Sociale Filosofie Sociaal Werk AHS
2: De (on)afhankelijkheid van het individu
Het onafhankelijk subject
● Subject = jezelf: dat wat onder alle veranderingen hetzelfde blijft
● Vanzelfsprekendheid: Wie kiest wat ik eet? Waarom luister ik die muziek? Waarom koos ik
voor die job?
● Keuzesamenleving: We maken veel keuzes
○ Afweging maken van vele argumenten en aan de hand daarvan een beslissing nemen
○ Wij zijn onze keuzes, wij zijn die afwegingen en beslissingen
● Keuzevrijheid is nu vanzelfsprekend, maar vroeger was dat totaal niet zo
● We zijn blij dat we keuzes kunnen maken → Gedachte dat jouw succes altijd volledig door
jezelf is, maar ook het falen ligt bij jezelf
● René Descartes (1596-1650) = vader van de moderne filosofie
○ Pleit dat mensen zelf moeten kunnen denken (fundament latere Verlichting)
○ Geloof/traditie niet fundament om van te vertrekken in het denken
○ Zelf denken was levensgevaarlijk in die tijd
○ Vooruitgang in de wetenschappen door te vertrekken van zekerheden
■ Vesalius: geneeskunde → grondlegger van de anatomie
■ Copernicus: astronomie → zon als centraal punt
○ Leidt tot mensenrechten
○ Twijfelexperiment:
■ Traditionele kennis: boeken weg, ben je niet zeker van
■ Zintuiglijke kennis: zintuigen kunnen je bedotten
■ In het donker kan je nog altijd denken, maar er is ook geen zekerheid over
gedachten door waanideeën
■ Je kan niet twijfelen aan het bestaan van god, voor het experiment bestaat god
dus niet → de gloed van god is weg, je twijfelt aan alles
■ Twijfelen is een vorm van denken
■ Ik denk dus ik ben
➢ Iets dat aan het twijfelen is: ik als persoon
➢ Ik als persoon twijfel: er is iets
● Individualisme/antropoceen:
○ Centrale vraag: Wie ben ik? Wie heeft inhoud?
○ Dominante beeld: de onafhankelijke ik
○ Neutrale betekenis: individu maakt zelf keuzes
○ ‘Ik denk dus ik ben’: Alleen op de wereld, geeft echte waarheid, ook twijfel aan traditie
■ Leidt tot universalisme: Denken los van cultuur en historische bepaaldheid →
Iedereen hetzelfde resultaat
■ Ook in alledaagse beeld: ‘denk er nog maar eens goed over na, zonder je maar
even af’
○ Positieve gevolgen:
2: De (on)afhankelijkheid van het individu
Het onafhankelijk subject
● Subject = jezelf: dat wat onder alle veranderingen hetzelfde blijft
● Vanzelfsprekendheid: Wie kiest wat ik eet? Waarom luister ik die muziek? Waarom koos ik
voor die job?
● Keuzesamenleving: We maken veel keuzes
○ Afweging maken van vele argumenten en aan de hand daarvan een beslissing nemen
○ Wij zijn onze keuzes, wij zijn die afwegingen en beslissingen
● Keuzevrijheid is nu vanzelfsprekend, maar vroeger was dat totaal niet zo
● We zijn blij dat we keuzes kunnen maken → Gedachte dat jouw succes altijd volledig door
jezelf is, maar ook het falen ligt bij jezelf
● René Descartes (1596-1650) = vader van de moderne filosofie
○ Pleit dat mensen zelf moeten kunnen denken (fundament latere Verlichting)
○ Geloof/traditie niet fundament om van te vertrekken in het denken
○ Zelf denken was levensgevaarlijk in die tijd
○ Vooruitgang in de wetenschappen door te vertrekken van zekerheden
■ Vesalius: geneeskunde → grondlegger van de anatomie
■ Copernicus: astronomie → zon als centraal punt
○ Leidt tot mensenrechten
○ Twijfelexperiment:
■ Traditionele kennis: boeken weg, ben je niet zeker van
■ Zintuiglijke kennis: zintuigen kunnen je bedotten
■ In het donker kan je nog altijd denken, maar er is ook geen zekerheid over
gedachten door waanideeën
■ Je kan niet twijfelen aan het bestaan van god, voor het experiment bestaat god
dus niet → de gloed van god is weg, je twijfelt aan alles
■ Twijfelen is een vorm van denken
■ Ik denk dus ik ben
➢ Iets dat aan het twijfelen is: ik als persoon
➢ Ik als persoon twijfel: er is iets
● Individualisme/antropoceen:
○ Centrale vraag: Wie ben ik? Wie heeft inhoud?
○ Dominante beeld: de onafhankelijke ik
○ Neutrale betekenis: individu maakt zelf keuzes
○ ‘Ik denk dus ik ben’: Alleen op de wereld, geeft echte waarheid, ook twijfel aan traditie
■ Leidt tot universalisme: Denken los van cultuur en historische bepaaldheid →
Iedereen hetzelfde resultaat
■ Ook in alledaagse beeld: ‘denk er nog maar eens goed over na, zonder je maar
even af’
○ Positieve gevolgen: