DIERGENEEKSUNDIGE LABODIAGNOSTIEK
1. Laboterminologie
Antigen (Ag)
Molecuul op het oppervlak van een pathogeen. Specifiek voor elk micro-organisme. Wordt
herkend door antilichamen. Het specifieke deel dat herkend wordt, heet een epitoop.
Antilichaam (Ab, As, Ig)
Ook antibody, antistof of immunoglobuline genoemd. Y-vormige eiwitten van het
immuunsysteem. Ze herkennen en neutraliseren antigenen. Kunnen vrij voorkomen in het
bloed of gebonden zijn aan bepaalde cellen (bv. witte bloedcellen).
Biopsie
Afname van een klein stukje weefsel (biopt) met een naald, tang of mesje. Wordt gebruikt
voor diagnostiek, bijvoorbeeld bij verdenking van ontsteking of kanker.
Celtropisme
Vermogen van een virus om een bepaald celtype te infecteren. Daarnaast bestaan ook
weefseltropisme (specifiek weefsel) en gastheertropisme (specifieke gastheer).
Contaminatie
Verontreiniging/besmetting/vervuiling. Op microbiologisch niveau: aanwezigheid van
ongewenste micro-organismen in een staal of object.
Detectielimiet
Laagste hoeveelheid van een stof die met een methode kan worden opgespoord. Waarden
onder de limiet zijn niet meetbaar.
Diurnaal ritme
Dagelijks terugkerend ritme.
Diurnaal: dagactief.
Nocturnaal: nachtactief.
Crepusculair: actief tijdens schemering.
ELISA (enzyme-linked immunosorbent assay)
Immunochemische techniek om antigenen of antilichamen in een staal op te sporen via een
specifieke interactie.
Histologie
Weefselleer: onderzoek naar structuur en functie van weefsels. Belangrijkste weefsels:
epitheel, bindweefsel, spierweefsel, zenuwweefsel en bloed.
Nauwkeurigheid (accuraatheid)
Betrouwbaarheid van een test. Mate waarin positieve en negatieve stalen correct worden
onderscheiden.
PCR (polymerase chain reaction)
Moleculaire techniek om DNA of RNA te vermenigvuldigen en op te sporen. Toont de aan- of
afwezigheid van een organisme aan. Varianten kunnen ook de hoeveelheid DNA bepalen.
Punctie
Afname van cellen of vocht uit een orgaan of letsel (bv. abces, tumor). Wordt vaak verward
met een biopsie.
Sensitiviteit (gevoeligheid)
Mate waarin een test effectief positieve gevallen opspoort.
Specificiteit
Mate waarin een test effectief negatieve gevallen opspoort.
,Swab
Staalname met een wattenstaafje in een buisje (soms met vloeistof). Wordt gebruikt om
stalen te nemen van oppervlakken of lichaamsopeningen.
2. Aanvraagformulieren en correcte staalname
2.1. Aanvraagformulier van diergeneeskundige labotechnieken
Aanvraagformulier: vergezelt de te onderzoeken delen van het dier naar het labo
bloed, urine, mest, huid, haar, vaginaal uitstrijkje
Aanvraagformulier: standaard onderzoeken aankruisen
algemene screening, senior screening, screening braken / diarree….
Belangrijk: alle gegevens van eigenaar + dier invullen!!
2.2. Interpretatie van aanvraagformulieren
Aanvraagformulieren: verschillen per labo en diersoort
MAAR => altijd dezelfde basisinformatie over:
• Dierenarts
• Dier
• Staal
• Gewenst onderzoek
Identificatie van dierenarts, eigenaar patiënt en patiënt:
Ruimte op formulier voor: naam, voornaam, adres, andere gegevens (eigenaar patiënt +
dierenarts)
Urgentie:
Soms: urgente onderzoeken krijgen voorgang op de niet-prioritaire onderzoeken
Resultaten: sneller naar aanvrager doorgespeeld
in de praktijk: dierenartsen bellen / mailen naar labo
,Klinische info:
Gegevens + kenmerken: moeten aangeduid wordt op formulier!
ruimte: over welke diersoort gaat het? (naam, chipnummer, geboortedatum, ras…)
Reden voor onderzoek moet altijd vermeld worden!
Gewenste analyse:
Op voorschrift: aangevraagde analyses moeten worden aangeduid!
(kan heel ver gaan: tot welke eiwitten er bv moeten onderzocht worden)
2.3. Staalname
Voor staalname: pre-analytische fase doorlopen!
1) Pre-analytische fase voorbereidende stappen:
• Voorbereiding patiënt
• Staalafname en -identificatie
• Staalbewaring en -transport
• Staalontvangst en -registratie
• Staalvoorbereiding
2) Analytische fase (effectieve analyse)
3) Post-analytische fase (verwerking van resultaten)
Fouten? bij elke fase mogelijk moeten worden geminimaliseerd heeft grote invloed op
diagnose + behandeling van patiënt
2.3.1. Pré-analytische fase
1) Voorbereiden van de patiënt
Patiënt: correct geïdentificeerd worden
naam vragen en controleren
Buizen / recipiënten voor staal= correct gelabeld VOOR het vullen!!
Moment van staalname = belangrijk!
diurnaal ritme heeft invloed op verschillende waarden (cortisol waarde in bloed)
Diurnaal: dagelijks, wederkerend ritme / dagelijkse cyclus
Moment van staalname = NUCHTER (idealiter)
= 12u vasten voor ingreep
Stel: staal van huid nemen
= vacht van dier scheren op hygiënische manier staal kunnen nemen!
Hygiëne:
• belangrijk!
• goed ontsmetten met ethanol
• dier kan ziek worden door infecties door de prik
Mogelijke fouten tijdens deze fase:
• verkeerde naamstickers plakken op stalen
• verkeerde patiënt prikken
• patiënt niet ontsmetten = infectie op plaats van prik
2) Staalafname en -identificatie
, Recipiënt waar staal in zit: goed labelen!
anders verwarring mogelijk
Manier:
• barcodes = snelle identificatie van staal
BLOEDSTAAL:
• Volgorde van vullen van buisjes = belangrijk!
vermijden van cross-contaminatie tussen additieven van verschillende buisjes
Sommige buisjes: antistollingsmiddel + verschillend additief
dus: contaminatie tussen deze buizen is ongewenst
• Nooit bloed overbrengen tussen verschillende buizen
• Buizen volledig vullen met bloed
• Buizen correct zwenken na bloedafname
Bloedbuizen herkennen: verschillende kleuren van de dop
URINESTAAL:
1. Laboterminologie
Antigen (Ag)
Molecuul op het oppervlak van een pathogeen. Specifiek voor elk micro-organisme. Wordt
herkend door antilichamen. Het specifieke deel dat herkend wordt, heet een epitoop.
Antilichaam (Ab, As, Ig)
Ook antibody, antistof of immunoglobuline genoemd. Y-vormige eiwitten van het
immuunsysteem. Ze herkennen en neutraliseren antigenen. Kunnen vrij voorkomen in het
bloed of gebonden zijn aan bepaalde cellen (bv. witte bloedcellen).
Biopsie
Afname van een klein stukje weefsel (biopt) met een naald, tang of mesje. Wordt gebruikt
voor diagnostiek, bijvoorbeeld bij verdenking van ontsteking of kanker.
Celtropisme
Vermogen van een virus om een bepaald celtype te infecteren. Daarnaast bestaan ook
weefseltropisme (specifiek weefsel) en gastheertropisme (specifieke gastheer).
Contaminatie
Verontreiniging/besmetting/vervuiling. Op microbiologisch niveau: aanwezigheid van
ongewenste micro-organismen in een staal of object.
Detectielimiet
Laagste hoeveelheid van een stof die met een methode kan worden opgespoord. Waarden
onder de limiet zijn niet meetbaar.
Diurnaal ritme
Dagelijks terugkerend ritme.
Diurnaal: dagactief.
Nocturnaal: nachtactief.
Crepusculair: actief tijdens schemering.
ELISA (enzyme-linked immunosorbent assay)
Immunochemische techniek om antigenen of antilichamen in een staal op te sporen via een
specifieke interactie.
Histologie
Weefselleer: onderzoek naar structuur en functie van weefsels. Belangrijkste weefsels:
epitheel, bindweefsel, spierweefsel, zenuwweefsel en bloed.
Nauwkeurigheid (accuraatheid)
Betrouwbaarheid van een test. Mate waarin positieve en negatieve stalen correct worden
onderscheiden.
PCR (polymerase chain reaction)
Moleculaire techniek om DNA of RNA te vermenigvuldigen en op te sporen. Toont de aan- of
afwezigheid van een organisme aan. Varianten kunnen ook de hoeveelheid DNA bepalen.
Punctie
Afname van cellen of vocht uit een orgaan of letsel (bv. abces, tumor). Wordt vaak verward
met een biopsie.
Sensitiviteit (gevoeligheid)
Mate waarin een test effectief positieve gevallen opspoort.
Specificiteit
Mate waarin een test effectief negatieve gevallen opspoort.
,Swab
Staalname met een wattenstaafje in een buisje (soms met vloeistof). Wordt gebruikt om
stalen te nemen van oppervlakken of lichaamsopeningen.
2. Aanvraagformulieren en correcte staalname
2.1. Aanvraagformulier van diergeneeskundige labotechnieken
Aanvraagformulier: vergezelt de te onderzoeken delen van het dier naar het labo
bloed, urine, mest, huid, haar, vaginaal uitstrijkje
Aanvraagformulier: standaard onderzoeken aankruisen
algemene screening, senior screening, screening braken / diarree….
Belangrijk: alle gegevens van eigenaar + dier invullen!!
2.2. Interpretatie van aanvraagformulieren
Aanvraagformulieren: verschillen per labo en diersoort
MAAR => altijd dezelfde basisinformatie over:
• Dierenarts
• Dier
• Staal
• Gewenst onderzoek
Identificatie van dierenarts, eigenaar patiënt en patiënt:
Ruimte op formulier voor: naam, voornaam, adres, andere gegevens (eigenaar patiënt +
dierenarts)
Urgentie:
Soms: urgente onderzoeken krijgen voorgang op de niet-prioritaire onderzoeken
Resultaten: sneller naar aanvrager doorgespeeld
in de praktijk: dierenartsen bellen / mailen naar labo
,Klinische info:
Gegevens + kenmerken: moeten aangeduid wordt op formulier!
ruimte: over welke diersoort gaat het? (naam, chipnummer, geboortedatum, ras…)
Reden voor onderzoek moet altijd vermeld worden!
Gewenste analyse:
Op voorschrift: aangevraagde analyses moeten worden aangeduid!
(kan heel ver gaan: tot welke eiwitten er bv moeten onderzocht worden)
2.3. Staalname
Voor staalname: pre-analytische fase doorlopen!
1) Pre-analytische fase voorbereidende stappen:
• Voorbereiding patiënt
• Staalafname en -identificatie
• Staalbewaring en -transport
• Staalontvangst en -registratie
• Staalvoorbereiding
2) Analytische fase (effectieve analyse)
3) Post-analytische fase (verwerking van resultaten)
Fouten? bij elke fase mogelijk moeten worden geminimaliseerd heeft grote invloed op
diagnose + behandeling van patiënt
2.3.1. Pré-analytische fase
1) Voorbereiden van de patiënt
Patiënt: correct geïdentificeerd worden
naam vragen en controleren
Buizen / recipiënten voor staal= correct gelabeld VOOR het vullen!!
Moment van staalname = belangrijk!
diurnaal ritme heeft invloed op verschillende waarden (cortisol waarde in bloed)
Diurnaal: dagelijks, wederkerend ritme / dagelijkse cyclus
Moment van staalname = NUCHTER (idealiter)
= 12u vasten voor ingreep
Stel: staal van huid nemen
= vacht van dier scheren op hygiënische manier staal kunnen nemen!
Hygiëne:
• belangrijk!
• goed ontsmetten met ethanol
• dier kan ziek worden door infecties door de prik
Mogelijke fouten tijdens deze fase:
• verkeerde naamstickers plakken op stalen
• verkeerde patiënt prikken
• patiënt niet ontsmetten = infectie op plaats van prik
2) Staalafname en -identificatie
, Recipiënt waar staal in zit: goed labelen!
anders verwarring mogelijk
Manier:
• barcodes = snelle identificatie van staal
BLOEDSTAAL:
• Volgorde van vullen van buisjes = belangrijk!
vermijden van cross-contaminatie tussen additieven van verschillende buisjes
Sommige buisjes: antistollingsmiddel + verschillend additief
dus: contaminatie tussen deze buizen is ongewenst
• Nooit bloed overbrengen tussen verschillende buizen
• Buizen volledig vullen met bloed
• Buizen correct zwenken na bloedafname
Bloedbuizen herkennen: verschillende kleuren van de dop
URINESTAAL: