CEL II: Structuur en functies: biochemie
H3: Structuur en functie van eiwitten
3.1 De architectuur van eiwitten
3.1.1 Inleiding
Eiwitten = proteïnen = polymeren van aminozuren (transcriptie & translatie)
Primaire structuur: polypeptideketen tertiaire structuur: 3D-structuur
Hiërarchie 3D-structuur:
o secundaire structuur
o supersecundaire structuren
o eiwitdomein
o quaternaire structuur (vb. hemoglobine)
Globulair (bolvormig) vs fibrillair (vezelachtig, langer)
Aminozuursequentie bepaalt 3D-structuur die bepaalt functie:
o Enzym
o Stuctuureiwit
3.1.2 Aminozuren, 20 verschillende bouwstenen van eiwitten
Essentieel AZ: kan lichaam niet zelf aanmaken voeding
PVT TIM HALL
His & Arg enkel essentieel bij kinderen
Niet essentieel: kan lichaam zelf aanmaken
Centraal centrum: L- (en D-) vormen
D-aminozuren:
Als neurotransmitters
Smaken zoet itt L-AZ (bitter)
Abundant in sommige schelpdieren
Gif van cone snails veelbelovend analgeticum (niet verslavend, krachtiger)
Pijnstillers ontwikkelen
20 verschillende zijketens; hydrofiel - hydrofoob
Kleinste: glycine, Gly, G: geen chiraal centrum, belangrijke structurele rol
Hydrofoob:
o Alyfatische zijketen
Alanine, Ala, A; Valine, Val, V; Leucine, Leu, L; Isoleucine, Ile, I
o Aromatische zijketens
Fenylalanine, Phe, F; Tyrosine, Tyr, Y; Tryptofaan, Trp, W
o Methionine, Met, M ( ATG = startcodon
o Cysteine, Cys, C ( antistoffen)
Hydrofiel:
o Geladen zijketens:
Negatief: Asparaginezuur, Asp, D; Glutaminezuur, Glu, E
Positief: Lysine, Lys, K; Arginine, Arg, R; Histidine, His, H
o Neutraal: ( kunnen fungeren als waterstofbrugdonore & -acceptoren
Amidevormen: Asparagine, Asn, N; Glutamine, Gln, Q
Alcoholen: Serine, Ser, S; Threonine, Thr, T
Proline, Pro, P ( cyclisch, secundair amide)
mgem= 110 Dalton
, 3.1.3 De primaire structuur
Koppeling AZ tijdens translatie amidebinding = peptidebinding
Ieder eiwit: unieke aminozuursequentie
Aantal AZ in peptidebinding kunnen bepalen Voorspellen welk stuk v/e
Lading = som eiwit functioneel is
iso-elektrisch punt: bij bepaalde pH is nettolading = 0
Databanken: onderzoek naar homologe eiwitten (evolutief verwant) Geconcerveerd = zelfde
Evolutieve verwantschap functie, maar niet
Eiwitsimilariteit (% gelijkaardige en identieke AZ) helemaal identiek
Eiwitidentiteit (% identieke AZ)
3.1.4 De secundaire structuur
3.1.4.1 Beperking van rotaties rond de covalente bindingen van de polypeptideruggengraat
Geen willekeurige opvouwing (beperkingen)
Rotatie rond CO-N (elektronendelokalisatie pariteel dubbelbindingskarakter
(ENW=0) ‘fixering’) = 0° of 180°; vlak (cis<<<trans)
Rotatie rond N-Ca en
Rotatie rond Ca-CO
rotatie beperkt door VDW-sfeer (e—wolken mogen niet overlappen)
Cb-atoom = bepalend
Ramachandran plot = mogelijke combinaties
Uitzonderingen glucine en proline
Vorming bepaalde secundaire structuren volgt ook uit H-bruggen
3.1.4.2 De -helix
Voorspelling door L. Pauling SPONTAAN
X-straalstructuuur myoglobine -helix
° door H-brugvorming tussen C=O en NH2 5 plaatsen verder (n+4)
Helicale structuur
H-bruggen dipoolmoment
Van-der-Waals-stapeling stabiliserend
Gly & Pro werken destabiliserend
Edmudson-projectie: verdeling AZ in -helix
soms amfipatisch (hydrofiel&hydrofoob) transmembranair (hydrofoob)
Alpha keratinen = componenten van haar, huid, pels (quasi volledig uit -helix opgebouw
Voorbeeld amfipatisch proteïne: apoloproteïnen (buitenkant hydrofiel, binnen: hydrofoob
Betrokken in transport cholesterol, fosfolipiden, vetzuren via bloedbaan
Helixgebieden: amfipatisch karakter
3.1.4.3 -streng (individuele keten) en -vouwblad (bv. In eiwitten zoals neurofysine,
penicillinebindend proteïne)
H-bruggen tussen aminogrep en carbonylgroep (1 vlak)
Parallel antiparallel
Geplooid, R-groepen evenwijdig
Stabilisering door H-bruggen en VDW-interacties
3.1.4.4 -bochten en lussen (richting)
H3: Structuur en functie van eiwitten
3.1 De architectuur van eiwitten
3.1.1 Inleiding
Eiwitten = proteïnen = polymeren van aminozuren (transcriptie & translatie)
Primaire structuur: polypeptideketen tertiaire structuur: 3D-structuur
Hiërarchie 3D-structuur:
o secundaire structuur
o supersecundaire structuren
o eiwitdomein
o quaternaire structuur (vb. hemoglobine)
Globulair (bolvormig) vs fibrillair (vezelachtig, langer)
Aminozuursequentie bepaalt 3D-structuur die bepaalt functie:
o Enzym
o Stuctuureiwit
3.1.2 Aminozuren, 20 verschillende bouwstenen van eiwitten
Essentieel AZ: kan lichaam niet zelf aanmaken voeding
PVT TIM HALL
His & Arg enkel essentieel bij kinderen
Niet essentieel: kan lichaam zelf aanmaken
Centraal centrum: L- (en D-) vormen
D-aminozuren:
Als neurotransmitters
Smaken zoet itt L-AZ (bitter)
Abundant in sommige schelpdieren
Gif van cone snails veelbelovend analgeticum (niet verslavend, krachtiger)
Pijnstillers ontwikkelen
20 verschillende zijketens; hydrofiel - hydrofoob
Kleinste: glycine, Gly, G: geen chiraal centrum, belangrijke structurele rol
Hydrofoob:
o Alyfatische zijketen
Alanine, Ala, A; Valine, Val, V; Leucine, Leu, L; Isoleucine, Ile, I
o Aromatische zijketens
Fenylalanine, Phe, F; Tyrosine, Tyr, Y; Tryptofaan, Trp, W
o Methionine, Met, M ( ATG = startcodon
o Cysteine, Cys, C ( antistoffen)
Hydrofiel:
o Geladen zijketens:
Negatief: Asparaginezuur, Asp, D; Glutaminezuur, Glu, E
Positief: Lysine, Lys, K; Arginine, Arg, R; Histidine, His, H
o Neutraal: ( kunnen fungeren als waterstofbrugdonore & -acceptoren
Amidevormen: Asparagine, Asn, N; Glutamine, Gln, Q
Alcoholen: Serine, Ser, S; Threonine, Thr, T
Proline, Pro, P ( cyclisch, secundair amide)
mgem= 110 Dalton
, 3.1.3 De primaire structuur
Koppeling AZ tijdens translatie amidebinding = peptidebinding
Ieder eiwit: unieke aminozuursequentie
Aantal AZ in peptidebinding kunnen bepalen Voorspellen welk stuk v/e
Lading = som eiwit functioneel is
iso-elektrisch punt: bij bepaalde pH is nettolading = 0
Databanken: onderzoek naar homologe eiwitten (evolutief verwant) Geconcerveerd = zelfde
Evolutieve verwantschap functie, maar niet
Eiwitsimilariteit (% gelijkaardige en identieke AZ) helemaal identiek
Eiwitidentiteit (% identieke AZ)
3.1.4 De secundaire structuur
3.1.4.1 Beperking van rotaties rond de covalente bindingen van de polypeptideruggengraat
Geen willekeurige opvouwing (beperkingen)
Rotatie rond CO-N (elektronendelokalisatie pariteel dubbelbindingskarakter
(ENW=0) ‘fixering’) = 0° of 180°; vlak (cis<<<trans)
Rotatie rond N-Ca en
Rotatie rond Ca-CO
rotatie beperkt door VDW-sfeer (e—wolken mogen niet overlappen)
Cb-atoom = bepalend
Ramachandran plot = mogelijke combinaties
Uitzonderingen glucine en proline
Vorming bepaalde secundaire structuren volgt ook uit H-bruggen
3.1.4.2 De -helix
Voorspelling door L. Pauling SPONTAAN
X-straalstructuuur myoglobine -helix
° door H-brugvorming tussen C=O en NH2 5 plaatsen verder (n+4)
Helicale structuur
H-bruggen dipoolmoment
Van-der-Waals-stapeling stabiliserend
Gly & Pro werken destabiliserend
Edmudson-projectie: verdeling AZ in -helix
soms amfipatisch (hydrofiel&hydrofoob) transmembranair (hydrofoob)
Alpha keratinen = componenten van haar, huid, pels (quasi volledig uit -helix opgebouw
Voorbeeld amfipatisch proteïne: apoloproteïnen (buitenkant hydrofiel, binnen: hydrofoob
Betrokken in transport cholesterol, fosfolipiden, vetzuren via bloedbaan
Helixgebieden: amfipatisch karakter
3.1.4.3 -streng (individuele keten) en -vouwblad (bv. In eiwitten zoals neurofysine,
penicillinebindend proteïne)
H-bruggen tussen aminogrep en carbonylgroep (1 vlak)
Parallel antiparallel
Geplooid, R-groepen evenwijdig
Stabilisering door H-bruggen en VDW-interacties
3.1.4.4 -bochten en lussen (richting)