MODULE 8: INFLATIE
Inflatie = aanhoudende algemene prijsstijging van de
consumptiegoederen
inflatiepercentage berekenen? Gebruik maken van het indexcijfer van
de consumptieprijzen
Normale inflatie: 2%
< 2%: prijsstabiliteit
8.1. HET INDEXCIJFER DER CONSUMPTIEPRIJZEN
8.1.1. WAT?
Index der consumptieprijzen/index/CPI (Consumptie Prijsindex)
= Gemiddelde van de prijzen van een korf van goederen en diensten die
representatief is voor het koopgedrag van de Belgische consument
Op basis van deze conjuncturele indicator kunnen de regering en
andere economische actoren beslissingen nemen. De samenstelling van
de index gebeurt aan de hand van de huishoudbudgetenquêtes.
Economische indicator = hoofdtaak: op een objectieve manier de
prijsevolutie weergeven van een korf van goederen aangekocht
door de gezinnen in een bepaalde periode
Geeft een weergave van de schommeling/verandering in prijsniveau
tussen twee verschillende periodes, deze verandering wordt in
relatieve waarde gemeten.
Om als meetinstrument te dienen, moet de index voldoen aan volgende
voorwaarden:
Representatief: producten in de indexkorf zitten, moeten
overeenkomen met het aankoopgedrag van de consumenten
informatie verkregen uit huishoudbudgetenquête
Soepel: de korf moet regelmatig aangepast worden aangezien het
consumptiegedrag voortdurend verandert
Gewogen: niet alle producten zijn even belangrijk voor de
consument. Om het belang weer te geven wordt er gewerkt met
wegingscoëfficiënten want belangrijkere producten moeten meer
meetellen en krijgen een hoger gewicht.
Om de 8 jaar vindt er een volledige hervorming van het indexcijfer van
de consumptieprijzen plaats.
8.1.2. BEREKENING VAN HET INDEXCIJFER DER
CONSUMPTIEPRIJZEN
Enkelvoudige prijsindexcijfer, Ip = (Pt/P0)*100
Pt = huidig jaar P0 = basisjaar
Synthetisch of samengesteld indexcijfer = prijsevolutie van 2
producten samenvatten
Inflatie = aanhoudende algemene prijsstijging van de
consumptiegoederen
inflatiepercentage berekenen? Gebruik maken van het indexcijfer van
de consumptieprijzen
Normale inflatie: 2%
< 2%: prijsstabiliteit
8.1. HET INDEXCIJFER DER CONSUMPTIEPRIJZEN
8.1.1. WAT?
Index der consumptieprijzen/index/CPI (Consumptie Prijsindex)
= Gemiddelde van de prijzen van een korf van goederen en diensten die
representatief is voor het koopgedrag van de Belgische consument
Op basis van deze conjuncturele indicator kunnen de regering en
andere economische actoren beslissingen nemen. De samenstelling van
de index gebeurt aan de hand van de huishoudbudgetenquêtes.
Economische indicator = hoofdtaak: op een objectieve manier de
prijsevolutie weergeven van een korf van goederen aangekocht
door de gezinnen in een bepaalde periode
Geeft een weergave van de schommeling/verandering in prijsniveau
tussen twee verschillende periodes, deze verandering wordt in
relatieve waarde gemeten.
Om als meetinstrument te dienen, moet de index voldoen aan volgende
voorwaarden:
Representatief: producten in de indexkorf zitten, moeten
overeenkomen met het aankoopgedrag van de consumenten
informatie verkregen uit huishoudbudgetenquête
Soepel: de korf moet regelmatig aangepast worden aangezien het
consumptiegedrag voortdurend verandert
Gewogen: niet alle producten zijn even belangrijk voor de
consument. Om het belang weer te geven wordt er gewerkt met
wegingscoëfficiënten want belangrijkere producten moeten meer
meetellen en krijgen een hoger gewicht.
Om de 8 jaar vindt er een volledige hervorming van het indexcijfer van
de consumptieprijzen plaats.
8.1.2. BEREKENING VAN HET INDEXCIJFER DER
CONSUMPTIEPRIJZEN
Enkelvoudige prijsindexcijfer, Ip = (Pt/P0)*100
Pt = huidig jaar P0 = basisjaar
Synthetisch of samengesteld indexcijfer = prijsevolutie van 2
producten samenvatten