Geschiedenis – eindexamen 3de jaar
1. Middeleeuwen
1ste middeleeuwen 6de tot 10de eeuw (500 – 1000)
2de middeleeuwen 11de tot midden 14de eeuw (1000 – 1350)
Hoofdstuk 5 (laatste deel) : Bij de Franken
2. Het feodalisme
Titel Functie
Koning/keizer = leenheer • Hoogste gezag
• Opperrechter
• Wetgever
Graaf, hertog, bisschop, abt = leenman • Soldaten leveren
= vazal • Delen van het rijk besturen
• Rechtspreken
Zendgraaf • Lokale besturen controleren
• Wetten en bevelen overbrengen
• Leenmannen kregen in ruil voor hun aandeel in het bestuur
inkomsten uit tollen en boetes + belastingen uit koninklijk
grondbezit.
• België: scheiding der machten: UM, WM, RM
Hoofdstuk 6: De Arabische wereld
3. Economische activiteiten die essentieel waren in de woestijn
Veeteelt en handel
• Herders trokken rond in de woestijn op zoek naar voedsel voor
kudden
• Transithandel (doorvoerhandel) was over grote afstanden
, 4. Transithandel (=doorvoerhandel) uit de Arabische wereld voor de
middeleeuwen
Arabische karavanen:
• Specerijen en zijde uit Azië over een grote afstand
• Verkochten in Egypte en in het Westen myrre uit Zuid-Arabische
schiereiland.
5. Waarom was er op het Arabisch schiereiland verdeeldheid op…
Politiek vlak? →
• Veel stammen, met elk eigen stamhoofd + geen territoriale eenheid
Religieus vlak? →
• Polytheïsme: elke stam had eigen goden
6. Wat veranderde in het begin van de middeleeuwen?
Sommige Arabieren werden sedentair (1 plaats) en leefden in oasesteden.
7. Was de Ka’aba ooit een polytheïstisch heiligdom?
Ja, deze islamitische heiligdom in Mekka was voor de vernieuwing van
Mohammed een polytheïstisch heiligdom.
8. Het begin van de islamitische jaartelling
622, het jaar waarin Mohammed vluchtte naar Medina
, 9. Samenvatting
Voor ca. 600 Na ca. 600
• Meer handel en sedentarisatie
(steden)
• Nomadische herders en handelaars • Mohammed / Islam
• Territoriale verdeeldheid (stammen) • Territoriale eenheid
• Religieuze verdeeldheid • Eén wet (sharia)
(polytheïsme) • Religieuze eenheid (monotheïsme)
• Eén wereldlijke en religieuze leider
(= Mohammed)
10. Kaart
Medina
Mekka
11. De Arabische wereld, Frankenrijk en Byzantijnse Rijk
Voor Mohammed Na Mohammed
Territoriale verdeeldheid Territoriale eenheid
Religieuze verdeeldheid Religieuze eenheid
• Er was geen scheiding tussen de wereldlijke en religieuze macht.
• De veranderingen gebeurde op het eiland onder dwang.
, Frankenrijk Byzantijnse Rijk Arabische wereld
Wereldlijke Religieuze Wereldlijke Religieuze Wereldlijke Religieuze
macht macht macht macht macht macht
Koning/keizer Paus Keizer Keizer Kalief Kalief
12. Veroveringen van de Arabieren in de 1ste middeleeuwen
Europa Spanje en Portugal
Azië Saudi-Arabië, Irak, Jordanië, Syrië, Israël, Palestina, Libanon, Turkije,
Azerbeidzjan, Iran, Koeweit, Qatar, Afghanistan en Turkmenistan
Afrika Marokko, Tunesië, Egypte, Libië, en Algerije.
• Landen die niet meer islamitisch zijn: ………….
13. Hoe kregen de Arabieren de gebieden onder controle?
• Door militaire verovering
• Door het afdwingen van vrijwillige overgave om oorlog te vermijden.
14. Wat motiveerde de Arabieren om te veroveren?
• Een plaats in de hemel verdienen
• Religieuze overtuiging: islam brengen bij andersgelovigen
• De drang naar buit
• Controle verwerven over rijke landbouwgronden en handelsroutes
• Prestige verwerven door militaire overwinningen
15. De kaart
België, Frankrijk, Nederland,
Oostenrijk, Spanje
Griekenland, Turkije
Egypte, Irak, Iran, Israël,
Marokko, Spanje
1. Middeleeuwen
1ste middeleeuwen 6de tot 10de eeuw (500 – 1000)
2de middeleeuwen 11de tot midden 14de eeuw (1000 – 1350)
Hoofdstuk 5 (laatste deel) : Bij de Franken
2. Het feodalisme
Titel Functie
Koning/keizer = leenheer • Hoogste gezag
• Opperrechter
• Wetgever
Graaf, hertog, bisschop, abt = leenman • Soldaten leveren
= vazal • Delen van het rijk besturen
• Rechtspreken
Zendgraaf • Lokale besturen controleren
• Wetten en bevelen overbrengen
• Leenmannen kregen in ruil voor hun aandeel in het bestuur
inkomsten uit tollen en boetes + belastingen uit koninklijk
grondbezit.
• België: scheiding der machten: UM, WM, RM
Hoofdstuk 6: De Arabische wereld
3. Economische activiteiten die essentieel waren in de woestijn
Veeteelt en handel
• Herders trokken rond in de woestijn op zoek naar voedsel voor
kudden
• Transithandel (doorvoerhandel) was over grote afstanden
, 4. Transithandel (=doorvoerhandel) uit de Arabische wereld voor de
middeleeuwen
Arabische karavanen:
• Specerijen en zijde uit Azië over een grote afstand
• Verkochten in Egypte en in het Westen myrre uit Zuid-Arabische
schiereiland.
5. Waarom was er op het Arabisch schiereiland verdeeldheid op…
Politiek vlak? →
• Veel stammen, met elk eigen stamhoofd + geen territoriale eenheid
Religieus vlak? →
• Polytheïsme: elke stam had eigen goden
6. Wat veranderde in het begin van de middeleeuwen?
Sommige Arabieren werden sedentair (1 plaats) en leefden in oasesteden.
7. Was de Ka’aba ooit een polytheïstisch heiligdom?
Ja, deze islamitische heiligdom in Mekka was voor de vernieuwing van
Mohammed een polytheïstisch heiligdom.
8. Het begin van de islamitische jaartelling
622, het jaar waarin Mohammed vluchtte naar Medina
, 9. Samenvatting
Voor ca. 600 Na ca. 600
• Meer handel en sedentarisatie
(steden)
• Nomadische herders en handelaars • Mohammed / Islam
• Territoriale verdeeldheid (stammen) • Territoriale eenheid
• Religieuze verdeeldheid • Eén wet (sharia)
(polytheïsme) • Religieuze eenheid (monotheïsme)
• Eén wereldlijke en religieuze leider
(= Mohammed)
10. Kaart
Medina
Mekka
11. De Arabische wereld, Frankenrijk en Byzantijnse Rijk
Voor Mohammed Na Mohammed
Territoriale verdeeldheid Territoriale eenheid
Religieuze verdeeldheid Religieuze eenheid
• Er was geen scheiding tussen de wereldlijke en religieuze macht.
• De veranderingen gebeurde op het eiland onder dwang.
, Frankenrijk Byzantijnse Rijk Arabische wereld
Wereldlijke Religieuze Wereldlijke Religieuze Wereldlijke Religieuze
macht macht macht macht macht macht
Koning/keizer Paus Keizer Keizer Kalief Kalief
12. Veroveringen van de Arabieren in de 1ste middeleeuwen
Europa Spanje en Portugal
Azië Saudi-Arabië, Irak, Jordanië, Syrië, Israël, Palestina, Libanon, Turkije,
Azerbeidzjan, Iran, Koeweit, Qatar, Afghanistan en Turkmenistan
Afrika Marokko, Tunesië, Egypte, Libië, en Algerije.
• Landen die niet meer islamitisch zijn: ………….
13. Hoe kregen de Arabieren de gebieden onder controle?
• Door militaire verovering
• Door het afdwingen van vrijwillige overgave om oorlog te vermijden.
14. Wat motiveerde de Arabieren om te veroveren?
• Een plaats in de hemel verdienen
• Religieuze overtuiging: islam brengen bij andersgelovigen
• De drang naar buit
• Controle verwerven over rijke landbouwgronden en handelsroutes
• Prestige verwerven door militaire overwinningen
15. De kaart
België, Frankrijk, Nederland,
Oostenrijk, Spanje
Griekenland, Turkije
Egypte, Irak, Iran, Israël,
Marokko, Spanje