Hc1 herhaling vorig jaar zie ppt
Hc2: modificatieprocedures voor het wijzigen van vaardigheden
Vaardigheidstraining
-Aanleren van vaardigheden, handelingen, strategieën (vb. mensen leren
articuleren,…)
-Afleren van inadequaat gedrag (dus - gedrag die ze zelf stellen afleren)
-Wijzigen van gedrag (vb. frequentie van bep + gedrag laten toenemen)
-Doen toenemen van adequaat gedrag dat wel maar nog te weinig aanwezig is
operante modificatieprocedures
Indicatiestelling: Wanneer meteen operant ingrijpen, d.w.z.
vaardigheidstraining?
-Nog geen negatieve betekenissen en/of emoties
vroege detectie – onderzoek - behandeling
secundaire preventie (ontw van verdere complicaties voorkomen)
-Emotionele triggers zijn verdwenen, maar probleemgedrag nog wel aanwezig
-Eenvoudige problematiek (vb. kind die mondademt, zitten hier niet echt mee in,
dus zitten niet echt bep emoties ofzo achter)
-Hoge mate van persoonlijke veerkracht (=gaan goed om met probl, zijn
mentaal sterk)
nog geen of geen emoties of cognitief die gedrag verstoren
Vb. Anna behaalt een leessnelheid van gemiddeld 30 correct gelezen één- tot
tweelettergrepige woorden per minuut (=puur vaardigheid trainen)
Dus uw gedragsanalyse gaat er zo uitzien: (niet gekeken nr
emotie, betekenis)
1) Uitlokkende prikkel/situatie =opzoek nr wat gedrag
uitlokt
discriminatieve prikkel of situatie
=context waarin gedrag leidt tot gunstige gedragsgevolgen
1
, 2) Gedragsgevolgen bij probleemgedrag
=verwachte positieve gevolgen (+S+ -S- °S-)
=reële negatieve gevolgen (+S- -S+ °S+)
Gedrag aan-/afleren of wijzigen:
-via uitlokkende prikkels 7 procedures:
1. Perceptietraining
2. Verstrekken van informatie = gaat over discriminatieve prikkels
1+2= in praktijk vaak samen toegepast (Leren wrnm en ondersch via horen,
zien,..)
Als foutief gedrag (vb. verkeerd stemgebruik) het gevolg is van
onduidelijkheid over de precieze context waarin het gedrag moet worden
gesteld
vB. bij onvoldoende prikkeldiscriminatie= te weinig ondersch maakt tussen
2 dingen die verschillend zijn
Of onterechte prikkelgeneralisatie= 2 prikkels als gelijk beschouwd mr is eig
verschillend
Doel: aanscherpen van de waarneming van en kennis over kleine maar
cruciale details voor optimale gedragsuitvoering
Doel informatie verschaffen: Duidelijkheid over waarop men precies moet
letten om de juiste gedragsrespons te stellen
Doel perceptietraining: Detecteren van en visueel, auditief, tactiel (…)
discrimineren tussen prikkels die een versch operante respons vereisen
Prikkelgeneralisatie die, hoewel verschillend, toch dezelfde respons
vereisen
Hoe? Creatief en zo gevarieerd mogelijk resultaat moet zijn dat je versch
begint te zien
Vb. zelf info laten opzoeken, laten ontdekken , aandacht vestigen op…
3. (Laten) vermijden
4. Aanbieden (prompting)
Stimuluscontrole => Een bepaalde gedragsrespons is sterk verbonden aan
een uitlokkende prikkel bv. Als er chips is in huis , moeilijk om ervan af te
blijven
Prikkel aanwezig, gedrag volgt al bijna vanzelf dan
Therapeutisch gebruik: prikkels voor ongewenst gedrag worden weggenomen,
prikkels die gewenst gedrag uitlokken worden toegevoegd
2
, Vb. kind hangt het uit in de
klas als leerkracht de
oorzaak kan vinden door
welke prikkel erachter dit
gedrag uitlokt kan je die zo
gaan manipuleren en die
prikkel weghalen
Prikkelvermijding = wegnemen of vermijden van gedragsuitlokende prikkels
3 manieren:
-tijdelijk weglaten van bep oefenitems of oefeningen (vb nog te moeilijk)
-omgeving inschakelen (vb. ouders, …)
-cliënt zelf laten vermijden
tijdelijke maatregels in afwachting dat cliënt vaardigheden aanleert die
helpen
Prompting: = prikkel die de
persoon eraan herinnert een
gedrag te stellen dat hij al
beheerst (‘reminder’) of die
helpt een gedrag te stellen dat
hij niet vaak of niet goed
gebruikt (‘cue’)
Prompts gebr om gedrag uit te lokken
!! Prompts moeten altijd worden aangeboden samen met de werkelijk relevante
uitlokkende (discriminatieve) prikkels!! die discr pri moeten op termijn immers
het gedrag gaan uitlokken in afwezigheid v/d prompts
Soorten prompts :
Fysieke prompts: ‘fysieke responsbegeleiding’: als therapeut het lichaam gebruikt
om duidelijk te maken wat de bedoeling is cliënt voelt wat die moet doen
Verbale prompts: gesproken of geschreven woorden : De woorden fungeren als
een soort reminder die bij de cliënt het beoogde gedrag op gang brengt.
Picturaal prompt: accentueren, afbeeldingen…
Gestueel prompt: fysieke bewegingen– gebaren, gelaatsuitdrukkingen… –
waarvan de cliënt vooraf heeft geleerd ze te beschouwen als uitlokkende stimuli
voor het stellen van specifiek gedrag. vb. moeder die fronst naar kind
(betekent stop daarmee)
Auditieve prompt: geluiden, signalen…
3
, 5. Fading = afbouwen van prompts
Probl: i/d nat leef- en werkomgev -> geen prompts aanwezig vr het stellen vn
doelgedrag
Zoals bv. Een therapeut die hints geeft… of In fluo geaccentueerde letters…
=De werkelijke discriminatieve prikkels moeten die taak dus overnemen
Gebeurt deels al spontaan omdat de prompts altijd samen voorkomen met de
discrim prikkels
Hoe? = bed dat client niet steeds modelgedr nodig heeft tot correct gedr te
komen
Prompts geleidelijk wegnemen: gradueel minder nadrukkelijk maken; dimensies
variëren Bijv. sterkte geleidelijk verminderen
Tijdsinterval tussen prompt en discriminatieve prikkel gradueel verlengen
6. Modeling gaat vaak samen met instructieleren
De therapeut geeft uitleg en concrete gedragsadviezen over hoe een gedrag
dient te worden uitgevoerd.(via modelgedrag of instructie) De uitleg die
gegeven wordt zijn in feite gedetailleerde prompts voor het uitlokken van het
gewenste gedrag
Door instructie te geven beschrijf je eigenlijk het gedrag dat ze moeten
uitvoeren dus is soort prompt
Opgelet!
-Duidelijk uitleggen wanneer het betreffende gedrag moet worden gesteld
-Duidelijk aangeven welke de te verwachten gedragsgevolgen zijn
-Soms zit de bekrachtiging al ingebed in de handeling
-Vaak (meestal!) is extra bekrachtiging nodig : doel-treffendheidsovertuiging is
laag en er is weinig motivatie om bij mislukking lang vol te houden
Verschil instructies en informatief kennen!
Instructies = gaat over uitgevoerde gedrag
Informatief leren = info over uitlokkende prikkels geven
4