• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 74 pages
Resume

Samenvatting - Menselijke Genetica| 3e Ba Biomedische wetenschappen | Universiteit Antwerpen

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 74 pages

Samenvatting van de slides en uitleg van de professor tijdens de lessen Menselijke Genetica, zelfstudie en relevante informatie uit het boek 'Genetics and Genomics in Medicine'. Door het studeren van deze samenvatting haalde ik een 15/20 op het examen.

Aperçu du contenu

Menselijke genetica
Genetische en epigenetische regulatie:
Genetische regulatie:
Genomisch DNA: genen worden individueel overgeschreven + gereguleerd door genetische en
epigenetische factoren
Mitochondrieel DNA: transcriptie start op vaste startplaatsen en zo bekom je grote transcripten met
meerdere genen die dan gekliefd worden

Cis-acting regulatie:
= een DNA / RNA sequentie die reguleert op zijn eigen DNA streng
bv promotor , enhancer , silencer , …
➢ Reguleert 1 gen / 1 allel




Cis regulatie op mRNA:
3’ / 5’ UTR = gebied na stopcodon / voor startcodon dat onvertaald blijven (untranslated region)
Trans regulatie: trans activerende eiwitten / miRNA’s binden aan de bindingsplaatsen op 3’ / 5’ UTR
➢ Vooral miRNA binding aan 3’ UTR
➢ Vooral eiwit binding aan 5’ UTR

Trans-acting regulatie:
= RNA / eiwit dat diffundeert en daar de DNA streng reguleert door op een regulatorisch element te binden
➢ Reguleert beide allelen van een gen / meerdere genen tegelijk




Gen regulatie: altijd een combinatie van cis- en transregulatie
• Bv enhancer (cis) + de transcriptiefactor(trans) die eraan bindt
• Bv miRNA bindende sequentie (cis) + miRNA(trans) die eraan bindt


Promotor:
= consensus sequentie (cis-acting) in de buurt van de transcriptie start plaats
Functie: bepalen welke DNA segmenten overgeschreven worden
RNA polymerase:
RNA polymerase I: schrijft 3 ribosomale RNA’s af (28S , 18S , 5,8S)
RNA polymerase III: schrijft tRNA genen , 1 ribosomaal RNA (5S) , kleine RNA’s af
RNA polymerase II: schrijft eiwit-coderende genen , lange nc RNA’s , miRNA’s af
➢ Vormt transcriptie initiatie complex met transcriptiefactoren op de promotor

,Promotor RNA polymerase II:
• BRE = TFIIB Recognition Element (transcriptiefactor 2B RE)
• TATA Box:
• Inr: initiator element (A = transcriptiestartplaats)
• DPE: Downstream core Promotor Element
➔ Veel voorkomende elementen maar niet nodig / voldoende voor promotor activiteit
(veel promotors hebben geen van de elementen)

Enhancers / silencers / boundaries / insulators:
= cis-acting sequenties
➢ 4-9 basenparen
➢ Vaak binnen de 1,5 kb van de transcriptiestartplaats / vaak ook veel verder
Enhancers = versterken de genexpressie
➢ DNA moet euchromatisch zijn zodat de enhancers erop kunnen werken (liggen ver)
Silencers = onderdrukken de genexpressie
Boundary sequentie:
• Insulators = blokkeren interactie tussen een enhancer en promotor door regulatorische
eiwitten te binden →zodat regulatorische elementen geen andere genen beïnvloeden
• Barrière elementen = element tussen euchromatine(los) en heterochromatine (condens)
zodat de juiste dingen tot expressie komen en de juiste dingen verpakt blijven

Topologically associating domains: TADs
TAD = genomische regio die promotor-enhancer interacties limiteert doormiddel van insulatoren
→ Zo kunnen enhancers niet inwerken op promotors buiten het gebied en verkeerde genexpressie verhogen
➢ Correlatie met chromatine structuur (1 TAD wordt samen uitgepakt in euchromatine)
CTCF: CCCTC binding factor is een zink finger insulator proteïne die bindt op een repeat van 3 CCCTC’s
en zo de TAD boundary aansterkt
Domeinen bepalen: door genoomwijde interactie studies
➢ TADs evolutionair geconserveerd tussen species


Chromosomen: lopen niet door elkaar maar nemen een bepaalde regio in de
kern in
➢ DNA uitgepakt tijdens de celcyclus
Repressed TAD compartiments: zitten in heterochromatische toestand dus
geen expressie
Active TAD compartiments: in euchromatische vorm dus wel expressie

➔ TAD’s verklaren hoe deleties/inversies in nabijgelegen genen andere genen kunnen beïnvloeden
(door mutatie kunnen enhancers in het foute domein terecht komen en foute expressie geven
F-syndroom: syndactylie door foute expressie van WNT6 door enhancer mislocalisatie
ADLD: (demyelinisatie) overexpressie van LMNB1 door deletie van een boundary

,Transcriptie factoren:
= DNA bindend eiwit
Binding: op / dicht bij een cis-acting sequentie van 4-9 bp lang
➢ Via zinkvinger: bestaat uit cysteïnes en histidines met centraal zink gebonden en deze kan in de
groeve van DNA voelen -> sequentie herkennen en binden -> transcriptiefactoren op binden
➢ Via leucine zipper: alfa helix met aan 1 kant allemaal leucines
en 2 armen gaan over DNA zitten en in de groeve DNA sequenties herkennen
Selectieve binding: kan op duizenden plaatsen binden in genoom MAAR bindt specifiek want
➢ Bindingsplaats moet toegankelijk zijn (open chromatine + niet in contact met histonen)
➢ Binding is combinatorial: verschillende transcriptiefactoren binden tegelijk
Promotor activiteit: hangt af van weefsel-specifieke / onwikkelingsstadium specifieke
transcriptiefactoren → voor de weefselspecifieke expressie van genen
Co-activatoren / co-repressoren:
= reguleren de functie van transcriptiefactoren zonder ze DNA binden
door eiwit-eiwit interacties met regulatorische eiwitten

RNA splicing en editing:
RNA splicing:
Splicing: verwijderen van intronen en verbinden van de overblijvende exonen door het spliceosome complex
Cis-acting sequenties: 5’ splice donor (gu), branch site (a),
splice acceptor (ag)
1. 5’ splice donor gebonden aan branch site (vormt een lus) en geknipt
2. 3’ splice acceptor geknipt
3. Exon 1 aan exon 2 verbonden
Splice enhancers / suppressors: stimuleren / inhiberen splicing
➢ Cis acting regulatorische RNA
➢ 6 bp
Locatie: liggen dicht bij splice juncties exonisch / intronisch
Functie: beïnvloeden splice donor / acceptor en zorgen voor alternative splicing
= verschillende splicing patronen tussen weefsels
SD (splice donor) , SA (splice acceptor) , BS (branch site)
ESE (exonic splice enhancer) , ESS (exonic splice silencer)
ISE (intronic splice enhancer) , ISS(intronic splice silencer)



Alternatief splicen:
Alternatief splicen = variatie in intron-exon juncties
• Alternatieve donors (B) / acceptors (C)
• Exon skipping (D)
• Alternatieve exonen (E)
Isovormen: verschillende transcripten van 1 gen
→ weefselspecifiek / per ontwikkelingsstadium / verschil in cellulaire compartimenten / voor secretie

, CDKN2A gen: enig menselijk gen dat zich uitspreid over 2 leesramen (exon 2)
→ produceert zo 2 verschillende tumor supressor genen (p14 en p16)

Trans acting regulatorische eiwitten:
Functie: zorgt dat cellen sneller kunnen reageren op omgevingsstimuli door translatie te reguleren
➢ mRNA kan opgeslagen worden voor later gebruik
➢ mRNA translatie stilleggen
➢ mRNA stabiliteit aanpassen
Regulatie: zorgen voor een eiwit verandering zonder de mRNA productie aan te passen
ijzer opname:
Ferritine: hol complex dat een ijzerovermaat kan opslagen in de cel -> toxiciteit voorkomen
Transferrine: transporteert Fe uit het dieet
= ijzer bindende eiwitten
IRE: iron-respons element op mRNA van ferritine/transferrine waar IRE-binding protein
op kan binden om de mRNA translatie te reguleren
➢ Locatie: in de 5’ UTR van ferritine H-keten / 3’UTR van transferrine
IRE-binding protein: herkent hairpin structuur van mRNA
Veel ijzer: iron regulatory protein bindt ijzers waardoor het loskomt van IRE
en waardoor ferritine translatie geactiveerd wordt
Weinig ijzer: iron regulatory protein geactiveerd (zonder Fe) en bindt IRE waardoor ferritine translatie
geïnhibeerd wordt + bindt aan transferrine 3’ UTR en beschermt mRNA tegen degradatie



miRNA en miRNA sponzen:
miRNA = kleine RNA molecule dat genexpressie neerreguleren
door hydrolyse met complementaire sequenties in hun transcript
➢ 20-22 nucleotiden
➢ Vorm van RNAi
➢ 1000en miRNA’s in genoom
Functie: verhinderen translatie / verhogen afbraak van mRNA molecule
➢ 1 miRNA kan 100en genen reguleren
➢ 50% van eiwit coderende genen gereguleerd door miRNA
Binding miRNA: moeten een stabiel heteroduplex vormen maar er mogen mismatches zijn
(vooral eerste nucleotiden moeten overeenkomen)
➢ Binden meestal aan 3’ UTR bij zoogdieren
➢ 1 mRNA heeft vaak meerdere miRNA bindingsplaatsen bv PTEN tumor supressor gen

RNA interference:
RNAi: verdedigingsmechanisme van de cel tegen dubbelstrengig RNA
Dubbelstrengig RNA:
➢ Virussen: genereren dubbelstrengig RNA in geïnfecteerde cellen
➢ Transposons: (springend stuk DNA) dat actief is geworden en transcripten maakt van beide
DNA strengen

Infos sur le Document

Publié le
1 octobre 2026
Nombre de pages
74
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€9,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
11
Abonnés
1
Éléments
27
Dernière vente
1 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions