Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 19 pages
Resume

Samenvatting Module 1: Biomoleculen | Metabolisme en voeding| KU Leuven | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 19 pages

Dit document bevat gedetailleerde aantekeningen over biomoleculen uit het vak Metabolisme en voeding van de bacheloropleiding Geneeskunde aan KU Leuven. De aantekeningen behandelen de vier hoofdklassen van biomoleculen (koolhydraten, lipiden, eiwitten en nucleïnezuren), water als belangrijkste biomolecule, suikerchemie met stereochemie, disachariden, oligosachariden en de rol van suikertransferasen in bloedgroepbepaling. Ideaal voor examenvoorbereiding en als basis voor het begrijpen van metabolisme - alle kernconcepten zijn helder uitgelegd met voorbeelden uit de medische praktijk.

Aperçu du contenu

H1: Biomoleculen




Inhoudsopgave METABOLISME - MODULE 1
H1: Biomoleculen................................................................................................................ 1
1. Overzicht........................................................................................................................ 2
1. Water: de Meest voorkomende biomolecule................................................................2
2. Suikers/koolhydraten...................................................................................................... 3
1. Algemene info.............................................................................................................. 3
2. Stereochemie van suikers............................................................................................3
3. Disachariden................................................................................................................ 4
4. Oligosachariden........................................................................................................... 4
5. Polysachariden............................................................................................................ 5
a) Cruciale structuurgevende moleculen......................................................................5
b) Moleculen voor energieopslag..................................................................................6
6. Vetten/lipiden................................................................................................................. 7
1. Algemene info.............................................................................................................. 7
2. Vetzuren...................................................................................................................... 7
3. Triglyceriden (triacyl-glycerol).....................................................................................8
4. Membraanlipiden: glycerolipiden, sfingolipiden en cholesterol....................................8
a) Ontstaan lipidendubbellaag....................................................................................10
b) Cholesterol............................................................................................................. 10
c) Vloeibaar mozaïekmodel van biologische membranen...........................................11
7. Eiwitten en AZ............................................................................................................... 12
1. Algemene info............................................................................................................ 12
2. Aminozuren: chemische info......................................................................................13
a) Onderverdeling van de aminozuren.......................................................................14
b) Zijketenmodificaties............................................................................................... 14
3. Diverse niveaus van eiwitstructuur............................................................................15
8. Basen, nucleosiden, nucleotiden en nucleïnezuren.......................................................15
1. Algemene info............................................................................................................ 15
9. Enzymen....................................................................................................................... 17
1. Mechanisme van katalyse door enzymen..................................................................17
a) Suikertransferasen: specifieke suikergroepen op eiwitten/lipiden plaatsen............18
b) Polymorfismen: het voorbeeld van sikkelcelanemie...............................................19




H1: BIOMOLECULEN



1

, H1: Biomoleculen



Al het leven op aarde is opgebouwd uit 4 grote klassen van biomoleculen. Ondanks de
enorme diversiteit gebruiken alle levensvormen dezelfde soort bouwstenen en bindingen
– enkel de details en de aantallen verschillen sterk.

1. OVERZICHT
4 belangrijke klassen van biomoleculen:


Klasse Bouwstenen Voorbeeld/opmerking

Verbonden via glycosidebindingen tot di-, oligo-
Suikers/koolhydraten Monosachariden
en polysachariden

Lipiden/vetten Vetzuren en glycerol Zeer divers, altijd hydrofoob karakter

20 soorten aminozuren, gecodeerd in het
Proteïnen/eiwitten Aminozuren, peptiden
genoom

Nucleotiden (bv. ATP) en
Nucleïnezuren (DNA en RNA) Dragers van genetische informatie
basen



Enkele gemeenschappelijke kenmerken van deze
biomoleculen:

- Alle levensvormen gebruiken dezelfde bouwstenen en dezelfde
types bindingen
- Variaties in details, heel veel verschillende soorten mogelijk
binnen elke klasse
- Alle biomoleculen zijn opgelost in waterig milieu: gedrag van
biomoleculen wordt sterk beïnvloed door aan- of afwezigheid
van water in hun omgeving


De vier hoofdklassen van
biomoleculen: koolhydraten,
lipiden, eiwitten en
nucleïnezuren.

1. WATER: DE MEEST VOORKOMENDE BIOMOLECULE

Water is kwantitatief de belangrijkste biomolecule in het menselijk lichaam:

- Persoon van 65kg bevat ong. 2500 mol water = 1027 moleculen
- Water maakt ongeveer 70% van lichaamsmassa uit en 99% van alle moleculen in
lichaam
- Waterconcentratie bloed: 50 mol/liter

Slechts ong. 1/100 miljoen watermoleculen is geïoniseerd:

- Ionisatie tot H+ en OH-: veroorzaakt belangrijke zuurbase eigenschappen van
water

2

, H1: Biomoleculen



- Water heeft daarnaast een hoge warmtecapaciteit: goed voor stabiele
lichaamstemperatuur (ondanks schommelingen in omgevingstemperatuur of
interne warmteproductie)
Interacties van biomoleculen met water:

De meeste biomoleculen interageren op een sterke of zwakke manier met water:
- Hydrofiele moleculen hebben sterke interacties met water en lossen erin op
- Hydrofobe moleculen hebben zwakke interacties met water en drijven bijeen,
weg van het water.
- Dit leidt tot het ontstaan van vetdruppels en biologische membranen.
- Ook kleinere structuren zoals ionen en metabolieten zijn opgelost in water van het
lichaam.

2. SUIKERS/KOOLHYDRATEN

1. ALGEMENE INFO

- Bouwstenen: monosachariden
- Bindingen: glycosidebindingen vormen disachariden en in verdere ketens: oligo-
en polysachariden
- Stereochemie is van groot belang bij suikers (zie 2.2)
- Niet gecodeerd in genoom: wel zijn de enzymen die suikers aanmaken gecodeerd,
maar suikers zelf niet rechtstreeks
- Polymeren zonder unieke grootte  molecuulmassa is een variabel getal (in
tegenstelling tot bijvoorbeeld eiwitten met een vaste aminozuurvolgorde)
- Meest abundante biomoleculen op aarde (bv.: cellulose, chitine)
- Hun belang situeert zich in voeding, metabolisme en biomedische toepassingen


Klinische relevantie: pathologie sterk gelinkt aan suikers
- Cariës (tandbederf, aantasting van het tandglazuur)
- Cardiovasculaire ziekten
- Leververvetting
- Diabetes

2. STEREOCHEMIE VAN SUIKERS

Suikers kunnen exact dezelfde atomen bevatten, maar toch een andere ruimtelijke
conformatie hebben Dit wordt zichtbaar gemaakt via Fisherprojectie, die de chirale centra
van een suiker weergeeft:

- Chirale centra: koolstofketen met spiegelbeeldvormen. Glucose heeft bijvoor
- Glucose heeft bijvoorbeeld 4 chirale centra (C6), wat leidt tot 2 4 = 16 mogelijke isomeren
- Epimeren: suikers die van elkaar verschillen op precies één plaats, namelijk op één chiraal
koolstofatoom.




3

Infos sur le Document

Publié le
10 août 2026
Nombre de pages
19
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€6,33

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions