• Kreta
• ca. 2000-1100 BCE
• Architect Daedalus
• Realisme en harmonie met de natuur,
polychromie en megaron grondplan, zuil
architraafsysteem
• Leeuwenpoort
• Mycene
• ca. 1250 BCE
• Cyclopenmuur
• ZUIL – ARCHITRAAF – TYMPAAN (basis van de
Griekse bouwprincipes)
• Hera I
• Phaestum
• ca. 550 BCE
• Peripterale tempel, maar cella doormidden
gedeeld
• Echinus lijkt verplet te worden door de
abacus/dekplaat, entasis is niet subtiel
• Zuilen 18, normaal 2xa+1
• Hera II
• Phaestum
• ca. 460-450 BCE
• Entasis is subtieler
• De hoeken kloppen deels (triglief boven de zuil
maar zuil steekt uit), echinus en abacus
geproportioneerd -> verbeelden van de
dragende kracht
• Het Parthenon
• Athene, 449-432 BCE
• Architecten: Ictinus en Kalikrates
• Berekende volmaaktheid en optische correcties:
naar buiten hellen entablement, verdikken en
inspringen hoekzuilen, bolling stylobaat, afstand
tussen 2 laatste zuilen kleiner + metoop en
triglief boven laatste zuil
• Perfectionering grondplan en landschappelijke
inplanting
,• Propyleeën
• Athene
• 432 BCE
• Architect Mnesikles
• Toegangspoort
• Gebouw past zich aan het niveauverschil van het
landschap -> opvangen door de Ionische orde die
slanker maar ook hoger is dan de Dorische
• De Dorische orde aan beide portalen is dezelfde,
proporties worden nageleefd
• Theater
• Epidaurus
• ca. 300 BCE
• Inplanting tegen de heuvelhelling aan > gebruik
van de natuurlijke omgeving
• Geen gesloten theater nog volledig doorlopende
achterwand om de link met de natuur te
behouden
• Pergamon altaar voor Zeus
• 190 BCE
• Gedwongen frontale benadering
• Maison Carré
• Nîmes
• 20 BCE
• Etruskisch: platform, frontale benadering
(pseudopteraal), cellae in de breedte
• Grieks: Rechthoekig plan maar niet langer
(n=2xa+1), decoratief gebruik van de zuilen
• Oosters: decoratie van de kroonlijst,
cassettenplafond met rozetten (oosterse invloed
wordt geassimileerd in het klassieke decorum)
• Fortuna Primigenia
• Palestrina
• ca. 150 BCE
• Vernieuwing qua typologie: tempelcomplex,
• Cfr. Hellenistische structuren zoals Pergamon
altaar, naast tempel ook winkels, herbergen etc.
• Sacraal en profaan lopen door elkaar itt Griekse
“tempelberg” -> organisatievermogen van de
Romeinen
, • Tempel van Baal
• Palmyra
• 32 CE
• Assimilatie van godsdienst en architectuur
• Klassieke vormgeving
• Oosterse cultus
• Dakterras
• Benadering langs de lange zijde van het gebouw
• Colonna Barberini Paleis
• Palestrina
• ca. 1630
• Assimilatie
• Gebouwd op de voormalige Fortuna Tempel
• Venustempel
• Baalbek
• Compleet vrije omgang met de typologie en met
de architectuur
• Totaal on-Grieks gebruik van Griekse
basiselementen
• Porta Augusta
• Perugia
• 300 BCE
• Toont aan dat: kennis boog en gewelf reeds lang
aanwezig, combinatie boog + Griekse zuilenorde
als motief bij zowel Etrusken als Romeinen
• Aqua Claudia
• Rome
• Aquaduct