4 Theater - Nederlands
Definitie theater:
schouwburg; bv. Cultureel Centrum van Sint-Truiden (CC).
Een verzamelnaam voor alle kunstvormen (toneel, dans, muziek,
mime, pantomime, circus, opera, operette, cabaret, musical…)
waarbij acteurs levende voorstellingen maken voor een publiek.
bioscoop; komedie, aanstellerij.
Onderdelen schouwburg:
1. Het doek
2. De scène
3. De orkestbak
4. De parterre
5. Het balkon
6. De loges
7. De engelenbak
8. Côté cour
9. Côté jardin
Het communicatieschema:
• Zender: diegene die de boodschap verstuurt
• Boodschap: de inhoud van het gesprek
• Ontvanger: diegene die de boodschap ontvangt
• Code: de taal waarin de boodschap gecodeerd is (Standaardnederlands,tussentaal,
..dialect)
• Kanaal: het middel, medium waarmee de boodschap wordt verstuurd
• Effect: wat de zender wil bereiken met de boodschap
• Tekstsoort: narratieve, opiniërende/argumentatieve, prescriptieve tekst ..
(uitleg geven), persuasieve (overtuigen), narratieve tekst (vertellend)
• Teksttype: de uiterlijke vorm van een tekst (bv: stripverhaal, advertentie …)
• Tekstdoel: het doel van je boodschap: informatie meedelen, je mening
..geven/argumenteren, instructies geven, overtuigen en ontspannen
• Informatieve tekst: krantenartikel, tekst (schoolboek), bijsluiter, spelregels
• Overtuigende tekst: advertentie, affiche, krantenartikel
• Ontspannende tekst: cartoon, stripverhaal, romantisch verhaal
• Fictie: (deels) verzonnen Bv. boek over een reus
• Non-fictie: op feiten gebaseerd Bv. res. v/e onderzoek gepubliceerd in krant.
, 4 Theater - Nederlands
Soorten leesstrategieën:
1) Oriënterend of verkennend lezen
- Je wil heel snel weten waarover een tekst gaat.
- Je leest de titel, tussentitels en bekijkt de illustraties.
- Je komt snel iets te weten over de inhoud van de tekst.
- Lees je verder of niet? (Vraag die je kan stellen.)
2) Globaal lezen
- Controleren of je de inhoud van de tekst hebt begrepen.
- Je maakt op voorhand een voorspelling van de boodschap van de schrijver.
- Later lees je de tekst grondig.
- Je controleert je voorspelling. (Klopt deze of niet?)
3) Zoekend lezen
- Je gaat op zoek naar een aantal elementen in de tekst.
- Je zoekt letterlijk in de tekst zonder hem grondig te lezen.
- Datum: je zoekt naar getallen.
- Eenheid: je zoekt naar symbolen.
- Naam: je zoekt naar hoofdletters.
4) Studerend of intensief lezen
- Je analyseert je tekst grondig.
- Je duidt bv. kernwoorden aan in alinea’s.
- Je leest de tekst grondig, geconcentreerd en nauwkeurig.
- Veel inspanning.
- Bv. tijdens het studeren/samenvatten van een tekst
5) Kritisch lezen
- Je neemt een standpunt in en vergelijkt dit met de mening van de auteur.
- Je leest de tekst intensief.
- Je gebruikt de nodige (tegen)argumenten om je standpunt te motiveren.
- Bv. bij het schrijven van een recensie
Soorten woordenschatstrategieën:
Doel? Om de betekenis van een woord te achterhalen, kan je verschillende
woordenschatstrategieën gebruiken.
1) Bekijk het woord in de context → bekijk de zin/alinea waarin het wordt gebruikt.
2) Doe een beroep op je voorkennis → heel wat woorden ken je al of vanuit een ....
andere context, taal, vak.
3) Denk taalkundig → bij een samenstelling of een afleiding ga je op zoek naar de
....betekenis van de bestanddelen
4) Indien mogelijk: overleg met anderen.
5) Gebruik een woordenboek of het internet.
Definitie theater:
schouwburg; bv. Cultureel Centrum van Sint-Truiden (CC).
Een verzamelnaam voor alle kunstvormen (toneel, dans, muziek,
mime, pantomime, circus, opera, operette, cabaret, musical…)
waarbij acteurs levende voorstellingen maken voor een publiek.
bioscoop; komedie, aanstellerij.
Onderdelen schouwburg:
1. Het doek
2. De scène
3. De orkestbak
4. De parterre
5. Het balkon
6. De loges
7. De engelenbak
8. Côté cour
9. Côté jardin
Het communicatieschema:
• Zender: diegene die de boodschap verstuurt
• Boodschap: de inhoud van het gesprek
• Ontvanger: diegene die de boodschap ontvangt
• Code: de taal waarin de boodschap gecodeerd is (Standaardnederlands,tussentaal,
..dialect)
• Kanaal: het middel, medium waarmee de boodschap wordt verstuurd
• Effect: wat de zender wil bereiken met de boodschap
• Tekstsoort: narratieve, opiniërende/argumentatieve, prescriptieve tekst ..
(uitleg geven), persuasieve (overtuigen), narratieve tekst (vertellend)
• Teksttype: de uiterlijke vorm van een tekst (bv: stripverhaal, advertentie …)
• Tekstdoel: het doel van je boodschap: informatie meedelen, je mening
..geven/argumenteren, instructies geven, overtuigen en ontspannen
• Informatieve tekst: krantenartikel, tekst (schoolboek), bijsluiter, spelregels
• Overtuigende tekst: advertentie, affiche, krantenartikel
• Ontspannende tekst: cartoon, stripverhaal, romantisch verhaal
• Fictie: (deels) verzonnen Bv. boek over een reus
• Non-fictie: op feiten gebaseerd Bv. res. v/e onderzoek gepubliceerd in krant.
, 4 Theater - Nederlands
Soorten leesstrategieën:
1) Oriënterend of verkennend lezen
- Je wil heel snel weten waarover een tekst gaat.
- Je leest de titel, tussentitels en bekijkt de illustraties.
- Je komt snel iets te weten over de inhoud van de tekst.
- Lees je verder of niet? (Vraag die je kan stellen.)
2) Globaal lezen
- Controleren of je de inhoud van de tekst hebt begrepen.
- Je maakt op voorhand een voorspelling van de boodschap van de schrijver.
- Later lees je de tekst grondig.
- Je controleert je voorspelling. (Klopt deze of niet?)
3) Zoekend lezen
- Je gaat op zoek naar een aantal elementen in de tekst.
- Je zoekt letterlijk in de tekst zonder hem grondig te lezen.
- Datum: je zoekt naar getallen.
- Eenheid: je zoekt naar symbolen.
- Naam: je zoekt naar hoofdletters.
4) Studerend of intensief lezen
- Je analyseert je tekst grondig.
- Je duidt bv. kernwoorden aan in alinea’s.
- Je leest de tekst grondig, geconcentreerd en nauwkeurig.
- Veel inspanning.
- Bv. tijdens het studeren/samenvatten van een tekst
5) Kritisch lezen
- Je neemt een standpunt in en vergelijkt dit met de mening van de auteur.
- Je leest de tekst intensief.
- Je gebruikt de nodige (tegen)argumenten om je standpunt te motiveren.
- Bv. bij het schrijven van een recensie
Soorten woordenschatstrategieën:
Doel? Om de betekenis van een woord te achterhalen, kan je verschillende
woordenschatstrategieën gebruiken.
1) Bekijk het woord in de context → bekijk de zin/alinea waarin het wordt gebruikt.
2) Doe een beroep op je voorkennis → heel wat woorden ken je al of vanuit een ....
andere context, taal, vak.
3) Denk taalkundig → bij een samenstelling of een afleiding ga je op zoek naar de
....betekenis van de bestanddelen
4) Indien mogelijk: overleg met anderen.
5) Gebruik een woordenboek of het internet.