Thema 5 - Voortplanting bij de mens
1: Geslachtskenmerken
Geslacht: Het geslacht of sekse is het onderscheid tussen organismen, gebaseerd op het
verschil in voorplantingscellen dat een organisme produceert.
Bij de meeste organismen zijn er twee geslachten, mannelijk en vrouwelijk.
Biologische geslacht: Het biologische geslacht van mensen ligt vast in het DNA en wordt
bepaald door de aanwezigheid van twee geslachtschromosomen.
Vrouwen hebben XX-chromosomen
Mannen hebben XY-chromosomen
⇒ Hierdoor is er een anatomisch verschil tussen beide geslachten.
Interseks: Sommige mensen worden geboren met een DNA- of chromosoomvariatie waardoor
het biologische geslacht niet eenduidig is.
Primaire geslachtskenmerken: De primaire geslachtskenmerken zijn lichamelijke kenmerken
die van bij de geboorte aanwezig zijn. Ze onderscheiden het mannelijk van het vrouwelijk
geslacht.
Mannen Vrouwen
uitwendig - balzak met teelballen en bijballen - schaamlippen
penis met eikel en voorhuid - clitoris
- geslachtsopening
inwendig - zaadleiders - eierstokken
- zaadblaasjes - eileiders met eitrechters
- prostaatklier - baarmoeder met baarmoederhals
- urogenitale buis - vagina
, Secundaire geslachtskenmerken: De secundaire geslachtskenmerken zijn het resultaat van
alle lichamelijke veranderingen die plaatsvinden tijdens de puberteit onder invloed van een
verhoogde productie van geslachtshormonen door geslachtsklieren of gonade.
Voor de puberteit ligt deze productie zeer laag, Rond de leeftijd van 10 à 12 jaar valt deze
remming weg. De productie van GnRH door de hypothalamus neemt toe waardoor de
hypofyse twee geslachtsklierstimulerende hormonen aanmaakt: LH en FSH. Vanaf dan loop de
hormonale regeling bij beide geslachten verschillend.
Jongens:
LH stimuleert de teelballen om testosteron aan te maken, FSH versterkt het effect van LH op de
productie van testosteron. FSH doet de aanmaak van zaadcellen op gang komen.
Uitwendig Inwendig
- beharing - verhoogde spierontwikkeling en sterker skelet
- bredere schouders - stemverlaging
- vergroting van penis en balzak - aanmaak zaadcellen en zaadlozing
Meisjes:
FSH stimuleert de groei van follikels in de eierstokken, FSH en LH zorgen ervoor dat de
eierstokken oestrogeen en progesteron aanmaken.
Uitwendig Inwendig
- breder bekken - eicelrijping en menstruatiecyclus
- rondere lichaamsvormen door onderhuids vet
- borstontwikkeling
- lichte groei van de schaamlippen
Hypothalamus-hypofyse-as: De samenwerking tussen de twee endocriene klieren die zo de
hoeveelheid LH en FSH regelen.
Na de puberteit volgt een lange periode waarin mensen geslachtsrijp zijn. Vanaf 42 jaar
worden vouwen minder vruchtbaar. De overgang is het proces waarbij het lichaam verandert
van vruchtbaar naar onvruchtbaar omdat de oestrogeenproductie in de eierstokken wegvalt,
hierdoor krijgen ze enkele klachten. De menopauze is de periode waarin de laatste
menstruatiecyclus plaatsvindt.
Bij mannen is er geen verlies van vruchtbaarheid. Toch kunnen er door de daling van
testosteron tijdens de andropauze overgangsverschijnselen optreden.
1: Geslachtskenmerken
Geslacht: Het geslacht of sekse is het onderscheid tussen organismen, gebaseerd op het
verschil in voorplantingscellen dat een organisme produceert.
Bij de meeste organismen zijn er twee geslachten, mannelijk en vrouwelijk.
Biologische geslacht: Het biologische geslacht van mensen ligt vast in het DNA en wordt
bepaald door de aanwezigheid van twee geslachtschromosomen.
Vrouwen hebben XX-chromosomen
Mannen hebben XY-chromosomen
⇒ Hierdoor is er een anatomisch verschil tussen beide geslachten.
Interseks: Sommige mensen worden geboren met een DNA- of chromosoomvariatie waardoor
het biologische geslacht niet eenduidig is.
Primaire geslachtskenmerken: De primaire geslachtskenmerken zijn lichamelijke kenmerken
die van bij de geboorte aanwezig zijn. Ze onderscheiden het mannelijk van het vrouwelijk
geslacht.
Mannen Vrouwen
uitwendig - balzak met teelballen en bijballen - schaamlippen
penis met eikel en voorhuid - clitoris
- geslachtsopening
inwendig - zaadleiders - eierstokken
- zaadblaasjes - eileiders met eitrechters
- prostaatklier - baarmoeder met baarmoederhals
- urogenitale buis - vagina
, Secundaire geslachtskenmerken: De secundaire geslachtskenmerken zijn het resultaat van
alle lichamelijke veranderingen die plaatsvinden tijdens de puberteit onder invloed van een
verhoogde productie van geslachtshormonen door geslachtsklieren of gonade.
Voor de puberteit ligt deze productie zeer laag, Rond de leeftijd van 10 à 12 jaar valt deze
remming weg. De productie van GnRH door de hypothalamus neemt toe waardoor de
hypofyse twee geslachtsklierstimulerende hormonen aanmaakt: LH en FSH. Vanaf dan loop de
hormonale regeling bij beide geslachten verschillend.
Jongens:
LH stimuleert de teelballen om testosteron aan te maken, FSH versterkt het effect van LH op de
productie van testosteron. FSH doet de aanmaak van zaadcellen op gang komen.
Uitwendig Inwendig
- beharing - verhoogde spierontwikkeling en sterker skelet
- bredere schouders - stemverlaging
- vergroting van penis en balzak - aanmaak zaadcellen en zaadlozing
Meisjes:
FSH stimuleert de groei van follikels in de eierstokken, FSH en LH zorgen ervoor dat de
eierstokken oestrogeen en progesteron aanmaken.
Uitwendig Inwendig
- breder bekken - eicelrijping en menstruatiecyclus
- rondere lichaamsvormen door onderhuids vet
- borstontwikkeling
- lichte groei van de schaamlippen
Hypothalamus-hypofyse-as: De samenwerking tussen de twee endocriene klieren die zo de
hoeveelheid LH en FSH regelen.
Na de puberteit volgt een lange periode waarin mensen geslachtsrijp zijn. Vanaf 42 jaar
worden vouwen minder vruchtbaar. De overgang is het proces waarbij het lichaam verandert
van vruchtbaar naar onvruchtbaar omdat de oestrogeenproductie in de eierstokken wegvalt,
hierdoor krijgen ze enkele klachten. De menopauze is de periode waarin de laatste
menstruatiecyclus plaatsvindt.
Bij mannen is er geen verlies van vruchtbaarheid. Toch kunnen er door de daling van
testosteron tijdens de andropauze overgangsverschijnselen optreden.