Les: structuur van de long op macro en
microniveau
Long anatomie
- Ontwikkeling van long begint al vroeg → in
embryonische stage: 4-7 weken => eerste
generatie van bronchi
- Telkens als de luchtweg splitst heb je een
nieuwe generatie van bronchi
- Die luchtwegen splitsen bijna altijd mooi
dichotoom (in 2)
- Naast de luchtwegen die ontwikkelen heb je
ook bloedtoevoer die parallel mee gaat ontwikkelen
- Na 5-17 weken => bronchiolen + arteriën
- Dan respiratoire bronchiolen met alveolaire structuren
- Daarna de echte alveolen
- Als de baby geboren is, gaat dat eigenlijk blijven matureren → ze zijn niet meteen
volgroeid => zal nog ontwikkelen tot 21 jaar
- 24 weken is de cutoff voor leefbaarheid => als kindje te prematuur geboren zal
worden, gaan ze surfactant toedienen voor de longontwikkeling te ondersteunen
Longfunctie
- Op x-as = leeftijd, op y-as = piek van
de longfunctie
- Verschillende trajecten van
longontwikkeling en longverlies
- Je start met bepaalde longfunctie →
niet bij elke baby hetzelfde => want
kinderen worden prematuur geboren,
moeders die bij zwangerschap
gerookt hebben (longen gaan minder
ontwikkelen)
- Gaat naar omhoog tot 25-30 jaar → dan kan je ook verschillende trajecten zien
- Die prematuur geboorten kunnen nog altijd hun longen herstellen = catch up
- Maar er zijn ook een aantal longen die suboptimaal blijven => worden bv
blootgesteld aan sigarettenrook => gaan afzien en snelle achteruitgang met
prematuur overlijden
- Als longen niet blootgesteld worden kan het ook zijn dat die suboptimaal blijven
1
, - Bij mensen die normaal performen heb je ook weer de mensen die blootgesteld
worden => ook daar zal je snelle achteruitgang krijgen
- Maar je hebt ook mensen die supranormaal blijven, zelfs al zijn ze blootgesteld
- Alle longen, ook goede longen, gaan geleidelijk longfunctie verliezen
Anatomie
- In de lobben hebben we
segmenten => verschillen tussen
links en rechts: rechts = 10
segmenten, links = 8-9 segmenten
→ 2 segmenten zijn
samengesmolten tot 1
- Er zijn wel heel veel varianten
- Elk segmentje kan onafhankelijk
van elkaar functioneren en heeft
eigen bronchovasculaire aanvoer
Waarom zoveel verschillende segmenten?
- Gelokaliseerde ventilatie en gasuitwisseling: elk longsegment heeft eigen
bronchiën, bloedtoevoer en lymfedrainage → ze kunnen onafhankelijk van elkaar
functioneren => dit zorgt voor efficiënte gasuitwisseling
- Onafhankelijke perfusie: segmenten worden door eigen segmentale arteriën
voorzien, die aftakken van hoofdlongslagader
- Isolatie van ziekten: gelokaliseerde ziekte kan bij één of enkele segmenten blijven
=> dan moet er soms maar een deel van de long verwijderd worden
- Efficiënte longfunctie: segmenten zorgen voor maximaal oppervlakte voor
gasuitwisseling met minimale overlappin
Pleura
- Longen zijn ook ingekapseld = pleura → vliesje tussen long en ribbenkast =>
belangrijk bij pneumothorax
- Functie:
o Smering en wrijvingsvermindering: pleuravocht in de pleuraholte is
smeermiddel => twee pleuralagen gaan soepel over elkaar (zou anders
pijnlijk zijn)
o Bevordering van longexpansie en -contractie: helpt voor de juiste druk
(iets lager dan atmosferische druk) => zorgt ervoor dat de longen tegen de
borstwand blijven staan en voorkomt dat ze inklappen
o Bescherming: barrière tussen longen en borstwand => tegen infecties,
ontstekingen en letsel
2
, o Handhaving van drukbalans: door oppervlaktespanning door pleuravocht
worden de longen tegen de borstwand gehouden dus blijven ze
opgeblazen bij ademhaling
Lymfen
- Subpleuraal = lymfevaten → lopen centraal en langs de bloedvaten
- Functie:
o Vochtbalans: overtollig interstitieel vocht, eiwitten en andere afvalstoffen
naar bloedbaan => zo geraken lonen niet verstopt
o Immuunafweer: filteren ziekteverwekkers, vreemde deeltjes (zoals stof of
bacteriën) en abnormale cellen (zoals kankercellen)
o Afvoer van afvalstoffen: verwijderen deeltjes, dode cellen en andere
metabolische afvalproducten die zich in het longweefsel kunnen ophopen
= cruciaal voor behoud van integriteit en gezondheid van lon
Innervatie
- Autonoom
o PS (via nervus vagus): bronchoconstrictie, slijmproductie, beschermende
reflexen (hoesten)
o OS: bronchodilatatie, vermindert slijmproductie, helpt bij inspanning of
stress om de ademhaling te verbeteren
- Sensorisch
o Detecteert irritatie, rek en activeert reflexen
o Irritatiereceptoren: activeren hoesten, bronchoconstrictie
o Rekreceptoren: reguleren het ademhalingsritme (Hering-Breuer-reflex)
o Pijnsensatie in de pleura (maar niet in het diepe longweefsel)
Bloedvoorziening
- Longcirculatie: O2-arm bloed komt aan in RA → RV → longslagader →
gasuitwisseling in de longblaasjes/haarvaten → via de longaders terug naar LA →
LV → aorta → lichaam → vena cava
- Bronchi hebben ook hun eigen circulatie nodig = bronchiale circulatie → komt
ook van systemische circulatie => wordt niet helemaal afgevoerd via normale
systeem: heeft shunt → 1/3de gaat terug naar systemische circulatie
o Belangrijk voor aanvoer van voedingsstoffen, thermoregulatie en afvoer
van afvalstoffen
- Sekwestraties → segment dat niet via normale manier zijn bloed krijgt => krijg het
direct via systemische arterie → je krijgt te hoge drukken => segment gaat
afsterven dus moet verwijderd worden = congenitale aandoening
Luchttoevoer
- Naast een luchtweg loopt altijd een arterie → goed voor gasuitwisseling
- Dit gaat natuurlijk over een ideale long van Weibel => vaak afwijkingen
3
, - Trachea = generatie 0 → rechter en linker long:
generatie 1 → verschillende lobes: generatie 2 → … →
tot 8
- Grote en kleine luchtwegen (meer vatbaar voor ziekten)
→ kleine luchtwegen gaan blijven splitsen tot generatie
16 => dan ga je over naar luchtwegen die
gasuitwisseling doen
- Terminale bronchiolen = overgang van luchtwegen met
wand en zonder wand (waar gasuitwisseling zal
gebeuren) = tot 23
- Je luchtwegdiameter wordt steeds
kleiner
- Als je ziekte hebt in de kleine
luchtwegen ga je wel echt al ziek moeten
zijn om het te kunnen zien omdat je er
zoveel hebt
- Epitheel gaat ook veranderen in
samenstelling
- Gecillieerde cellen zijn belangrijk voor
cilliair transport voor mucus te
transporteren
- Basale cel is voorlopercel die kan differentiëren in andere cellen
- Het middenrif trekt samen en beweegt naar beneden
- De ribspieren tillen je ribben iets omhoog en naar buiten
- Doordat de borstkas groter wordt, zetten de longen uit
- Lucht stroomt tot aan de terminale bronchiolen
- Door de exponentiële toename van het aantal terminale
bronchiolen wordt de luchtstroom extreem traag
- De lucht diffundeert thv alveoli
- Generatie 16 = cutoff
- Conducting zone = waar er geen uitwisseling gaat
gebeuren maar puur lucht door buisjes verder en
verder in de long
- Vanaf generatie 17 = echte gasuitwisseling
- Individueel hebben de kleinere luchtwegen een veel hogere
weerstand dan de grotere luchtwegen, er zijn echter
veel meer kleine luchtwegen in parallel aan elkaar
4
microniveau
Long anatomie
- Ontwikkeling van long begint al vroeg → in
embryonische stage: 4-7 weken => eerste
generatie van bronchi
- Telkens als de luchtweg splitst heb je een
nieuwe generatie van bronchi
- Die luchtwegen splitsen bijna altijd mooi
dichotoom (in 2)
- Naast de luchtwegen die ontwikkelen heb je
ook bloedtoevoer die parallel mee gaat ontwikkelen
- Na 5-17 weken => bronchiolen + arteriën
- Dan respiratoire bronchiolen met alveolaire structuren
- Daarna de echte alveolen
- Als de baby geboren is, gaat dat eigenlijk blijven matureren → ze zijn niet meteen
volgroeid => zal nog ontwikkelen tot 21 jaar
- 24 weken is de cutoff voor leefbaarheid => als kindje te prematuur geboren zal
worden, gaan ze surfactant toedienen voor de longontwikkeling te ondersteunen
Longfunctie
- Op x-as = leeftijd, op y-as = piek van
de longfunctie
- Verschillende trajecten van
longontwikkeling en longverlies
- Je start met bepaalde longfunctie →
niet bij elke baby hetzelfde => want
kinderen worden prematuur geboren,
moeders die bij zwangerschap
gerookt hebben (longen gaan minder
ontwikkelen)
- Gaat naar omhoog tot 25-30 jaar → dan kan je ook verschillende trajecten zien
- Die prematuur geboorten kunnen nog altijd hun longen herstellen = catch up
- Maar er zijn ook een aantal longen die suboptimaal blijven => worden bv
blootgesteld aan sigarettenrook => gaan afzien en snelle achteruitgang met
prematuur overlijden
- Als longen niet blootgesteld worden kan het ook zijn dat die suboptimaal blijven
1
, - Bij mensen die normaal performen heb je ook weer de mensen die blootgesteld
worden => ook daar zal je snelle achteruitgang krijgen
- Maar je hebt ook mensen die supranormaal blijven, zelfs al zijn ze blootgesteld
- Alle longen, ook goede longen, gaan geleidelijk longfunctie verliezen
Anatomie
- In de lobben hebben we
segmenten => verschillen tussen
links en rechts: rechts = 10
segmenten, links = 8-9 segmenten
→ 2 segmenten zijn
samengesmolten tot 1
- Er zijn wel heel veel varianten
- Elk segmentje kan onafhankelijk
van elkaar functioneren en heeft
eigen bronchovasculaire aanvoer
Waarom zoveel verschillende segmenten?
- Gelokaliseerde ventilatie en gasuitwisseling: elk longsegment heeft eigen
bronchiën, bloedtoevoer en lymfedrainage → ze kunnen onafhankelijk van elkaar
functioneren => dit zorgt voor efficiënte gasuitwisseling
- Onafhankelijke perfusie: segmenten worden door eigen segmentale arteriën
voorzien, die aftakken van hoofdlongslagader
- Isolatie van ziekten: gelokaliseerde ziekte kan bij één of enkele segmenten blijven
=> dan moet er soms maar een deel van de long verwijderd worden
- Efficiënte longfunctie: segmenten zorgen voor maximaal oppervlakte voor
gasuitwisseling met minimale overlappin
Pleura
- Longen zijn ook ingekapseld = pleura → vliesje tussen long en ribbenkast =>
belangrijk bij pneumothorax
- Functie:
o Smering en wrijvingsvermindering: pleuravocht in de pleuraholte is
smeermiddel => twee pleuralagen gaan soepel over elkaar (zou anders
pijnlijk zijn)
o Bevordering van longexpansie en -contractie: helpt voor de juiste druk
(iets lager dan atmosferische druk) => zorgt ervoor dat de longen tegen de
borstwand blijven staan en voorkomt dat ze inklappen
o Bescherming: barrière tussen longen en borstwand => tegen infecties,
ontstekingen en letsel
2
, o Handhaving van drukbalans: door oppervlaktespanning door pleuravocht
worden de longen tegen de borstwand gehouden dus blijven ze
opgeblazen bij ademhaling
Lymfen
- Subpleuraal = lymfevaten → lopen centraal en langs de bloedvaten
- Functie:
o Vochtbalans: overtollig interstitieel vocht, eiwitten en andere afvalstoffen
naar bloedbaan => zo geraken lonen niet verstopt
o Immuunafweer: filteren ziekteverwekkers, vreemde deeltjes (zoals stof of
bacteriën) en abnormale cellen (zoals kankercellen)
o Afvoer van afvalstoffen: verwijderen deeltjes, dode cellen en andere
metabolische afvalproducten die zich in het longweefsel kunnen ophopen
= cruciaal voor behoud van integriteit en gezondheid van lon
Innervatie
- Autonoom
o PS (via nervus vagus): bronchoconstrictie, slijmproductie, beschermende
reflexen (hoesten)
o OS: bronchodilatatie, vermindert slijmproductie, helpt bij inspanning of
stress om de ademhaling te verbeteren
- Sensorisch
o Detecteert irritatie, rek en activeert reflexen
o Irritatiereceptoren: activeren hoesten, bronchoconstrictie
o Rekreceptoren: reguleren het ademhalingsritme (Hering-Breuer-reflex)
o Pijnsensatie in de pleura (maar niet in het diepe longweefsel)
Bloedvoorziening
- Longcirculatie: O2-arm bloed komt aan in RA → RV → longslagader →
gasuitwisseling in de longblaasjes/haarvaten → via de longaders terug naar LA →
LV → aorta → lichaam → vena cava
- Bronchi hebben ook hun eigen circulatie nodig = bronchiale circulatie → komt
ook van systemische circulatie => wordt niet helemaal afgevoerd via normale
systeem: heeft shunt → 1/3de gaat terug naar systemische circulatie
o Belangrijk voor aanvoer van voedingsstoffen, thermoregulatie en afvoer
van afvalstoffen
- Sekwestraties → segment dat niet via normale manier zijn bloed krijgt => krijg het
direct via systemische arterie → je krijgt te hoge drukken => segment gaat
afsterven dus moet verwijderd worden = congenitale aandoening
Luchttoevoer
- Naast een luchtweg loopt altijd een arterie → goed voor gasuitwisseling
- Dit gaat natuurlijk over een ideale long van Weibel => vaak afwijkingen
3
, - Trachea = generatie 0 → rechter en linker long:
generatie 1 → verschillende lobes: generatie 2 → … →
tot 8
- Grote en kleine luchtwegen (meer vatbaar voor ziekten)
→ kleine luchtwegen gaan blijven splitsen tot generatie
16 => dan ga je over naar luchtwegen die
gasuitwisseling doen
- Terminale bronchiolen = overgang van luchtwegen met
wand en zonder wand (waar gasuitwisseling zal
gebeuren) = tot 23
- Je luchtwegdiameter wordt steeds
kleiner
- Als je ziekte hebt in de kleine
luchtwegen ga je wel echt al ziek moeten
zijn om het te kunnen zien omdat je er
zoveel hebt
- Epitheel gaat ook veranderen in
samenstelling
- Gecillieerde cellen zijn belangrijk voor
cilliair transport voor mucus te
transporteren
- Basale cel is voorlopercel die kan differentiëren in andere cellen
- Het middenrif trekt samen en beweegt naar beneden
- De ribspieren tillen je ribben iets omhoog en naar buiten
- Doordat de borstkas groter wordt, zetten de longen uit
- Lucht stroomt tot aan de terminale bronchiolen
- Door de exponentiële toename van het aantal terminale
bronchiolen wordt de luchtstroom extreem traag
- De lucht diffundeert thv alveoli
- Generatie 16 = cutoff
- Conducting zone = waar er geen uitwisseling gaat
gebeuren maar puur lucht door buisjes verder en
verder in de long
- Vanaf generatie 17 = echte gasuitwisseling
- Individueel hebben de kleinere luchtwegen een veel hogere
weerstand dan de grotere luchtwegen, er zijn echter
veel meer kleine luchtwegen in parallel aan elkaar
4