HOOFDSTUK 1: VERGUNNNINGSPLICHT – HEB IK EEN VERGUNNING NODIG?................................................ 2
TITEL 1. IS EEN VERGUNNING NOODZAKELIJK ?.................................................................................................................. 2
Wat voor onderhoudswerken?................................................................................................................................... 2
TITEL 2. VERGUNNINGEN, MELDINGEN EN VRIJSTELLINGEN................................................................................................. 3
1. vergunningsplichtige handelingen................................................................................................................ 3
2. niet-vergunningsplichtige handelingen ........................................................................................................ 4
3. vrijgestelde handelingen............................................................................................................................... 6
Wijziging van het Vrijstellingsbesluit .......................................................................................................................... 7
Invloed van rechtspraak op vrijstellingen en vergunningsplicht: Zaak Wulffaert & Wulffaert NV t. België .............. 8
4. meldingsplichtige handelingen ..................................................................................................................... 8
Hervorming door het Verzameldecreet ..................................................................................................................... 9
Lokale voorschriften........................................................................................................................................ 10
oefeningen (casussen) .................................................................................................................................... 10
Casus 1........................................................................................................................................................................... 10
Casus 2........................................................................................................................................................................... 10
casus 3 ........................................................................................................................................................................... 11
casus 4 ........................................................................................................................................................................... 11
casus 5 ........................................................................................................................................................................... 12
casus 6 ........................................................................................................................................................................... 12
casus 7 ........................................................................................................................................................................... 13
casus 8 ........................................................................................................................................................................... 13
casus 9 ........................................................................................................................................................................... 14
TITEL 2. VERMOEDEN VAN VERGUNNING .................................................................................................................... 14
TITEL 3. HOOFDZAKELIJK VERGUND (GEACHT) ..................................................................................................... 15
TITEL 4. ONVERGUND................................................................................................................................................ 15
HOOFDSTUK 2: BEOORDELINGSGRONDEN - KAN DE VERGUNNING PRINCIPIEEL BEKOMEN WORDEN? ........ 16
TITEL 1. BEOORDELINGSGRONDEN ............................................................................................................................... 17
legaliteitsaspect .............................................................................................................................................. 17
opportuniteitsaspect....................................................................................................................................... 18
TITEL 2. AFWIJKINGSGRONDEN ................................................................................................................................... 19
afwijkingsmogelijkheden ................................................................................................................................ 19
1. Beperkte afwijking (art. 4.4.1 VCRO) ........................................................................................................................ 19
2. afwijken van plannen (art. 4.4.9/1 VCRO) ................................................................................................................ 20
3. afwijkingen bij beschermde goederen (art. 4.4.6 VCRO) .......................................................................................... 20
afwijkingsrechten............................................................................................................................................ 21
algemene kenmerken en voorwaarden (art. 4.4.10–4.4.11 VCRO) .............................................................................. 21
toepassingsmogelijkheden ............................................................................................................................................ 22
Zonevreemde functiewijzigingen .................................................................................................................................. 22
TITEL 3. HET OPLGEGGEN VAN VOORWAARDEN ............................................................................................................. 22
, OMGEVINGSRECHT
HOOFDSTUK 1: VERGUNNNINGSPLICHT – HEB IK EEN VERGUNNING NODIG?
TITEL 1. IS EEN VERGUNNING NOODZAKELIJK?
Volgens artikel 4.2.1 VCRO is het verboden om
zonder voorafgaande omgevingsvergunning
bepaalde stedenbouwkundige handelingen uit te
voeren.
Een vergunning is in de eerste plaats vereist voor
bouwwerken, zoals het oprichten, herbouwen,
verbouwen of uitbreiden van constructies. Enkel
gewone onderhoudswerken zijn hiervan
vrijgesteld.
Daarnaast heb je een vergunning nodig voor het
ontbossen van gronden en het vellen van bomen
met een stamomtrek van meer dan één meter,
tenzij die binnen een vergunde oppervlakte vallen.
Ook het wijzigen van het reliëf van de bodem,
bijvoorbeeld door ophoging, afgraving of
nivellering, is vergunningsplichtig wanneer dit de aard of functie van het terrein verandert.
Verder geldt de vergunningsplicht voor het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van gronden voor
bepaalde doeleinden, zoals het opslaan van voertuigen of materialen, het parkeren van wagens of het plaatsen
van verplaatsbare woonconstructies (zoals woonwagens of kampeerwagens).
Ook het wijzigen van de hoofdfunctie van een gebouw, bijvoorbeeld van wonen naar handel, kan
vergunningsplichtig zijn. Daarnaast is een vergunning vereist bij het opsplitsen van een woning of het wijzigen
van het aantal woongelegenheden in een gebouw.
Tot slot zijn ook het aanleggen of wijzigen van recreatieve terreinen (zoals sportvelden of zwembaden) en het
plaatsen van publiciteitsinrichtingen (zoals reclameborden) onderworpen aan een vergunningsplicht.
Wat voor onderhoudswerken?
Volgens artikel 4.1.1, 9° VCRO worden onderhoudswerken omschreven als werken, andere dan
stabiliteitswerken, die het gebruik van een constructie in de toekomst ongewijzigd en veilig stellen. Dit gebeurt
door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen.
S.A. 2
, TITEL 2. VERGUNNINGEN, MELDINGEN EN VRIJSTELLINGEN
Binnen de regelgeving rond ruimtelijke ordening wordt een onderscheid gemaakt tussen vergunningsplichtige,
niet-vergunningsplichtige, vrijgestelde en meldingsplichtige handelingen.
Vergunningsplichtige handelingen zijn handelingen waarvoor volgens het decreet (VCRO) of volgens lokale
voorschriften een vergunning verplicht is. Met andere woorden: deze activiteiten vallen onder de categorieën
waarvoor de wet expliciet bepaalt dat een omgevingsvergunning nodig is.
Niet-vergunningsplichtige handelingen zijn daarentegen handelingen die niet onder die wettelijke
vergunningsplicht vallen. Voor deze activiteiten is dus geen vergunning vereist, tenzij lokale regels anders
bepalen.
Daarnaast bestaan er vrijgestelde handelingen. In principe zijn deze handelingen vergunningsplichtig, maar ze
worden vrijgesteld van de vergunningsplicht. Dat kan op 2 manieren:
- Ofwel zijn ze decretaal vrijgesteld, zoals bij onderhoudswerken;
- Ofwel zijn ze vrijgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering.
Tot slot zijn er meldingsplichtige handelingen. Dit zijn in principe ook vergunningsplichtige activiteiten, maar de
vergunningsplicht werd vervangen door een meldingsplicht. In die gevallen volstaat het om de handeling vooraf
te melden bij de bevoegde overheid. De meldingsplicht kan eveneens decretaal bepaald zijn (zoals bij het
inrichten van zorgwonen) of gebaseerd zijn op een besluit van de Vlaamse Regering.
We gaan ze kort 1 voor 1 overlopen.
1. VERGUNNINGSPLICHTIGE HANDELINGEN
Wanneer je eigenaar bent van een stuk bouwgrond (met of
zonder bestaande woning) en je wil dit perceel opdelen in 2 of
meer loten, dan spreekt men van verkavelen. Om dit wettelijk te
mogen doen, is een verkavelingsvergunning nodig, die
tegenwoordig deel uitmaakt van de omgevingsvergunning.
Verkavelen= Een grond wordt vrijwillig verdeeld in 2 of meer
kavels, met de bedoeling om minstens één van die kavels te
verkopen of te verhuren voor meer dan 9 jaar, er een recht van
erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van die
overdrachtsvormen aan te bieden. Dit gebeurt met het oog op
woningbouw of de oprichting van constructies.
De vroegere definitie van “verkavelen” stond in artikel 4.1.1, 14° van de VCRO. Volgens deze bepaling moest men
een verkavelingsvergunning aanvragen telkens men een perceel grond opsplitste in 2 of meer kavels met de
bedoeling om minstens één daarvan te verkopen, te verhuren of in erfpacht/opstal te geven voor woningbouw
of de bouw van constructies.
Dat betekende vb. dat iemand met een ruime tuin die een deel daarvan wou afsplitsen om te verkopen
als bouwgrond, eerst een verkavelingsvergunning moest verkrijgen.
Om dit proces te vereenvoudigen, voerde de Vlaamse decreetgever in 2017 de zogenaamde Codextrein in
(decreet van 8 december 2017). Deze wijziging bepaalde dat een verkavelingsvergunning enkel nog verplicht was
wanneer men een perceel opsplitste in 2 of meer onbebouwde kavels. Daardoor viel de verplichting weg in
S.A. 3