100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - Economische sociologie (Y00935)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
68
Geüpload op
03-01-2026
Geschreven in
2023/2024

Gehele samenvatting van de lessen van Adriaenssens Stef KUL Antwerpen Handelswetenschappen












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
3 januari 2026
Aantal pagina's
68
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Sociologie als wetenschap
1. Wat sociologie niet is

1. Sociologie is geen anti-economisme

Economengrapje: een goede econoom wordt herboren als natuurkundige, een slechte econoom wordt opnieuw
geboren als socioloog.

Anti-economisme = Geheel van kritieken die zich verzetten tegen de fundamenten van de mainstream
economische wetenschap => De sociale wetenschappen zouden beter af zijn zonder

 Heel wat sociologen zorgen voor uitlegging van de wetenschap die er voor zorgt dat de sociologie zijn identiteit
ontleent aan het verschil met de economie. Dat is niet persé verkeerd, maar het wekt de foute indruk dat dit
het doel van de sociologie is

Anti-economisme bestaat wel, maar ook in andere takken. Beide wetenschappen hebben meer gemeen dan er
verschillen zijn. => Hebben het over het handelen van mensen, hoe deze gecoördineerd worden en hoe ze
samenleven + hebben een vruchtbare wisselwerking


2. Sociologie is geen socialisme

Anekdote : student die steeds socialisme schreef in plaats van sociologie.
Socialisme is een politieke ideologie (met marxistische achtergrond)

Sociologen hebben vele politieke ideologieën (waaronder socialisme), maar de sociologie als wetenschap heeft geen
ideologie of geen politiek programma.


3. Sociologie is meer dan een verhaal

Verhaal is een uitleg zoals het gebeurd zou kunnen zijn => Nuttig instrument om wetenschap mee op te bouwen:

- Komen neer op het bedenken van mogelijke verklaringen die we kunnen reflecteren op hoe de werkelijkheid
is = hypothesen
- Hoe de werkelijkheid had kunnen zijn, maar dat niet is = mogelijke werelden => Gebruikt om oorzaak
gevolg relaties te ontdekken: Jan gooit een raam stuk => Als Jan geen steen had gegooid was het raam niet
kapot.

 Verhalen zijn dus nuttig, maar geen echte verklaringen => het is een model dat kan dienen om de werkelijkheid
mee te vergelijken => In de sociologie is een model niet genoeg: alleen als men kan aantonen dat het
overeenstemt met de werkelijkheid is het een afdoende verklaring

Sociologie ó Economie:
Sociologen gaan makkelijker buitenstappen en zelf de dingen waarnemen, economen daarentegen gaan eerst
vanalles berekenen en uitwerken achter hun bureau (geformaliseerd).

à Sociologie streeft naar consistente en valide verklaringen




1

,4. Sociologie praat het verwerpelijke niet goed


Misverstand De sociologie kan een verschil maken tussen goed en kwaad => Sociologie probeert te construeren
wat mensen als goed en fout zien en is geïnteresseerd waarom ze regels overtreden, maar maakt zelf geen
onderscheid tussen goed en kwaad.

Sociologen proberen soms een uitleg te vinden waarom mensen stelen of prostitutie onderzoeken (duistere kant
van de SL onderzoeken) = wordt vaak slecht gezien, terwijl ze gewoon proberen om hun gedrag te begrijpen. Er is
een verschil tussen analyseren + begrijpen en iets goedkeuren.

 Sociologische verklaringen kunnen wel relevant zijn voor morele oordelen, maar vervangen ze niet.

2. Sociologie bestudeert het sociaal handelen
Het sociale verwijst naar:
1. Sociaal handelen:
2. Sociale feiten
- Gedrag = Alles wat mensen doen
- Handelen = gedrag dat wordt gesteld met intentie (bedoeling)
- Sociaal handelen = handelen met intentie en dat gecoördineerd is met anderen.
Gedragingen die geen intentie hebben zijn geen handelingen. Sociologen bestuderen het gedrag.
Vb.:
Als we niezen stellen we gedrag, maar we niezen niet intentioneel dus het is geen handelen.

Als we thuis bidden stellen we ook gedrag en we doen dit intentioneel dus gaat het om handelen. Dit handelen
heeft echter geen betrekking op andere mensen dus is het geen sociale handeling.
Doen we dit in een moskee, dan doen we dat samen met andere gelovigen en gaan we dus wel sociaal handelen.

= een gelijkenis met de economie: de economie is van het coordinatiemechansime van de markt op interactie
gebouwd. Daarom is elke handeling op de markt uit zijn aard sociaal handelen.

Er zijn dus 2 criteria:

1) Intentie Sommige zelfde gedragingen kunne tot verschillende
2) Coördinatie deelverzameling horen => Ademen gewoon of bij de dokter

1. Grondcategorieën van het sociaal handelen: 4 types van handelen

Deze categorieën ontlenen hun bestaan aan de oriëntatie van de handeling die het individu stelt. => het
handelend individu doet aan zingeving. Elk type van handelen is op zijn manier begrijpelijk gedrag.

1. Doelrationeel handelen (instrumenteel handelen)

Verzameling handelingen in functie van een set doelstellingen aan een zo laag mogelijke kost een zo goed
mogelijke uitkomst proberen te bereiken. => Bewuste deliberatie
gericht om een buitengelegen handeling te bereiken.
Bv. Studentenjob: kijken naar loon, is het vies werk tov de loon?-> afstand ervan doen.
Van punt A naar punt B via korts mogelijke weg. Verkopen voor hoogst mogelijk prijs.



2

,2. Waarderationeel handelen

Gedrag dat men stelt omwille van de intrinsieke waarde van het gedrag => Ongeacht de uitkomst!
Doel van de handeling zich inzichzelf besloten.

Het feit da de uitkomst niet in overweging wordt genomen is het groet verschil met doelrationaliteit. => Bv een
agent die een verdachte weigert te slaan, ongeacht de gevolgen ervan. Dit is waarderationeel handelen. Als hij dit
niet doet om een straf te vermijden dan handelt hij doelrationeel.
Naar muziek luisteren puur voor zijn schoonheid = waarderationeel handelen

 Waarderationeel omdat het doel in de handeling zelf besloten zit

3. Affectief handelen

De handeling wordt bepaald door de gevoelsmatige toestand van de actor => Geen patroon van rationeel gedrag

Bv: koppel dat ruzie heeft en servies kapotslaat

 Verschil met rationeel handelen ligt in de afwezigheid van oorzakelijke relatie tussen expliciete deliberatie en
handeling

4. Traditioneel handelen

Niet-rationeel proces => handelen bepaald door diepgewortelde gewoontes
Bv een ochtendritueel

 Op de grens van gedrag

Dit onderscheid leert ons dat er in de sociaalwetenschappelijke taal geen zinloos handelen bestaat. Bv: zinloos
geweld = affectief handelen => We begrijpen de oorzaak niet

Sociologen: er bestaat zinvol gedrag dat niet rationeel is.

= verschil met economie: het gedrag is zinvol ook al is het niet rationeel. Daarnaast zijn er meerdere vormen van
rationeel handelen. Sociologen gaan er niet van uit dat mensen altijd rationeel handelen terwijl economen er van
uit dat men altijd doelrationeel handelt. In de sociologie is alles rationeel wanneer dit het gevolg is van deliberatie
binnen een individu.

Conclusies over de types van handelen:

1. Zinloos handelen is een contradictie: echte handelingen hebben altijd een reden / intentie

2. Vat de overlap én het verschil tussen sociologie en economie (cf. Robinson Crusoë)  Robinson moest
alleen overleven op een eiland, hij coördineert dus niet meer met anderen. Menselijke economieën zijn wel op
interactie gebouwd, dus bijna altijd sociaal. Bv. Markt = sociaal

3. Sociologie bestudeert sociale feiten
Sociale feit: het sociale staat ook boven individuen, het is niet dat het enkel individuen met elkaar verbindt.
Sociale fenomen bestaan niet enkel tussen individuen, maar ook dat ze aan individuen vooraf gaan.

De stelling dat sociologie het sociale bestudeert valt uiteen in twee benaderingen:

1. Een individu handelt met anderen, en houdt rekening met anderen.
2. Het bestaan van fenomenen boven individuen zoals de samenleving => vertrekt van wat boven en buiten
individuen bestaat eerder dan dat het individuen met elkaar verbindt
3

,  Sociale fenomenen bestaan niet alleen tussen individuen, maar ze gaan ze ook vooraf (objectief). 1. Men kan zich
dus niet zomaar aan dit sociale onttrekken, het legt zich aan het individu op (dwingend vemogen) => Het
oefent van buitenaf druk uit op ons omdat het niet respecteren van sociale feiten zowel formele als informele
sancties uitlokt
2. Overtreding:

Voorbeeld: Taal => Taal bestond vooraleer we ter wereld kwamen en het zal niet met onze individuele dood
sterven. Het voortbestaan is niet afhankelijk van ons, maar toch maakt het ons tot wat we zijn. Het is iets
werkelijk dat buiten ons bestaat.

Collectief goed = goederen warvan iedereen samen kan geniten omdat consumptie door de een niet ten koste
gaat van de ander. Bv. Lucht die we inademen.
Hypercollectief goed = De waarde neemt toe naarmate er meer gebruikers zijn. Bv. Taal, waarde van het
beheersen van een taal neemt toe naargelang meer mensen er gebruik van maken.

Het normale van overtredingen

Een sociaal feit heeft twee kanten: Ze hebben een dwingend vermogen waardoor ze doorgaans gerespecteerd,
men kan zich dus niet zomaar aan dit sociale onttrekken, het legt zich aan het individu op. Maar ze worden ook
overtreden:

Bv Durkheim over zelfdoding: Er is geen samenleving zonder zelfdoding. Doorheen de jaren zijn de cijfers vrij
stabiel. = sociaal gezien is zelfdoding een normaal en het verschijnsel wordt dus doro de samenleving bepaald.

 Ondanks dat het door de samenleving bepaald is kan het veel oorzaken hebben:
1) Altruïstische zelfdodign: Vloeien voort uit het feit dat sommige mensen erg goed geïntegreerd zijn in de
samenleving => Harakiri of zelfverbranding van weduwen
2) Anomisch zelfdoding: Vloeit voort uit afname sociale integratie. Het is het gevolg van een tekort aan
regulering van menselijke noden en verwachtingen

Verwante begrippen

 Alle refereren naar een bovenindividueel sociaal fenomeen:
- Sociale structuur = Het geheel van posities en groeperingen die in de samenleving voorkomen en de relaties
die er tussen bestaan => centraal: De structuur van relaties in (intern) en tussen (extern) groepen
- Sociaal systeem = Een autonoom onderdeel van de samenleving met eigen regels die de relaties tussen
personen en activiteiten regelen. Geheel van de sociale systemen = samenleving.

<> Het verschil met een organisatie is dat een organisatie een fenomeen die en met expliciet doel zijn
opgericht door identificeerbare oprichters. Sociale systemen ontstaan spontaan: ontstonden ongewild door
handelen en coördineren van talloze handelingen.

4. Sociologie is een product van sociologen in de samenleving
 Wie de samenleving wil bestuderen kijkt naar datgene waar hij zelf in zit

Pitrim Sorokin

Bestudeerde de invloed van honger op menselijk gedrag, het sociale leven en de organisatie van de maatschappij
=> Was nooit eerder onderzocht, maar hij had er zelf ervaring met dit fenomeen en het fenomeen was zeer
verspreid doorheen de hele USSR. (hij maakte deze hongersnood zelf mee in zijn jeugd)


4
€15,49
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
emra

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
emra Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen