systeem aarde samenvatting
hoofdstuk 1:
de aarde is opgebouwd uit 3 lagen
1. de kern → binnenste schil, binnenkern is vast, buitenkern is vloeibaar
2. de mantel → binnenmantel is vast, buitenmantel is taai-vloeibaar
3. de korst →7-10 km diep onder oceanen, 30-40 km diep onder continenten
graniet (lichter) → continenten
basalt (zwaarder)→ oceanische korst
in 1912 vond Alfred Wegener bewijzen dat continenten aan elkaar
vastzaten, want hij ziet:
- overeenkomsten tussen fossielen
- sporen van gelijktijdige vergletsjering
- rotsen die op elkaar aansluiten
Wegener formuleert theorie van continentverschuiving
¨continental drift¨ (heeft hij nooit bewezen)
- continenten bestaan uit licht gesteente
- continenten drijven op iets vloeibaars
- ooit waren continenten 1 oercontinent: Pangea
Lithosfeer bestaat uit zeven grote en veel kleinere platen die op
asthenosfeer drijven.
Asthenosfeer beweegt door inwendige warmte aarde:
- heet materiaal komt omhoog
- botst tegen lithosfeer
- stroomt horizontaal weg
- zakt na afkoeling en dus zwaarder worden weer naar
beneden
Deze kringlopen heten convectiestromen.
Platentektoniek = processen waardoor platen ontstaan,
bewegen en weer verdwijnen.
- Platen bewegen met snelheid van enkele centimeters per jaar.
- Snelheid is overal anders.
- Snelheid kan veranderen in loop van tijd.
platen kunnen op 3 manieren bewegen:
1. divergentie (van elkaar af)
- tussen 2 oceanische platen waardoor magma naar boven
komt →mid-oceanische rug (rustig vulkanisme en
ondiepe aardbevingen)
- tussen 2 continentale platen waardoor magma naar boven
komt en vulkanisme vormt
2. convergentie (naar elkaar toe)
- oceanische vs continentale →de oceanische plaat duikt onder continentale plaat en zinkt in mantel (=subductie)
kenmerken: diepzeetrog, bergketens, explosieve vulkanen en zware aardbevingen
- oceanische vs oceanische → de oudste (zwaardere) plaat duikt onder de jongere, kenmerken: diepzeetrog,
achter diepzeetrog vulkanische eilandenboog
- continentale vs continentale → platen hebben dezelfde massa dus duiken niet weg, kenmerken:
plooiingsgebergte en aardbevingen
3. transforme beweging (langs elkaar)
- horizontaal zoals breuk
- op -en afschuiving met horsten (hoog) en slenken (laag)
, → oceanische vs continentale (subductie)
→ oceanische vs oceanische
→ continentale vs continentale
horizontale verschuiving →
op en afschuiven met horsten en slenken →
hoofdstuk 1:
de aarde is opgebouwd uit 3 lagen
1. de kern → binnenste schil, binnenkern is vast, buitenkern is vloeibaar
2. de mantel → binnenmantel is vast, buitenmantel is taai-vloeibaar
3. de korst →7-10 km diep onder oceanen, 30-40 km diep onder continenten
graniet (lichter) → continenten
basalt (zwaarder)→ oceanische korst
in 1912 vond Alfred Wegener bewijzen dat continenten aan elkaar
vastzaten, want hij ziet:
- overeenkomsten tussen fossielen
- sporen van gelijktijdige vergletsjering
- rotsen die op elkaar aansluiten
Wegener formuleert theorie van continentverschuiving
¨continental drift¨ (heeft hij nooit bewezen)
- continenten bestaan uit licht gesteente
- continenten drijven op iets vloeibaars
- ooit waren continenten 1 oercontinent: Pangea
Lithosfeer bestaat uit zeven grote en veel kleinere platen die op
asthenosfeer drijven.
Asthenosfeer beweegt door inwendige warmte aarde:
- heet materiaal komt omhoog
- botst tegen lithosfeer
- stroomt horizontaal weg
- zakt na afkoeling en dus zwaarder worden weer naar
beneden
Deze kringlopen heten convectiestromen.
Platentektoniek = processen waardoor platen ontstaan,
bewegen en weer verdwijnen.
- Platen bewegen met snelheid van enkele centimeters per jaar.
- Snelheid is overal anders.
- Snelheid kan veranderen in loop van tijd.
platen kunnen op 3 manieren bewegen:
1. divergentie (van elkaar af)
- tussen 2 oceanische platen waardoor magma naar boven
komt →mid-oceanische rug (rustig vulkanisme en
ondiepe aardbevingen)
- tussen 2 continentale platen waardoor magma naar boven
komt en vulkanisme vormt
2. convergentie (naar elkaar toe)
- oceanische vs continentale →de oceanische plaat duikt onder continentale plaat en zinkt in mantel (=subductie)
kenmerken: diepzeetrog, bergketens, explosieve vulkanen en zware aardbevingen
- oceanische vs oceanische → de oudste (zwaardere) plaat duikt onder de jongere, kenmerken: diepzeetrog,
achter diepzeetrog vulkanische eilandenboog
- continentale vs continentale → platen hebben dezelfde massa dus duiken niet weg, kenmerken:
plooiingsgebergte en aardbevingen
3. transforme beweging (langs elkaar)
- horizontaal zoals breuk
- op -en afschuiving met horsten (hoog) en slenken (laag)
, → oceanische vs continentale (subductie)
→ oceanische vs oceanische
→ continentale vs continentale
horizontale verschuiving →
op en afschuiven met horsten en slenken →