VRAGENLIJST
MENSELIJKE FYSIOLOGIE
HOOFDSTUK 16: BLOED
GEEF DE SAMENSTELLING VAN PLASMA EN GEEF DE FUNCTIE VAN DE DIVERSE
ONDERDELEN.
Bloedplasma = vloeibar fractie
Bestaat uit:
1. Water (90%)
2. Ionen
3. Organische moleculen
a. Aminozuren
b. Suikers
c. Proteïnen (albumine, fibrinogeen, globine, transferrine)
d. Lipiden
4. Gassen (O2 EN CO2)
Functie:
Water → transport
Albumine → colloïd osmotische druk
Globine → stollingsfactor
Fibrinogeen → fibrinedraden voor stollingsproces
Transferrine → ijzer transport
WELKE CELLULAIRE ELEMENTEN BEVINDEN ZICH IN HET BLOED EN WAT IS HUN
ROL?
Cellulaire fractie:
1. Rode bloed cellen (= erythrocyten)
2. Witte bloed cellen (= leukocyten)
a. Neutrofielen
b. Eosinofiele
c. Basofiele
d. monocyten
e. lymfocyten: B- en T-lymfocyten
3. trombocyten
functie:
RBC → transport 02
WBC → immuunsysteem
Neutrofiele → vreemde partikels/micro-organismen vernietigen
Eosinofiele → fagocyterende functie
Basofiele → allergische reactie
Monocyten → fagocyterende functie, 100-tal substanties secreten
B-lymfocyten → antilichaamgeoriënteerde immuniteit
T-lymfocyten → celgemedieerde immuniteit
,HOE VERLOOPT DE PRODUCTIE VAN RBC IN HET LICHAAM VANAF DE
PLURIPOTENTE STAMCELLEN TOT DE CELLEN ZOALS WE ZE TERUGVINDEN IN HET
BLOED?
Pluripotente hematopoëtische stamcel dat ligt in het beenmerg kunnen
zich omvormen in verschillende type cellen. Ze vormen eerst om naar
niet-gecommitteerde stamcellen daarna naar gecommitteerde
voorlopercellen. Deze cellen kunnen uitgroeien tot erythroblast (nog
in beenmerg) ofwel evolueert de voorloper cel tot een leukocyt of
een megakarocyt.
DOOR WELKE HORMONEN EN ANDERE STOFFEN WORDT DE HEMATOPOIEZE
GEREGELD?
- Erythropoietin (EPO): wordt aangemaakt in de lever en zorgt
voor aanmaak van RBC
- Trombopoteitin (TPO): wordt in de lever aangemaakt en zorgt
voor de aanmaak van bloedplaatjes
- Colony-stimulating factors: worden in de endothelium en WBC
aangemaakt en zorgen voor de aanmaak van WBC
TMI RBC:
Morfologie: biconcave schijf (donut zonder gaatje)
Levensduur: 120 dagen
Fysiologische rol: het transport van 02
Ontstaan: de nieren zetten door middel van erythropoëtische factor
de lever aan tot productie van het hormoon erythropoietin (EPO) die
op zijn beurt het beenmerg aanzet tot productie pro-erytrocyt.
Samenstelling: gevuld met enzymen en hemoglobine
WAT IS HEMOGLOBINE? GEEF DE SAMENSTELLING EN FYSIOLOISCHE ROL.
Hb geeft een eiwit- en een globinegedeelte. In het globinegedeelte
zitten vier polypeptideketens met daarin vier heemgroepen vast
gestrengeld. Iedere heemgroep bevat een ijzermolecule die in staat
is 02 te binden. Elke Hb kan dus vier O2-moleculen binden.
BESPREEK IN DETAIL HET METABOLISME EN HOMEOSTASE VAN IJZER.
1. IJzer wordt in het lichaam gebracht (eten)
2. Fe wordt geabsorbeerd door actieve transport
3. Transferrine proteïne transporteert ijzer in het plasma
4. Beenmerg gebruikt ijzer om Hb aan te maken als deel van de RBC
synthese: Fe → heem → Hb → RBC synthese
5. RBC leven 120 dagen in het bloed
6. Milt maakt RBC kapot en maakt bilirubine van Hb
7. Bilirubine en metabolieten wordt uitgescheiden in urine en
uitwerpselen (via de nieren → urine)
8. Lever metaboliseert bilirubine en scheidt het uit in de gal
(bilirubine → uitwerpselen)
9. Lever slaagt overblijvend ijzer op als ferritin
, LEGT DE DRIE STAPPEN VAN HOEMASTASE UIT.
Er is een beschadiging → collageen gaat in aanraking met bloed en
weefsel factor gaat vrijgezet worden
1. Vasoconstrictie fase: start onmiddellijk wanneer de
beschadiging gebeurt om bloed doorstroming te verminderen en
druk te verlagen.
2. Plaatjesaggregatie: trombocyten verlaten de bloedbaan ter
hoogte van de beschadiging en gaan adheren met collageen van
omliggende bindweefsel dit gebeurt onder invloed van eiwit dat
door endotheelcellen wordt afgescheiden.
3. Coagulatie: vorming van bloedklonter bovenop een bloedplaatje
BESPREEK IN DETAIL DE INTRINSIEKE EN EXTRINSIEKE WEGEN VAN DE
STOLLING → COAGULATIE CASCADE.
Intrinsieke mechanisme: wordt geïnduceerd doordat het bloed in
contact komt met een negatief geladen oppervlakte (bloed komt met
collageen in contact). Dit alles activeert factor XII → zet factor
XI van inactieve naar actieve vorm + Ca2+ → in staat factor IX om te
zetten in actieve vorm. Met factor III zal factor X activeren.
Extrinsieke mechanisme: weefselbeschadiging gaat gepaard met
vrijstelling tromboplastine, hetgeen factor VII activeert en samen
met Ca2+ een complex wordt. Dit zal rechtstreekst factor X activeren.
Factor 10 gaat ervoor zorgen dat protrombine omgezet wordt naar
trombine → zorgt ervoor dat fibrinogeen omgezet wordt in fibrine.
WAT ZIJN OORZAKEN VAN BLOEDARMOEDE?
1. Bloedverlies → wonde
2. Hemolytisch anemie (aandoening) → uit elkaar vallen van
bloedcellen (in beenmerg weinig RBC productie) kan erfelijk
zijn maar ook door infectie (vb. malaria)
MENSELIJKE FYSIOLOGIE
HOOFDSTUK 16: BLOED
GEEF DE SAMENSTELLING VAN PLASMA EN GEEF DE FUNCTIE VAN DE DIVERSE
ONDERDELEN.
Bloedplasma = vloeibar fractie
Bestaat uit:
1. Water (90%)
2. Ionen
3. Organische moleculen
a. Aminozuren
b. Suikers
c. Proteïnen (albumine, fibrinogeen, globine, transferrine)
d. Lipiden
4. Gassen (O2 EN CO2)
Functie:
Water → transport
Albumine → colloïd osmotische druk
Globine → stollingsfactor
Fibrinogeen → fibrinedraden voor stollingsproces
Transferrine → ijzer transport
WELKE CELLULAIRE ELEMENTEN BEVINDEN ZICH IN HET BLOED EN WAT IS HUN
ROL?
Cellulaire fractie:
1. Rode bloed cellen (= erythrocyten)
2. Witte bloed cellen (= leukocyten)
a. Neutrofielen
b. Eosinofiele
c. Basofiele
d. monocyten
e. lymfocyten: B- en T-lymfocyten
3. trombocyten
functie:
RBC → transport 02
WBC → immuunsysteem
Neutrofiele → vreemde partikels/micro-organismen vernietigen
Eosinofiele → fagocyterende functie
Basofiele → allergische reactie
Monocyten → fagocyterende functie, 100-tal substanties secreten
B-lymfocyten → antilichaamgeoriënteerde immuniteit
T-lymfocyten → celgemedieerde immuniteit
,HOE VERLOOPT DE PRODUCTIE VAN RBC IN HET LICHAAM VANAF DE
PLURIPOTENTE STAMCELLEN TOT DE CELLEN ZOALS WE ZE TERUGVINDEN IN HET
BLOED?
Pluripotente hematopoëtische stamcel dat ligt in het beenmerg kunnen
zich omvormen in verschillende type cellen. Ze vormen eerst om naar
niet-gecommitteerde stamcellen daarna naar gecommitteerde
voorlopercellen. Deze cellen kunnen uitgroeien tot erythroblast (nog
in beenmerg) ofwel evolueert de voorloper cel tot een leukocyt of
een megakarocyt.
DOOR WELKE HORMONEN EN ANDERE STOFFEN WORDT DE HEMATOPOIEZE
GEREGELD?
- Erythropoietin (EPO): wordt aangemaakt in de lever en zorgt
voor aanmaak van RBC
- Trombopoteitin (TPO): wordt in de lever aangemaakt en zorgt
voor de aanmaak van bloedplaatjes
- Colony-stimulating factors: worden in de endothelium en WBC
aangemaakt en zorgen voor de aanmaak van WBC
TMI RBC:
Morfologie: biconcave schijf (donut zonder gaatje)
Levensduur: 120 dagen
Fysiologische rol: het transport van 02
Ontstaan: de nieren zetten door middel van erythropoëtische factor
de lever aan tot productie van het hormoon erythropoietin (EPO) die
op zijn beurt het beenmerg aanzet tot productie pro-erytrocyt.
Samenstelling: gevuld met enzymen en hemoglobine
WAT IS HEMOGLOBINE? GEEF DE SAMENSTELLING EN FYSIOLOISCHE ROL.
Hb geeft een eiwit- en een globinegedeelte. In het globinegedeelte
zitten vier polypeptideketens met daarin vier heemgroepen vast
gestrengeld. Iedere heemgroep bevat een ijzermolecule die in staat
is 02 te binden. Elke Hb kan dus vier O2-moleculen binden.
BESPREEK IN DETAIL HET METABOLISME EN HOMEOSTASE VAN IJZER.
1. IJzer wordt in het lichaam gebracht (eten)
2. Fe wordt geabsorbeerd door actieve transport
3. Transferrine proteïne transporteert ijzer in het plasma
4. Beenmerg gebruikt ijzer om Hb aan te maken als deel van de RBC
synthese: Fe → heem → Hb → RBC synthese
5. RBC leven 120 dagen in het bloed
6. Milt maakt RBC kapot en maakt bilirubine van Hb
7. Bilirubine en metabolieten wordt uitgescheiden in urine en
uitwerpselen (via de nieren → urine)
8. Lever metaboliseert bilirubine en scheidt het uit in de gal
(bilirubine → uitwerpselen)
9. Lever slaagt overblijvend ijzer op als ferritin
, LEGT DE DRIE STAPPEN VAN HOEMASTASE UIT.
Er is een beschadiging → collageen gaat in aanraking met bloed en
weefsel factor gaat vrijgezet worden
1. Vasoconstrictie fase: start onmiddellijk wanneer de
beschadiging gebeurt om bloed doorstroming te verminderen en
druk te verlagen.
2. Plaatjesaggregatie: trombocyten verlaten de bloedbaan ter
hoogte van de beschadiging en gaan adheren met collageen van
omliggende bindweefsel dit gebeurt onder invloed van eiwit dat
door endotheelcellen wordt afgescheiden.
3. Coagulatie: vorming van bloedklonter bovenop een bloedplaatje
BESPREEK IN DETAIL DE INTRINSIEKE EN EXTRINSIEKE WEGEN VAN DE
STOLLING → COAGULATIE CASCADE.
Intrinsieke mechanisme: wordt geïnduceerd doordat het bloed in
contact komt met een negatief geladen oppervlakte (bloed komt met
collageen in contact). Dit alles activeert factor XII → zet factor
XI van inactieve naar actieve vorm + Ca2+ → in staat factor IX om te
zetten in actieve vorm. Met factor III zal factor X activeren.
Extrinsieke mechanisme: weefselbeschadiging gaat gepaard met
vrijstelling tromboplastine, hetgeen factor VII activeert en samen
met Ca2+ een complex wordt. Dit zal rechtstreekst factor X activeren.
Factor 10 gaat ervoor zorgen dat protrombine omgezet wordt naar
trombine → zorgt ervoor dat fibrinogeen omgezet wordt in fibrine.
WAT ZIJN OORZAKEN VAN BLOEDARMOEDE?
1. Bloedverlies → wonde
2. Hemolytisch anemie (aandoening) → uit elkaar vallen van
bloedcellen (in beenmerg weinig RBC productie) kan erfelijk
zijn maar ook door infectie (vb. malaria)