Hoofdstuk 9
Zintuigen:
• in het visual system: photoreceptors in het netvlies zetten light om in chemische energie en vervolg
• Het auditieve systeem: lucht druk golven worden omgezet in mechanische energie en vervolgens a
• Somatosensorisch systeem: mechanische energie naar actiepotentialen door receptoren
• Smaak en olfaction: chemische moleculen binden aan receptoren die actiepotentialen afgeven
Receptive veld: regio waar sensorische stimuli een receptor’s activiteit beïnvloed
Hoe informatie naar de hersenen komt:
Topografische kaart: spatially georganiseerde neurale representatie
van de externe wereld
• homunculus: laat zien hoe verdeling van neuronen is (veel
neuronen groot gedeelte, minder neuronen klein gedeelte)
Sensatie vs perceptie:
• sensatie = wat is de stimulus die de sensor stimuleert
• Perceptie = wat we weten heeft invloed op de manier waarop we dingen zien
Het oog:
• hoornvlies: doorzichtige buitenlaag → buigt het light.
• Lens: focust het licht, veranderd van vorm afhankelijk van
afstand van een object
• Iris: gaat open en dicht naar aanleiding van de hoeveelheid
light → pupil groter of kleiner
• Netvlies: een licht gevoelig gebied aan de achterkant van het
oog met neuronen en photoreceptor cellen
• Fovea: gespecialiseerde regio van het netvlies voor scherp zien (cones)
• blind-spot: regio op het netvlies waar axonen
van de optische zenuw het oog verlaten en waar
, Magno cellular (m) cel: groot neuron in visual system
gevoelig voor bewegende stimuli
Parvocellular (p) cel: Klein visueel systeem neuron
gevoelig voor kleur en vorm
Kanten van het netvlies:
• Nasal netvlies: kan van de neus →
binnenkant
• Temporale netvlies: kan van de schedule
→ buitenkant
Routes naar het visuele brein:
1) geniculostriate systeem: Alle p-cellen en een aantal m-
cellen vormen dit pad. Dit pad gaat van het netvlies naar de
lateral geniculate nucleus van de thalamus en dan naar
laag 4 van de primaire visuele cortex in de occipital kwab.
• laag 4: striate(striped)cortex.
2) tectopulvinar system: de rest van de m-cellen. de axonen
gran near de midbrain's superior colliculus met connect met
de pulvinar region van de thalamus. (Niet longs occipital
visual area's.
3) retina hypothalamic tract: route Von RGC’s die sensitief zijn voor
licht (uitzondering) hebben receptoren die blauw licht absorberen op
andere golflengte dan kegels en staafjes. Van retina naar
suprachiasmatic nucleus. (Ook zorgen voor pupil reflex)
Information flows along two streams:
1) dorsal stream: 2) ventral stream:
• pherheral netvlies → m-cels • fovea → p-cels
• locatie en beweging • Wat is het object
• ‘Where’ and ‘how’ • ‘What’
• Posterior parietal cortex → moeite met oogbeweging en • Inferior temporal cort
grijpen (optic ataxia)
Geniculostriate pathway:
• cortical columns : lagen van de LGN waar verschillende info binnenkomt van
Zintuigen:
• in het visual system: photoreceptors in het netvlies zetten light om in chemische energie en vervolg
• Het auditieve systeem: lucht druk golven worden omgezet in mechanische energie en vervolgens a
• Somatosensorisch systeem: mechanische energie naar actiepotentialen door receptoren
• Smaak en olfaction: chemische moleculen binden aan receptoren die actiepotentialen afgeven
Receptive veld: regio waar sensorische stimuli een receptor’s activiteit beïnvloed
Hoe informatie naar de hersenen komt:
Topografische kaart: spatially georganiseerde neurale representatie
van de externe wereld
• homunculus: laat zien hoe verdeling van neuronen is (veel
neuronen groot gedeelte, minder neuronen klein gedeelte)
Sensatie vs perceptie:
• sensatie = wat is de stimulus die de sensor stimuleert
• Perceptie = wat we weten heeft invloed op de manier waarop we dingen zien
Het oog:
• hoornvlies: doorzichtige buitenlaag → buigt het light.
• Lens: focust het licht, veranderd van vorm afhankelijk van
afstand van een object
• Iris: gaat open en dicht naar aanleiding van de hoeveelheid
light → pupil groter of kleiner
• Netvlies: een licht gevoelig gebied aan de achterkant van het
oog met neuronen en photoreceptor cellen
• Fovea: gespecialiseerde regio van het netvlies voor scherp zien (cones)
• blind-spot: regio op het netvlies waar axonen
van de optische zenuw het oog verlaten en waar
, Magno cellular (m) cel: groot neuron in visual system
gevoelig voor bewegende stimuli
Parvocellular (p) cel: Klein visueel systeem neuron
gevoelig voor kleur en vorm
Kanten van het netvlies:
• Nasal netvlies: kan van de neus →
binnenkant
• Temporale netvlies: kan van de schedule
→ buitenkant
Routes naar het visuele brein:
1) geniculostriate systeem: Alle p-cellen en een aantal m-
cellen vormen dit pad. Dit pad gaat van het netvlies naar de
lateral geniculate nucleus van de thalamus en dan naar
laag 4 van de primaire visuele cortex in de occipital kwab.
• laag 4: striate(striped)cortex.
2) tectopulvinar system: de rest van de m-cellen. de axonen
gran near de midbrain's superior colliculus met connect met
de pulvinar region van de thalamus. (Niet longs occipital
visual area's.
3) retina hypothalamic tract: route Von RGC’s die sensitief zijn voor
licht (uitzondering) hebben receptoren die blauw licht absorberen op
andere golflengte dan kegels en staafjes. Van retina naar
suprachiasmatic nucleus. (Ook zorgen voor pupil reflex)
Information flows along two streams:
1) dorsal stream: 2) ventral stream:
• pherheral netvlies → m-cels • fovea → p-cels
• locatie en beweging • Wat is het object
• ‘Where’ and ‘how’ • ‘What’
• Posterior parietal cortex → moeite met oogbeweging en • Inferior temporal cort
grijpen (optic ataxia)
Geniculostriate pathway:
• cortical columns : lagen van de LGN waar verschillende info binnenkomt van