Aanvulling begrippen professionele identiteit
Grondhouding en beroepshouding
Grondhouding: basis van je gedrag, het geheel van gevoelens, gedachten, attitudes, waarden en
normen Eerste indruk is belangrijk
Beroepshouding: bewust en wenselijk gedrag dat men verwacht in een bepaald werkveld Sociaal
werk: acceptatie, begrip respect en betrokkenheid
Moet in evenwicht zijn!
Zelfonderzoek
= Kijken wat er zich in je binnenwereld afspeelt denken, voelen willen en handelen
Projectie, overdracht en tegenoverdracht
Projectie: eigenschappen van jezelf toeschrijven aan anderen (in iemand anders in jou plaats stellen),
reflecteren op ervaringen (projectie kan helderder komen)
Referentiekader
- Vormt je basis van je handelen
- Jou denkraam
- Het maakt wie je nu bent
Waarden en normen
Waarden: motieven/idealen om na te streven
Normen: wat als het normale wordt beschouwd
Soorten leerdoelen
- Persoonlijke leerdoelen vanuit persoonlijke behoeften
- Functionele leerdoelen vanuit de functie die je gaat uitoefenen
Mesoniveau
= Elementen op organisatieniveau, heeft invloed op ontwikkeling van je professionele identiteit
- Missie en visie
Visie: wat men wil bereiken
Missie: wat je doet
- Mandaat: geeft aan wat de functie is van de sociaal werker
Geeft sturing aan het handelen
Bepaalt aan welke verwachtingen kan en mag voldaan worden
Verhogen van welzijn voor de meest kwetsbare mensen
o Organisatorisch mandaat: organisatie bepaalt wat jij als sociaal werker moet doen
o Maatschappelijk mandaat: het luchtledige van een mandaat wordt bepaald door
maatschappelijke ontwikkelingen
o Gedeeld mandaat: doelgroep/cliënt beslist over wat de sociaalwerker moet doen
- Discretionaire ruimte: handelingsruimte om keuzes te maken en beslissingen te nemen
begrensd door de wet en mandaat
o Posities
o Ruimte om zaken in overweging te nemen
- Globale definitie en beroepswaarden: wat goed sociaal werk is
Grondhouding en beroepshouding
Grondhouding: basis van je gedrag, het geheel van gevoelens, gedachten, attitudes, waarden en
normen Eerste indruk is belangrijk
Beroepshouding: bewust en wenselijk gedrag dat men verwacht in een bepaald werkveld Sociaal
werk: acceptatie, begrip respect en betrokkenheid
Moet in evenwicht zijn!
Zelfonderzoek
= Kijken wat er zich in je binnenwereld afspeelt denken, voelen willen en handelen
Projectie, overdracht en tegenoverdracht
Projectie: eigenschappen van jezelf toeschrijven aan anderen (in iemand anders in jou plaats stellen),
reflecteren op ervaringen (projectie kan helderder komen)
Referentiekader
- Vormt je basis van je handelen
- Jou denkraam
- Het maakt wie je nu bent
Waarden en normen
Waarden: motieven/idealen om na te streven
Normen: wat als het normale wordt beschouwd
Soorten leerdoelen
- Persoonlijke leerdoelen vanuit persoonlijke behoeften
- Functionele leerdoelen vanuit de functie die je gaat uitoefenen
Mesoniveau
= Elementen op organisatieniveau, heeft invloed op ontwikkeling van je professionele identiteit
- Missie en visie
Visie: wat men wil bereiken
Missie: wat je doet
- Mandaat: geeft aan wat de functie is van de sociaal werker
Geeft sturing aan het handelen
Bepaalt aan welke verwachtingen kan en mag voldaan worden
Verhogen van welzijn voor de meest kwetsbare mensen
o Organisatorisch mandaat: organisatie bepaalt wat jij als sociaal werker moet doen
o Maatschappelijk mandaat: het luchtledige van een mandaat wordt bepaald door
maatschappelijke ontwikkelingen
o Gedeeld mandaat: doelgroep/cliënt beslist over wat de sociaalwerker moet doen
- Discretionaire ruimte: handelingsruimte om keuzes te maken en beslissingen te nemen
begrensd door de wet en mandaat
o Posities
o Ruimte om zaken in overweging te nemen
- Globale definitie en beroepswaarden: wat goed sociaal werk is