Anatomie
Functies van het skelet
- Geeft vorm aan het lichaam
- Geeft steun aan het lichaam
- Is de aanhechtingsplaats voor spieren, pezen en banden
- Geeft de mogelijkheid tot bewegen
- Geeft bescherming aan organen
Botgroei
- Lengtegroei: vermeerdering van kraakbeencellen aan de ene kant en
verbening van kraakbeencellen aan de andere kant
- Breedtegroei: verbening van botvlies (periost) aan de buitenkant en
wegvreten van botweefsel aan de binnenkant (aan de wanden van de
mergholte).
Verbinding Plaats
Botweefsel Schedelverbindingen
Kraakbeenweefsel Rib met borstbeen
Bindweefsel Darmbeen met heiligbeen
Gewricht Knie, elleboog, schouder
Gewricht
Bewegingen
,Deel Ledemaat/ Beweging Vertaald
lichaam gewricht
Bovenlicha Schouder/arm 1. Abductie 1. Van lichaam af
am 2. Adductie 2. Naar lichaam toe
3. Anteflexie 3. Voorwaartse richting heffen
4. Retroflexie 4. Achterwaartse richting
5. Endorotatie heffen
6. Exorotatie 5. Naar binnen draaien
6. Naar buiten draaien
Schouderblad 1. Elevatie 1. Schouderblad
2. Depressie omhoogtrekken
3. Retractie 2. Schouderblad omlaag
4. Protractie trekken
3. Schouderblad naar achter
trekken
4. Schouderblad naar voren
trekken
Wervelkolom/ 1. Ventraalflexie 1. Voren buigen van
torso 2. Dorsaalflexie wervelkolom
3. Lateraalflexie 2. Achteren buigen van
4. Torsi wervelkolom
3. Zijwaarts buigen van
wervelkolom
4. Draaien van wervelkolom
Pols/hand 1. Pronatie 1. Binnen draaien hand
2. Supinatie 2. Buiten draaien hand
3. Plamairflexie 3. Vingers naar handpalm
4. Dorsaalflexie 4. Vinger naar handrug
Onderlicha Been 1. Anteflexie 1. Voorwaartse richting heffen
am 2. Retroflexie 2. Achterwaartse richting
3. Abductie heffen
4. Adductie 3. Van lichaam af
5. Endorotatie 4. Naar lichaam toe
6. Exorotatie 5. Naar binnen draaien
6. Naar buiten draaien
Knie 1. Flexie 1. Buigen been
2. Extensie 2. Strekken been
Enkel/voet 1. Plantairflexie 1. Enkels strekken
2. Dorsaalflexie 2. Enkels buigen
Gewrichten
- Scharniergewricht (1 as) elleboog en knie
- Rolgewricht (1 as) Door dit gewricht kunnen spaakbeen en
ellepijp om elkaar heen draaien.
- Kogelgewricht (3 assen) schouder- en heupgewricht
- Zadelgewricht (2 assen) gewricht tussen handpalm en duim
, Botten
Nederlands Latijn
Os humerus Bovenarm
Os ulna Ellepijp
Os radius Spaakbeen
Os clavicula Sleutelbeen
Os scapula Schouderblad
Os sternum Borstbeen
Os costa Rib
Columna vertrebralis Wervelkolom
- vertebrae cervicales - Halswervels
- vertebrae thoracicae - Borstwervels
- vertebrae lumbales - Lendewervels
- Os sacrum - Heiligbeen
- Os coccigys - Stuit / staartbeen
Pelvis Bekken
- Os ilium - Darmbeen
- Os pubis - Schaambeen
- Os ischii - Zitbeen
Os femur Dijbeen
Os patella Knieschijf
Os tibia Scheenbeen
Os fibula Kuitbeen
Wervelkolom
- Lordose: Holling van de wervelkolom
- Kyfose: Bolling van de wervelkolom
Osteologie – Spiercontracties
- Concentrische contractie: Spier wordt korter
- Excentrische contractie: Spier wordt langer
- Isometrische contractie: Spierlengte blijft gelijk
- Agonist: Spier of spiergroep die de beweging inzet
- Antagonist: Spieren die de tegenoverliggende beweging maken van de
agonist
- Synergist: Spieren die de agonist ondersteunen
- Neutralisator: Voorkomt ongewenste bij bewegingen
- Stabilisator: Fixeert één van de botstukken
- Origio: Oorsprong
- Insertie: Aanhechting