HERINNEREN & OORDELEN
HERINNERING EN GEHEUGEN
Het vertrekpunt is dat geschiedenis geen exclusief domein is van historici. Alle
individuen voelen zich aangetrokken tot een verhaal over zichzelf te schrijven.
Het beeld van dat verleden zorgt voor centrale culturele ijkpunten in een
samenleving. Dat zijn herinneringen (= het actief oproepen van een bepaald
beeld over het verleden). Daar hangen meestal politieke denkbeelden mee
samen.
Dat zien we weerspiegeld in herinneringspraktijken (= de manieren waarop
dat die herinneringen in de samenleving een zichtbare plaats krijgen bv.
standbeelden, rituelen, feestdagen, straatnamen… ). Die herinneringscultuur kan
verschillen van land tot land, bijvoorbeeld.
Het collectief geheugen (= een aantal herinneringen die groepen mensen
gemeenschappelijk hebben, dus zaken die ze samen hebben meegemaakt en die
een diepe indruk hebben nagelaten en ze hebben de drang om die over te
dragen aan volgende generaties) komt vooral voor bij bijvoorbeeld
minderheidsgroepen of revolutionaire bewegingen. Sommige revolutionaire
bewegingen functioneren op basis van een herinnering. Ook kan het collectief
geheugen een collectief trauma zijn. Bv. Holocaust
De social memory legt nog sterker de connectie tussen de sociale identiteit van
een groep en het belang dat ze hecht aan belangrijke gebeurtenissen. Net die
herinnering is meer definiërend voor hoe de groep zelf zich identificeert. Je kan
daarin een onderscheid maken tussen het communicatieve geheugen (korte
termijn) en het culturele geheugen (lange termijn). Het communicatieve
geheugen wordt nog mondeling en face-to-face van generatie op generatie
doorgegeven. Meestal gaat dat tot drie generaties. Het culturele geheugen is
hetgeen dat de maatschappij beslist wat ze nog onthouden en wat ze willen
vergeten. Dat krijgt een soort normatief karakter en het kan voor een
tegenreactie zorgen, namelijk dat mensen strijden om bepaalde groepen of
herinneringen net niet te vergeten en te wissen uit het geheugen.
PLAATSEN VAN HERINNERING
Plaatsen van herinnering is een belangrijk concept in de herinneringscultuur.
Dat heeft een grote impact gehad dankzij het werk van Pierre Nora: Les lieux
de mémoire. Dat ging over de belangrijkste plaatsen van herinnering van de
Franse samenleving.
Hij definieerde een ‘lieu de mémoire’ als een materiële of immateriële
entiteit dat een symbolisch element geworden is van het
, herdenkingserfgoed. Dat kan gaan om een plek (bv. Dossin kazerne), maar ook
om een object (bv. vlag) of concept dat een duidelijk historisch belang heeft in
een collectief geheugen.
CONTESTATIE OVER HERINNERING
BRUSSEL JUNI 2020
Het standbeeld van Leopold II werd besmeurd als gevolg van de Black Lives
Matter-beweging.
Het maakt deel uit van een publieke kritiek op standbeelden van figuren die
verantwoordelijk waren voor koloniaal geweld of slavernij. Dat was niet alleen in
België, maar over de hele wereld.
Het roept de vraag op: Op welke manier kunnen kolonialisme, onderdrukking…
nog een plaats krijgen in de publieke ruimte? Wat gaat men blijven
herinneringen?
= contestatie van herinnering
o Het is een selectie van wat we een plaats geven in ons collectief geheugen
of het straatbeeld
o De selectie en bewaring van bronnen weerspiegelen ook altijd een soort
machtsverhouding
‘SMELTENDE’ LEOPOLD II
= metafoor voor het dekolonisatieproces
HERINNERING EN GEHEUGEN
Het vertrekpunt is dat geschiedenis geen exclusief domein is van historici. Alle
individuen voelen zich aangetrokken tot een verhaal over zichzelf te schrijven.
Het beeld van dat verleden zorgt voor centrale culturele ijkpunten in een
samenleving. Dat zijn herinneringen (= het actief oproepen van een bepaald
beeld over het verleden). Daar hangen meestal politieke denkbeelden mee
samen.
Dat zien we weerspiegeld in herinneringspraktijken (= de manieren waarop
dat die herinneringen in de samenleving een zichtbare plaats krijgen bv.
standbeelden, rituelen, feestdagen, straatnamen… ). Die herinneringscultuur kan
verschillen van land tot land, bijvoorbeeld.
Het collectief geheugen (= een aantal herinneringen die groepen mensen
gemeenschappelijk hebben, dus zaken die ze samen hebben meegemaakt en die
een diepe indruk hebben nagelaten en ze hebben de drang om die over te
dragen aan volgende generaties) komt vooral voor bij bijvoorbeeld
minderheidsgroepen of revolutionaire bewegingen. Sommige revolutionaire
bewegingen functioneren op basis van een herinnering. Ook kan het collectief
geheugen een collectief trauma zijn. Bv. Holocaust
De social memory legt nog sterker de connectie tussen de sociale identiteit van
een groep en het belang dat ze hecht aan belangrijke gebeurtenissen. Net die
herinnering is meer definiërend voor hoe de groep zelf zich identificeert. Je kan
daarin een onderscheid maken tussen het communicatieve geheugen (korte
termijn) en het culturele geheugen (lange termijn). Het communicatieve
geheugen wordt nog mondeling en face-to-face van generatie op generatie
doorgegeven. Meestal gaat dat tot drie generaties. Het culturele geheugen is
hetgeen dat de maatschappij beslist wat ze nog onthouden en wat ze willen
vergeten. Dat krijgt een soort normatief karakter en het kan voor een
tegenreactie zorgen, namelijk dat mensen strijden om bepaalde groepen of
herinneringen net niet te vergeten en te wissen uit het geheugen.
PLAATSEN VAN HERINNERING
Plaatsen van herinnering is een belangrijk concept in de herinneringscultuur.
Dat heeft een grote impact gehad dankzij het werk van Pierre Nora: Les lieux
de mémoire. Dat ging over de belangrijkste plaatsen van herinnering van de
Franse samenleving.
Hij definieerde een ‘lieu de mémoire’ als een materiële of immateriële
entiteit dat een symbolisch element geworden is van het
, herdenkingserfgoed. Dat kan gaan om een plek (bv. Dossin kazerne), maar ook
om een object (bv. vlag) of concept dat een duidelijk historisch belang heeft in
een collectief geheugen.
CONTESTATIE OVER HERINNERING
BRUSSEL JUNI 2020
Het standbeeld van Leopold II werd besmeurd als gevolg van de Black Lives
Matter-beweging.
Het maakt deel uit van een publieke kritiek op standbeelden van figuren die
verantwoordelijk waren voor koloniaal geweld of slavernij. Dat was niet alleen in
België, maar over de hele wereld.
Het roept de vraag op: Op welke manier kunnen kolonialisme, onderdrukking…
nog een plaats krijgen in de publieke ruimte? Wat gaat men blijven
herinneringen?
= contestatie van herinnering
o Het is een selectie van wat we een plaats geven in ons collectief geheugen
of het straatbeeld
o De selectie en bewaring van bronnen weerspiegelen ook altijd een soort
machtsverhouding
‘SMELTENDE’ LEOPOLD II
= metafoor voor het dekolonisatieproces