Sociologie samenvatting
Deel 1 – Op verkenning naar de sociologie
- H1 – Sociologie als wetenschap van de samenleving
- H2 – Het ontstaan en de grondleggers van de sociologie
Deel 2 – Bouwstenen van de sociologie
- H1 – Sociaal handelen, sociale interactie en communicatie
- H2 – Sociale relaties, sociale posities, sociale rol
- H3 – Cultuur, waarden en normen
- H4 – Socialisering
- H5 – Deviant gedrag
Deel 3 – Bouwwerken van de sociologie
- H1 – Institutionalisering en instituties
- H2 – Groeperingen en netwerken
- H3 – Organisaties
Deel 1: Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap van de samenleving
Definitie “Ik zie wat ik geleerd heb”
Bronnen: Veelheid van omschrijvingen van “wat is sociologie?” => geen eenvormige definitie
Woordontleding van “sociologie”:
Latijns woorden: socius = metgezel en sociatas= samenleving
Grieks woord: logos= kennis/wetenschap
=sociologie is de wetenschap van de menselijke samenlevingen
Je handelt volgens de regels die je zijn aangeleerd, bv niet op de stoel van de docent gaan zitten maar op
je eigen stoel. Niet alles in de krant is wetenschappelijk maar je kan er wel wetenschappelijk of
sociologisch over nadenken.
Ervaringskenni Ervaringskennis vs wetenschappelijke kennis:
s vs Sociologische kennis is ervaringskennis
wetenschap “Socioloog zegt in moeilijke termen wat iedereen kan opmerken” bv. Spelregels worden normen
Plaats in de samenleving wordt sociale positie, verwachtingen wordt sociale rol
Sociologie is een wetenschap, sociologische kennis is wetenschapskennis
- => Is ervaringskennis dan een vorm van wetenschappelijke kennis?
Ervaringskennis is kennis die voortkomt uit persoonlijke beleving. Ze is subjectief, beperkt en
absoluut, omdat mensen dezelfde situatie anders kunnen ervaren (bv. een film of les). Vaak blijft ze op
het niveau van de totale indruk: iets voelt goed of slecht aan, zonder dat men dit inhoudelijk kan
onderbouwen door gebrek aan kennis.
Wetenschappelijke kennis is aanvechtbaar en kan veranderen door nieuwe inzichten of perspectieven.
Eenzelfde situatie kan verschillend geïnterpreteerd worden door verschillende onderzoekers of op
verschillende momenten. Daarnaast is wetenschappelijke kennis aspectueel: één sociaal fenomeen kan
vanuit meerdere invalshoeken onderzocht worden (bv. een vechtscheiding economisch, emotioneel,
juridisch).
Sociologische kennis vertrekt deels vanuit ervaringskennis, maar vertaalt dagelijkse observaties
naar wetenschappelijke begrippen. Zo worden spelregels normen, verwachtingen sociale rollen en
iemands plaats in de samenleving een sociale positie (bv. de verwachting dat een docent vooraan
lesgeeft). Sociologie is dus herkenbaar vanuit ervaring, maar blijft een wetenschap.
1
,Sociale vs Wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen zoals vuur, licht, papier, airco, gsm…
natuurwetensc Antwoorden in 2 categorieën:
hap 1. stoommachine, ruimtevaart, chiptechnologie, …
2. ontdekking van de sociale gelaagdheid van de samenleving, wet van vraag en aanbod, sociale
zekerheid
- Spontane antwoorden meestal: categorie 1
- Spontane antwoorden zijn meestal natuurwetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen
Antwoorden uit categorie 1 hebben geleid tot de Industriële revolutie, de economische groei en de
bijhorende welvaartsstijging. Onmiddellijke en direct zichtbare gevolgen op het dagelijkse leven van de
mens
Antwoordcategorieën uit categorie 2 hebben ook de samenleving veranderd en hebben mensen
ervan bewust gemaakt dat er zoiets is als 'een samenleving’.
Gevolg
Eerste theorieën over de samenleving op maat van de natuurwetenschappen (cfr. infra hoofstuk 2).
Maar de natuurwetenschappelijke methode bleek al gauw niet bruikbaar om de maatschappelijke
werkelijkheid te vatten.
Wetmatigheden: context specifiek bv homo huwelijk, in belgie mag dat in andere alnden niet.
Rollen uit elkaar halen, bv scheiding je ziet hem niet meer als je partner maar als de vader van je
kinderen.
Deel van onderzoeksveld: nooit neutraal t.o.v. eigen object, want je bent zelf in een positie.
Wetenschap Sociologie is meer dan het louter beschrijven van empirische feiten (wat ik kan waarnemen)
van de met moeilijke terminologie.
samenleving
1. Socioloog conceptualiseert de vastgestelde sociale werkelijkheid en poogt alzo te veralgemenen.
= conceptueel denkkader of de 'sociologische bril'
2. Socioloog wil ook verklaren. Socioloog zoekt naar een samenhang tussen de verschillende delen
van de vastgestelde sociale werkelijkheid, die de basis is van regelmatigheden in het verloop van die
werkelijkheid en die –mits herkend- een zekere voorspelbaarheid mogelijk maakt.
3. Ten allen tijde dient de socioloog aandacht te hebben voor de representativiteit,
betrouwbaarheid en validiteit bij het verzamelen, verwerken en interpreteren van
onderzoeksgegevens.
Representativiteit: onderzoeken van een gedeelte van de sociale werkelijkheid dat een verkleinde
maar getrouwe weergave is voor de totale werkelijkheid
- De mening of ervaring van één persoon is niet representatief en dus niet betrouwbaar, zeker
door sociale wenselijkheid. Een steekproef is wél representatief wanneer ze een goed beeld
geeft van de hele populatie (verschillende leeftijden, geslacht, enz.) en anoniem wordt
afgenomen.
Betrouwbaarheid: andere onderzoekers die op dezelfde manier te werk gaan moeten tot zelfde
resultaat komen.
- Betekent dat een meting steeds hetzelfde resultaat oplevert. Dat kan zonder validiteit te zijn:
een kapotte meetlat of weegschaal geeft telkens hetzelfde resultaat, maar meet niet correct.
Validiteit: zijn gegevens goede uitdrukking van datgene wat ik wil onderzoeken?
- Betekent dat je meet wat je echt wil meten. Openlijk in de klas vragen wie op een partij stemt
kan betrouwbaar lijken, maar is niet valide door sociale wenselijkheid; anoniem meten zou andere
resultaten geven.
vraagverwoording beïnvloedt validiteit: neutrale vragen (“Wat vind je goed of slecht aan de les?”) zijn
2
, beter dan sturende vragen (“Je vindt mijn les goed toch?”).
CD&V: in termen van gezag: examenvraag, waarom een politieke partij iets doen en wat het nut ervan is
Volgens Bourdieu denken mensen verschillend naargelang hun economisch en cultureel kapitaal en
omgeving. Dit vormt de habitus: ingesleten denk- en handelingspatronen die gedrag en oordelen sturen.
Die verklaren veel, maar zijn beperkt, daarom moet je je blik open houden.
In sociaal werk zet je je eigen habitus opzij en leef je je in in die van de cliënt, zonder te oordelen.
Verschillende standpunten (bv. samenwonen vs. direct huwen) zijn zo sociologisch verklaarbaar.
Sociologie vertrekt van voorspelbaar gedrag, werkt met betrouwbare en valide data, en
waarschuwt voor te snelle causaliteit. Conceptualiseren stuurt hoe een probleem wordt gezien (bv.
meertaligheid als probleem of als meerwaarde).
Belangrijk, dit is dobbelare
Er zijn twee grote manieren om naar de sociale werkelijkheid te kijken.
Durkheim focust op sociale feiten zoals rollen en posities die losstaan van individuen; de samenleving
beïnvloedt het individu. Dit is een structurele, objectieve benadering (bv. registers en statistieken
analyseren).
Weber focust op gedrag en betekenis via verstehen: het begrijpen van de subjectieve
interpretaties die mensen geven aan hun handelen. Dit is een interactiegerichte benadering (bv.
individuen bevragen).
= Durkheim = sociaal, Weber = gedrag en betekenis.
Vranken & Hendrickx
Ze zijn allebei heel betrouwbaar want interpretatie en feiten gaan samen maar toch gaan we eerder naar
kwantitatieven (cijfers: durkheim)
Sociologie vs Sociologie versus andere humane wetenschappen
humane Sociologie bekijkt de werkelijkheid als een plein met huizen: elke humane wetenschap kijkt door een
wetenschappe ander “raam” naar dezelfde realiteit (Vranken & Henderickx). Sociologie focust op structurele en
n maatschappelijke patronen, niet op het individu alleen.
Bij (echt)scheidingen onderzoekt sociologie algemene kenmerken via grote
bevragingen (veralgemening: statistisch en theoretisch), aangevuld met Weberiaans begrijpen door
ook naar individuele verhalen te luisteren.
Andere invalshoeken:
- Psychologie: individuele behoeften en zelfontplooiing (Maslow).
3
, - Economie: economische onafhankelijkheid van vrouwen.
- Recht: evolutie naar schuldeloze scheiding en soepele beëindiging van wettelijk samenwonen;
liberale wetgeving vergemakkelijkt scheiden.
Bij werkloosheid:
- Psychologie kijkt naar mentaal welzijn.
- Economie naar uitkeringen en inkomen.
- Sociologie naar maatschappelijke drempels zoals taal, gezinslasten, loon en werkuren.
Nabeschouwin Sociologie is niet zo gemakkelijk als onze beginfrase doet uitschijnen.
g
Dingen zien die je eerder niet zag
Deel 1: Hoofdstuk 2: het ontstaan en de grondleggers van de sociologie
Ontstaan van de sociologie:
Sociologie is een jonge wetenschap – 19de eeuw. Het is ontstaan onder invloed van een aantal
maatschappelijke factoren.
Ontstaan van een nieuw productieproces
- Industriële revolutie
- Fabriekssysteem: vervreemding – uitbuiting – solidariteit (cfr. Daens)
Urbanisatie: Overbevolking => sociale problemen zoals armoede, slechte gezondheid
Opkomst van wetenschap als verklaringsmechanisme
- Secularisatie – godsdienst als verklaring voor sociale problemen verdwijnt
Nadruk op het sociale: Individu versus groep
Grondleggers van de sociologie
Auguste Maatschappelijke verschijnselen waarnemen en ordenen en uit die waarnemingen algemene
Comte wetten formuleren. => Kennis van dergelijke wetten zou een verandering in de samenleving
(1798- mogelijk maken.
1857)
Van chaos naar orde - "Savoir pour prévoir et prévoir pour pouvoir."
Elke samenleving doorloopt drie fasen – driefasenwet
- Religieuze samenleving
- Metafysische samenleving
- Wetenschappelijke samenleving
Aanvankelijk: wetenschap van de samenleving naar het beeld van de natuurwetenschappen =>
physique sociale, sociale fysica
1838: Sociologie => twee delen
- Sociale statica: instituties
- Sociale dynamica: verandering
Herbert Sociologie als natuurwetenschap: samenleving wordt vergeleken met een lichaam
Spencer - Stabiele samenleving met onderling afhankelijke delen
(1820- - Structuur met functies – structuurdifferentiatie & functiedifferentiatie
1903)
“Survival of the fittest”
- Natuurlijke selectie
- Zuivere vrije marktsysteem, zonder overheidstussenkomst
4
Deel 1 – Op verkenning naar de sociologie
- H1 – Sociologie als wetenschap van de samenleving
- H2 – Het ontstaan en de grondleggers van de sociologie
Deel 2 – Bouwstenen van de sociologie
- H1 – Sociaal handelen, sociale interactie en communicatie
- H2 – Sociale relaties, sociale posities, sociale rol
- H3 – Cultuur, waarden en normen
- H4 – Socialisering
- H5 – Deviant gedrag
Deel 3 – Bouwwerken van de sociologie
- H1 – Institutionalisering en instituties
- H2 – Groeperingen en netwerken
- H3 – Organisaties
Deel 1: Hoofdstuk 1: Sociologie als wetenschap van de samenleving
Definitie “Ik zie wat ik geleerd heb”
Bronnen: Veelheid van omschrijvingen van “wat is sociologie?” => geen eenvormige definitie
Woordontleding van “sociologie”:
Latijns woorden: socius = metgezel en sociatas= samenleving
Grieks woord: logos= kennis/wetenschap
=sociologie is de wetenschap van de menselijke samenlevingen
Je handelt volgens de regels die je zijn aangeleerd, bv niet op de stoel van de docent gaan zitten maar op
je eigen stoel. Niet alles in de krant is wetenschappelijk maar je kan er wel wetenschappelijk of
sociologisch over nadenken.
Ervaringskenni Ervaringskennis vs wetenschappelijke kennis:
s vs Sociologische kennis is ervaringskennis
wetenschap “Socioloog zegt in moeilijke termen wat iedereen kan opmerken” bv. Spelregels worden normen
Plaats in de samenleving wordt sociale positie, verwachtingen wordt sociale rol
Sociologie is een wetenschap, sociologische kennis is wetenschapskennis
- => Is ervaringskennis dan een vorm van wetenschappelijke kennis?
Ervaringskennis is kennis die voortkomt uit persoonlijke beleving. Ze is subjectief, beperkt en
absoluut, omdat mensen dezelfde situatie anders kunnen ervaren (bv. een film of les). Vaak blijft ze op
het niveau van de totale indruk: iets voelt goed of slecht aan, zonder dat men dit inhoudelijk kan
onderbouwen door gebrek aan kennis.
Wetenschappelijke kennis is aanvechtbaar en kan veranderen door nieuwe inzichten of perspectieven.
Eenzelfde situatie kan verschillend geïnterpreteerd worden door verschillende onderzoekers of op
verschillende momenten. Daarnaast is wetenschappelijke kennis aspectueel: één sociaal fenomeen kan
vanuit meerdere invalshoeken onderzocht worden (bv. een vechtscheiding economisch, emotioneel,
juridisch).
Sociologische kennis vertrekt deels vanuit ervaringskennis, maar vertaalt dagelijkse observaties
naar wetenschappelijke begrippen. Zo worden spelregels normen, verwachtingen sociale rollen en
iemands plaats in de samenleving een sociale positie (bv. de verwachting dat een docent vooraan
lesgeeft). Sociologie is dus herkenbaar vanuit ervaring, maar blijft een wetenschap.
1
,Sociale vs Wetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen zoals vuur, licht, papier, airco, gsm…
natuurwetensc Antwoorden in 2 categorieën:
hap 1. stoommachine, ruimtevaart, chiptechnologie, …
2. ontdekking van de sociale gelaagdheid van de samenleving, wet van vraag en aanbod, sociale
zekerheid
- Spontane antwoorden meestal: categorie 1
- Spontane antwoorden zijn meestal natuurwetenschappelijke ontdekkingen en uitvindingen
Antwoorden uit categorie 1 hebben geleid tot de Industriële revolutie, de economische groei en de
bijhorende welvaartsstijging. Onmiddellijke en direct zichtbare gevolgen op het dagelijkse leven van de
mens
Antwoordcategorieën uit categorie 2 hebben ook de samenleving veranderd en hebben mensen
ervan bewust gemaakt dat er zoiets is als 'een samenleving’.
Gevolg
Eerste theorieën over de samenleving op maat van de natuurwetenschappen (cfr. infra hoofstuk 2).
Maar de natuurwetenschappelijke methode bleek al gauw niet bruikbaar om de maatschappelijke
werkelijkheid te vatten.
Wetmatigheden: context specifiek bv homo huwelijk, in belgie mag dat in andere alnden niet.
Rollen uit elkaar halen, bv scheiding je ziet hem niet meer als je partner maar als de vader van je
kinderen.
Deel van onderzoeksveld: nooit neutraal t.o.v. eigen object, want je bent zelf in een positie.
Wetenschap Sociologie is meer dan het louter beschrijven van empirische feiten (wat ik kan waarnemen)
van de met moeilijke terminologie.
samenleving
1. Socioloog conceptualiseert de vastgestelde sociale werkelijkheid en poogt alzo te veralgemenen.
= conceptueel denkkader of de 'sociologische bril'
2. Socioloog wil ook verklaren. Socioloog zoekt naar een samenhang tussen de verschillende delen
van de vastgestelde sociale werkelijkheid, die de basis is van regelmatigheden in het verloop van die
werkelijkheid en die –mits herkend- een zekere voorspelbaarheid mogelijk maakt.
3. Ten allen tijde dient de socioloog aandacht te hebben voor de representativiteit,
betrouwbaarheid en validiteit bij het verzamelen, verwerken en interpreteren van
onderzoeksgegevens.
Representativiteit: onderzoeken van een gedeelte van de sociale werkelijkheid dat een verkleinde
maar getrouwe weergave is voor de totale werkelijkheid
- De mening of ervaring van één persoon is niet representatief en dus niet betrouwbaar, zeker
door sociale wenselijkheid. Een steekproef is wél representatief wanneer ze een goed beeld
geeft van de hele populatie (verschillende leeftijden, geslacht, enz.) en anoniem wordt
afgenomen.
Betrouwbaarheid: andere onderzoekers die op dezelfde manier te werk gaan moeten tot zelfde
resultaat komen.
- Betekent dat een meting steeds hetzelfde resultaat oplevert. Dat kan zonder validiteit te zijn:
een kapotte meetlat of weegschaal geeft telkens hetzelfde resultaat, maar meet niet correct.
Validiteit: zijn gegevens goede uitdrukking van datgene wat ik wil onderzoeken?
- Betekent dat je meet wat je echt wil meten. Openlijk in de klas vragen wie op een partij stemt
kan betrouwbaar lijken, maar is niet valide door sociale wenselijkheid; anoniem meten zou andere
resultaten geven.
vraagverwoording beïnvloedt validiteit: neutrale vragen (“Wat vind je goed of slecht aan de les?”) zijn
2
, beter dan sturende vragen (“Je vindt mijn les goed toch?”).
CD&V: in termen van gezag: examenvraag, waarom een politieke partij iets doen en wat het nut ervan is
Volgens Bourdieu denken mensen verschillend naargelang hun economisch en cultureel kapitaal en
omgeving. Dit vormt de habitus: ingesleten denk- en handelingspatronen die gedrag en oordelen sturen.
Die verklaren veel, maar zijn beperkt, daarom moet je je blik open houden.
In sociaal werk zet je je eigen habitus opzij en leef je je in in die van de cliënt, zonder te oordelen.
Verschillende standpunten (bv. samenwonen vs. direct huwen) zijn zo sociologisch verklaarbaar.
Sociologie vertrekt van voorspelbaar gedrag, werkt met betrouwbare en valide data, en
waarschuwt voor te snelle causaliteit. Conceptualiseren stuurt hoe een probleem wordt gezien (bv.
meertaligheid als probleem of als meerwaarde).
Belangrijk, dit is dobbelare
Er zijn twee grote manieren om naar de sociale werkelijkheid te kijken.
Durkheim focust op sociale feiten zoals rollen en posities die losstaan van individuen; de samenleving
beïnvloedt het individu. Dit is een structurele, objectieve benadering (bv. registers en statistieken
analyseren).
Weber focust op gedrag en betekenis via verstehen: het begrijpen van de subjectieve
interpretaties die mensen geven aan hun handelen. Dit is een interactiegerichte benadering (bv.
individuen bevragen).
= Durkheim = sociaal, Weber = gedrag en betekenis.
Vranken & Hendrickx
Ze zijn allebei heel betrouwbaar want interpretatie en feiten gaan samen maar toch gaan we eerder naar
kwantitatieven (cijfers: durkheim)
Sociologie vs Sociologie versus andere humane wetenschappen
humane Sociologie bekijkt de werkelijkheid als een plein met huizen: elke humane wetenschap kijkt door een
wetenschappe ander “raam” naar dezelfde realiteit (Vranken & Henderickx). Sociologie focust op structurele en
n maatschappelijke patronen, niet op het individu alleen.
Bij (echt)scheidingen onderzoekt sociologie algemene kenmerken via grote
bevragingen (veralgemening: statistisch en theoretisch), aangevuld met Weberiaans begrijpen door
ook naar individuele verhalen te luisteren.
Andere invalshoeken:
- Psychologie: individuele behoeften en zelfontplooiing (Maslow).
3
, - Economie: economische onafhankelijkheid van vrouwen.
- Recht: evolutie naar schuldeloze scheiding en soepele beëindiging van wettelijk samenwonen;
liberale wetgeving vergemakkelijkt scheiden.
Bij werkloosheid:
- Psychologie kijkt naar mentaal welzijn.
- Economie naar uitkeringen en inkomen.
- Sociologie naar maatschappelijke drempels zoals taal, gezinslasten, loon en werkuren.
Nabeschouwin Sociologie is niet zo gemakkelijk als onze beginfrase doet uitschijnen.
g
Dingen zien die je eerder niet zag
Deel 1: Hoofdstuk 2: het ontstaan en de grondleggers van de sociologie
Ontstaan van de sociologie:
Sociologie is een jonge wetenschap – 19de eeuw. Het is ontstaan onder invloed van een aantal
maatschappelijke factoren.
Ontstaan van een nieuw productieproces
- Industriële revolutie
- Fabriekssysteem: vervreemding – uitbuiting – solidariteit (cfr. Daens)
Urbanisatie: Overbevolking => sociale problemen zoals armoede, slechte gezondheid
Opkomst van wetenschap als verklaringsmechanisme
- Secularisatie – godsdienst als verklaring voor sociale problemen verdwijnt
Nadruk op het sociale: Individu versus groep
Grondleggers van de sociologie
Auguste Maatschappelijke verschijnselen waarnemen en ordenen en uit die waarnemingen algemene
Comte wetten formuleren. => Kennis van dergelijke wetten zou een verandering in de samenleving
(1798- mogelijk maken.
1857)
Van chaos naar orde - "Savoir pour prévoir et prévoir pour pouvoir."
Elke samenleving doorloopt drie fasen – driefasenwet
- Religieuze samenleving
- Metafysische samenleving
- Wetenschappelijke samenleving
Aanvankelijk: wetenschap van de samenleving naar het beeld van de natuurwetenschappen =>
physique sociale, sociale fysica
1838: Sociologie => twee delen
- Sociale statica: instituties
- Sociale dynamica: verandering
Herbert Sociologie als natuurwetenschap: samenleving wordt vergeleken met een lichaam
Spencer - Stabiele samenleving met onderling afhankelijke delen
(1820- - Structuur met functies – structuurdifferentiatie & functiedifferentiatie
1903)
“Survival of the fittest”
- Natuurlijke selectie
- Zuivere vrije marktsysteem, zonder overheidstussenkomst
4