D14 t.e.m. D16
Hoe gebruiken?
Leer eerst de begrippen en verbanden. Leer daarna de formules en oefen de berekeningen stap voor stap.
De formuleringen en formules hieronder volgen de aangeleverde les-PPT's.
D14 – Investeringen
Investeren betekent vermogen vastleggen. In de PPT wordt onderscheid gemaakt tussen investeren in
enge en ruime zin.
• Enge zin: vermogen vastleggen in vaste activa.
• Ruime zin: vermogen vastleggen in vaste én vlottende activa.
Soorten investeringen
• Vervangingsinvestering: een bestaand kapitaalgoed vervangen.
• Uitbreidingsinvestering: de kapitaalgoederenvoorraad/productiecapaciteit vergroten.
Optimale vestigingsplaats
Bij een uitbreidingsinvestering kan de onderneming de vestigingsplaats beoordelen. Factoren uit de PPT
zijn onder meer arbeidskosten, geschikte werknemers, overheidssubsidies, transportkosten, geografische
factoren en nabijheid van de afzetmarkt. De optimale plaats is die waar de totale productiekosten het
laagst zijn.
Optimale bedrijfsgrootte/capaciteit
De optimale capaciteit is de capaciteit waarbij de totale productiekost per capaciteitseenheid zo laag
mogelijk is.
• Grootte-degressie: bij een capaciteitsuitbreiding stijgen de totale productiekosten eerst minder dan
evenredig.
• Grootte-progressie: bij verdere uitbreiding kunnen de kosten meer dan evenredig stijgen.
Oorzaken van grootte-degressie
• voordeliger inkopen van productiemiddelen
• gemakkelijker toegang tot de vermogensmarkt
• rendabeler aanwenden van machines
• verder doorgedreven arbeidsverdeling
• betere afstemming van capaciteiten
Oorzaken van grootte-progressie
• duurdere organisatorische maatregelen
• toenemende transportkosten
• minder goede afstemming van het productiepark
• verlies van persoonlijk contact met afnemers
Economische levensduur
Samenvatting Bedrijfseconomie – gebaseerd op de aangeleverde PPT's Pagina 1