KLASSIEK GRIEKENLAND
Vorige les: Er zijn een aantal veranderingen in de samenleving waardoor er minder gelijkheid
is binnen de aristocraten, maar ook groepen die opkomen buiten de aristocratie. Er is dus
een soort crisis van de aristocratie, waarbij sommige aristocraten de macht naar zich toe
weten te trekken (=tirannie). Zo’n fase heeft dus te maken met de veranderende positie van
de aristocraten. Ook in Athene.
Het interessant is dat Cleisthenes de grondlegger is van de democratie, het democratische
Athene. Er zijn veel gelijkenissen tussen Pisistratus en Cleisthenes. Beiden waren
aristocraten en zagen beide als grootste bedreiging de mede-aristocraten. Ze voeren allebei
een beleid om de invloed van de andere aristocraten te verminderen en steunen daarbij op
bredere groepen uit de samenleving. Daardoor ontwikkelde Cleisthenes een democratisch
Athene.
BESTUURLIJKE HERVORMINGEN
Er zijn een aantal hervormingen onder Cleisthenes. (Vele zaken uit de bronnen zijn onzeker)
Om te beginnen gaat hij de bestuurlijke indeling van Athene veranderen. De polis Athene
(stad + omgeving) verdeelt hij in drie zones (stad, binnenland, kust), en elk van die zones
verdeelt hij in tien districten. Op basis daarvan vormt hij een nieuwe instelling/ structuur
binnen de polis. Hij neemt namelijk van elk van die zones één district (een van de stad, kust
en binnenland) en voegt die bij elkaar (= phylen). Die liggen dus niet naast elkaar.
De Raad van 500 wordt ingevoerd en bestaat uit (50 uit elke phyle) Atheense burgers die
daar een jaar in zetelen. Al die (mannelijke) burgers mogen tweemaal erin zitten, maar niet
twee jaar achter mekaar.
Een nog kleinere indeling zijn de demen. Dat kan je zien als een soort wijk en dat zijn de
kleinste bestuurlijke eenheden. Voor elk van die demen ligt vast hoeveel mensen voor de
Raad van 500 worden gekozen (door loting = meest democratische principe).
De loting en dat tweemalig systeem heeft een bedoeling. Het voorkomt dat mensen er
permanent inzitten en er een machtsuitbreiding zou zijn door té invloedrijke burgers. Dit
ingewikkeld systeem van al die phylen bestaat omdat dat voorkomt dat de aristocraten (die
een regionale invloedrijke positie hebben) hun invloed versterkt.
BESTUURLIJKE INSTELLINGEN
De volksvergadering (= ekklesia) is het belangrijkste element van democratisch Athene,
want daarin mogen alle volwassen mannen meedoen. Alle stemmen zijn ook gelijk. De Raad
van 500 bepaalt de agendapunten, voorstellen… Die volksvergadering komt 40x per jaar
samen en daarin wordt alles beslist. Iedereen kan daar spreken, maar in de praktijk
gebeurde dat niet. Ook niet alle mannen gingen ernaartoe. Het was ook ver voor sommigen.
, Ook durfde niet iedereen zijn mond open doen. Dus vooral de mannen in de elite maakten
de beslissing (zij hadden ook een opleiding gekregen in redevoering).
Een ander belangrijk bestuurlijk element waren de strategen. Dat zijn magistraten. Eerst
waren de archonten de belangrijkste magistraten, voor één jaar verkozen (eerst) maar begin
5e eeuw veranderde dat en werden de archonten door loting gekozen. Ze verloren daardoor
hun aanzien, en een andere groep magistraten werd de belangrijkste: de strategen/
generaals van legers en vloten. Zij kunnen niet door loting aangewezen worden (want
iedereen heeft het liefst capabele aanvoerders) en het is ook niet handig dat ze maar één
jaar aangesteld kunnen worden. Dus de strategen waren onbeperkt herkiesbaar. Dat
gebeurde allemaal tussen de twee Perzische invasies (zie handboek) en dat is niet toevallig
want oorlogvoering werd belangrijker tijdens deze periode. Vandaar de toenemende macht
van de strategen.
Een derde instelling is het ostracisme. Dat is een negatieve verkiezing, want het betekent
dat een Atheense burger (belangrijk en prominent) voor tien jaar werd verbannen van de
polis. Dat gebeurde in twee stappen: eerst werd aan de volksvergadering gevraagd of ze een
ostracisme wilde dit jaar. Is het antwoord ja, dan vond er een soort verkiezing plaats. Dat
gebeurde door de naam van de persoon die ze wilden verbannen op te schrijven op een
potscherf. Wie de meeste stemmen kreeg, werd tien jaar verbannen.
De functie van het ostracisme is om te grote conflicten te vermijden, dus voor iemand die de
harmonie in de polis zou verstoren. Door ze tien jaar te verbannen, zou hun invloed en
connecties minder uitgebreid worden.
PERICLES
De instellingen waren er dus vooral om ervoor te zorgen dat bepaalde aristocraten niet te
veel macht naar zich toe konden trekken. En toch zien we dat er een aantal aristocraten
dominant zijn in democratisch Athene:
o Themistocles (vlootbouw): 490-470 v.Chr.
o Cimon (pro-Spartaans beleid): 470-461 v.Chr.
o Pericles: 450-429 v.Chr.
Pericles was een aristocraat én strateeg. Zijn naam is voor altijd verbonden aan
democratisch Athene. Hij beheerste de politiek die periode vanwege zijn populariteit. Het
volk was overtuigd dat zijn voorstellen altijd de beste waren. Hij was dus geen tiran of greep
niet naar de macht! Hij sterft aan het begin van de Peloponnesische Oorlog. Dan zien we
voor het eerst dat niet-aristocraten belangrijke rollen gaan invullen in de politiek, net
tijdens die oorlog. Die niet-aristocraten geven een negatief beeld. Hun idee was eigen dat ze
enkel uit waren om hun macht uit te breiden (>< aristocraten wilden het beste voor Athene).
Waarom werden zij afgeschilderd als demagogen? Aristocratische geschiedschrijvers vond
dat alleen aristocraten geschikt waren om een rol te spelen in de politiek + het verlies van de
oorlog deed er ook niet goed aan (vandaar negatieve bronnen).
Vorige les: Er zijn een aantal veranderingen in de samenleving waardoor er minder gelijkheid
is binnen de aristocraten, maar ook groepen die opkomen buiten de aristocratie. Er is dus
een soort crisis van de aristocratie, waarbij sommige aristocraten de macht naar zich toe
weten te trekken (=tirannie). Zo’n fase heeft dus te maken met de veranderende positie van
de aristocraten. Ook in Athene.
Het interessant is dat Cleisthenes de grondlegger is van de democratie, het democratische
Athene. Er zijn veel gelijkenissen tussen Pisistratus en Cleisthenes. Beiden waren
aristocraten en zagen beide als grootste bedreiging de mede-aristocraten. Ze voeren allebei
een beleid om de invloed van de andere aristocraten te verminderen en steunen daarbij op
bredere groepen uit de samenleving. Daardoor ontwikkelde Cleisthenes een democratisch
Athene.
BESTUURLIJKE HERVORMINGEN
Er zijn een aantal hervormingen onder Cleisthenes. (Vele zaken uit de bronnen zijn onzeker)
Om te beginnen gaat hij de bestuurlijke indeling van Athene veranderen. De polis Athene
(stad + omgeving) verdeelt hij in drie zones (stad, binnenland, kust), en elk van die zones
verdeelt hij in tien districten. Op basis daarvan vormt hij een nieuwe instelling/ structuur
binnen de polis. Hij neemt namelijk van elk van die zones één district (een van de stad, kust
en binnenland) en voegt die bij elkaar (= phylen). Die liggen dus niet naast elkaar.
De Raad van 500 wordt ingevoerd en bestaat uit (50 uit elke phyle) Atheense burgers die
daar een jaar in zetelen. Al die (mannelijke) burgers mogen tweemaal erin zitten, maar niet
twee jaar achter mekaar.
Een nog kleinere indeling zijn de demen. Dat kan je zien als een soort wijk en dat zijn de
kleinste bestuurlijke eenheden. Voor elk van die demen ligt vast hoeveel mensen voor de
Raad van 500 worden gekozen (door loting = meest democratische principe).
De loting en dat tweemalig systeem heeft een bedoeling. Het voorkomt dat mensen er
permanent inzitten en er een machtsuitbreiding zou zijn door té invloedrijke burgers. Dit
ingewikkeld systeem van al die phylen bestaat omdat dat voorkomt dat de aristocraten (die
een regionale invloedrijke positie hebben) hun invloed versterkt.
BESTUURLIJKE INSTELLINGEN
De volksvergadering (= ekklesia) is het belangrijkste element van democratisch Athene,
want daarin mogen alle volwassen mannen meedoen. Alle stemmen zijn ook gelijk. De Raad
van 500 bepaalt de agendapunten, voorstellen… Die volksvergadering komt 40x per jaar
samen en daarin wordt alles beslist. Iedereen kan daar spreken, maar in de praktijk
gebeurde dat niet. Ook niet alle mannen gingen ernaartoe. Het was ook ver voor sommigen.
, Ook durfde niet iedereen zijn mond open doen. Dus vooral de mannen in de elite maakten
de beslissing (zij hadden ook een opleiding gekregen in redevoering).
Een ander belangrijk bestuurlijk element waren de strategen. Dat zijn magistraten. Eerst
waren de archonten de belangrijkste magistraten, voor één jaar verkozen (eerst) maar begin
5e eeuw veranderde dat en werden de archonten door loting gekozen. Ze verloren daardoor
hun aanzien, en een andere groep magistraten werd de belangrijkste: de strategen/
generaals van legers en vloten. Zij kunnen niet door loting aangewezen worden (want
iedereen heeft het liefst capabele aanvoerders) en het is ook niet handig dat ze maar één
jaar aangesteld kunnen worden. Dus de strategen waren onbeperkt herkiesbaar. Dat
gebeurde allemaal tussen de twee Perzische invasies (zie handboek) en dat is niet toevallig
want oorlogvoering werd belangrijker tijdens deze periode. Vandaar de toenemende macht
van de strategen.
Een derde instelling is het ostracisme. Dat is een negatieve verkiezing, want het betekent
dat een Atheense burger (belangrijk en prominent) voor tien jaar werd verbannen van de
polis. Dat gebeurde in twee stappen: eerst werd aan de volksvergadering gevraagd of ze een
ostracisme wilde dit jaar. Is het antwoord ja, dan vond er een soort verkiezing plaats. Dat
gebeurde door de naam van de persoon die ze wilden verbannen op te schrijven op een
potscherf. Wie de meeste stemmen kreeg, werd tien jaar verbannen.
De functie van het ostracisme is om te grote conflicten te vermijden, dus voor iemand die de
harmonie in de polis zou verstoren. Door ze tien jaar te verbannen, zou hun invloed en
connecties minder uitgebreid worden.
PERICLES
De instellingen waren er dus vooral om ervoor te zorgen dat bepaalde aristocraten niet te
veel macht naar zich toe konden trekken. En toch zien we dat er een aantal aristocraten
dominant zijn in democratisch Athene:
o Themistocles (vlootbouw): 490-470 v.Chr.
o Cimon (pro-Spartaans beleid): 470-461 v.Chr.
o Pericles: 450-429 v.Chr.
Pericles was een aristocraat én strateeg. Zijn naam is voor altijd verbonden aan
democratisch Athene. Hij beheerste de politiek die periode vanwege zijn populariteit. Het
volk was overtuigd dat zijn voorstellen altijd de beste waren. Hij was dus geen tiran of greep
niet naar de macht! Hij sterft aan het begin van de Peloponnesische Oorlog. Dan zien we
voor het eerst dat niet-aristocraten belangrijke rollen gaan invullen in de politiek, net
tijdens die oorlog. Die niet-aristocraten geven een negatief beeld. Hun idee was eigen dat ze
enkel uit waren om hun macht uit te breiden (>< aristocraten wilden het beste voor Athene).
Waarom werden zij afgeschilderd als demagogen? Aristocratische geschiedschrijvers vond
dat alleen aristocraten geschikt waren om een rol te spelen in de politiek + het verlies van de
oorlog deed er ook niet goed aan (vandaar negatieve bronnen).