gedragswetenschappen
⇨inleiding: verschillende soorten
psychologie: wetenschap die het gedrag en mentale processen bestudeert
sociologie: bestudeert sociaal gedrag en handelen van de mens in de samenleving
antropologie: wetenschap die de mens in al zijn aspecten, zowel fysiek als cultureel bestudeert
sociobiologie: houdt zich bezig met het onderzoek naar de evolutionaire oorsprong van sociaal gedrag
fysiologie: biologische wetenschap die zich bezighoudt met elektrische/biochemische activiteiten die
verband houden met mentale processen en gedrag
pedagogiek: wetenschappelijke studie van de opvoeding van kinderen
criminologie: bestudeert afwijkend gedrag dat leidt tot misdaden
communicatiewetenschappen: bestudeert de menselijke communicatie in verschillende contexten
⇨hoofdstuk 1: gedrag
➣1: wat is gedrag
~biologen gaan ervan uit dat al ons gedrag afkomstig is van de basisactiviteit van alle dieren en mensen:
overleven
~psychologen beschouwen gedrag als de manier waarop we ons continu aanpassen aan onze omgeving, zij
maken onderscheid tussen verschillende soorten gedrag:
uiterlijk waarneembaar Al het gedrag dat je rechtstreeks
waarneembaar gedrag met je zintuigen kan waarnemen.
Bv: eten, lachen,praten,...
fysiologische processen Alle biochemische en elektrische
activiteiten, die zich binnen in de
mens afspelen. Het is mogelijk
om dat gedrag met bepaalde
apparatuur te meten. Bv: je
bloeddruk stijgt, adrenaline
wordt aangemaakt bij stress
niet- waarneembaar gedrag mentale processen Alle processen die zich situeren
in de geest van de mens:
gedachten,
gevoelens, dromen, motivaties,...
Aan de hand van meetapparatuur
kan men wel waarnemen dat je
denkt, maar nooit wat je denkt
Bv.: dagdromen tijdens de les
1
, verklaringen voor gedrag:
1. gedrag is alles wat we doen, zowel innerlijke als uiterlijke handelingen
2. gedrag is het geheel van alle mogelijke reacties van de mens met betrekking tot zijn omgeving
➣2: gedrag: s-o-r
S: stimulus O: organisme R: reactie
O: perceptie = iedereen geeft een eigen betekenis aan prikkels
Dit schema werd voor het eerst, in 1929, geïntroduceerd door de Amerikaanse psycholoog Robert
Woodworth (1869-1962).
fase 1 aangeboren reflexmatig gedrag
stimulus ~ voorhersenen ontvangen geur
~ middenhersenen ontvangen alle andere zintuiglijke prikkels
organisme ~ automatische analyse van prikkels
reactie ~ kleine hersenen coördineren beweging
~ verlengde merg regelt vitale functies
fase 2 aangeleerd reflexmatig gedrag
thalamus ~ reptielenbrein
limbisch systeem ~ zoogdierenbrein met ~ amygdala: emoties
~ hippocampus: geheugen
stimulus ~ prikkels komen binnen via zintuigen
~ thalamus ontvangt
organisme ~ thalamus analyseert automatisch belangrijk/ niet belangrijk en stuurt door naar limbisch
systeem. (thalamus ~ verdeelcentrum)
~ limbisch systeem verwerkt automatisch
amygdala verbindt prikkel met emotie
hippocampus prikkel met samen gekoppelde emotie wordt opgeslagen
reactie ~ via kleine hersenen en verlengde merg (zie fase 1)
fase 3 rationeel gedrag
bewust nadenken met neocortex ( gegroefd)
stimulus ~ thalamus ontvangt alles behalve geur
organisme ~ thalamus analyseert automatisch, stuurt door naar limbisch systeem en neocortex
~ neocortex analyseert bewust
reactie ~ bewuste handelingsplannen worden opgezet (geen reflex)
S O R
zintuigen ontvangen prikkels thalamus: verdeelcentrum bewuste handelingsplannen
maken: logisch redeneren
2
⇨inleiding: verschillende soorten
psychologie: wetenschap die het gedrag en mentale processen bestudeert
sociologie: bestudeert sociaal gedrag en handelen van de mens in de samenleving
antropologie: wetenschap die de mens in al zijn aspecten, zowel fysiek als cultureel bestudeert
sociobiologie: houdt zich bezig met het onderzoek naar de evolutionaire oorsprong van sociaal gedrag
fysiologie: biologische wetenschap die zich bezighoudt met elektrische/biochemische activiteiten die
verband houden met mentale processen en gedrag
pedagogiek: wetenschappelijke studie van de opvoeding van kinderen
criminologie: bestudeert afwijkend gedrag dat leidt tot misdaden
communicatiewetenschappen: bestudeert de menselijke communicatie in verschillende contexten
⇨hoofdstuk 1: gedrag
➣1: wat is gedrag
~biologen gaan ervan uit dat al ons gedrag afkomstig is van de basisactiviteit van alle dieren en mensen:
overleven
~psychologen beschouwen gedrag als de manier waarop we ons continu aanpassen aan onze omgeving, zij
maken onderscheid tussen verschillende soorten gedrag:
uiterlijk waarneembaar Al het gedrag dat je rechtstreeks
waarneembaar gedrag met je zintuigen kan waarnemen.
Bv: eten, lachen,praten,...
fysiologische processen Alle biochemische en elektrische
activiteiten, die zich binnen in de
mens afspelen. Het is mogelijk
om dat gedrag met bepaalde
apparatuur te meten. Bv: je
bloeddruk stijgt, adrenaline
wordt aangemaakt bij stress
niet- waarneembaar gedrag mentale processen Alle processen die zich situeren
in de geest van de mens:
gedachten,
gevoelens, dromen, motivaties,...
Aan de hand van meetapparatuur
kan men wel waarnemen dat je
denkt, maar nooit wat je denkt
Bv.: dagdromen tijdens de les
1
, verklaringen voor gedrag:
1. gedrag is alles wat we doen, zowel innerlijke als uiterlijke handelingen
2. gedrag is het geheel van alle mogelijke reacties van de mens met betrekking tot zijn omgeving
➣2: gedrag: s-o-r
S: stimulus O: organisme R: reactie
O: perceptie = iedereen geeft een eigen betekenis aan prikkels
Dit schema werd voor het eerst, in 1929, geïntroduceerd door de Amerikaanse psycholoog Robert
Woodworth (1869-1962).
fase 1 aangeboren reflexmatig gedrag
stimulus ~ voorhersenen ontvangen geur
~ middenhersenen ontvangen alle andere zintuiglijke prikkels
organisme ~ automatische analyse van prikkels
reactie ~ kleine hersenen coördineren beweging
~ verlengde merg regelt vitale functies
fase 2 aangeleerd reflexmatig gedrag
thalamus ~ reptielenbrein
limbisch systeem ~ zoogdierenbrein met ~ amygdala: emoties
~ hippocampus: geheugen
stimulus ~ prikkels komen binnen via zintuigen
~ thalamus ontvangt
organisme ~ thalamus analyseert automatisch belangrijk/ niet belangrijk en stuurt door naar limbisch
systeem. (thalamus ~ verdeelcentrum)
~ limbisch systeem verwerkt automatisch
amygdala verbindt prikkel met emotie
hippocampus prikkel met samen gekoppelde emotie wordt opgeslagen
reactie ~ via kleine hersenen en verlengde merg (zie fase 1)
fase 3 rationeel gedrag
bewust nadenken met neocortex ( gegroefd)
stimulus ~ thalamus ontvangt alles behalve geur
organisme ~ thalamus analyseert automatisch, stuurt door naar limbisch systeem en neocortex
~ neocortex analyseert bewust
reactie ~ bewuste handelingsplannen worden opgezet (geen reflex)
S O R
zintuigen ontvangen prikkels thalamus: verdeelcentrum bewuste handelingsplannen
maken: logisch redeneren
2