Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 77 pages
Resume

Samenvatting Methodisch handelen 2 | Evidence-based practice | Thomas More | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 77 pages

Studiemateriaal voor Methodisch handelen 2 aan Thomas More Hogeschool, gericht op kritisch nadenken en evidence-based practice in logopedie en audiologie. Het document behandelt hoofdstuk 4 met onderwerpen als de hiërarchie van wetenschappelijk bewijs, de relatieve sterkte van verschillende onderzoeksmethoden, omgaan met schaarste aan bewijsmateriaal, en praktische toepassing van EBP in klinische context. Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van hoe therapeuten onderzoeksresultaten kritisch moeten evalueren en toepassen.

Aperçu du contenu

!HOOFDSTUK 4: kritisch nadenken en evidence-
based handelen
1. KRITISCH NADENKEN OVER EBP

1.1. OMGAAN MET KENNIS: DE HIËRACHIE VAN
WETENSCHAPPELIJK BEWIJS (GLOBAAL LEREN)

Een hiërarchie werd opgesteld die de relatieve sterkte van verschillende soorten
bewijsmateriaal rangordent:

- Richtlijnen
- Systematische reviews (met of zonder meta-analyse)
- Experimenteel en quasi-experimenteel onderzoek
o Randomized clinical trial
o Niet gerandomiseerd onderzoek
o Niet dubbel blind
- Observationeel onderzoek
o Cohortonderzoek
o Case-control onderzoek
o Cross-sectioneel onderzoek
o Case series onderzoek
o Gevalsstudie
- Kwalitatief onderzoek
- Fundamenteel onderzoek
- Expert-opinies

1.2. RELATIVITEIT VAN DE EVIDENTIEHIËRARCHIE (GLOBAAL
LEREN)

-Evidentiehiërarchie (piramide met RCT’s bovenaan) = niet absoluut
-Beperkingen RCT’s:
o Weinig klinische toepasbaarheid
o Geen rekening met therapeut & context
- Andere methoden (kwalitatief, casestudies, correlationeel) zijn soms beter passen
afhankelijk van de vraag
- Interne validiteit ≠ altijd belangrijkste => soms is externe validiteit (praktische
toepasbaarheid) cruciaal
- Complementariteit: methoden vullen elkaar aan, niet uitsluiten
- Evidence-based practice = combinatie van onderzoek, therapeutische expertise
en cliëntbehoeften
 NIET één methode is superieur, de beste keuze hangt af van de klinische vraag en
context




1

,1.3. DE KLINISCHE VRAAG ALS LEIDRAAD

- Kernidee:
o De behandelmethode die men in de wetenschappelijke literatuur
terugvindt, hangt sterk af van de klinische vraag.
o Therapeut moet goed nadenken over wat hij wil weten => dat bepaalt
welk type onderzoek en welke kennis relevant is
- Drie basisvragen


Werkt de - Onderzoeksopzet: RCT’s
- Geeft antwoord in de vorm van gemiddelde effecten
therapeut onder (vergelijking experimentele groep VS controlegroep)
experimentele - Probleem: individuele variatie => een RCT-resultaat
condities? voorspelt niet automatisch het effect bij een specifiek
individu
- Beperkingen voor logopedie/audiologe:
o Populatie vaak niet representatief (complexe of
comorbide cliënten worden uitgesloten)
o Placebo of blindering meestal onmogelijk
o Ethisch moeilijk om cliënten onbehandeld te
laten
- RCT’s leveren nuttige gemiddelde
kansberekeningen, maar zijn vaak beperkt
toepasbaar

Werkt de - Onderzoekopzet = quasi-experimenteel onderzoek in de
reguliere behandelpraktijk
therapeut ook in - Cliëntenpopulatie = breder en realistischer, met weinig
de praktijk? exclusiecriteria
(doelmatigheid) - Resultaat = meestal opnieuw gemiddelden/kansen,
maar met hogere praktijkrelevantie

Werkt de - Onderzoeksopzet: N = 1 experiment/individuele
monitoring
therapie voor - Hypothesen uit het behandelplan worden getoetst bij de
deze specifieke individuele cliënt
cliënt (N = 1) - Nodig: systematische monitoring van gedragingen en
voortgang tijdens therapie
- Belangrijke onderscheid:
o Zelf verzameld anekdotisch bewijs = waardevol
en valide
o Los advies van collega’s = vaak onbetrouwbaar
- Optelsom van systematisch verzamelde N = 1
gegevens bij veel cliënten => levert waardevolle
observationele onderzoeksinformatie (internationale
richtlijnen bestaan)
- Ook kwalitatief onderzoek kan aanvullend nuttig zijn




2

,1.4. OMGAAN MET SCHAARSTE AAN DEGELIJK
BEWIJSMATERIAAL

- In LA is er nog weinig sterk wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid van
specifieke technieken en therapieën
o De domeinen zijn relatief jong
o Onderzoek focust vaak nog op de aard van stoornissen en diagnostiek
o Effectiviteits- en doelmatigheidsstudies vormen maar een klein aandeel
o Onderzoek naar therapie is methodologisch complexer dan bij medicijnen,
omdat veel factoren (stoornis, cliënt, omgeving, therapeut, behandeling)
meespelen en moeilijk te meten of te controleren zijn
=> voor wie, in welke context, en hoe werkt de behandeling?
- Het meeste ideale bewijs: recente peer-reviewed publicaties die aantonen dat een
behandeling effectief is
o In LA zijn systematische reviews en meta-analyses schaar => vaak
gebaseerd op zwak bewijs en niet afgestemd op typische cliënt in praktijk
o Toch verschijnen er steeds meer reviews/meta-analyses die de effectiviteit
van behandelingen aantonen
- In de praktijk moeten therapeuten vaak terugvallen op:
o Afzonderlijke effectiviteitsstudies
o Vergelijkende studies van therapieën
o Niet-statistische beschrijvingen van methoden
o Dit is in lijn met EBP: men werkt met de beste beschikbare kennis
o Belangrijk: resultaten zijn alleen waardevol als de therapeut zich bewust is
van de sterktes en beperkingen en deze deskundig toepast
o Zonder voorlopig bewijs zijn er nog meer onzekerheden → EBP is een
manier om met onzekerheden om te gaan
- Er groeit intussen wel een verzameling van studies die steun bieden voor
behandelwijzen die logopedisten en audiologen dagelijks gebruiken
o Schaarste kan deels worden opgevangen door ook te kijken naar andere
disciplines waar wel evidentie bestaat voor technieken die logopedisten en
audiologen toepassen
- Voorbeeld: stottertherapie
o Graduele exposure + contraconditionering → evidence-based in
psychotherapie, toegepast door Van Riper in logopedie
o Algemeen aanvaard in praktijk (veel practice-based evidence), maar
nauwelijks experimentele studies in logopedische context
o Cognitieve gedragstherapie is goed onderbouwd in psychologie;
kernelementen worden toegepast in stottertherapie voor affectieve en
cognitieve componenten
- Veel gedragsveranderingstechnieken die logopedisten/audiologen gebruiken
(modelleren, cueing, shaping, bekrachting, exposure) vinden hun oorsprong in de
(cognitieve) gedragstherapie en psychologie
o In andere domeinen (psychotherapie, gezondheidspsychologie, reclame) is
hun effectiviteit bewezen
o In logopedie en audiologie is er weinig bewijs voor de geïsoleerde
effectiviteit van zulke technieken, omdat hier nauwelijks studies naar
worden opgezet




3

, o Toch zijn deze technieken onmisbaar: elke behandelprogramma bevat er
meerdere, en er wordt wel onderzoek gedaan naar programma’s als
geheel (meestal doelmatigheid), al blijft dit beperkt




1.5. DE ROL VAN THEORIE EN INZICHT IN
VERANDERINGSMECHANISCMEN

- Theorie is essentieel => het volstaat niet te weten dat iets werkt, men moet ook
begrijpen waarom en hoe het werkt
o Theoretische inzichten helpt de therapeut te bepalen welke factoren tot
verbetering of falen leiden
o Daardoor kan hij therapieën ontleden, begrijpen en aanpassen aan de
noden van de cliënt – een kernaspect van EBP
- Ideaal wetenschappelijk onderzoek toont niet enkel dat een behandeling effectief
is, maar ook waarom:
o Resultaten worden gekoppeld aan theoretische veranderingsmechanismen
o Therapeut werkt als toegepaste wetenschapper:
 Hij stelt hypotheses op
 Toetst ze via theorie en empirisch bewijs
- De onmiddelijke effecten moeten niet alleen begrepen worden (Roulstone 2015)
o Bv. toename van woordenschat of articulatie – maar ook de LT effecten
o Functionele verbetering zoals meer autonomie, sociale participatie of
vriendschappen
o Huidige wetenschappelijke kennis => focust op proximale uitkomsten
 Er is nog en groot tekort aan modellen die d link tonen tussen
taalverbetering en levensvaardigheden

1.6. DE ROL VAN DE THERAPEUT EN ZIJN PRAKTIJKKENNIS

- EBP gaat verder dan het toepassen van onderzoeksresultaten alleen
o EBP = integratie van 3 kennisbronnen:
 Wetenschappelijke evidentie
 Klinische ervaring van therapeut
 Voorkeuren en waarden cliënt
=> E³BP (Evidence-Based Practice x 3)
- Expertise van therapeut is een essentieel onderdeel van EBP
o Bestaat uit praktijkkennis en vaardigheden, opgebouwd door jarenlange
ervaring
o Deze expertise is nodig om onderzoeksresultaten gepast te vertalen naar
de praktijk + herkennen wanneer ze wel of niet relevant zijn voor een
specifieke cliënt
o EBP werkt enkel als wetenschappelijke kennis deskundig wordt toegepast
- Roulstone onderscheidt zich van technicus:
o Technicus => past methodes blind toe (‘behandelingenkookboek’)
o Expert => gebruikt zowel wetenschappelijke kennis als klinische ervaring
om behandelingen vaardig en aangepast uit te voeren
o Eclecticisme => het combineren van verschillende inzichten –
gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk binnen EBP
4

Table des matières

  1. 01 1. kritisch nadenken over ebp 1
    1. 1.1. omgaan met kennis: de hiërachie van wetenschappelijk bewijs (globaal leren) 1
    2. 1.2. relativiteit van de evidentiehiërarchie (globaal leren) 1
    3. 1.3. de klinische vraag als leidraad 2
    4. 1.4. omgaan met schaarste aan degelijk bewijsmateriaal 3
    5. 1.5. de rol van theorie en inzicht in veranderingsmechaniscmen 4
    6. 1.6. de rol van de therapeut en zijn praktijkkennis 4
    7. 1.7. de centrale rol van de cliënt 5
  2. 02 1. inleiding 8
    1. 1.1. vaardigheidstraining 8
    2. 1.2. indicatiestelling (wanneer?) 8
  3. 03 2. deel 1: werken met uitlokkende prikkels (oefencollege 2) 10
    1. 2.1. perceptietraining en verstrekken van informatie over uitlokkende prikkels 10
    2. 2.2. stimuluscontrole (oc2) 12
    3. 2.3. modeling en instructieleren (oc2) 14
  4. 04 3. deel 2: bekrachtigingsprocedures 19
    1. 3.1. werken met aangename gedragsgevolgen: bekrachtigingsprocedure 19
    2. 3.2. werken met onaangename gedragsgevolgen: bestraffingsprocedures 26
  5. 05 1. inleiding 31
    1. 1.1. 3 aangrijpingspunten om emoties te temperen 31
  6. 06 2. Werken met de uitlokkende prikkels: prikkelvermijding 33
    1. 2.1. voorbeelden 33
  7. 07 3. verstrekken van informatie over prikkels/situaties en perceptietraining 34
    1. 3.1. verstrekken van informatie 34
    2. 3.2. perceptietraining 34
  8. 08 4. blootstellingsprocedures 35
    1. 4.1. exposure in vivo (sequentieel verband) 35
    2. 4.2. contraconditionering (referentieel verband) 38
  9. 09 5. Inwerken op de betekenissen: methoden voor cognitieve herstructurering (= verzamelterm) 39
    1. 5.1. rationeel-emotieve gedragstherapie (rebt) 39
    2. 5.2. cognitieve theorie volgens beck 41
    3. 5.3. mindfulness en acceptance strategieën 43
  10. 10 6. rechtsreeks ingrijpen op emoties: relaxatie 45
    1. 6.1. relaxatietraining 45
    2. 6.2. relaxatietechnieken 45
  11. 11 1. inleiding 47
  12. 12 2. analyses van het probleem- en het doelgedrag als houvast 47
    1. 2.1. eerst emoties temperen 49
    2. 1.1. uitlokken of aanleren van nog niet aanwezig doelgedrag 49
    3. 1.2. verbeteren van kwaliteit van gedrag 50
    4. 1.3. doen toenemen van reeds aanwezig gedrag 50
    5. 1.4. ontmoedigen en afleren van ongewenst gedrag 50
  13. 13 2. steunen op wetenschappelijke bevindingen 51
  14. 14 3. concretiseren van gedragsveranderingstechnieken 51
    1. 3.1. Hulpvragen voor het concretiseren van gedragsveranderingstechnieken voor het aanleren, afleren en verander van vaardigheden 52
    2. 3.2. Hulpvragen voor het concretiseren van gedragsveranderingstechnieken voor het temperen van hinderlijke emoties 52
  15. 15 1. inleiding 53
  16. 16 2. wat is een therapiedoel? 53
  17. 17 3. stoornis- versus stoornisgerichte doelbepaling 53
  18. 18 4. wat als communiceren over wensen en doelen bemoeilijkt wordt door de stoornis zelf? 56
  19. 19 5. soorten therapiedoelen 57
    1. 5.1. doelen voor de lange en kortere termijn 57
    2. 5.2. doelen voor verschillende soorten doelgedragingen (inhoudelijk) 57
    3. 5.3. procesdoelen en productdoelen 57
  20. 20 6. selecteren van therapiedoelen 58
  21. 21 7. therapiedoelen als houvast voor de therapeut 58
  22. 22 8. kenmerken van adequate therapiedoelen: smart en andere criteria 58
  23. 23 1. inhoud van een logopedisch behandelplan 61
  24. 24 2. het ordenen van therapiedoelen 61
    1. 2.1. kennis en inzicht m.b.t. de stoornis en gedrag 61
    2. 2.2. wensen en doelen van de cliënt 62
    3. 2.3. 5 criteria van brinkman (voor keuze van 1ste bewerken probleem) 62
  25. 25 3. dynamisch karakter van een behandelplan 63
  26. 26 1. verloop van een therapiesessie 64
    1. 1.1. voorbereiding van een therapiesessie 64
    2. 1.2. uitvoering van de therapiesessie 67
    3. 1.3. het meegeven van thuisopdrachten 67
  27. 27 1. inleiding 68
  28. 28 2. evaluatie van een therapiebeurt 68
    1. 2.1. evaluatie van de thuisopdrachten 68
    2. 2.2. evaluatie van subdoelen 70
    3. 2.3. evaluatie van verloop therapiebeurt (vergleijk met cursus) 70
  29. 29 3. tussentijdse en eindevaluatie 71
    1. 2.4. tussentijdse evaluaties 71
  30. 30 1. inleiding 74
  31. 31 2. ideale versus reële beëindiging 74
    1. 2.1. beëindigingscriteria bij optimaal resultaat 74
    2. 2.2. beëindigingscriteria voor minder ideale situaties 76

Infos sur le Document

Publié le
24 juillet 2026
Nombre de pages
77
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,47

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
helenededeyne8
3,8
(5)
Vendu
14
Abonnés
0
Éléments
39
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions