ALGEMENE PATHOLOGIE
4 IMMUUNPATHOLOGIE
IMMUUNSYSTEEM
Reactie tegen weefselbeschadiging
Afweer tegen micro-organismen:
o Bacteriën
o Virussen
o Schimmels
o Parasieten
2 componenten:
o Niet-specifieke immuunsysteem
o Specifieke immuunsysteem
Antilichaam= antistoffen= immunoglobines
antilichaam<-> antigeen
NIET-SPECIFIEKE IMMUUNSYSTEEM
Snelle reactie tegen alle lichaamsvreemde partikels
Anatomische barrières (= 1e verdedigingslijn)
o Huid & mucosa (buitengrens)
o Mechanisch & chemisch:
Maagzuur
Trilharen & mucus in de longen (mucociliaire lift)
o Indien beschadigd, verhoogde kans op infecties:
Brandwonden
Mucoviscidose
…
Inflammatoire reactie ( onstekings respons) (= 2 e
verdedigingslijn)
o Reactie op weefselbeschadiging (niet alleen als gevolg van
infectie)
o Vrijstelling chemische stoffen (o.a. histamine &
prostaglandines)
o Verwijding bloedvaten en vergroting doorlaatbaarheid
o Fagocytose necrotisch materiaal:
Macrofagen
Neutrofiele granulocyten
o Lokale ontstekingstekens:
Rubor (roodheid)
Calor (warmte)
Tumor (zwelling)
Dolor (pijn)
Functio Laesae (functiebeperking)
o Algemene ontstekingstekens: koorts
Histamin, heparine en prostaglondines kennen voor examen
, histamine -> vasodilatatie, lokale oedeemvorming en lokale temmperatuur verhoging
heparine-> anticoagulatoe
prostaglondines -> koorts (omdat ze gaan werken ter hoogte van temperatuur regeling in hersenen
met als gevolg dat dat centrum de temp omhoog gaat doen)
SPECIFIEKE IMMUUNSYSTEEM
Niet aangeboren en hangt af van het leven dat je lijd en waar je
leeft.
het blijft ook beschikbaar voor je volledige leven: heeft geheugen
Trage reactie tegen welbepaalde kiem
Geheugen
o (kinder)ziekten slechts éénmalig (bv. mazelen)
o Vaccinatieprincipe
o 3e verdedigingslijn
Lymfocyten
o B lymfocyten (“humorale immuniteit”): antilichamen
o T lymfocyten (“cellulaire immuniteit”): directe aanval
Helper T cellen : productie van cytokines
Cytotoxische T cellen: doden cellen die besmet zijn met virussen & tumorcellen
B-lymfocyten :
Antistoffen (synoniemen: immuunglobulines, antilichamen)
Types!!:
o IgM: eerst gevormd, nadien vervangen door IgG, niet door placenta
o IgG: later gevormd, wel door placenta (tip: G van geheugen)
o IgA: secretie door slijmvliezen, in speeksel, tranen, borstvoeding
o IgE: aanwezig op mestcellen, allergische reactie
Infectie: snel genoeg kunnen delen van een MO om niet afgebroken te worden door
verdedigingssysteem van het lichaam
B-lymfocyten gaan dit opmerken en die zijn gevoelig voor antigenen (eiwitten die niet lichaamseigen
zijn). Die gaan dan vervolgens de antistoffen gaan produceren die dan gaan plakken op de antigenen
en de rand van de MO kapot maken.
Eerst maken de B-lymfpcyten de IgM aan maken, daarna ( paar dagen later) maken ze IgG aan maken.
Die blijven beschikbaar in ons lichaam en die blijvenvoor altijd in de bloedbaan.
Het vershil is dat de igM niet bij de foetus tercht kunnen
komen en de IgG kunnen dat wel omdat ze door de
placenta kunnen gaan.
Torch complex ->als deze bij de foetus geraakt dan is er
een kans op ziekte baby.
Toxoplasmose gondi (parasiet)
Rubella virus (virus)
Cytomegalievirus
Herpes virus type 2 (genitalis versie)
Schema:
IMMUUNPATHOLOGIE
Er zijn twee grote soorten allergiën
type 1: verdediging gaat overreageren => apotyische exema ( bv bij babys die allergisch zijn aan een
bepaald antigeen en dat eiwit id dan een eiwit waar de meeste mensen niet allegisch aan zijn, maar de
baby dan wel-> epitheelcellen van huisdieren, bv bij volwassen gif van een wesp)
4 IMMUUNPATHOLOGIE
IMMUUNSYSTEEM
Reactie tegen weefselbeschadiging
Afweer tegen micro-organismen:
o Bacteriën
o Virussen
o Schimmels
o Parasieten
2 componenten:
o Niet-specifieke immuunsysteem
o Specifieke immuunsysteem
Antilichaam= antistoffen= immunoglobines
antilichaam<-> antigeen
NIET-SPECIFIEKE IMMUUNSYSTEEM
Snelle reactie tegen alle lichaamsvreemde partikels
Anatomische barrières (= 1e verdedigingslijn)
o Huid & mucosa (buitengrens)
o Mechanisch & chemisch:
Maagzuur
Trilharen & mucus in de longen (mucociliaire lift)
o Indien beschadigd, verhoogde kans op infecties:
Brandwonden
Mucoviscidose
…
Inflammatoire reactie ( onstekings respons) (= 2 e
verdedigingslijn)
o Reactie op weefselbeschadiging (niet alleen als gevolg van
infectie)
o Vrijstelling chemische stoffen (o.a. histamine &
prostaglandines)
o Verwijding bloedvaten en vergroting doorlaatbaarheid
o Fagocytose necrotisch materiaal:
Macrofagen
Neutrofiele granulocyten
o Lokale ontstekingstekens:
Rubor (roodheid)
Calor (warmte)
Tumor (zwelling)
Dolor (pijn)
Functio Laesae (functiebeperking)
o Algemene ontstekingstekens: koorts
Histamin, heparine en prostaglondines kennen voor examen
, histamine -> vasodilatatie, lokale oedeemvorming en lokale temmperatuur verhoging
heparine-> anticoagulatoe
prostaglondines -> koorts (omdat ze gaan werken ter hoogte van temperatuur regeling in hersenen
met als gevolg dat dat centrum de temp omhoog gaat doen)
SPECIFIEKE IMMUUNSYSTEEM
Niet aangeboren en hangt af van het leven dat je lijd en waar je
leeft.
het blijft ook beschikbaar voor je volledige leven: heeft geheugen
Trage reactie tegen welbepaalde kiem
Geheugen
o (kinder)ziekten slechts éénmalig (bv. mazelen)
o Vaccinatieprincipe
o 3e verdedigingslijn
Lymfocyten
o B lymfocyten (“humorale immuniteit”): antilichamen
o T lymfocyten (“cellulaire immuniteit”): directe aanval
Helper T cellen : productie van cytokines
Cytotoxische T cellen: doden cellen die besmet zijn met virussen & tumorcellen
B-lymfocyten :
Antistoffen (synoniemen: immuunglobulines, antilichamen)
Types!!:
o IgM: eerst gevormd, nadien vervangen door IgG, niet door placenta
o IgG: later gevormd, wel door placenta (tip: G van geheugen)
o IgA: secretie door slijmvliezen, in speeksel, tranen, borstvoeding
o IgE: aanwezig op mestcellen, allergische reactie
Infectie: snel genoeg kunnen delen van een MO om niet afgebroken te worden door
verdedigingssysteem van het lichaam
B-lymfocyten gaan dit opmerken en die zijn gevoelig voor antigenen (eiwitten die niet lichaamseigen
zijn). Die gaan dan vervolgens de antistoffen gaan produceren die dan gaan plakken op de antigenen
en de rand van de MO kapot maken.
Eerst maken de B-lymfpcyten de IgM aan maken, daarna ( paar dagen later) maken ze IgG aan maken.
Die blijven beschikbaar in ons lichaam en die blijvenvoor altijd in de bloedbaan.
Het vershil is dat de igM niet bij de foetus tercht kunnen
komen en de IgG kunnen dat wel omdat ze door de
placenta kunnen gaan.
Torch complex ->als deze bij de foetus geraakt dan is er
een kans op ziekte baby.
Toxoplasmose gondi (parasiet)
Rubella virus (virus)
Cytomegalievirus
Herpes virus type 2 (genitalis versie)
Schema:
IMMUUNPATHOLOGIE
Er zijn twee grote soorten allergiën
type 1: verdediging gaat overreageren => apotyische exema ( bv bij babys die allergisch zijn aan een
bepaald antigeen en dat eiwit id dan een eiwit waar de meeste mensen niet allegisch aan zijn, maar de
baby dan wel-> epitheelcellen van huisdieren, bv bij volwassen gif van een wesp)