WOORDSOORTEN IN ‘T KORT
ZELFSTANDIG NAAMWOORD
Enkel mv > plurale tantum
Enkel ev > singulara tantum
Altijd lidwoord vooraf, meervoud mogelijk (behalve singulare
tantum)
BIJVOEGLIJK NAAMWOORD
Staat voor of na een zelfstandig naamwoord, beschrijft dit
zelfstandig naamwoord.
Kan in vergrotende of overtreffende trap gezet worden,
uitgezonderd stofadjectieven
Attributief: voor het zelfstandig naamwoord
Predicatief: na het zelfstandig naamwoord
TELWOORD
Bepaald hoofdtelwoord: één,twee, drie, …
Bepaald rangtelwoord: eerste, tweede, derde, …
Onbepaald hoofdtelwoord: enkele, verschillende, …
Onbepaald rangtelwoord: zoveelste, laatste, …
WERKWOORDEN
Zelfstandige werkwoorden:
vormen dmv PV het WWG
Kunnen wederkerend voornaamwoord hebben (noodzakelijk
wederkerend ww of niet noodzakelijk wederkerend ww)
1. Transitief: moeten LV hebben
2. Pseudotransitief: kunnen LV hebben
3. Intransitief: kunnen geen LV hebben
Koppelwerkwoorden:
vormen het NWG samen met het predicaatsnomen
Echt kww: zijn, worden, blijken
Schijnbare kww: schijnen, lijken, blijven, heten, dunken, voorkomen
Hulpwerkwoorden:
TIJD:
hebben & zijn + voltooid deelwoord
zullen + infinitief= hww van de toekomende tijd
HWW van ASPECT:
Inchoatief: begin handeling: gaan, komen
Resultatief: eind, resultaat van de handeling: zijn, blijven, zitten
Duratief: handeling duurt voort
Mutatief: duidt een verandering aan
ZELFSTANDIG NAAMWOORD
Enkel mv > plurale tantum
Enkel ev > singulara tantum
Altijd lidwoord vooraf, meervoud mogelijk (behalve singulare
tantum)
BIJVOEGLIJK NAAMWOORD
Staat voor of na een zelfstandig naamwoord, beschrijft dit
zelfstandig naamwoord.
Kan in vergrotende of overtreffende trap gezet worden,
uitgezonderd stofadjectieven
Attributief: voor het zelfstandig naamwoord
Predicatief: na het zelfstandig naamwoord
TELWOORD
Bepaald hoofdtelwoord: één,twee, drie, …
Bepaald rangtelwoord: eerste, tweede, derde, …
Onbepaald hoofdtelwoord: enkele, verschillende, …
Onbepaald rangtelwoord: zoveelste, laatste, …
WERKWOORDEN
Zelfstandige werkwoorden:
vormen dmv PV het WWG
Kunnen wederkerend voornaamwoord hebben (noodzakelijk
wederkerend ww of niet noodzakelijk wederkerend ww)
1. Transitief: moeten LV hebben
2. Pseudotransitief: kunnen LV hebben
3. Intransitief: kunnen geen LV hebben
Koppelwerkwoorden:
vormen het NWG samen met het predicaatsnomen
Echt kww: zijn, worden, blijken
Schijnbare kww: schijnen, lijken, blijven, heten, dunken, voorkomen
Hulpwerkwoorden:
TIJD:
hebben & zijn + voltooid deelwoord
zullen + infinitief= hww van de toekomende tijd
HWW van ASPECT:
Inchoatief: begin handeling: gaan, komen
Resultatief: eind, resultaat van de handeling: zijn, blijven, zitten
Duratief: handeling duurt voort
Mutatief: duidt een verandering aan