BIOLOGIE: H7 HET BEENDERENSTELSEL
Macroscopisch onderheiden van twee grote delen die samen het skelet vormen:
- Het axiaal skelet: Alle onderdelen van het skelet hangen hieraan vast. Het bestaat uit de
wervelkolom, de schedel en de borstkas.
- Het aanhangend skelet: Alle onderdelen van het skelet die vasthangen aan het axiaal skelet.
Het gaan om de schoudergordel en bekkengordel en de 4 ledematen.
HET AXIAAL SKELET
De wervelkolom:
- De wervelkolom of ruggengraat: bestaat uit 33 botjes die samen een stevige as vormen die
zorgt voor ondersteuning.
- Ruggenwervels: zijn namelijk die botjes. Ze kunnen t.o.v. elkaar bewegen.
- Tussenwervelschijf of discus: een laag soepel kraakbeen dat telkens tussen twee wervels zit
om de wervels te beschermen tijdens het bewegen en om schokken op te vangen.
- Ruggenmerg: loopt door een holte dat ieder wervel heeft. Dit is een belangrijk onderdeel van
het zenuwstelsel dat dus wordt beschermd door de ruggengraat.
, De 33 wervels kunnen worden onderverdeeld in 5 groepen:
- 7 halswervels: De bovenste van deze wervels is de atlas waar de schedel op rust (die maakt
de ‘ja-beweging’ mogelijk. De tweede past perfect in de atlas en wordt de draaier genoemd
(maakt ‘nee-beweging’ mogelijk)
- 12 borstwervels: Hieraan zijn de ribben bevestigd.
- 5 lendenwervels: Hieraan zijn geen ribben bevestigd.
- 5 heiligbeenwervels: Deze 5 wervels zijn vergroeid tot 1 bot: het heiligbeen. Het vormt
samen met de heupbeenderen een kom waar de organen van de buik in rusten: het bekken.
- 4 staartwervels: Deze 4 zijn ook vergroeid tot 1 bot: het staartbeen. Dit bot heeft zijn
belangrijkste functie (ondersteuning van de staart) reeds verloren door evolutie. Het dient nu
enkel als aanhechtingspunt van spieren.
De schedel:
De schedel bestaat uit verschillende botten die vergroeid zijn. Dit merk je bij baby’s waar de schedel
nog niet volledig vergroeid is omdat het door de smalle bekken van de moeder moet. De
schedelbeenderen van een baby kunnen tijdelijk over elkaar schuiven, deze openingen zijn
fontanellen. Door fontanellen moet je ook voorzichtig zijn met baby’s. Het enige bewijs dat de
schedel bestaat uit vergroeide botten zijn naden (=waar de schedel vergroeit is).
De beenderen van de schedel vallen onder te verdelen in twee groepen:
- De hersenpan of craniale beenderen: Deze botten omsluiten en beschermen de hersenen,
zoals het voorhoofdsbeen, achterhoofdsbeen en slaapbeen.
- De aangezichts-of faciale beenderen: Deze botten vormen het aangezicht en zijn een
aanhechtingsplaats voor aangezichtsspieren. Voorbeelden zijn boven-en onderkaak,
neusbeen en oogkas.
Macroscopisch onderheiden van twee grote delen die samen het skelet vormen:
- Het axiaal skelet: Alle onderdelen van het skelet hangen hieraan vast. Het bestaat uit de
wervelkolom, de schedel en de borstkas.
- Het aanhangend skelet: Alle onderdelen van het skelet die vasthangen aan het axiaal skelet.
Het gaan om de schoudergordel en bekkengordel en de 4 ledematen.
HET AXIAAL SKELET
De wervelkolom:
- De wervelkolom of ruggengraat: bestaat uit 33 botjes die samen een stevige as vormen die
zorgt voor ondersteuning.
- Ruggenwervels: zijn namelijk die botjes. Ze kunnen t.o.v. elkaar bewegen.
- Tussenwervelschijf of discus: een laag soepel kraakbeen dat telkens tussen twee wervels zit
om de wervels te beschermen tijdens het bewegen en om schokken op te vangen.
- Ruggenmerg: loopt door een holte dat ieder wervel heeft. Dit is een belangrijk onderdeel van
het zenuwstelsel dat dus wordt beschermd door de ruggengraat.
, De 33 wervels kunnen worden onderverdeeld in 5 groepen:
- 7 halswervels: De bovenste van deze wervels is de atlas waar de schedel op rust (die maakt
de ‘ja-beweging’ mogelijk. De tweede past perfect in de atlas en wordt de draaier genoemd
(maakt ‘nee-beweging’ mogelijk)
- 12 borstwervels: Hieraan zijn de ribben bevestigd.
- 5 lendenwervels: Hieraan zijn geen ribben bevestigd.
- 5 heiligbeenwervels: Deze 5 wervels zijn vergroeid tot 1 bot: het heiligbeen. Het vormt
samen met de heupbeenderen een kom waar de organen van de buik in rusten: het bekken.
- 4 staartwervels: Deze 4 zijn ook vergroeid tot 1 bot: het staartbeen. Dit bot heeft zijn
belangrijkste functie (ondersteuning van de staart) reeds verloren door evolutie. Het dient nu
enkel als aanhechtingspunt van spieren.
De schedel:
De schedel bestaat uit verschillende botten die vergroeid zijn. Dit merk je bij baby’s waar de schedel
nog niet volledig vergroeid is omdat het door de smalle bekken van de moeder moet. De
schedelbeenderen van een baby kunnen tijdelijk over elkaar schuiven, deze openingen zijn
fontanellen. Door fontanellen moet je ook voorzichtig zijn met baby’s. Het enige bewijs dat de
schedel bestaat uit vergroeide botten zijn naden (=waar de schedel vergroeit is).
De beenderen van de schedel vallen onder te verdelen in twee groepen:
- De hersenpan of craniale beenderen: Deze botten omsluiten en beschermen de hersenen,
zoals het voorhoofdsbeen, achterhoofdsbeen en slaapbeen.
- De aangezichts-of faciale beenderen: Deze botten vormen het aangezicht en zijn een
aanhechtingsplaats voor aangezichtsspieren. Voorbeelden zijn boven-en onderkaak,
neusbeen en oogkas.