Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Oefenvragen tentamen

Vendu
26
Pages
26
Publié le
07-10-2020
Écrit en
2020/2021

Ruim 250 oefenvragen (waar-onwaar, zoals op tentamen) van alle leerstof die opgegeven is ter voorbereiding voor de colleges. Dus alle hoofdstukken uit het boek en de artikelen. Met antwoorden onderaan document, op aparte bladzijdes.

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Oefenvragen sportpsychologie

Hoofdstuk 1
1. Specifieke kenmerken die de sportpsychologie van de gewone
psychologie onderscheiden zijn: lichamelijke inspanning, regels en
beperkingen die voor lief genomen worden, pijn & risico’s en een
materiële beloning.
2. Een sterke wedijver is geen specifiek sportkenmerk en onderscheidt de
sportpsychologie dan ook niet van de gewone psychologie.
3. De sportpsychologie bestaat om de volgende drie redenen:
 ‘’Goal setting’’ in de sport heeft een andere functie dan ‘’goal
setting’’ buiten de sport
 Competentie is anders in sport
 Sport vereist specifieke methoden en (meet) instrumenten
4. Het begin van de sportpsychologie ligt rond 1970 en groeide na 1980
enorm.
5. Sociale facilitatie betekent dat prestaties vaak beter zijn als ze worden
geleverd wanneer er geen andere personen zijn die je op de vingers
kijken.
6. Het grote verschil tussen exercise psychologie en sportpsychologie is dat
de eerste over gestructureerde fysieke activiteit gaat en de laatste over
gestructureerde én gereglementeerde activiteit.
7. Sportpsychologie nam vanaf 1985 in Nederland een prominentere plaats
in.
8. De sportpsychologie bestudeert gedrag in sportsituatie d.m.v. drie
processen: beschrijven, verklaren en voorspellen.


Hoofdstuk 2
1. Motieven zijn hetzelfde als beweegredenen en zijn betrekkelijk stabiele
eigenschappen van mensen die hen aanzetten tot bepaalde gedragingen
of activiteiten.
2. Motieven komen permanent tot uiting in het gedrag.
3. Motivatie is een toestand die aanzet tot bepaald gedrag over een
bepaalde tijd.

,4. Motieven zijn externe factoren die iemands motivatie bepalen.
5. Motivatie is een gevolg van een combinatie van interne en externe
factoren. Motivatie leidt vervolgens tot een keuze van een doel en deze
keuze leidt tot doelgericht gedrag.
6. McClelland noemt 5 factoren die van invloed zijn op iemands motivatie:
motief, cognities, vaardigheden, mogelijkheden en gewoonten.
7. Behoeften zijn motieven die zich in interactie tussen persoon en
omgeving uit de intrinsieke basisbehoefte hebben ontwikkeld.
8. De behoefte aan gevoelens van competentie nemen af als iemand heeft
laten zien ergens heel goed in te zijn.
9. De behoefte is een drijfveer voor gedrag.
10.Volgens het model van Wann ligt de basis voor sportdeelname bij de
genetische opmaak van het kind.
11. Socialisatie is het proces waarin iemand zich de waarden, opvattingen,
attitudes en gedragsregels van zijn (sub) cultuur eigen maakt.
12.Of kinderen gaan sporten of niet hangt af van 2 factoren: erfelijke
eigenschappen en subcultuur met hun socialisatieprocessen. Deze
factoren beïnvloeden elkaar.
13.McCarthy en zijn collega’s wijzen erop dat jongere spelers het verder
schoppen omdat zij mentaal sterker zijn. Dit is een argument tegen het
geboortemaand-effect.
14.Het sportcommitmentmodel bestaat uit 7 factoren, waar sociale druk en
plezier in sport er twee van zijn.
15. Het driecomponentenmodel voorspelt dat de motivatie van personen
om voor een bepaalde organisatie te blijven werken 3 componenten
kent: affectief-, continuerings- en normatief commitment.
16. De drie fundamentele psychologische behoeften van de SDT zijn
competentie, ruimte voor ontwikkeling en verbondenheid.
17.External regulation is een vorm van extrinsieke motivatie en introjected
regulation een vorm van intrinsieke motivatie.
18. Identified regulation bevat de hoogst mogelijke zelfsturing binnen de
extrinsieke motivatievormen.
19.Een externe beloning zorgt voor een afname van de intrinsieke motivatie
en hierdoor voor een afname van de sturing van het gedrag door de
persoon zelf.
20.Autonome regulatie en extrinsieke motivatie lijken samen te gaan met
meer spontane fysieke activiteit, meer plezier en vertrouwen.

, 21. De kans op drop-out neemt bij vormen van regulatie die meer intrinsiek
van aard zijn toe en meer zelf gereguleerde vormen van motivatie gaan
ook samen met minder kans op burn-out.
22.Intrinsieke motivatie, identified regulation en integrated regulation zijn
alle drie vormen van positieve motivatie en kunnen leiden tot o.a.
pleziergevoelens.
23.Volgens het hiërarchisch model van intrinsieke en extrinsieke motivatie
zijn er 3 niveaus waarop intrinsieke en extrinsieke motivatie kunnen
worden geanalyseerd, namelijk: globaal, contextueel en sociaal niveau.
24.Globaal niveau en contextueel niveau gaan over motieven en hierdoor
duurt het langer dan op het onderste niveau voordat factoren uit de
sociale omgeving doorwerken.
25.Volgens de AGT moeten doelen de volgende punten presenteren:
1) Richting geven aan opvattingen over wat presteren betekent in die
situatie
2) Gedrag sturen
3) Keuzes bepalen
26.Task goals, mastery goals en learning goals zijn hetzelfde.
27.Een ongedifferentieerde opvatting van bekwaamheid betekent dat
bekwaamheid, succes en inspanning niet wezenlijk van elkaar worden
onderscheiden en dat prestaties afgemeten worden aan eigen, eerdere
prestaties.
28.Een wedijverinstelling gecombineerd met een negatief beeld van de
eigen bekwaamheid zal de sporter motiveren om meer inspanning te
leveren.
29.Het meten van doelinstellingen is makkelijker dan het meten van
doeloriëntaties.
30.Bij wedijver oriëntatie is een van de opvattingen dat sport iemands
zelfrespect moet vergroten.
31.Ook bij een positieve bekwaamheid is wedijveroriëntatie niet gunstig.
32.Het perceived motivational climate is belangrijker dan het objectieve
motivatieklimaat.
33.In de theorie over prestatiemotivatie zijn 2 motieven belangrijk: het
prestatiemotief en faalangst.
34.Self-directed doelen zijn er omdat je het zelf wilt en social approval-
doelen doe je omdat anderen dat van je verwachten.
35.Risicosporters zijn een homogene groep.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
7 octobre 2020
Fichier mis à jour le
15 octobre 2020
Nombre de pages
26
Écrit en
2020/2021
Type
Examen
Contient
Questions et réponses

Sujets

€6,49
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
5 année de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
at22 Maastricht University
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
30
Membre depuis
7 année
Nombre de followers
22
Documents
4
Dernière vente
6 mois de cela

3,5

2 revues

5
1
4
0
3
0
2
1
1
0

Documents populaires

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions