VIROLOGIE 2021-2022
H1: Inleiding
Virus = deel van leven
o Ons genet materiaal: opgebouwd uit oude retro-virussen
vb. kleurenzicht, placenta ontwikkeling, …
o = Facteurs van genet materiaal van ene soort naar andere soort
Meesten willen ons niet schaden, gewoon overdraagbaar zijn
o Infecteren en ziek maken om zelf te reproduceren
o niet doden => anders ook dood
virologie =late/moderne wetenschap: vanaf 1940 (<-> 1880 voor bacterien)
o brede discipline: in fysica/celbio/…
o veel nobelprijzen
Ontstaan virologie: meer en meer isolatie virussen
o einde 19e E
o tabaksmozaiekziekte bestuderen: Adolf Eduard Mayer.
komt van tabaksmozaiekvirus (=buisvormig)
geinfecteerd blad => vermorzelen en sap op ander blad => ziekte =
overdraagbaar
o Grondlegger virologie= Ivanoski :
Moes van ziek blad door filter gestoken
Filter die bacterien tegenhoudt
o pathogeen organisme = kleiner dan bacterie
o =ultrafiltreerbaar: kon geen bacterie zijn
filtraat aanbrengen op een gezond blad => werd ook ziek
o Martinus Willem Beijerinck:
eerste keer het woord virus (= latijn voor vergif)
In 1898
Vb.
o Pokken (= grootste mensenvirus):
=> grote mustulles op het lichaam + rottingsgeur
Door vaccinatie uitgeroeid, enkel nog in VS en Rusland in labo op
stalen bewaard (-70 graden)
Willen we uitroeien
o Polio: in tweede helft voorbije E => epidemisch (herfst) => verlammen
zenuwen (arm/been/middenrif => onvoorspelbaar => in ijzeren long gaan
liggen behalve hoofd en onderdruk en overdruk om mensen te laten
overleven)
Nu nog 2 gevallen tss pakistan en afganistan (jan 2021)
willen we uitroeien
o AIDS
in OL = doodsoorzaak van vooral jonge mannen
> dan ongeval, kanker, hartziekten, zelfmoord
door betere gm niet meer dodelijk maar chron ziekte
Virus = klein: 25-300 nm
1
, o elektronenmicroscoop nodig, =duur
o Cryo-elektronenmicroscoop:
maximale microscopie: elk atoom ontrafelen van elk AZ
o Roselin Franklin: structuur via X-stralen kristalliseren => densiteitskaart =>
atoommodel
Virale structuur:
o envelop/naakt
Envelop = lipidendubbellaag (zoals oliewand: niet rigiede)
Doorheen enveloppe: viruseiwitten om andere cellen te infecteren
Bij verlies van de enveloppe, is ook het virus ook niet meer
infectieus want in lipidenlaag zitten de celliganden.
Enveloppe = geen voordeel qua stabiliteit:
met zepen/alcohol/detergenten -> stuk
o capside (= bescherming voor genet materiaal)
Helicaal
Spiraalgewijs eenzelfde molecule (1 eiwit) rond genoom
Precies dakpanstructuur rond RNA streng
auto-assemblage, geen extra energie voor nodig
vb. ebola-virus (wirwar ipv buis)
vb. tabaksmozaiek
Eicosahedraal
= stevig: kan drukken verdelen over ganse opp (meest stabiel,
hoe groter hoe stabieler)
= opgebouwd uit capsomeer: zelfde vorm en zelfde lengte (6-
en 5-hoeken om rondingen te maken)
= typisch/ de meeste virussen hebben dit
zie vb. voetbal
Vb. adenovirus, herpes, papillomavirus, …
Complex :
vb. T-bacteriofagen :
o = virussen van bacterien
o capside hoofd met genet materiaal en voetjes
o met voetjes/ landingsgestel: zachte landing op bacterie
=> injectie genet materiaal in bacterie
vb. Pokkenvirus: eiwitophoping
o genoom: (meeste = lineair ssRNA)
DNA/RNA (1 van deze)
DNA = meestal ds, Vb. herpes
o !! Parvovirus B19 = ssDNA
=> exantheem bij kinderen : rode kaken met
uitslag met reticulair patroon
Bij zwangere=> hydrops foetalis
RBC aanmaakbij foetus stopt => sterft
Bij infectie van de moeder => IU
bloedtransfusie => nl ontwikkeling kind
RNA = meestal ss
o Vb. Mazelen, HIV
2
, o !! Rotavirus: diaree => dsRNA
Ds/ss
Liniear/circulair
Meestal lineair
Circulair:
o Papilloma: circulair dsDNA
o Plantviroiden => circulair naakt ssRNA in hairpinloop
ssRNA heel snel afgebroken maar
complementariteit in hairpinloop = stabiel
niet menspathogeen, geen eiwitmantel
o Vb cadang-virus/cocosnootvirus
!! HBV = circulair ss en complementair een lineaire streng voor
2/3 aan vast (Dus 2/3 ds)
1 stuk/segmentair
Meestal 1 stuk
3 virussen gesegmenteerd (meerdere virale chromosoompjes)
o Vb. rotavirus: 11 segmenten
o Vb. Influenza: 8 segmenten
o Vb. Hantavirus: 3 segment (S,M,L) => = (umula) rond
chimay en kempen via urine van rosse woelmuizen =>
inademen => tijdelijk nierfalen
In VS => LW-infectie
Segmenten laten re-assortiment toe (genetische variabiliteit):
als 2 virussen eenzelfde cel infecteren => virale seks =>
mengeling van segmenten =>evolutie: nieuwe
partikels/varianten met andere samenstelling => andere cellen
infecteren
o Influenza van kippen/ vogels/varkens/mens => varken
kan ze allemaal krijgen (varken = mengvat => steeds
nieuwe virussen)
o
HIV = niet gesegmenteerd ( 2 identieke kopijen )
Indeling virussen (=Virus taxonomie)
o via international comitee on taxonomy of viruses = ICTV
o obv:
Eigs virion: (= hoe virus eruit ziet: capside structuur, grootte, vorm,
enevelop)
Molec gewicht
3
, Eiwitten (aantal, functie, grootte, seq)
Genoom
Biolog en biochem eigs
o Nu vooral op genet materiaal
o Niveaus:
Orde = -virales
Families = -viridae
Subfamilie= -virinae
Genus = -virus
Naam
o Vb. HSV1
o Vb. rabies (hondsdolheid), lyssa = woede
(mononegavirales = ssRNA)
Replicatiecyclus:
o Virussen = obligaat cellulaire parasieten (kidnappen de cel om genet
materiaal te vermenigvuldigen)
Binding aan cellulaire receptor
o =via sleutel-slot mechanisme
o Affiniteit van R bepaalt tropisme virus
o Recpetor = nooit gemaakt om virus binnen te laten!!
Virussen knn meerdere celsoorten binden
virus misbruikt R om binnen te geraken
(R heeft bep functie en opp-eiwitten van virus binden hierop)
o Vb. (NK, enkel principe kennen)
CD4 (Th-cel) => HIV
Siaalzuur = influenza A
Low density lipoprot R (LDL-R) = HCV
Intracell adhesion molecule 1 (iCAM-1) = rhinovirus
IgA R = HBV
Binnendringen in doelwitcel (4 manieren)
4
H1: Inleiding
Virus = deel van leven
o Ons genet materiaal: opgebouwd uit oude retro-virussen
vb. kleurenzicht, placenta ontwikkeling, …
o = Facteurs van genet materiaal van ene soort naar andere soort
Meesten willen ons niet schaden, gewoon overdraagbaar zijn
o Infecteren en ziek maken om zelf te reproduceren
o niet doden => anders ook dood
virologie =late/moderne wetenschap: vanaf 1940 (<-> 1880 voor bacterien)
o brede discipline: in fysica/celbio/…
o veel nobelprijzen
Ontstaan virologie: meer en meer isolatie virussen
o einde 19e E
o tabaksmozaiekziekte bestuderen: Adolf Eduard Mayer.
komt van tabaksmozaiekvirus (=buisvormig)
geinfecteerd blad => vermorzelen en sap op ander blad => ziekte =
overdraagbaar
o Grondlegger virologie= Ivanoski :
Moes van ziek blad door filter gestoken
Filter die bacterien tegenhoudt
o pathogeen organisme = kleiner dan bacterie
o =ultrafiltreerbaar: kon geen bacterie zijn
filtraat aanbrengen op een gezond blad => werd ook ziek
o Martinus Willem Beijerinck:
eerste keer het woord virus (= latijn voor vergif)
In 1898
Vb.
o Pokken (= grootste mensenvirus):
=> grote mustulles op het lichaam + rottingsgeur
Door vaccinatie uitgeroeid, enkel nog in VS en Rusland in labo op
stalen bewaard (-70 graden)
Willen we uitroeien
o Polio: in tweede helft voorbije E => epidemisch (herfst) => verlammen
zenuwen (arm/been/middenrif => onvoorspelbaar => in ijzeren long gaan
liggen behalve hoofd en onderdruk en overdruk om mensen te laten
overleven)
Nu nog 2 gevallen tss pakistan en afganistan (jan 2021)
willen we uitroeien
o AIDS
in OL = doodsoorzaak van vooral jonge mannen
> dan ongeval, kanker, hartziekten, zelfmoord
door betere gm niet meer dodelijk maar chron ziekte
Virus = klein: 25-300 nm
1
, o elektronenmicroscoop nodig, =duur
o Cryo-elektronenmicroscoop:
maximale microscopie: elk atoom ontrafelen van elk AZ
o Roselin Franklin: structuur via X-stralen kristalliseren => densiteitskaart =>
atoommodel
Virale structuur:
o envelop/naakt
Envelop = lipidendubbellaag (zoals oliewand: niet rigiede)
Doorheen enveloppe: viruseiwitten om andere cellen te infecteren
Bij verlies van de enveloppe, is ook het virus ook niet meer
infectieus want in lipidenlaag zitten de celliganden.
Enveloppe = geen voordeel qua stabiliteit:
met zepen/alcohol/detergenten -> stuk
o capside (= bescherming voor genet materiaal)
Helicaal
Spiraalgewijs eenzelfde molecule (1 eiwit) rond genoom
Precies dakpanstructuur rond RNA streng
auto-assemblage, geen extra energie voor nodig
vb. ebola-virus (wirwar ipv buis)
vb. tabaksmozaiek
Eicosahedraal
= stevig: kan drukken verdelen over ganse opp (meest stabiel,
hoe groter hoe stabieler)
= opgebouwd uit capsomeer: zelfde vorm en zelfde lengte (6-
en 5-hoeken om rondingen te maken)
= typisch/ de meeste virussen hebben dit
zie vb. voetbal
Vb. adenovirus, herpes, papillomavirus, …
Complex :
vb. T-bacteriofagen :
o = virussen van bacterien
o capside hoofd met genet materiaal en voetjes
o met voetjes/ landingsgestel: zachte landing op bacterie
=> injectie genet materiaal in bacterie
vb. Pokkenvirus: eiwitophoping
o genoom: (meeste = lineair ssRNA)
DNA/RNA (1 van deze)
DNA = meestal ds, Vb. herpes
o !! Parvovirus B19 = ssDNA
=> exantheem bij kinderen : rode kaken met
uitslag met reticulair patroon
Bij zwangere=> hydrops foetalis
RBC aanmaakbij foetus stopt => sterft
Bij infectie van de moeder => IU
bloedtransfusie => nl ontwikkeling kind
RNA = meestal ss
o Vb. Mazelen, HIV
2
, o !! Rotavirus: diaree => dsRNA
Ds/ss
Liniear/circulair
Meestal lineair
Circulair:
o Papilloma: circulair dsDNA
o Plantviroiden => circulair naakt ssRNA in hairpinloop
ssRNA heel snel afgebroken maar
complementariteit in hairpinloop = stabiel
niet menspathogeen, geen eiwitmantel
o Vb cadang-virus/cocosnootvirus
!! HBV = circulair ss en complementair een lineaire streng voor
2/3 aan vast (Dus 2/3 ds)
1 stuk/segmentair
Meestal 1 stuk
3 virussen gesegmenteerd (meerdere virale chromosoompjes)
o Vb. rotavirus: 11 segmenten
o Vb. Influenza: 8 segmenten
o Vb. Hantavirus: 3 segment (S,M,L) => = (umula) rond
chimay en kempen via urine van rosse woelmuizen =>
inademen => tijdelijk nierfalen
In VS => LW-infectie
Segmenten laten re-assortiment toe (genetische variabiliteit):
als 2 virussen eenzelfde cel infecteren => virale seks =>
mengeling van segmenten =>evolutie: nieuwe
partikels/varianten met andere samenstelling => andere cellen
infecteren
o Influenza van kippen/ vogels/varkens/mens => varken
kan ze allemaal krijgen (varken = mengvat => steeds
nieuwe virussen)
o
HIV = niet gesegmenteerd ( 2 identieke kopijen )
Indeling virussen (=Virus taxonomie)
o via international comitee on taxonomy of viruses = ICTV
o obv:
Eigs virion: (= hoe virus eruit ziet: capside structuur, grootte, vorm,
enevelop)
Molec gewicht
3
, Eiwitten (aantal, functie, grootte, seq)
Genoom
Biolog en biochem eigs
o Nu vooral op genet materiaal
o Niveaus:
Orde = -virales
Families = -viridae
Subfamilie= -virinae
Genus = -virus
Naam
o Vb. HSV1
o Vb. rabies (hondsdolheid), lyssa = woede
(mononegavirales = ssRNA)
Replicatiecyclus:
o Virussen = obligaat cellulaire parasieten (kidnappen de cel om genet
materiaal te vermenigvuldigen)
Binding aan cellulaire receptor
o =via sleutel-slot mechanisme
o Affiniteit van R bepaalt tropisme virus
o Recpetor = nooit gemaakt om virus binnen te laten!!
Virussen knn meerdere celsoorten binden
virus misbruikt R om binnen te geraken
(R heeft bep functie en opp-eiwitten van virus binden hierop)
o Vb. (NK, enkel principe kennen)
CD4 (Th-cel) => HIV
Siaalzuur = influenza A
Low density lipoprot R (LDL-R) = HCV
Intracell adhesion molecule 1 (iCAM-1) = rhinovirus
IgA R = HBV
Binnendringen in doelwitcel (4 manieren)
4