liquiditeit
D21 t.e.m. D25
Hoe gebruiken?
Leer eerst de begrippen en verbanden. Leer daarna de formules en oefen de berekeningen stap voor stap.
De formuleringen en formules hieronder volgen de aangeleverde les-PPT's.
D21 – Financiële analyse en ratio-analyse
Ratio's zijn verhoudingsgetallen. Je brengt twee of meer gegevens uit de balans, resultatenrekening of
toelichting met elkaar in verhouding om de financiële gezondheid en prestaties beter te beoordelen.
Ratio's moeten in onderling verband, in de tijd en tegenover de sector worden bekeken. Een oordeel op
basis van slechts één kengetal moet je vermijden.
Nut van ratio-analyse
• de evolutie van de onderneming doorheen de jaren beoordelen
• ondernemingen binnen dezelfde sector vergelijken
• interne normen/KPI's beoordelen
Belangrijk: de PPT vermeldt uitdrukkelijk dat de ratio's moeten worden berekend zoals op de slides en in
het formularium. Andere berekeningswijzen worden op het examen niet aanvaard.
D22-D23 – Liquiditeit
Een onderneming is liquide als ze met haar beperkte vlottende activa haar betalingsverplichtingen op
korte termijn kan nakomen. Liquiditeit is belangrijk voor onder andere leveranciers, fiscus, financiële
instellingen en RSZ.
Current ratio / liquiditeit in ruime zin
FORMULE: Current ratio = beperkte vlottende activa / vreemd vermogen op korte termijn
De PPT geeft als basisinterpretatie: current ratio ≥ 1 betekent liquide volgens de eenvoudige norm. De
gunstige norm is afhankelijk van activiteit en groeifase en wordt vaak pas vanaf ongeveer 1,2 tot 2 als
gunstig beschouwd.
Acid test / liquiditeit in enge zin
De acid test is strenger omdat voorraden en overlopende activa niet worden meegenomen. Daardoor kijk
je meer naar liquide middelen, geldbeleggingen en vorderingen op korte termijn.
FORMULE: Acid test = (vorderingen ≤ 1 jaar + geldbeleggingen + liquide middelen) /
schulden op korte termijn
De PPT vermeldt als richtpunt: Acid Test > 1.
D24 – Nettobedrijfskapitaalbehoefte (NBKB)
De NBK-behoefte gaat over de financieringsbehoefte die ontstaat tijdens de exploitatiecyclus. Voorraden
en handelsvorderingen moeten worden gefinancierd, terwijl leveranciers- en andere kortetermijnschulden
een deel van die financiering spontaan leveren.
Samenvatting Bedrijfseconomie – gebaseerd op de aangeleverde PPT's Pagina 1