Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 60 pagina's
Samenvatting

Samenvatting deel Biologie voor tandartsen - OLA 'wetenschappelijke fundamenten' (prof. Seuntjens)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 60 pagina's

Volledige samenvatting van de lessen 'biologie voor Tandartsen' in de eerste bachelor tandheelkunde - deel van het vak 'Wetenschappelijke fundamenten voor tandartsen'. Deze samenvatting omvat de lessen en powerpoints (met afbeeldingen) van prof Seuntjens!

Voorbeeld van de inhoud

Biologie voor tandartsen

Les 1: Het ontstaan van leven op aarde: van biomolecules tot cel
Organisatie v/h leven
Populatie: biosfeer (planeet) > ecosysteem (land) > populatie (mensen) > soort (de mens)
Organisme: Organisme > orgaansysteem (spijsverteringsstelsel) > orgaan (maag) > weefsel
Cel: cel > organel > macromolecule > atomen



Ontstaan van leven en evolutie
-> tree of life: root = ééncellige organismen
-> vraag: hoe ontstaat de cel? Hoe is het leven zoals we het nu kennen ontstaan?



Biomolecules: ontstaan van het leven
Koolstof als basisatoom
 Opgebouwd met centraal C atoom + H, O, N, S, P
 C-H = koolwaterstoffen
o Fossiele brandstoffen
o Apolair (beide hoge EN)
o +functionele groep / andere atomen => polair/apolair (ionisch geladen of niet?)
 Vaak isomeren
o Structurele isomeren: zelfde structuurformule maar volgorde atomen verschilt
o Stereo-isomeren: zelfde structuurformule maar ziet er 3D toch anders uit
 Enantiomeren: chiraliteit; isomeren zijn spiegelbeelden van elkaar maar dus
niet hetzelfde
 Biomolecule = aaneenschakeling eenheden tot polymeren
o Eiwitten < aminozuren
o Nucleïnezuren < nucleotiden
o Koolhydraten < suikers


Koolwaterstoffen/koolhydraten/suikers
Basiseenheden : Monosaccharides: C6H12O6 en cyclische monosaccharides
Glycoside bindingen :
- Disachariden bv. lactose, glucose, galactose
- Polysachariden -> voor opslag energie bv. zetmeel, glycogeen, cellulose




1

,Nucleïnezuren
Basiseenheden: Nucleotiden
 RNA (ribose) of DNA (desoxyribose)
o (desoxy)ribose suikergroep: OH of H op 2’ C
o Nucleïne basen: purines G/A en pyrimidines C/T/U
o Fosfaatgroep
 Nucleotiden binden adhv fosfodiesterverbindingen
o 3’ OH bindt met fosfaatgroep 5’ (+H2O komt vrij)
o 5’ → 3’
 Dubbele helix => basenparing
o A + T/U en G + C
o Waterstofbruggen
o DNA rond histonen: nucleosoom => chromatine => chromosoom
 Manier v/oprollen = epigenetisch kenmerk DNA => belangrijk vr afschrijven
bep. Eiwitten
 DNA afgeschreven tot RNA tot proteïne
o Soorten RNA
 mRNA
 translatie: rRNA, tRNA, snRNA
 regulerend: miRNA, siRNA, IncRNA
 circRNA
 nucleotides => belangrijk vr E: ATP, NAD+, FAD


Genen/Transcriptie
 DNA: promotor + coderende exonen + niet coderende intronen + terminator + enhancer
o Gen 5’ → 3’ op coderende streng
o 3’ → 5’ op matrijsstreng (complementair - wordt afgeschreven)
 RNA-polymerase bindt aan de promotor
o In niet coderende gebied (‘upstream’ gelegen v/enhancer)




 transcriptiefactoren binden aan niet coderende gen-regulerende sequenties
o promoter / enhancer (+) / repressor (-)
 DNA looping: transcriptiefactor dicht bij RNA polymerase complex => vastgelegd dr mediatior
o Versterkt translatie bij enhancer
o Stopt transcriptie bij terminator/repressor
o Wegsplicen intronen => overhouden coderende exonen
 Splicing
o Alternatieve splicing: 1 RNA kan op verschillende manieren gespliced worden -> 1
code kan verschillende eiwitten opleveren
 Capping: toevoegen poly-A staart voor bescherming 5’-einde



2

,Translatie
 Vertalen mRNA naar polypeptideketting in ribosomen a.d.h.v. tRNA
o Initiatie – elongatie – terminatie
 tRNA herkent codons => AZ
o AZ specifiek gekoppeld aan tRNA door aminoacyl tRNA synthase enzymes
o Codons degeneratief/redundant (1 aminozuur meestal gecodeerd door meerdere
triplets)
o Start AUG = methionine
 Post-translationele modificaties
o Additie van chemische- of suikergroepen
o Groot effect op activiteit van eiwit


Mutaties
 Puntmutaties: 1 basenpaar gewijzigd
o Nonsense mutatie: stopcodon gevormd
o Silent mutatie: zelfde AZ gevormd
o Missense mutatie: ander AZ gevormd
 Verschillende basenparen gewijzigd
o Insertie
o Deletie
=> leidt tot frame shift tenzij in veelvouden van 3


Eiwitten
Functies:
 Enzymatische kanalisatie
 Verdediging
 Ondersteuning
 Transport
 Beweging
 Regulatie
 Opslag

< aminozuren



-> vormen peptidebindingen (carboxylgroep reageert met
aminogroep)
-> vormen eiwitten (polypeptiden): langere kettingen met meer aminozuren bv. oxytocine

Structuur: primair – secundair
Verlies van structuur:

 Denaturatie (verlies tertiaire structuur): bij te hoge pH, temperatuur, etc.
 Renaturatie (omgekeerde): vaak niet mogelijk
 Dissociatie: uiteenvallen substructuren (verlies quaternaire structuur): wel reversibel


3

,Lipiden

= hydrofoob en apolair
 Triglyceriden: glycerol / triacylglycerol
 Vetzuren (verzadigd – enkele bindingen / onverzadigd - dubbele/driedubbele bindingen)
 Cholesterol (basis van steroiden) = belangrijke voorloper veel moleculen/hormonen
 Fosfolipiden: hydrofiel/polair kopje + hydrofobe/apoilaire vetzuurketens



Ontstaan van leven
 Ontstaan v biomolecules
 Welke biomolecule was er eerst?
 Hoe ontstaan cellen?

Ontstaan van biomolecules

Kunnen bouwstenen spontaan ontstaan?
-> Experiment Stanley Miller: water (Land is onbewoonbaar -> leven is waarschijnlijk ontstaan in de
zee) + vuur + energie -> ‘oersoep’ om te zien wat er in deze omstandigheden ontstaat. Resultaat =
aminozuren!
Bouwstenen konden dus spontaan ontstaan op de aarde zoals die was. Men vond ook dat deze
chemische reacties konden plaatsvinden over het hele heelal.

Kunnen bouwstenen zich spontaan organiseren tot polymeren?

ja, men is erover eens dat er een soort substraat (bv. klei) zou nodig geweest zijn pm de polymeren te
vormen.

Kunnen polymeren zich aanpassen zodat ze zich in stand kunnen houden?

Ja, m.b.v. van

 Mutaties: wijzigingen in de code
 Selectie best aangepaste organismen: evolutie! Bv. eiwitten, vergelijken met woorden:
bepaalden zijn zinvoller dan andere



Welke biomolecule was er eerst?

“RNA wereld” hypothese

Men denkt in eerste instantie dat RNA eerste bouwsteen was. RNA eerst (kon katalyseren en
informatie vastleggen), daarna volgde eiwitten + DNA (namen katalysatie + opslagfunctie over).




4

,Compartimentalisatie: ontstaan van cellen

Eerste stap: ontstaan membranen
 Bestaan uit lipidestructuren (fosfolipiden/liposomen/etc.) + cholesterol + eiwitten bv.
ionkanalen (diffusie – osmose), receptoren, enzymen (voor reacties te laten doorgaan), ankers
(cel bevestigen aan extracellulaire matrix)
 Eigenschappen: ‘vloeiende’ structuur (laser-experiment, als cel star was zou het gelaserde
deel ontkleurd blijven)
Dan: compartimentalisatie -> vorming van bv. endoplasmatisch reticulum in celmembraan
Dan: vorming van de celkern

Soorten cellen

Prokaryoten (Bacteriën/archae)
 Ééncellig (soms als groep)
 Klein
 Geen celkern, wel membraanplooien en celwand
 Vermenigvuldigen door celfissie
 Metabole diversiteit
Eukaryoten
 Protisten
o verzameling van verschillende ééncellige eukaryoten die geen fungi,
plant of dier zijn -> zeer divers
 Fungi
 Planten
 Dieren
-> ontstaan: endosymbiose! Eukaryote cel is ontstaan uit prokaryote cel (cyanobacterium veel gelijke
eigenschappen). Zie ppt voor overzicht ontstaan cel.
Virussen: geen cellen!
 Klein (20-250 nm, onze cellen ong. 5-10 micrometer)
 Geen cytoplasma/celmembraan: geen cel, wel partikel
 Onderverdeeld in DNA/RNA virussen afhankelijk van wat ze gebruiken om hun genetische
code te dragen
 Wel eiwit mantel = capside
 Obligate parasiet: heeft een cel nodig om zich te vermenigvuldigen. Vallen cellen aan en
maken daar een ‘virusfabriek’ van.
 Tropisme: wijst op doelwitcel virus -> virussen kunnen niet elk celtype aanvallen.




5

, Les 2: van cel tot dier
Van eencellig naar multicellulair
2 biljoen jaar geleden: eerste multicellulaire organismen.
Hoe?
1. Celdeling: meerdere cellen creëren.
2. Adhesie: meercellig organisme moet bij elkaar blijven.
3. Communicatie: hoe wisselen de verschillende cellen informatie uit?
4. Differentiatie: hoe gebeurt de taakverdeling/hoezo hebben cellen verschillende functies?


1. Celdeling
Cellen gaan door de celcyclus -> mitose! (proces kennen/begrijpen)




2. Adhesie
Cellen die aan elkaar hangen vormen een weefsel (vaak met dezelfde soort cellen).
Vb: epitheel weefsel (epithelen zijn weefsels die meestal barrières vormen, cellen zijn gepolariseerd
omdat ze moeten beschermen, hebben voor ook een duidelijke zijde die aan de binnenkant van de
barrière hoort en een zijde voor aan de buitenkant)
-> hier belangrijk dat cellen goed aan elkaar hangen voor bescherming!
Mbv adhesie-eiwitten = juncties die aan cytoskelet hechten.
adhesiemolecules
Groen = adhesie-eiwit
 Transmembranair: werkt zowel extra- als intracellulair
 hecht zich aan filamenten cytoskelet (oranje celmembraan op tekening)
 homofiele interacties: hecht zich in de cel aan tweede adhesie-eiwit
 vb. Cadherines -> juxtacriene communicatie




6

Documentinformatie

Geüpload op
5 januari 2026
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€12,48

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
LaraTHK
5,0
(1)
Verkocht
27
Volgers
2
Items
12
Laatst verkocht
4 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen