a. Kwalitatieve analyse
· De kwalitatieve analyse gebruikt men voor de identificatie, de detectie of voor het aantonen van
bestanddelen in een preparaat, monster of staal.
· We willen met de kwalitatieve analyse weten welke substantie er in het staal zit zonder de
concentratie van de substantie te weten.
b. Kwantitatieve analyse
· De kwantiatieve analyse gebruikt men om de concentratie van een, meerdere of alle
bestandsdelen in een staal te weten.
· Als we 1 component in het staal willen bepalen doen we een individuele analyse.
· Voorbeeld: concentratie glucose in het serum bepalen.
· Als we meerdere verwante componenten in het staal willen bepalen doen we een groepsanalyse.
· Voorbeeld: concentratie van het totale eiwitgehalte in het serum bepalen
· Voor de kwantitatieve analyse wordt er gebruik gemaakt van een fysische of fysico-chemische
grootheid die rechtstreeks of onrechtstreeks evenredig is met de hoeveelheid te doseren
bestanddeel.
· De grootheid is afhankelijk van de techniek die we gebruiken.
- Als we elektrochemie gebruiken spreken we over de stroomsterkte.
- Als we massaspectrometrie gebruiken spreken we over de massa.
- Als we het absorptiespectrum gebruiken spreken we over de hoeveelheid
lichtabsorptie.
, Wat versta je onder de specificiteit en selectiviteit van een
analytische methode?
a. De specificiteit
· Een reactie is specifiek wanneer ze enkel doorgaat met het bestanddeel dat men wil onderzoeken.
· Voorbeeld: % van een groep personen zonder betreffende ziekte die met een test terecht als niet
ziek worden geclassificieerd.
· In ideeale omstandigheden is de test 100% specfiek en dat wil zeggen dat het signaal 100%
afkomstig van het te onderzoeken bestanddeel.
· Hoe hoger de specificiteit van een test, hoe lager de sensiviteit.
· We kunnen de specificiteit van een test verbeteren door een aantal parameters aan te passen.
· De pH aanpassen.
· De temperatuur aanpassen
· De oxidatiegraad aanpassen
· De complexvorming aanpassen.
· Interferende factoren vooraf elimineren.
b. De selectiviteit
· De test is selectief wanneer de test een bepaalde of geen absolute voorkeur vertoont voor het te
onderzoeken bestanddeel maar dus ook nog positief kan reageren met andere componenten.
· Voorbeeld: transferine in serum bepalen
· Je hebt een test die de concentratie aan transferine kan bepalen maar die ook een signaal
kan veroorzaken voor een aanverwant eiwit zoals ferritine.
· De test is dus selectief voor het bepalen van eiwitten op zich maar niet voor 1 specifiek
eiwit.
· In de praktijk wil je dit niet en heb je dus een test nodig met een heel hoge specifiteit.