kosten en capaciteit
D5 t.e.m. D6
Hoe gebruiken?
Leer eerst de begrippen en verbanden. Leer daarna de formules en oefen de berekeningen stap voor stap.
De formuleringen en formules hieronder volgen de aangeleverde les-PPT's.
D5 – Constante, variabele en semi-variabele kosten
Bij deze indeling kijk je of kosten afhankelijk zijn van de bedrijfsdrukte, dus van de productieomvang.
FORMULE: Totale kosten (TK) = totale vaste/constante kosten (TCK) + totale variabele
kosten (TVK)
Vaste/constante kosten
Deze kosten veranderen binnen de relevante capaciteit niet rechtstreeks mee met de productieomvang.
Voorbeelden uit de PPT zijn huur, verzekeringen, lonen van bepaalde leidinggevenden en lineaire
afschrijvingen.
Variabele kosten
Variabele kosten veranderen met de productieomvang. De PPT onderscheidt drie vormen:
Type Kenmerk bij +10% productie Kernidee
Degressief Totale variabele kosten stijgen Schaal-/kostprijsbesparende factoren
variabel minder dan 10%
Proportioneel Totale variabele kosten stijgen Evenredig verloop
variabel 10%
Progressief Totale variabele kosten stijgen Capaciteitsgrens zorgt voor
variabel meer dan 10% kostprijsverhogende factoren
Gemiddelde kosten
FORMULE: GCK = TCK / Q
FORMULE: GVK = TVK / Q
FORMULE: GTK = TK / Q = GCK + GVK
De gemiddelde kosten worden per eenheid product uitgedrukt en zijn belangrijk voor
kostprijsberekeningen. De gemiddelde constante kosten dalen bij een hogere productie, omdat dezelfde
totale vaste kosten over meer eenheden worden verdeeld.
Semi-variabele kosten
Semi-variabele kosten bestaan uit een vast en een variabel gedeelte. Voorbeeld: een machine kan vaste
afschrijvingskosten hebben en variabele energiekosten. Elektriciteit kan bijvoorbeeld een vaste tellerkost
en een variabel verbruiksgedeelte bevatten.
Kosten die binnen een capaciteitsgrens vast zijn, kunnen bij het overschrijden van die grens toenemen
doordat extra middelen nodig zijn.
Variabiliteitsberekening met twee productiepunten
Samenvatting Bedrijfseconomie – gebaseerd op de aangeleverde PPT's Pagina 1