Cognitieve psychologie
Wat is cognitieve psychologie? – Hoofdstuk 1
- Vroeger alleen gedrag, nu ook mentale processen
- Cognitie = verzamelen van alle mentale processen die zorgen voor gedrag onderling
(waarnemen, verwerken, opslaan, weer ophalen, combineren met nieuwe info,
gedrag, redenering…)
- Freud was arts (mentale stoornissen) in de psychiatrie -> psychoanalyse
- Pavlov was neuropsycholoog en fysioloog -> hond en conditionering
Cognitieve psychologie
- = (mentale) processen die instaan voor
o Verwerven (leren)
o Opslaan
o Transformeren van info
- Concreet – verschillende mentale functies
o Visuele en auditieve perceptie
o Aandacht
o Leren
o Taal- (en numerieke) vaardigheid
o Lange termijngeheugen
o Problemen oplossen en redeneren
Geschiedenis van de psychologie
- Griekse filosofie = begin
o Plato: metaforen
▪ 1: geheugen = ‘wastablet’ = blanco blad
▪ 2: geheugen is een vogelkooi: in de kooi stappen
➔ Direct weten = juiste vogel
➔ Rondlopen = puntje van de tong
➔ Verkeerde vogel = eten gisteren
o Aristoteles
▪ Het geheugen afh is van vorming van verbindingen of associaties (=
klassieke conditionering) gebaseerd op wetten tussen
gebeurtenissen, gevoelens of ideeën
o Filosofen zijn redenaars en denkers
▪ Introspectie: systematisch je eigen gedachten onderzoeken
▪ Ze willen overtuigen: ‘mnemonics’ (heel lang kunnen praten):
middelen om het geheugen beter te laten functioneren
o Mnemonics
, ▪ = geheugensteuntjes (technieken om het onthouden van info te
verbeteren)
➔ Methode van de Loci (plaatsmethode = verhaal associeren met
bekende plaats)
➔ Kapstokwoorden
o 1 is steen, 2 is zee…
o Info onthouden door info te assioceren met steen, zee…
➔ Acroniemen
o Woord vormen met de beginletters
- Nog meer filosofie
o Rationalisme: Descartes
▪ ‘ik denk dus ik ben’
▪ Dualisme: lichaam en geest apart maar wel verbonden via
pijnappelklier
➔ Geest = intelligentie maar een immateriële (niet kunnen
aanraken) substantie (en verschillende vd hersenen)
o Empirisme, engelse stroming (zien) <-> Descartes
▪ Kennis komt door ervaring (niet aangeboren)
➔ Observatie is noodzakelijk (reactie tegen rationalisme)
▪ Geest komt tot stand via sensorische processen (=zintuigen)
➔ Tabula rasa = leeg blad
➔ Ook de geest kan bestudeerd worden
▪ Associationsime
➔ Hogere orde kennis komt tot stand via associaties v eenvoudige
ideeën -> als 2 dingen tegelijk ervaren worden, worden die
mentaal geassocieerd: hond en beet, dokter en verpleegster
▪ Wie? Francis Bacon, John Locke
o De tendensen binnen filosofie (zie emperisme) gaan hand in hand met
nieuwe kennis uit andere disciplines (in het bijzonder de
natuurwetenschappen) en veranderde maatschappelijke tendensen
▪ Pleidooi voor meer systematische observatie (vanuit nawe: freud:
volgens bep systeem observaties meerdere keren doen en niet meer
over 1 pers maar veralgemenen)
▪ Enekel belangrijke wetenschappelijke revoluties
➔ Copernicus: geocentrisme (aarde centraal) -> heliocentrisme
(zon centraal en aarde deel van iets groter)
➔ Von Helmholtz (fysioloog): meten van snelheid zenuwimpulsen
(hoelang duurt tot reactie)
➔ Darwin: afstamming mens van dieren, mens is verder
geëvolueerd
▪ Afbrokkelende macht van de kerk
,- De eerste psychologische laboratoria 19de eeuw
o Wundt – Leipzig in Europa
▪ Verband tss lichaam en ziel? 2 aparte zaken
▪ Psychofysisch parallellisme: geest en lichaal kennen een parallel
verloop
o Methode: analytische introspectie
▪ Basiselementen ervaringen
▪ Iem vragen om in extreem detail te beschrijven wat hij/zij voelt
o 3 basisvragen
▪ Wat zijn de basiselementen?
▪ Hoe worden ze gecombineerd?
▪ Wanneer worden ze gecombineerd?
o Ondertussen in Amerika: William James (1842-1910)
o Focus komt meer te liggen op het procesmatige: hoe functioneert iets? (wat
zijn de mechanismen)
▪ James: ‘principles of psychology – stream of consciousness’ = boek
▪ ‘Functionalisme’: term bedacht door Tichener (lln Wundt) om de
Amerikaanse psychologie te beschrijven
o Anatomie <-> fysiologie
Bouw, Wundt <-> werking, James
o Functionalisme -> ook toegepast onderzoek (met kennis in praktijk helpen)
<-> fundamenteel onderzoek (weten hoe iets in elkaar zit)
▪ ‘succes van de psychologie zal afhangen van de mate waarin het een
concrete oplossing biedt voor problemen’
▪ Beïnvloed door Darwin (relatie dier-mens)
➔ Vb. onderwijs: ondersteunen van kinderen met problemen
(interesse in individuele verschillen)
➔ Vb. productie/ergonomie: Hawthorne experimenten: effect
licht op productie (donker (meer) <-> licht)
o Methode
▪ Analytische introspectie nog gangbaar maar wordt alsmaar meer
bekritiseerd
o Problemen met introspectie
▪ = onbetrouwbaar – subjectief
➔ Introspectierapporten kunnen onvolledig of verstoord zijn
(bewust of onbewust)
➔ Altijd periode tss ervaring en moment dat we over vertellen ->
vergeten speelt een rol! – geheugen
➔ We zijn ons meestal onbewust van hoe we tot een beslissing
komen
➔ Wie is er juist bij 2 contrastrerende verhalen?
, ▪ Tendens naar meer objectieve metingen vb. Hawthorne experimenten
(analoog aan exacte wetenschappen)
- Behaviorisme: Watson – gedrag meten, wat mensen denken niet
o Doel: Psychologie nog wetenschappelijker maken
▪ Geest is niet te bestuderen (= onbetrouwbaar onderzoek)
▪ Gedrag is direct observeerbaar, <-> de geest
▪ Gedrag wordt bestudeerd met onderzoeksmethoden (variabelen)
vanuit nawe
o Behaviorisme geïnspireerd door positivisme (‘enkel empirische
wetenschappen leveren kennis op’)
▪ Theorieën baseren op directe observaties die kunnen gerepliceerd
worden
▪ Er zijn onafhankelijke en afhankelijke variabelen
➔ Effect van een stimulus ( s – onafhankelijke variabele – wordt
gemanipuleerd) op een respons (r – afhankelijke variabele –
wordt gemeten)
▪ Kennis kan uitgedrukt worden als relatie tss variabelen
o John Watson (1878 – 1958): empirisme (iem laten groeien door juiste
ervaringen)
▪ Alle gedrag is gevolg van eerdere ervaringen
▪ ‘psychology is a purely objective natural science’
▪ Kleine albert: maak hem bang van een rat (OS: geluid, OR: schrik na
de bel, GS: rat, GR: angst na de rat)
o Klassieke conditionering
▪ Ongeconditioneerde stimulus/respons (OS, OR)
▪ Geconditioneerde stimulus/respons (GS, GR)
▪ De hond van Pavlov (russisch fysioloog)
o Ivan Pavlov – hond, bel, eten
VOOR DE CONDITIONERING voedsel in de mond -> Speekselafscheiding
OS OR (reflex)
Belgeluid -> Oriëntatie
Neutrale stimulus
CONDITIONERING Bel gevolgd door voedsel -> Speekselafscheiding
Neutrale en OS OR
NA DE CONDITIONERING Belgeluid -> Speekselafscheiding
GS GR
o Nog behavioristen
o Edward Thorndike
Wat is cognitieve psychologie? – Hoofdstuk 1
- Vroeger alleen gedrag, nu ook mentale processen
- Cognitie = verzamelen van alle mentale processen die zorgen voor gedrag onderling
(waarnemen, verwerken, opslaan, weer ophalen, combineren met nieuwe info,
gedrag, redenering…)
- Freud was arts (mentale stoornissen) in de psychiatrie -> psychoanalyse
- Pavlov was neuropsycholoog en fysioloog -> hond en conditionering
Cognitieve psychologie
- = (mentale) processen die instaan voor
o Verwerven (leren)
o Opslaan
o Transformeren van info
- Concreet – verschillende mentale functies
o Visuele en auditieve perceptie
o Aandacht
o Leren
o Taal- (en numerieke) vaardigheid
o Lange termijngeheugen
o Problemen oplossen en redeneren
Geschiedenis van de psychologie
- Griekse filosofie = begin
o Plato: metaforen
▪ 1: geheugen = ‘wastablet’ = blanco blad
▪ 2: geheugen is een vogelkooi: in de kooi stappen
➔ Direct weten = juiste vogel
➔ Rondlopen = puntje van de tong
➔ Verkeerde vogel = eten gisteren
o Aristoteles
▪ Het geheugen afh is van vorming van verbindingen of associaties (=
klassieke conditionering) gebaseerd op wetten tussen
gebeurtenissen, gevoelens of ideeën
o Filosofen zijn redenaars en denkers
▪ Introspectie: systematisch je eigen gedachten onderzoeken
▪ Ze willen overtuigen: ‘mnemonics’ (heel lang kunnen praten):
middelen om het geheugen beter te laten functioneren
o Mnemonics
, ▪ = geheugensteuntjes (technieken om het onthouden van info te
verbeteren)
➔ Methode van de Loci (plaatsmethode = verhaal associeren met
bekende plaats)
➔ Kapstokwoorden
o 1 is steen, 2 is zee…
o Info onthouden door info te assioceren met steen, zee…
➔ Acroniemen
o Woord vormen met de beginletters
- Nog meer filosofie
o Rationalisme: Descartes
▪ ‘ik denk dus ik ben’
▪ Dualisme: lichaam en geest apart maar wel verbonden via
pijnappelklier
➔ Geest = intelligentie maar een immateriële (niet kunnen
aanraken) substantie (en verschillende vd hersenen)
o Empirisme, engelse stroming (zien) <-> Descartes
▪ Kennis komt door ervaring (niet aangeboren)
➔ Observatie is noodzakelijk (reactie tegen rationalisme)
▪ Geest komt tot stand via sensorische processen (=zintuigen)
➔ Tabula rasa = leeg blad
➔ Ook de geest kan bestudeerd worden
▪ Associationsime
➔ Hogere orde kennis komt tot stand via associaties v eenvoudige
ideeën -> als 2 dingen tegelijk ervaren worden, worden die
mentaal geassocieerd: hond en beet, dokter en verpleegster
▪ Wie? Francis Bacon, John Locke
o De tendensen binnen filosofie (zie emperisme) gaan hand in hand met
nieuwe kennis uit andere disciplines (in het bijzonder de
natuurwetenschappen) en veranderde maatschappelijke tendensen
▪ Pleidooi voor meer systematische observatie (vanuit nawe: freud:
volgens bep systeem observaties meerdere keren doen en niet meer
over 1 pers maar veralgemenen)
▪ Enekel belangrijke wetenschappelijke revoluties
➔ Copernicus: geocentrisme (aarde centraal) -> heliocentrisme
(zon centraal en aarde deel van iets groter)
➔ Von Helmholtz (fysioloog): meten van snelheid zenuwimpulsen
(hoelang duurt tot reactie)
➔ Darwin: afstamming mens van dieren, mens is verder
geëvolueerd
▪ Afbrokkelende macht van de kerk
,- De eerste psychologische laboratoria 19de eeuw
o Wundt – Leipzig in Europa
▪ Verband tss lichaam en ziel? 2 aparte zaken
▪ Psychofysisch parallellisme: geest en lichaal kennen een parallel
verloop
o Methode: analytische introspectie
▪ Basiselementen ervaringen
▪ Iem vragen om in extreem detail te beschrijven wat hij/zij voelt
o 3 basisvragen
▪ Wat zijn de basiselementen?
▪ Hoe worden ze gecombineerd?
▪ Wanneer worden ze gecombineerd?
o Ondertussen in Amerika: William James (1842-1910)
o Focus komt meer te liggen op het procesmatige: hoe functioneert iets? (wat
zijn de mechanismen)
▪ James: ‘principles of psychology – stream of consciousness’ = boek
▪ ‘Functionalisme’: term bedacht door Tichener (lln Wundt) om de
Amerikaanse psychologie te beschrijven
o Anatomie <-> fysiologie
Bouw, Wundt <-> werking, James
o Functionalisme -> ook toegepast onderzoek (met kennis in praktijk helpen)
<-> fundamenteel onderzoek (weten hoe iets in elkaar zit)
▪ ‘succes van de psychologie zal afhangen van de mate waarin het een
concrete oplossing biedt voor problemen’
▪ Beïnvloed door Darwin (relatie dier-mens)
➔ Vb. onderwijs: ondersteunen van kinderen met problemen
(interesse in individuele verschillen)
➔ Vb. productie/ergonomie: Hawthorne experimenten: effect
licht op productie (donker (meer) <-> licht)
o Methode
▪ Analytische introspectie nog gangbaar maar wordt alsmaar meer
bekritiseerd
o Problemen met introspectie
▪ = onbetrouwbaar – subjectief
➔ Introspectierapporten kunnen onvolledig of verstoord zijn
(bewust of onbewust)
➔ Altijd periode tss ervaring en moment dat we over vertellen ->
vergeten speelt een rol! – geheugen
➔ We zijn ons meestal onbewust van hoe we tot een beslissing
komen
➔ Wie is er juist bij 2 contrastrerende verhalen?
, ▪ Tendens naar meer objectieve metingen vb. Hawthorne experimenten
(analoog aan exacte wetenschappen)
- Behaviorisme: Watson – gedrag meten, wat mensen denken niet
o Doel: Psychologie nog wetenschappelijker maken
▪ Geest is niet te bestuderen (= onbetrouwbaar onderzoek)
▪ Gedrag is direct observeerbaar, <-> de geest
▪ Gedrag wordt bestudeerd met onderzoeksmethoden (variabelen)
vanuit nawe
o Behaviorisme geïnspireerd door positivisme (‘enkel empirische
wetenschappen leveren kennis op’)
▪ Theorieën baseren op directe observaties die kunnen gerepliceerd
worden
▪ Er zijn onafhankelijke en afhankelijke variabelen
➔ Effect van een stimulus ( s – onafhankelijke variabele – wordt
gemanipuleerd) op een respons (r – afhankelijke variabele –
wordt gemeten)
▪ Kennis kan uitgedrukt worden als relatie tss variabelen
o John Watson (1878 – 1958): empirisme (iem laten groeien door juiste
ervaringen)
▪ Alle gedrag is gevolg van eerdere ervaringen
▪ ‘psychology is a purely objective natural science’
▪ Kleine albert: maak hem bang van een rat (OS: geluid, OR: schrik na
de bel, GS: rat, GR: angst na de rat)
o Klassieke conditionering
▪ Ongeconditioneerde stimulus/respons (OS, OR)
▪ Geconditioneerde stimulus/respons (GS, GR)
▪ De hond van Pavlov (russisch fysioloog)
o Ivan Pavlov – hond, bel, eten
VOOR DE CONDITIONERING voedsel in de mond -> Speekselafscheiding
OS OR (reflex)
Belgeluid -> Oriëntatie
Neutrale stimulus
CONDITIONERING Bel gevolgd door voedsel -> Speekselafscheiding
Neutrale en OS OR
NA DE CONDITIONERING Belgeluid -> Speekselafscheiding
GS GR
o Nog behavioristen
o Edward Thorndike