D1 | Kosten, uitgaven, kostenobjecten en kostprijs
Hoe gebruiken?
Leer eerst de begrippen en verbanden. Leer daarna de formules en oefen de berekeningen stap voor stap.
De formuleringen en formules hieronder volgen de aangeleverde les-PPT's.
1. Bedrijfseconomie en accounting
Bedrijfseconomie bestudeert het economisch handelen van een bedrijfshuishouding. Een bedrijf
combineert productiefactoren om goederen en diensten te produceren.
Financial accounting en management accounting
Financial accounting Management accounting
Externe verslaggeving Interne verslaggeving
Meer historisch/vertraagd Actueel en toekomstgericht
Sterk gereguleerd Geen specifieke regelgeving
Vooral financieel Financieel, operationeel en fysiek
Objectief, controleerbaar en consistent Meer subjectief, maar relevant en accuraat
Meer gecomprimeerd Meer gedetailleerd
D1 – Kostenbegrippen
Een kost is de geldwaarde van middelen die doelmatig worden aangewend of verbruikt om het gewenste
product of de gewenste dienst voort te brengen. Denk aan grondstoffen, arbeid, machines en gebouwen.
Belangrijke begrippen
• Kost: het aanwenden of verbruiken van middelen in het productieproces.
• Uitgave: de betaling van productiemiddelen of een factuur.
• Onkost: kosten die vermeden hadden kunnen worden.
• Kaskost: kost die met een kasuitstroom samenhangt.
• Niet-kaskost: kost zonder overeenkomstige kasuitstroom, zoals een afschrijving.
Kost en uitgave vallen niet noodzakelijk in dezelfde periode. Bij een machine is de aankoop een uitgave,
terwijl de afschrijving de kost vormt die over de gebruiksduur wordt gespreid.
Kostenobject
Het kostenobject is datgene waarvoor je kosteninformatie verzamelt. Dat kan een product, dienst,
productgroep, afdeling, distributiekanaal of klant zijn. In bedrijfseconomie is het vaak een product.
Kostprijs
FORMULE: Kostprijs van een kostenobject = som van alle kosten die aan dat kostenobject
worden toegewezen.
Samenvatting Bedrijfseconomie – gebaseerd op de aangeleverde PPT's Pagina 1