Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................... 1
Deel 1: Inleiding ....................................................................................................................................... 2
1. Inleiding tot management en organisaties...................................................................................... 2
2. De geschiedenis vh management/ De veranderde wereld vh management .................................. 4
Deel 2: Speelruimte van de manager .................................................................................................... 10
3. De speelruimte van de manager ................................................................................................... 10
4. Maatschappelijke verantwoordelijkheid & ethisch handelen....................................................... 13
Deel 3: Flexibiliseren ............................................................................................................................. 16
5. Innovatie & verandering ................................................................................................................ 16
6. Besluitvorming............................................................................................................................... 17
7. Planning ......................................................................................................................................... 20
Deel 4: Investeren in daadkracht .......................................................................................................... 21
8. Strategie ........................................................................................................................................ 21
9. Organisatiestructuur ..................................................................................................................... 26
10. Managers & communicatie – NIET .............................................................................................. 31
11. Human resource management – NIET ........................................................................................ 31
Deel 5: Daadkrachtig handelen ............................................................................................................. 31
12. Gedrag in organisaties ................................................................................................................. 31
13. Groepen & teams - Werkcollege ................................................................................................. 34
14. Werknemers motiveren .............................................................................................................. 35
15. Leiderschap - werkcollege ........................................................................................................... 37
Deel 6: Beheersen ................................................................................................................................. 37
16. Procesmanagement..................................................................................................................... 37
17. Controle & de financiële functie ................................................................................................. 39
Informatiemanagement - ICT ............................................................................................................ 41
Theorie uit werkcolleges ....................................................................................................................... 42
3. Speelruimte van een manager ...................................................................................................... 42
4. Maatschappelijke verantwoordelijkheid & ethisch ....................................................................... 44
6. Besluitvorming............................................................................................................................... 45
12. Gedrag in organisaties – attributies ............................................................................................ 46
1
, Samenvatting – Bedrijfsmanagement
Deel 1: Inleiding
1. Inleiding tot management en organisaties
1.1. Wie zijn de managers?
Manager of the year Maar 1 vrouw sinds 2003
Manager =
Is iemand die samenwerkt met anderen en daarin een leidinggevende taak heeft, rekening
houdend met de doelstellingen van de organisatie te proberen bereiken.
Organisatieniveaus:
Topmanagers:
Zijn verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen en het definiëren vd doelstellingen die
van invloed zijn van de hele organisatie.
Middenmanagers:
Geven leiding aan en coördineren het werk vd lagere managers.
Lagere managers:
Geven leiding aan en coördineren het werk vd ‘gewone’
werknemers.
Uitvoerend personeel
1.2. Wat is management?
Case: Sella Field plant
Wat? Nucleair schandaal
Hoe? De directeur beschuldigt de werknemers. Onderzoekers beweren dat er te weinig
management was.
Conclusie:
Geen people skills, geen motivatie, geen communicatie…
Effectiviteit en efficiëntie
Effectiviteit = doelstellingen bereiken
Efficiëntie = zo weinig mogelijk doen voor zoveel mogelijk resultaat te bereiken.
Wat is effectiviteit? Wat zijn de doelstellingen van een organisatie?
Wat voor het ene bedrijf ‘effectief’ is, is daarom niet voor het ander bedrijf effectief.
1.3. Wat doet de manager?
Normatieve benadering: De 4 management functies
(soms ook 5) : POLC(C)
1) Plannen:
Formuleren van doelstellingen en het ontwikkelen v plannen om activiteiten te coördineren.
2) Organiseren:
Het vaststellen wat er moet worden gedaan, hoe en wie dit moet doen.
3) Leidinggeven:
Iedereen motiveren en conflicten oplossen.
4) Controleren:
activiteiten controleren om te zien of alles goed verloopt.
Deze functies lopen door elkaar = Management proces:
= Het voortdurend nemen van beslissingen ivm plannen, uitvoeren, leiding geven en controleren.
Afhankelijk vh niveau vd manager, doet de 1 meer vh 1 dan vh ander.
2
, Samenvatting – Bedrijfsmanagement
Beschrijvende benadering: Management rollen (Mintzberg)
Er zijn 3 grote rollen:
1) Informatie rol: ontvangen, verzamelen en verspreiden van informatie.
2) Intermenselijke rol: relaties met mensen en vertegenwoordigen vd waarden.
3) Beslissingsrol: maken van keuzes
Managementvaardigheden
Managers hebben 3 belangrijke vaardigheden/competenties nodig:
1) Conceptuele vaardigheden:
Nadenken over abstracte en ingewikkelde situaties.
Deze vaardigheid is belangrijk voor topmanagers
2) Menselijke vaardigheden:
Vaardigheid om goed met anderen samen te kunnen werken (met indivuen en in teamverband)
Op elk niveau van managers even belangrijk
3) Technische vaardigheden:
Vakkundigheid en kennis van een specialistisch vakgebied
Lagere managementniveaus
Boek emotionele intelligentie – Daniel Goleman
Management skills
1) Monitoren van eigen emoties:
= Ken jezelf
2) Monitoren van emoties van anderen:
= Jezelf in de plaats van anderen stellen
3) Sociale vaardigheden:
= duurzame relaties opbouwen
4) Zichzelf en anderen motiveren
Mannen en vrouwen zijn evenveel emotioneel intelligent, maar ze zijn het op een andere manier.
1.4. Wat is een organisatie?
Organisatie = Een geheel waarin mensen op een doelbewuste manier samenwerken om specifieke
doelstellingen te verwezenlijken.
Een familie, studentenclub… is ook een organisatie.
1.5. Waarom management bestuderen?
Universaliteit van het management
= Management is nodig in elk type, elke grootte, op elk niveau en op alle gebieden van een
organisatie
Elk type: Commercieel vs non-profit
Elke grootte: klein vs groot
Elk niveau: basis vs top
Alle gebieden: vb. productie, marketing, accounting…
Na het afstuderen kom je er sowieso mee in aanraking:
Zelf manager zijn, verantwoording aan manager afleggen, vaak beiden.
3
, Samenvatting – Bedrijfsmanagement
1.6. Always fun to be a manager?
Voordeel Nadeel
Loon Hoge taakbelasting & werkdruk
Status Veranderde relatie met collega’s
Kick Grote verantwoordelijkheid (aanwerven, ontslaan...)
Mensen helpen Tussen hamer en aanbeeld: Mensen die boven u zagen, maar onder u ook
2. De geschiedenis vh management/ De veranderde wereld vh management
2.1. De veranderde wereld
Waarom kijken naar het “verleden”?
Nil novum sub solo est
= Ken het verleden
Wanneer je het verleden verstaat (vb. omgeving, waarden, geschiedenis), dan versta je het
heden en de toekomst want zaken komen terug.
Management is niet nieuw:
Chinese muur is ook gemaakt met management.
Omslag van agrarische naar een industriële wereld:
Verdeling van arbeid
= Het onderverdelen van taken in kleinere taken die gemakkelijk kunnen worden herhaald, leidt
tot betere resultaten.
Door Adam Smith; the wealth of nations
Als 10 arbeiders 1 speld moeten maken = 10 spelden. Als elke arbeider een gespecialiseerde taak
heeft = 48 000 spelden.
Industriële revolutie
Machines vervangen de menselijke arbeid waardoor er grotere organisaties ontstaan. Deze
organisaties hebben meer nood aan formeel management.
2.2. De klassieke benadering van het management
Scientific management
Grondlegger: Frederick Taylor
Doel: Het werk zo efficiënt mogelijk laten uitvoeren.
Via: Wetenschappelijke methoden te gebruiken om de ‘best mogelijke manier’ voor het
uitvoeren van een taak vast te stellen.
Managementprincipes van Taylor
1) Scheiden van denken en doen
2) Ontwikkelen van wetenschappelijke richtlijnen voor elk element vd taak.
3) Taak managers: Werknemers trainen en controleren
Hiërarchie, centralisatie, standaardisatie & specialisatie
4) Rust en bonus voor hogere output (Hoe meer ze produceren, hoe meer ze verdienen)
Scientific management vandaag de dag (Bekende toepassingen)
Henry Ford:
Mensen kregen bonus waarmee ze konden sparen voor een auto inkomsten Ford.
Frank & Lillian Gillbreth:
Gebruik van film om beweging te bestuderen.
4