Cellen in relatie met andere organisatieniveaus:
Alle levende wezens bestaan uit minstens 1, maar meestal zeer veel cellen.
→ Meercellige: levende organismen met meerdere cellen.
→ Eencellige: levende organismen met 1 enkele cel.
Observeren van cellen:
Celtheorie (van Schleiden en Schwan):
→ De cel is de eenheid van structuur: organismen zijn opgebouwd uit cellen die
structureel dezelfde bouw hebben.
→ De cel is de eenheid van functie: functies van organismen zijn afhankelijk van
de functies van cellen.
→ De cel is de eenheid van reproductie: nieuwe cellen ontstaan uit bestaande
cellen.
Elektronenmicroscopische bouw van cellen en organellen:
Een cel kan zichzelf in stand houden door een eigen ademhaling, verteringsstelsel, …
Een cel is opgebouwd uit organellen.
Submicroscopische structuur van het celoppervlak:
Celwand:
→ Verleent stevigheid en bescherming aan de cel.
→ Komt voor bij planten, zwammen en bacteriën.
Planten:
Planten hebben 2 wanden:
1. Primaire celwand: aan de buitenzijde van de celmembraan worden pectine en
cellulose afgezet in een grondstof van eiwit (eerder zacht).
2. Secundaire celwand: na het groeien kan nog verdikking van de celwand
optreden door het afzetten van andere stoffen tussen de primaire celwand en
het celmembraan (eerder hard).
→ Op bepaalde plaatsen blijft de primaire celwand zeer dun en doorlatend, dit
noemt men stippels. Hierdoor staat de celinhoud, het protoplasma, van naast
elkaar liggende cellen in verbinding waardoor er intercellulair verkeer mogelijk
is.
Deze uitlopers van het protoplasma noemen we de plasmodesmen.
Zwammen:
Bij zwammen bestaat de celwand uit chitine.
, Biologie: D1: de functionele morfologie van de cel
Bacteriën:
De celwand bestaat uit muco-peptide (= proteïnen). Dit kan bescherming geven tegen
osmotische druk en effecten van buitenaf.
Grampositieve bacteriën:
→ Hebben veel lagen muco-peptide en teichonzuren
(= dwarsverbindingen).
Meer bestand tegen gevaar van buitenaf.
Gramnegatieve bacteriën:
→ Hebben maar 1 laag muco-peptide met weinig
dwarsverbindingen.
Is veel kwetsbaarder voor gevaar.
Aan de buitenkant van het mucopeptide ligt een
buitenmembraan bestaande uit fosfolipiden, eiwitten en
lipopolysacchardien.
Tussen het buitenmembraan en het mucopeptide bevindt zich de periplasmatische
ruimte. Hierin bevinden zich enzymen die antibiotica afbreken en de bacterie zo
resistent maakt tegen de antibiotica.
Celmembraan/ eenheidsmembraan/ plasmamembraan:
→ Is de grenslaag tussen de
celinhoud en de buitenwereld.
→ Omgeeft het cytoplasma.
→ Elke cel en celorganel is omgeven
door een membraan.
→ Zorgt voor een selectieve permeabiliteit.
→ Functie: transport, afsluiten en receptor.
→ Is opgebouwd uit een dubbele fosfolipidenlaag met cholesterol en daartussen
transmembraaneiwitten.
Opbouw van het eenheidsmembraan:
De fosfolipidenlaag bestaat uit een fosfaatgroep, een glycerolgroep,
een stikstof bevattende alcoholgroep en een vetzuurgroep.
Een fosfolipiden heeft door zijn samenstelling een hydrofiele (water
lievend) en een hydrofobe staart (water afstotend en vet lievend).
Cellen komen vaak voor in een waterig milieu.
Dubbele fosfolipidenlaag.