uitval & afschrijvingen
D2 t.e.m. D4
Hoe gebruiken?
Leer eerst de begrippen en verbanden. Leer daarna de formules en oefen de berekeningen stap voor stap.
De formuleringen en formules hieronder volgen de aangeleverde les-PPT's.
D2 – Kostensoorten
Kostensoorten zijn kosten met gelijkaardige economische kenmerken. De PPT onderscheidt zeven
kostensoorten:
• kosten van grond- en hulpstoffen
• kosten van arbeid
• kosten van duurzame productiemiddelen / afschrijvingskosten
• kosten van grond
• kosten van diensten van derden
• kosten van belastingen
• rentekosten
1. Grond- en hulpstoffen
Grondstoffen worden in het product verwerkt. Hulpstoffen zijn grondstoffen die in een relatief geringe
hoeveelheid worden gebruikt, bijvoorbeeld draad bij kleding. Bij materiaalverbruik kunnen afval en uitval
ontstaan.
2. Arbeidskosten
De standaardprijs van arbeid wordt gekoppeld aan het verwachte loonpeil en het toegepaste loonstelsel.
De PPT behandelt vooral het tijdloonstelsel: de vergoeding wordt bepaald op basis van
werktijd/arbeidsduur. Dit is geschikt wanneer de prestatie moeilijk meetbaar is, beschikbaarheid belangrijk
is of precisiearbeid nodig is.
3. Duurzame productiemiddelen en afschrijvingen
Een duurzaam productiemiddel, zoals een gebouw, machine of auto, kan meermaals worden aangewend
maar heeft een beperkte economische gebruiksduur. Door gebruik ontstaat slijtage; daarnaast kan
economische veroudering optreden.
Belangrijke begrippen
• Aanschaffingswaarde (AW): aankoopprijs + bijkomende aankoopkosten.
• Gebruiksduur: economische levensduur in jaren.
• Restwaarde (RW): waarde op het einde van de economische levensduur.
• Afschrijvingsbedrag (D): de jaarlijkse kost van het verbruik van het productiemiddel.
• Boekwaarde (BW): aanschaffingswaarde minus reeds geboekte afschrijvingen.
FORMULE: Lineaire afschrijving: D = (AW − RW) / t
Samenvatting Bedrijfseconomie – gebaseerd op de aangeleverde PPT's Pagina 1