Ontwikkelingspsychologie
1. Er zijn verschillende problematische stellingen in het nature-nurturedebat.
Een daarvan is dat kille afstandelijke moeders (ijskastmoeders) autisme bij
hun kinderen zouden veroorzaken. Welk standpunt in het nature-
nurturedebat neemt deze stelling in?
a. Nature
b. Empiricisme
c. Nativisme
d. Constructivism
2. Uit onderzoek blijkt dat wanneer iemand de borstcrawl leert doen, hij of zij
deze skills en de geleerde motoriek ook kan toepassen bij tennissen en
hardlopen. Welk concept hoort hierbij?
a. Critical period development
b. Domain-specific development
c. Sensitive period development
d. Domain-general development
3. Vader ervaart veel stress op het werk en heeft vaak ruzie met zijn baas. Dit
heeft volgens het Bronfenbrenner Ecological Perpective invloed op zijn
kinderen. Over welk systeem in dit model hebben we het hier?
a. Exosysteem
b. Mesosysteem
c. Macrosysteem
Oefententamen Inleiding in de Ontwikkelingspsychologie 1
, d. Microsysteem
4. In welke fase van de ontwikkelstadia van Freud ervaart het kind een
aantrekking op zijn ouder van het andere geslacht?
a. Anale fase
b. Genitale fase
c. Latente fase
d. Fallische fase
5. Welke zin past bij de ontwikkelingstheorie van Erikson?
a. Ontwikkeling wordt beïnvloedt door genetische factoren en vindt plaats
volgens een maturational timetable
b. Ontwikkeling gaat in fasen die niet gebonden zijn aan een bepaalde leeftijd
c. Ontwikkeling gaat gepaard met problemen en taken, die telkens weer
opgelost worden, waardoor het kind in een nieuwe fase komt
d. Ontwikkeling wordt beïnvloedt door de mate van veilige hechting met de
ouders en de hoeveelheid tijd die het kind met de ouders doorbrengt
6. Er zijn verschillende computational models of development die verklaren
hoe informatie in de hersenen komt en door het systeem in de hersenen
gaat. Welke modellen doen dit aan de hand van statistiek, waarbij
voorspellingen gemaakt worden om in te schatten wat de kans is dat iets
waar of onwaar is?
a. Dynamic system account models
b. Connectionist models
c. Information-processing models
d. Bayesian models
7. Twee kinderen maken een heel verschillend soort leven mee. De een groeit
op in armoede en kan niet naar school. Het andere kind in een rijke buurt
Oefententamen Inleiding in de Ontwikkelingspsychologie 2