatie (meer gelijkheid, rechtvaardigheid).
o Onderzoeksmethode:
▪ Mixed methods – combinatie van kwantitatieve en kwalitatieve technieken.
▪ Onderzoek vertrekt vanuit een “belief in belief”: overtuiging dat wetenschap zelf ook kan
bijdragen aan maatschappelijke vooruitgang.