THEMA 8 : DOORGEVEN VAN
DNA TIJDENS CELDELINGEN
Op bepaald moment in interfase: voorbereiding op celdeling daarbij moet DNA-replicate of
kopieerproces plaatsvinden
1. Interfase als voorbeiding op de celdingsfase
Celcyclus: groeien (celgroei) en vermeerderen (celdeling) van DNAcellen
Interfase = groeien, proteïnesynthese, DNA-replicate
= ontrold te kunnen afeeennkopiëren (replicate) en voor genexpressie
Celdeling = verdelen v DNA
= opgerold (=chromosoom) kunnen verdelen
a) Start DNA-replicate erking DNA-helicase
Start op plaatsen met AT-rijke basensequentes (2 aterstofenbruggen = gemakkelijker los te
maken dan 3, dan GC)
Op meerdere plaatsen tegelijk op de chromatneveeel
DNA-helicases = eneym dat H-bruggen breekt
replicatevorken (splitspunten)
replicatelus = 2 enkelstrengen, begint en eindigt in replicatevork
b) Werking DNA-polymerasen
DNA-polymerassen = groep eneymen die nieu e complementaire strengen (nieu e
nucleotden op bestaande DNA-enkelstreng hechten) opbou en
Kunnen maar in 1 richtng erken : 5’ 3’ (= 3’ 5’ richtng van bestaande streng)
Zet eich vast op plaats aar de strengen uit de elkaar gingen aan 3’ uiteinde begint
nieu e nucleotden te hecten (met 5’ 3’ richtng)
o Complementaire basenparing: tegenover A (ind bestaande streng) : T
tegenover C (ind bestaande streng) : G
Nieu gevormde 5’-3’ streng = snelle streng
Nieu gevormde 3’-5’ streng= trage strengdiscontinue nieu vorming: mét
onderbrekingen
Hersteleneymen: keren op stappen terug om foutgeplaatste nucleotden te verbeteren
(nochtans erken polymerasen snel x secuur: 1 fout per per miljoen nucleotden)
c) Werking DNA-ligase
, DNA-ligase: eneym dat eorgt vor aaneenplakken van nieu gevormde strengen
(polynucleotden en suiker-fosfaatruggengraat orden aaneengeplakt, OKAZAKI-fragmenten)
Resultaat
DNA-replicate = semiconservatef bestaat uit oude en nieu e streng
Nieu e gevormde DNA-moleculen = onderling identek qua basensequente identek aan
oorspronkelijke DNA-molecule ( ant op oude streng: nieu e complementaire streng)
2. Celkern in de delingsfase
a) Van chromatne tot chromosomen
(Chromatne = ontrold DNA met ei iten : in de interfase
Chromatde = helft van chromosoom)
Werken naar chromosomen = meest compacte vorm : chromatne verdelen over
dochtercellen
Kenmerken: sterke spiralisate en condensate vnd chromatneveeel (in lussen en nog keer
opgerold telefoondraad)
DNA TIJDENS CELDELINGEN
Op bepaald moment in interfase: voorbereiding op celdeling daarbij moet DNA-replicate of
kopieerproces plaatsvinden
1. Interfase als voorbeiding op de celdingsfase
Celcyclus: groeien (celgroei) en vermeerderen (celdeling) van DNAcellen
Interfase = groeien, proteïnesynthese, DNA-replicate
= ontrold te kunnen afeeennkopiëren (replicate) en voor genexpressie
Celdeling = verdelen v DNA
= opgerold (=chromosoom) kunnen verdelen
a) Start DNA-replicate erking DNA-helicase
Start op plaatsen met AT-rijke basensequentes (2 aterstofenbruggen = gemakkelijker los te
maken dan 3, dan GC)
Op meerdere plaatsen tegelijk op de chromatneveeel
DNA-helicases = eneym dat H-bruggen breekt
replicatevorken (splitspunten)
replicatelus = 2 enkelstrengen, begint en eindigt in replicatevork
b) Werking DNA-polymerasen
DNA-polymerassen = groep eneymen die nieu e complementaire strengen (nieu e
nucleotden op bestaande DNA-enkelstreng hechten) opbou en
Kunnen maar in 1 richtng erken : 5’ 3’ (= 3’ 5’ richtng van bestaande streng)
Zet eich vast op plaats aar de strengen uit de elkaar gingen aan 3’ uiteinde begint
nieu e nucleotden te hecten (met 5’ 3’ richtng)
o Complementaire basenparing: tegenover A (ind bestaande streng) : T
tegenover C (ind bestaande streng) : G
Nieu gevormde 5’-3’ streng = snelle streng
Nieu gevormde 3’-5’ streng= trage strengdiscontinue nieu vorming: mét
onderbrekingen
Hersteleneymen: keren op stappen terug om foutgeplaatste nucleotden te verbeteren
(nochtans erken polymerasen snel x secuur: 1 fout per per miljoen nucleotden)
c) Werking DNA-ligase
, DNA-ligase: eneym dat eorgt vor aaneenplakken van nieu gevormde strengen
(polynucleotden en suiker-fosfaatruggengraat orden aaneengeplakt, OKAZAKI-fragmenten)
Resultaat
DNA-replicate = semiconservatef bestaat uit oude en nieu e streng
Nieu e gevormde DNA-moleculen = onderling identek qua basensequente identek aan
oorspronkelijke DNA-molecule ( ant op oude streng: nieu e complementaire streng)
2. Celkern in de delingsfase
a) Van chromatne tot chromosomen
(Chromatne = ontrold DNA met ei iten : in de interfase
Chromatde = helft van chromosoom)
Werken naar chromosomen = meest compacte vorm : chromatne verdelen over
dochtercellen
Kenmerken: sterke spiralisate en condensate vnd chromatneveeel (in lussen en nog keer
opgerold telefoondraad)